Contradictie

Vorige week, wat later op de avond reed ik terug naar huis en had de radio aan. Er was een interview met een oudere man die ik niet kende en ik heb zijn naam niet onthouden. Ik geloof dat hij een tekenaar was. Maar een deel van zijn verhaal maakte indruk en dat was het deel dat ik onthouden heb. Dat hij als kind zag gebeuren dat een leeftijdsgenootje onder een vrachtwagen kwam. De vrachtwagen reed met een wiel over de buik van het jongetje heen. Hij beschreef hoe het jongetje opstond, met gekromde handen huilend naar huis liep en daar als troost een koekje kreeg. De volgende dag was het jongetje dood omdat inwendig alles kapot was. De geïnterviewde kreeg destijds nog de schuld van het ongeluk, hij zou het jongetje geduwd hebben, maar hij stond aan de overkant van de straat. Hij was ook de enige die het had zien gebeuren.

Alles uit het leven van die man, tot en met zijn afstandelijke maar toch sympathieke stem toe, leek gevormd door die ene tragische gebeurtenis. Het gezicht van het jongetje was snel vervaagd, maar een aantal jaren geleden weer teruggekomen, en nu kon hij hem weer haarscherp tekenen. Het jongetje had overbijt, vertelde hij. Ik weet niet wat de strekking is en waarom ik dit schrijf, maar het was zo’n indrukwekkend verhaal. Zo’n droeve gebeurtenis die iemand zijn leven lang met zich meesleept. En het arme jongetje dat met een koekje werd afgescheept door zijn moeder die waarschijnlijk ook niet beter wist. Het zijn van die tragische passages uit iemand’s leven maar tegelijkertijd zo meeslepend en mooi. De hemel mag dan zonder ellende kunnen, de wereld kan dat zeker niet.

Niets is wat het lijkt.

Laurent plaatste op Facebook een verborgen-camera filmpje over hoe mensen in het conservatieve Texas reageerden op een serveerster die op haar beurt onbeschoft reageerde op een homostel in haar restaurant. De serveerster en het homostel (en hun kinderen) waren allen acteurs, het ging om de reactie van de mensen in het restaurant. Dezelfde act werd ook in het progressieve New York opgevoerd. Wat bleek? De mensen in Texas spraken de serveerster aan en namen het op voor het homostel, en de mensen in New York bemoeiden zich er niet mee. Precies de reactie die je kon verwachten, al zou je denken van niet. In Texas is men conservatiever, en voor een groter gedeelte gelovig. Ondanks dat de bijbel gemeenschap tussen homo’s afkeurt zagen zij het homostel als medemensen en vonden zij het niet gerechtvaardigd hoe de serveerster reageerde. In New York, waar de religie van mindere invloed is, vonden de mensen het prima wat de serveerster deed, of misschien niet, maar ze grepen niet in, omdat ze meer met zichzelf bezig waren. Het beeld wat de media trachten te schetsen, namelijk dat in Texas alleen maar godsdienstwaanzinnige, racistische, homofobe mensen wonen, lijkt niet helemaal te kloppen. In New York waar ze progressief geacht worden te denken, knijpt men sneller een oogje toe. In Nederland geldt waarschijnlijk hetzelfde, een SGP’er komt er in het straatbeeld bekaaid vanaf, maar dat komt omdat ze voor de camera alleen gevraagd wordt naar een extreme wat als situatie. Soms weigert men ook het goede in een mens te zien als men een gekleurd beeld heeft van zijn herkomst.

Iets wat hier in de verte wel raakvlakken mee heeft, las ik zaterdag in de krant. Het ging over het wonder van de Joden in Denemarken in de oorlog. In Nederland wordt soms laatdunkend gedaan over het hoge aantal joden dat uit Nederland is weggevoerd, alsof we ze allemaal stuk voor stuk verraden hebben, terwijl er van de Deense joden er tussen de tien en de twintig zijn omgekomen. (Niet duizend, tussen de tien en twintig). Achteraf bleken het onvergelijkbare situaties, Nederland was bezet, Denemarken ook, maar milder. Nederland had 100.000 joden, Denemarken 6000. De Deense politie was niet onder Duitse controle en de opdracht tot jodenvervolging kwam daar pas een jaar later dan in Nederland. Ze zagen het daar wat beter aankomen en konden vluchten naar het Neutrale Zweden onder de ogen van de Duitsers die op dat moment nog niet ingrepen. Ik zal ongetwijfeld wat fouten in de feiten hebben gemaakt, want ik schrijf dit even uit de herinnering, maar de strekking klopt met het verhaal in de krant.

Er zijn overeenkomsten tussen deze twee gebeurtenissen. Ze hebben te maken met cynisme, vooroordelen en over één kam scheren. En daar moet een mens mee oppassen.

BMW 650i coupé

Vandaag kreeg ik de kans om een grote ronde te rijden in een 450 pk auto, een BMW 650i coupe. Ik heb gepaste waardering voor BMW’s maar ik vind het wel hoerensloepen. Zeker zo’n zes serie past totaal niet bij een boekhouder met een paar druppels benzine in zijn aderen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik er wel een rondje in wil rijden. 450 pk, meer vermogen in een personenauto heb ik nog niet bestuurd. En het is veel, heel veel. Evenveel als een Porsche 959 van vroeger. Zouden me vroeger verteld hebben dat ik later in een auto met net zoveel vermogen als een Porsche 959 zou rijden, zo ik mij nooit depressief hebben gevoeld. Ik zou gek geworden zijn van blijdschap.

Inmiddels is mijn enthousiasme voor auto’s wat afgenomen ten opzichte van vroeger, maar het is er nog steeds bovengemiddeld. Zo’n 650 ziet er natuurlijk niet uit, maar dat vind ik slechts. Misschien vindt u hem wel prachtig. Van binnen is het ook allemaal niet om heel blij van te worden, begrijp me niet verkeerd, ergonomisch klopt het allemaal, behalve de start/stop knop, die kon ik niet vinden. De afwerking zal top zijn, maar het is wat vreugdeloos allemaal. Er zaten nog net geen zwart leren stoelen in, dan was het helemaal doods geweest.

De sprint is even slikken. Maar niet toegeven en gewoon het pedaal gevloerd houden. Binnen de kortste keren rij je meer dan twee keer zo hard als mag. Mijn medepassagier vond het wat spannend allemaal, maar ja, ik had hetzelfde toen ik naast hem zat. Zijn pech was dat ik hem moest overtreffen en dat ik de bochten al kende. Overweldigend snelle acceleratie. Bruut geluid van de V8.

En toch…het is het niet. Het was met afstand de snelste auto die ik ooit gereden heb, de nummers twee en drie hadden “slechts” 300 pk, maar het is allemaal wat steriel en wat lomp. Ik voel me ook helemaal niet thuis is zo’n auto. Te groot, de duur, te zwaar en te schreeuwerig. Na afloop stapte ik snel uit, want hoe langer je erin blijft, hoe groter de kans dat je je wel gaat thuis voelen in een BMW, en als je eenmaal zover bent, ben je een end van huis.

Veranderingen

Als een soort sluipmoordenaar heeft het hier toegeslagen en ik heb het niet gezien. Nu ik het zie kom ik in opstand maar is het te laat. Ik kreeg bijna ruzie met Linda omdat zij de vijand binnenliet. En nu is hij binnen en ben ik de oude chagrijn achter de geraniums omdat ik me verzet. KPN heeft een doos afgeleverd en vrijdag wordt hier glasvezel aangesloten. Illegale Polen hebben twee maanden geleden gangen onder dit dorp gegraven en de kabels getrokken. “Goedemorgen”, dat was het enige wat ze konden zeggen, zo vaak als je wilde. Soms vijf keer op het stukje van mijn huis naar mijn auto. Omdat “goede” in het Pools iets als “kut” betekent, zo grappig vonden ze dat. Denk je dat het beleefde mensen waren, welnee, werd je gewoon uitgescholden.

Maar goed, ik kwam er op mijn verjaardag achter en constateerde dat we vanaf vrijdag dus voorlopig geen internet meer hebben. Want KPN en aansluiten, laat mij alsjeblieft niet lachen. De laatste keer dat ik daar intrapte zat ik drie weken zonder internet, en achteraf volkomen onnodig. Maar pas na drie weken dring je door tot degene die snapt dat hij een knopje om moet zetten, en die drie weken daaraan voorafgaand krijg je alleen te horen dat er een monteur komt die hier de boel fysiek moet aansluiten. Maar dat is niet zo, die monteur komt hier zodat hij kan bellen naar een collega dat hij een knopje om moet zetten, en dan werkt het weer. Prutsers, losers, hufters, NSB-ers. En zo gaat het vrijdag weer.

Ik ging dus uit mijn plaat en het werd nog erger gemaakt doordat er dan gesteld wordt dat ik een oude man ben die niet tegen veranderingen kan. En als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel dat slappe argument van de meningloze meelopers die alles mooi vinden als het maar nieuw is. Want laat mij even heel duidelijk één ding stellen: veranderingen zijn nooit bedoeld om het beter te maken voor degenen die de meeste gevolgen ondervindt van de verandering, ze spekken uitsluitend de kas van degene die de verandering doorvoert. Het nieuwe Operating System van Apple? Het maakt de lay-out anders zodat de meningloze meelopers weer blij zijn, maar wat het werkelijk doet is je telefoon onbruikbaar langzaam maken zodat je een nieuwe moet kopen. En omdat ik dat soort dingen door heb, ben ik een Fred Schuit, een Johan Derksen, en noem nog eens iemand op die veranderingen verwelkomt zolang het verbeteringen zijn. (synoniem voor nadenken)

En natuurlijk, ik ben ook een oude man. Wel 44 jaar, en ik kan heel veel dingen nog 44 keer als het moet. Ha! Maar omdat ik toevallig een aquarium heb en graag naar mijn guppy’s kijk, heb ik het gedaan! Een prachtige glazen bak met een heus verwarmingselement erin zodat de guppy’s zich prettig voelen en levendig rondzwemmen. Ik had tot afgelopen zaterdag geen verwarmingselement en de guppy’s gingen steeds dood. En wat vertelde de meneer van de dierenwinkel mij? Dat ik een verwarmingselement moest kopen want dat was de reden dat ze steeds dood gingen. En ja, daar had hij zelf ook voordeel bij, maar dat is toch een verandering, of niet soms! Een hele verbetering zelfs! Ik omarm dat, ik verwelkom dat.

En of het godsamme nog niet erg genoeg was, werd ik door mijn bloedeigen zus even afgedaan als een ouwe lul omdat ik op mijn verjaardag pantoffels droeg. In mijn eigen huis nota bene! Je hoeft hier niet te zijn hoor, zus! Pantoffels staan symbool voor gezelligheid en dat herkennen ze gewoon niet meer. Nee, ze houden niet van gezelligheid, zo moet ik het zeggen. En het is best een probleem als je als enige de situatie nog juist inziet en de rest zich als makke schapen laat leiden in de val van John de Mol, die symbool staat voor al het kwaad dat er in Nederland is. Want door hem is dat oude lul imago de wereld ingebracht en hij heeft er miljarden mee verdiend. En nu zit-ie nondejuu zelf met z’n pantoffels op z’n leren bankstel van € 80.000 mij uit te lachen. Het wordt tijd dat ik keihard ga terugslaan. Als ik de baas ben van dit land is het eerste wat ik doe de pantoffelwet invoeren. Ha! gezelligheid kent geen tijd. Heb ik eigenlijk een categorie: Mack windt zich ergens over op? Nee? Dan ga ik die nu aanmaken.

Op zijn plaats vallen

Er vielen vandaag een aantal dingen op zijn plaats. Een overbuurvrouw die ik al wat langer ken, maar de laatste tijd wat beter omdat haar dochter in het voetbalelftal van Hans zit, en die er goed uitziet, strak haar heeft, make-up gebruikt en een goed figuur heeft, blijkt stewardess te zijn bij KLM. Dat laatste wist ik tot vandaag niet maar het was precies wat er aan schortte tot gisteren. Ik zag haar zo voor me op het vliegveld, lopend in haar hemelsblauwe stewardessenpak, tussen nog wat stewardessen en twee piloten.

Een andere voetbalmoeder heeft altijd gehockeyed hoorde ik vandaag en ook dat klopte exact met haar figuur en gezicht. Toen ik het nog niet wist was er ook niks aan de hand, maar dit maakte het plaatje kloppend. Ik kon haar haast zien rennen met een stick, poloshirtje en rokje. Ze zou zo in het Nederlands damesteam passen.

Een paar weken terug had ik het met haar man, een vrolijke, goeduitziende, jonge sportieve man. Hij komt vaak zijn kinderen naar school brengen in hardloopoutfit. Ik vond het altijd een tikje aanstellerig, totdat ik hoorde dat hij rechercheur was. Hoe ik verbanden leg weet niemand, maar ik snapte ineens dat hij in conditie moest zijn voor zijn werk. Het valt allemaal op zijn plaats.

De stewardess en de hockeyspeelster vroegen wat ik deed. Waarop ik aangaf dat ik boekhouder was. Voor hen stortte de wereld in. Ik zag ze schrikken. Ze hadden alles verwacht, rockster, piloot, commando, astronaut, F1 coureur, maar boekhouder, nee dat niet. Zij zitten met losse puzzelstukjes, terwijl de mijne in elkaar pasten.

Value Added Sales training

Het avontuur Helsingborg is weer voorbij, morgen nog een accountant afpoeieren en dan kan er eindelijk weer gewerkt worden. Want het legt enorm beslag op je tijd, en ik ben één van de mensen die ook nog ander werk te doen heeft bij het bedrijf. Echt werk, waar mensen op korte termijn op zitten te wachten. Het waren introductiedagen en ondanks dat ik er al anderhalf jaar zit, wilden ze me er naar toe hebben, want zoals alles, was ook dit belangrijk. Iedereen vindt zich belangrijk. Het is werkelijk niet te geloven hoe belangrijk iedereen zichzelf vindt. Gisteren op het vliegveld zat ik te wachten en tegenover mij zat David. David is een lange man met rood haar, een blauw pak, stropdas, zwarte schoenen en een vrouwelijke collega bij zich. Ze lullen heel storend en hard over hun business, zodat ik nu weet dat David in onroerend goed doet. David belt met zijn mobieltje naar kantoor en meldt dat hij in Scandinavië zit. David hield twee plaatsen bezet en toen een meisje naast hem in de wachtruimte wilde gaan zitten, zei David dat de plaats bezet was, waarop het meisje naast mij kwam zitten. Bedankt David, enorme prutser.

Ik kan niet tegen belangrijk. Ik ben allergisch voor belangrijk. Als mensen belangrijk doen, maar ook als ze gaan bepalen dat iets belangrijk is. Ik heb drie dagen naar presentaties zitten luisteren, de één nog belangrijker dan de ander, maar de leukste vond ik de Value Added Sales training. Ik heb natuurlijk helemaal niks met sales gelul maar met deze trainer had ik een klik. Een wat oudere man met die dag pijn in zijn rug, dat schept een band. Hij was kalm en praatte zacht, en ik hou van zachte praters. Hij vertelde iets over een Engelse hardloper en liet een plaatje van hem zien. Ik kende hem niet maar het was Roger Bannister. Waar het om ging was dat hij de eerste was die de Engelse mijl binnen vier minuten liep en dat toen men eenmaal gezien had dat het kon, volgden er al snel meer. Het plaatje was de voorpagina van een blad, 3 januari 1955. Voor de volledigheid vroeg hij aan de klas wanneer het was, waarop ik zei: 1954. Mensen verbeterden me en zeiden 1955. Maar ik zei nee, het is drie januari dus het verhaal moet in 1954 geweest zijn. De presentator zei dat ik de eerste ooit was die dat goed had. En dat zegt toch wel iets over het niveau dat ze binnenhalen bij ons, want het was alleen scherp, niet geniaal.

Daarna kwam er nog een mooi verhaal over Cliff Young, een 61-jarige Australische boer die een ultra marathon in 1983 won zonder dat hij had getraind. Hij liep in zijn gewone kleren en de andere atleten lachten hem uit. Hij won de afstand van 875 kilometer in een nieuw wereldrecord, hoe hij dat deed moet u maar eens nalezen op Wikipedia, maar het was een mooi verhaal. Waar het om ging was natuurlijk de verkopers tot inzicht te laten komen. Voor mij niet spannend, maar wel leuk om te weten hoe een verkoper zich voorbereidt op een gesprek. Volgende keer als er eentje komt kan ik hem nu nog meer in de war brengen. Bannister

Zweden

Zondagmiddag vertrek ik voor een paar dagen naar Helsingborg. U weet vast dat ik enorm van reizen hou. Dat avontuurlijke, dat op jezelf aangewezen zijn, dat gaan en maar zien waar je uitkomt, dat is mij op het lijf geschreven. Het zou mij niet verbazen als de schepper van Douwe Dabbert (Deens-Gammelpot, Indonesisch-Pak Janggut, Spaans-Bermudillo, Portugees-Danny Doodle, Duits-Timpe Tampert, Pools Daniel Dudek, Zweeds Teobald, Luxemburgs-Nicky Bommel) zich door mij heeft laten inspireren. Ik red me overal met slechts mijn knapzak. Geen zee is me te diep, geen berg me te hoog, geen brug me te ver en geen land mee te bezeilen. Mijn slaapplaats is onder de sterren. Uren zou ik kunnen vertellen over mijn reizen. Maar ja, ik ben geen opschepper en bovendien zou ik u toch maar vervelen met mijn avonturen in verre landen. Het is dat de zwaartekracht mij op deze planeet houdt, anders had ik Mars ook al bezocht.

Er is trouwens een project gaande waar mensen zich in kunnen schrijven voor een enkeltje Mars. Voorgoed. En het loopt storm. 78.000 mensen willen de aarde voorgoed verlaten om de rest van hun leven op Mars door te brengen. Nu zal dat niet al te lang zijn, de rest van je leven op Mars, maar toch. Er komen huizen om te wonen en het begint met 4 mensen. Over een aantal jaren moet Mars bevolkt zijn, en het schijnt de bedoeling te zijn dat Mars een eigen dampkring krijgt. Het lijkt me wel een uitdaging, van die dampkring. Bovendien moet je van fris houden, maar ach, wie houdt er nou niet van fris? Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat hij de smog van Peking verkiest boven lekkere frisse Alpenweiden.

Zweden, zo kom je er nooit, zo zit je er een paar keer per jaar. Per is trouwens een echte Zweedse naam. Net als Markus, Imre en Magnus. En Stig natuurlijk. Some say that in his wallet, he keeps a photograph of his wallet. Het is helemaal geen verkeerd land hoor. De mensen ook niet, helemaal niet verkeerd. Ook hun Vikingen waren niet de meest gevreesde. Volgens de Denen waren het zelfs een beetje Sissie Vikingen. En volgens de Noren is de Zweedse taal gewoon Noors maar dan wat “gay” uitgesproken. Er zit wat rivaliteit tussen de Scandinaviërs. Wij Nederlanders kunnen goed met ze opschieten. Ze beschouwen ons als een zuidelijk land, en denken dat wij Laid-Back zijn. Ik keek er ook van op toen ik het hoorde en vroeg me af hoe gestructureerd zij dan wel niet moesten zijn, om ons als zodanig te kwalificeren. Maar dat valt reuze mee. Ze zijn gewoon net als wij. Het enige aparte dat ik heb gemerkt is dat drankverslaving een taboe is in Zweden. Je kunt dus niet zeggen: ga mee een biertje drinken, je dient te zeggen: ga mee wat drinken. Je kunt immers met een drankverslaafde te maken hebben. Nou ja, als dat alles is.

Legomensen.

Toen ik kind was snapte ik de wereld. Mijn hersenen waren nog leeg en de informatie die er kwam was de waarheid. Als ik vroeg aan mijn moeder wáárvan er op de wereld het meeste was, en zij antwoordde: “zandkorreltjes”, dan was dat zo. Geen twijfel mogelijk. Toen ik dat in de klas (2) vertelde aan de juf verbeterde ze me en zei dat het water moest zijn, maar dat was uiteraard niet zo, want mijn moeder had anders beslist. Gelukkig zag de juffrouw haar fout in en zei dat er onder water natuurlijk ook zandkorreltjes lagen. Ondanks dat mocht ze ons toch gewoon lesgeven. Inmiddels weet ik dat het juiste antwoord moet zijn: elementaire deeltjes. Daarvan zijn er het meest op de wereld.

Hoewel ik dit nu weet, snap ik niks meer van de wereld. Want van hetgeen er dan het meeste is heb ik geen idee wat het is. Wat is een elementair deeltje? Tja, iets kleins, verder zou ik het niet kunnen omschrijven. Iets onzichtbaars en iets wat nog nooit iemand heeft waargenomen. Dat is de reden dat ik niks van de wereld snap, als je de bouwstenen niet eens begrijpt houdt het op.

De wereld is los zand, alles wat je denkt te begrijpen kan morgen anders zijn. Mensen zijn opgebouwd uit elementaire deeltjes, triljarden misschien wel, en elk deeltje is levenloos. Maar het geheel van die triljarden aan elkaar gesmolten deeltjes leeft wel en stoot woorden en daden uit. Die woorden en daden moeten we zien te begrijpen hetgeen compleet onmogelijk is. Toen ik nog niet wist dat we uit deeltjes bestonden maar dacht dat we gewoon van “mens” gemaakt waren, had ik dit probleem helemaal niet.

Waarom we elkaar niet begrijpen ondanks dat wel allemaal uit precies dezelfde deeltjes bestaan moet zijn verklaring vinden in de veronderstelling dat de deeltjes bij iedereen in een andere volgorde zitten. Als we Lego waren had ik bijvoorbeeld een keurig geordend kleurenschema, maar een ander zou bestaan uit blauw, geel, rood, groen, willekeurig alles door elkaar. En dan zouden we dat kunnen herordenen zodat iedereen gelijk werd aan mij en we elkaar begrepen. Nu het deeltjes zijn die we niet kunnen zien, laat staan vastpakken, kunnen we ze ook niet ordenen. Maar we praten wel met elkaar. Begrijpt u het nog? Ongeorganiseerde bendes deeltjes, waarvan alleen sommige deeltjesverzamelingen theoretisch kunnen benaderen wat een deeltje is, communiceren met elkaar en vinden het gek dat we elkaar niet begrijpen. Het is een hopeloze situatie.

Grip

Vanavond aan tafel, ik was aan de late kant, het was al over zevenen, klopte alles. Het eten was lekker, de kinderen waren vrolijk, Linda had haar liefste lach, en niet per se in die volgorde. Hans vertelde bijna onophoudelijk wat hij op school had gedaan en Tammar kon niet wachten tot morgen want dan ging ze weer naar gym. Hans vroeg of ik ook mensen kende die hun hele leven bij hun ouders bleven wonen. Zo gortig ken ik ze nu ook weer niet maar natuurlijk wel mensen die lang thuis bleven wonen. Ik zelf bijvoorbeeld was 25, avonturier dat ik ben, maar je hebt ze die het nog bonter maken. Hans was er nog niet helemaal uit of hij ergens anders ging wonen maar ik zei dat hij rustig kon blijven tot hij oud was. Tammar zou in elk geval bij hem gaan wonen als hij wegging. “Maar,” zei ze toen, en keek mij aan, “ik wil liever bij jou blijven wonen.” Waarop ik zei dat ik dat ook wel wilde.

En natuurlijk, als ze volwassen zijn gaan ze, dat is beter voor ouders en kind, en tegen die tijd gebruik je waarschijnlijk ook zachte dwang, maar nu is het nog te vroeg. Al zijn er meer dan acht jaar verstreken sinds Hans is geboren en al vijf sinds Tammar. Elke ochtend maken we grapjes en elke avond als ik thuiskom word ik blij verwelkomd. Maar Hans is al veel te groot voor mijn kinderachtigste grapjes en zelfs Tammar vind soms dat ik dom doe. Toen ze drie was lachte ze er nog luidkeels om. Drie is een geweldige leeftijd. Nog te klein voor praatjes, maar al groot genoeg voor begrip. Vijf is ook prima. Evenals acht. Het gaat niet zo hard als ze wel eens zeggen, en het duurt nog lang voor ze groot zijn, maar soms zou je een moment willen vasthouden. Hans heeft mooi haar maar zijn krullen van vroeger zijn al weg. Beiden gaan ze al met hun tas in hun hand naar de basisschool. Er komt een dag dat ze het huis uit gaan en dan sta je met lege handen. De tijd hou je eenmaal niet tegen.

http://www.youtube.com/watch?v=LNaNVuWes_U

Onvrede

Tijdens de bezetting van Nederland logeerden hier zo’n 125.000 Duitse soldaten. Kennelijk was dat genoeg om het land in bedwang te houden. Ik ken de oorlogswetten niet, maar laten we zeggen dat je op elke 100 burgers 1 soldaat nodig hebt om een land te bezetten. Hitler had in zijn hoogtijdagen ongeveer 15 miljoen soldaten tot zijn beschikking, dus kon hij een aardig gebied bezet houden, op welk idee hij dan ook gekomen was. Grootheidswaanzin en angst voor de sympathieke Britten maakten dat hij enorme gebieden in Europa bezette, waardoor hij moest wikken en wegen met zijn troepen die als gevolg van de aanvallen die ze uitvoerden, ook weer in aantal afnamen. Achteraf kan een klein kind verzinnen dat een onbetekenend land als Duitsland natuurlijk niet de rest van de wereld bezet kan houden, dus was er nooit aan begonnen, zou ik zeggen. Net als die lebensraum onzin, er was in Duitsland ruimte genoeg om de hele wereldbevolking te stationeren, dus waar maakten ze zich eigenlijk druk over? Een klein beetje boerenverstand had al die rampspoed kunnen voorkomen.

Het Nederlandse leger bestaat uit ongeveer 50.000 man, wij zouden dus net Noorwegen en Luxemburg bezet kunnen houden. Wat je daar verder aan hebt weet ik niet, en dan moet je nog hopen dat Nederland niet ondertussen wordt aangevallen door België dat zoiets natuurlijk niet gaat pikken, want dan hebben we geen soldaat meer over om tegen de Belgen te vechten. Nee, het is hopeloos. Zouden we Duitsland aanvallen zouden we hooguit Nordrhein Westfalen bezet kunnen houden, ze zien ons komen! Dat moesten we dus maar beter niet doen.

Ondertussen is het hier in Noord-West Europa al bijna 70 jaar lang vrede. Een geweldige prestatie en we hopen natuurlijk dat dat altijd zo blijft. Maar hoe waarschijnlijk is dat? Niet zo heel waarschijnlijk want in de geschiedenis barst het van de oorlogen, ook hier. Dus hoelang gaan we het volhouden? Nu is de oorlog ver weg en lijkt het alsof hij hier niet komen kan. Maar wat is er nodig voor een oorlog? Onvrede. Dat heb je natuurlijk al snel. Als ik zo op de kaart van Europa kijk, dan vraag ik mij af hoe hij eruit ziet in het jaar 2100. Zijn we dan weer twee wereldoorlogen verder, of zijn er burgeroorlogen uitgebroken? Die uitbreiding van de E.U. kan niet ongestraft zo doorgaan. Hoe meer landen erbij komen, hoe groter de kans dat zij uiteenvalt. En als zij uiteenvalt is de oorlog dichtbij, zeker als er armoede en onvrede heerst en er een populist opstaat. Die per definitie weer gedragen wordt door diezelfde armoede en onvrede. Het lijkt haast onvermijdelijk, zoals de wet van Godwin zegt dat naarmate een discussie langer duurt, de waarschijnlijkheid toeneemt dat iemand een vergelijking met nazi’s maakt. Maar ja, dat klopt altijd. Cruijff beschreef dat ver voor Godwin al met zijn uitspraak: voordat ik een fout maakte, maakte ik hem niet. Want neer komt op: hoe langer het goed, hoe nader de fout. Of zoiets.