Vakantiehorror

Niemand had me al verwacht op kantoor vandaag, dus had ik deze week nog ongemerkt weg kunnen blijven. Maar als hoeder van de vakantie-en verzuimkaarten en geweten van het bedrijf zou dat niet van tevoren in me zijn opgekomen. Achteraf wel, maar achteraf kijk je een koe in haar kont. Ik vroeg een collega hoe zijn vakantie geweest was. “Kut”, zei hij luid en duidelijk. Nu bezigt hij vaak krachttermen dus heel veel indruk maakt dat niet gelijk, maar nadat hij het had toegelicht had ik toch enige medelijden met hem, hoewel ik weet dat dat in zijn geval absoluut niet nodig is, want hij heeft het veel beter dan hij beseft. Maar omdat hij het niet beseft vond ik het toch kortstondig rot voor hem.

Hij was met zijn vrouw en drie dochters drie weken naar Kroatië geweest, en afgezien van het weer was het hem daar zwaar tegengevallen. 1500 km aan één stuk gereden, uiterst onvriendelijke bevolking die klaar stond om je een poot uit te draaien, en de €3300,- die hij voor de stacaravan betaalde bleek wel erg netto. Voor veel dingen op de camping moest nog extra betaald worden en het zwembad ging tussen de middag, op het heetst van de dag, twee uur dicht. Een ijsje op de camping kostte 4 euro, terwijl hij verwachtte dat het in Kroatië stukken goedkoper zou zijn. Zijn vrouw had in haar onbenulligheid al hun paspoorten laten innemen door de campingleiding, iets waar hij pas achter kwam op een uitstapje naar Italië. Met veel stennis en gebluf dat hij advocaat was heeft hij ze teruggekregen.

Maar wat het meest zijn vakantie had verpest was de onophoudelijke ruzie tussen zijn puberdochters. Hij heeft ze uit elkaar getrokken, witheet toegesproken en uitgelegd dat hij het hele jaar keihard werkte omdat hij twee dingen belangrijk vindt: vakantie en goed eten. Dus geen vlees van de supermarkt maar van de slager. En nu hadden zijn dochters zijn vakantie verpest. Dochters een week huisarrest, en er gebeuren geen leuke dingen meer tot aan de wintersport. Dan kijkt hij hoe het gaat en als ze zich dan nog niet gedragen gaat hij volgend jaar alleen met vrouw en jongste dochter op vakantie en de oudste twee mogen dan op kamp.

Dus nu was hij niet uitgerust en gelijk was hij weer razend druk. Buiten de € 3300 stageld heeft hij in drie weken nog € 4400 uitgegeven. € 7700 naar de kloten. U hoeft dus niet over zijn financiële situatie in te zitten, hoewel hij de eerste is die bij me aan de telefoon hangt als het salaris een dag later is. Om vijf uur was hij weg, want zijn vrouw belde dat hij thuis moest komen. Hij is een doodgoeie vent, snapt alleen helemaal niks van het echte leven.

Bedelaars

Geregeld geef ik een kleinigheid aan een bedelaar. Zeker op vakantie in het buitenland, waar je er ook veel meer tegenkomt. Niet dat ik mij nobel voel als ik geef, want ik geef vanuit mijn rijkdom, niet vanuit mijn armoede. Maar ik heb vaak met ze te doen. Misschien zitten er oplichters tussen, maar daar zit ik helemaal niet mee. Ik ben ermee begonnen nadat ik tot inzicht was gekomen dat ik op het verkeerde spoor was gezet door iemand. Ik was achttien en keek tegen hem op. Nu veracht ik zijn mening en manipulaties en ook het feit dat ik hem geloofde. Nadat hij uit mijn leven verdween ging ik mijn eigen mening vormen. Een van de dingen die hij vertelde was dat je nooit aan het leger des heils moest geven omdat die de verkeerde mensen hielpen. In die tijd weigerde ik een keer te geven aan een heilsoldate en later heb ik mijzelf als straf opgelegd om maandelijks aan het leger des heils te geven.

In Engeland sloeg ik extra sigaretten in omdat daar veel om gevraagd werd door bedelaars. Er kwam er een vragen om een sigaret, die hij wilde delen met zijn makker, dus vroeg ik of ze er allebei een wilden. Nee zullen ze in zo’n geval niet zeggen. In Frankrijk gaf ik aan een man met één been en terwijl ik bukte viel mijn zonnebril in zijn pet. Vos lunettes, riep hij en gaf hem mij nobel terug, iets waarvan ik nog altijd denk dat hij dat terug kunnen doen minstens zo belangrijk vond als mijn gift. Het meest staat me een oud vrouwtje bij, gekleed in het zwart en gezeten bij de kathedraal van Straatsburg. Zodra ik haar zag, zag ze mij ook en keek me smekend aan. Toen ik naar haar liep en haar wat geld gaf sprongen er tranen in haar ogen en ze prevelde iets onverstaanbaars. Nog lang daarna had ik spijt dat ik haar niet meer gegeven heb.

En ook deze vakantie kwam ik ze tegen. Bedelaars met een hond, die doen het altijd beter, dus vergeet vooral de eenzame mannen niet. Maar ook op de terugweg bij een benzinestation op de péage stond er een voor de ingang van de shop. Ik vroeg me nog af hoe hij daar kwam, en of hij ook tol zou moeten betalen als hij eraf wilde. Misschien was hij wel een oplichter. Maar toen ik hem een euro gaf, kreeg ik een welgemeend merci beaucoup, dat zou een oplichter nooit uit zijn bek krijgen.

Maar oplichters of niet, ik ben rijk. Ik heb een schoon bed, een dak, en eten. Om één of andere reden hebben bedelaars dat niet, maar het is niet aan mij om daar een mening over te vormen. Ik ben blij dat ik het wel heb, en moet er niet aan denken zo door het leven te moeten. En zij waarschijnlijk ook niet. Dus geef ik ze maar van wat ik toch niet mis, dus niet nobel, maar misschien omdat ik anders met een schuldgevoel blijf zitten. Het is een verrotte wereld soms.

Sur le pont…

avignonAvignon, stad van de brug, ik kan hem ieder aanbevelen. Meer nog dan de brug die maar een halve, goed, driekwart brug is maken de stadsmuren indruk. Middeleeuwse stadsmuren om het hele centrum. Dus niet zoals bij ons als we een middeleeuws stadje aanprijzen waar een stukkie muur en twee kanonnen staan, nee om de hele stad staat een muur die met gemak de Duitsers buiten gehouden moet hebben in WO II. De Chinese muur zou er bijna bij verbleken. En dan het kasteel! Groter dan groot met een gouden beeld van Maria (?) er boven op. Palais des Papes heet het. Echt waar, in het vervolg zal ik het buitenverblijf van Maarten van Rossum wat de Cannenburgh heet nooit meer een kasteel noemen. Stel dat er een toerist komt die eerder in Avignon was, je schaamt je toch te pletter? Hetzelfde geldt voor onze boerendansers die een 19e eeuwse klompendans uitvoeren. In Avignon is op elke straathoek een riddergevecht en lopen prachtige jonkvrouwen door de stad. Nee, Nederland is fijn om te wonen en we voetballen leuk mee, maar we zouden het moeten sluiten voor toeristen. Avignon staat nu in mijn top drie van mooiste steden die ik ooit bezocht heb. Stockholm, Avignon, Londen, in die volgorde.

De brug zijn we trouwens niet op geweest ondanks dat ik eerst zei dat je niet Avignon kunt bezoeken en dan niet de brug op gaat. Toen we eindelijk de ingang gevonden hadden bleek je er 4,50 p.p. te moeten betalen. Zoveel hou ik ook weer niet van dansen.

Rijden in Frankrijk

Rijden in Frankrijk is anders dan rijden in Nederland. De wegen zijn spiegelglad, als in: niet hobbelig en slingeren zich door de bergen heen. Om een volgend dorp te bereiken moet je langs een berg en meestal leiden er verschillende wegen naartoe. Pak je een D-weg dan is het genieten. Je mag er 90 en nergens voel je de behoefte harder te gaan. Soms is het zelfs lastig die snelheid te halen. Het is schakelen en sturen, je bedient de auto zodanig dat hij het naar zijn zin heeft. Want als de auto het naar zijn zin heeft, dan hebben de inzittenden dat ook.
Als je de navigatie instelt op de kortste route komt het moment dat je een smal bergweggetje op gaat. Twee auto’s kunnen er niet passeren zonder dat er een in het ravijn stort. Haarspeldbochten naar boven, terug naar de eerste versnelling, uiterst wijd insturen voor het overzicht en dan weer snel naar binnen. Ondertussen zie je om je heen eindeloze stukken Ardèche. Iedereen geniet, maar papa het meest.

De heenreis is ook vakantie

De reis is ook vakantie, dat is het standpunt dat we elk jaar innemen, zo ook dit jaar. Maar dit jaar zit het niet mee. We rijden gezamenlijk met zwager en schoonzus en vertrekken een half uur later dan gepland. Het is druk op de weg en bij Nijmegen staat een vierdaagse file. Die weten we nog te ontwijken door over Eindhoven te rijden maar bij Maastricht is het voor de eerste keer raak. Eigenlijk wil ik al stoppen maar Linda vindt dat geen goed idee. Zij wil in Luxemburg stoppen omdat daar de sigaretten goedkoper zijn. Maar in het zuiden van België komt zwager naast mij rijden om aan te geven dat er geplast moet worden. We stoppen vlak voor Luxemburg voor een plaspauze. Terwijl zwager en Linda met de kinderen naar de wc gaan blijven schoonzus en ik bij de auto’s.
Een vrouw tegenover ons draagt een kind en struikelt. Schoonzus schiet te hulp en uit de auto waar ze bij hoort stapt een man met een zonnebril die ik ondanks zijn vermomming herken als Thomas Acda. Hij kijkt ons even aan maar groet niet. Hij kiept een fles water over het zere been van zijn vrouw en gebiedt haar in te stappen. Ze rijden weer door , zijn vrouw zwaait nog even naar ons. Ik zing een liedje over Herman in de zon op een terras.

Even later vervolgen ook wij onze weg om dertig kilometer verder in Luxemburg te stoppen voor benzine en sigaretten. Vanaf dat moment tot aan de Peage is het file. Voor de eerste keer valt Hans het mooie kerkje naast de snelweg bij Thionville op. Het kerkje dat er vroeger al stond en waarop mijn oma mij attendeerde toen wij vroeger naar Zuid-Frankrijk reden. Hans vond het een mooi kerkje, en dat is het ook, een mooi kerkje.

Niet veel later in de file voel ik een schok door de auto gaan. Linda denkt dat de auto afsloeg maar ik zeg dat er iemand tegen ons aan gereden is. En dat is ook zo. Een Franse jongeman heeft ons geraakt. Ik stap uit en bekijk de achterkant van de auto. De Fransman doet hetzelfde en begint wat krassen van mijn auto te vegen. De schade stelt niet veel voor, maar mijn auto is drie maanden oud en bovendien van de leasemaatschappij. Mijn kennis van de Franse taal is ineens weg en ik ga over in het Engels, een taal die de jongeman maar matig beheerst. Hij zegt dat het zijn fout was en stelt voor even iets op papier te zetten. Ondertussen blokkeren we de linkerrijbaan en ik stel voor op de vluchtstrook te gaan staan, maar hij zegt dat dat te gevaarlijk is omdat er precies op dat punt een oprit zit.
Het overige verkeer gaat ons rechts voorbij terwijl wij vluchtig het schadeformulier invullen. Een vrachtwagenchauffeur vraagt even later waar ik mee bezig ben maar ik roep in het Engels dat ik hem niet begrijp, waarop hij zich richt tot de Fransman die hem uitlegt dat het aan de kant te gevaarlijk is. Het schadeformulier wordt afgeraffeld en ik vraag hem om zijn gegevens en zijn handtekening en we vervolgen onze weg. Hij heeft niet eens een kopie gekregen. Bij de eerstvolgende parkeerplaats stoppen we weer want ik wil de leasemaatschappij bellen. Ik vraag Linda het nummer op te zoeken van mijn vaste contactpersoon maar ik geef haar de naam van de contactpersoon van drie werkgevers geleden. Normaal zou ik nooit zomaar op die naam gekomen zijn maar in stresssituaties werken mijn hersenen niet zoals ze zouden moeten. Ik moest diep nadenken over de juiste naam maar na tien seconden wist ik hem. Ik regel wat met hem en wederom vervolgen we onze weg.

Tot aan de tolweg blijft het langzaam rijden. Veel later dan gepland bereiken we het hotel in Dijon voor de overnachting. Natuurlijk hadden we de kinderen al verteld dat er een zwembad bij was, en daar hadden ze zich op verheugd. Nu moesten ze wachten tot de volgende ochtend. Merde! Voor het eerst vond ik de reis geen vakantie en Linda was het volmondig eens.

Ongemakken.

Leuke karaktereigenschap van me om een helling waarop de meeste mensen halverwege een adempauze nemen, uitsloverig te beklimmen met Tammar op mijn nek. Gedachten uitschakelen en 100 meter naar boven lopen om daar de glorie in te halen. Een soort Via Gladiola zeg maar. Of het ermee te maken heeft weet ik niet maar feit is wel dat iedereen nu aan het zwemmen is en ik amper meer op of neer kan. En dat was het niet alleen, ook kinderen hoog boven me uit tillen en een end in het zwembad gooien zal niet bevorderlijk zijn voor de staat van je onderrug.
Ik blijf altijd maar denken dat wanneer ik geen pijn voel, ik onkwetsbaar ben. Zeker nu ik het opdrukken uitgevonden had als probaat middel tegen rugklachten. Hoe krijg ik deze dommigheid onder controle? Waarom bezin ik niet eer ik begin? De afgelopen maanden heb ik regelmatig Linda proberen te overtuigen dat ik het nu gevonden had, met dat opdrukken, maar nooit kreeg ik het gevoel dat het lukte. In plaats daarvan gaf ze me vaak een kort knikje. Misschien was ze in de lach geschoten als ze er serieus op in gegaan was. Ja, al die tijd heeft ze geduldig als alleen een vrouw dat kan, zitten afwachten tot het weer mis zou gaan. Om me in te wrijven dat die paar push-ups ook niet zouden verhinderen dat ik me nu beweeg als een zak tentstokken. Nu wil ze me naar de sportschool hebben. Twee keer per week mijn rug trainen tussen al die andere kneuzen.

100.000

Wij zijn op vakantie. De reis gaat wederom naar Zuid Frankrijk zoals praktisch altijd. Voor het eerst heb ik niet het heimwee gevoel gehad wat ik altijd heb zo vlak voor een vakantie. Vreemd. Ben ik dan toch nog in een ontwikkelingsproces? Ik doe helemaal niet meer aan check-check, dubbelcheck zoals vroeger. Olie wordt niet meer gepeild, verlichting niet meer nagekeken, route wordt niet meer uitgestippeld, gewoon karren met die hap. Dat ging vroeger wel anders, maar toen was Zuid Frankrijk ook nog onderontwikkeld gebied waar je wekenlang geen contact meer had met de Noord-Europese beschaving. Het is heet in de Ardeche, nog heter dan hier maar op mijn vakantie hou ik daar wel van. Warmer dan 35 graden hoeft van mij ook weer niet maar zo rond de dertig vind ik wel aangenaam.

Mijn weblog gaat in de vakantie door de 100.000 hits. Dat lijkt niet zoveel, maar als al die ellende met web-log nooit was gebeurd had ik nu gewoon nog daar gezeten met 1000.000 hits + alle foto’s nog gewoon zichtbaar. Maar die 100.000e daar zal ik even geen getuige van zijn. Is ook niet erg, want mijlpalen zijn alleen belangrijk in een uitgestippeld leven, en u weet: Bookkeepers live life to the max. Dus. Maar ik, en de rest van het gezin hebben er zin in. In de vakantie verdwijnt de sleur en kom je even los van je werk en misschien dringt de vraag zich wel even op waarom we eigenlijk moeten werken. Want de vakantie noemen we het echte leven maar dat klopt niet. Het echte leven is de rest van het jaar. En dat is gelukkig ook lang niet slecht. Maar die paar weken vakantie per jaar zijn een verworven recht. Kom daar niet aan! Pensioenleeftijden die verhoogd worden laten we gelaten toe omdat het toch de ver van mijn bed show is, maar kom niet aan de vakantie want dan komt Nederland echt ouderwets in opstand, gaan er koppen rollen en ik hanteer de bijl.

Veel geluk allemaal, tot over een paar weken. Ik wens u allemaal een prachtige zomer met mooie zomeravonden. Word ik toch weer weemoedig.

Haan

Volgens Hans is mama belangrijker dan papa. Dat komt zo: ik legde hem uit dat ik vroeger de mazelen heb gehad en dat ik dus bijna dood was. Is absoluut niet zo, want ik was gewoon ziek, maar tegenwoordig ben je bijna dood. Maar niet helemaal Hans, anders was jij er niet geweest. En dat snapte hij niet. Dan was mama toch met iemand anders getrouwd en dan was ik er toch ook? Ik was een tikje verontwaardigd, maar kon hem ook niet precies uitleggen wat nu precies mijn bijdrage aan hem was. Misschien qua moeite niet zoveel, want verwekken is in een mum van tijd gebeurd en je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben. In tegendeel, hoe minder je gestudeerd hebt, hoe groter de kans op een verwekking.

Ik wilde Hans wel uitleggen dat hij 50% van mijn genen heeft meegekregen en dat hij dat niet moest onderschatten. Dat hij in de eerste plaats geen Hans had geheten, maar dat het nog maar afwachten was of die andere genen wel zouden kunnen wedijveren met de mijne. Zou hij bijvoorbeeld anders ook van dat mooie haar gehad hebben? Zou hij anders nu al de bruine slip judo hebben? Ik bedoel maar. Ja, kom niet aan mijn rol. Dat beetje rol dat je als man in de 21e eeuw in West-Europa nog hebt dient met hand en tand verdedigd te worden.

Natuurlijk is mijn rol en die van vele vaders stukken groter dan hij lijkt. Het spreekwoord zegt dan wel dat het de haan is die kraait maar dat het de hen is die de eieren legt, maar dat is achterhaald. Dat is uit de tijd dat moeders nog verstandige vrouwen waren die zorgden dat het hun man aan niets ontbrak. En zeker niet aan eieren. Maar tegenwoordig kraait de hen en legt de haan nog steeds geen eieren. Waarmee ik zeggen wil dat de vader nog precies doet wat hij altijd al deed, alleen wordt het hem moeilijker gemaakt doordat de hen ook haar zegje doet en hij zelf zijn eitje moet bakken. Gelukkig geldt dat niet bij ons.

Mijn Chinese sterrenbeeld is haan, en het bijzondere aan hanen is dat ze altijd gelijk hebben wanneer ze hun observaties uitdrukken via hun meningen. Daar kan een kip natuurlijk heel anders over denken, maar Chinezen liegen nooit. Tenminste niet veel. Verder staat de hele beschrijving van de haan vol met louter goeds, met als enige kleine aandachtspuntje dat de bescheidenheid soms naar de achtergrond wordt verdreven. Maar dat is vaak niet eens zijn eigen schuld, dat wordt gevoerd door zijn omgeving. Als die eens een klein beetje minder complimenteus zou zijn, zou ook de bescheidenheid de haan sieren. Dus een zoon die het nog niet helemaal begrijpt kan het soms wat lastig maken voor de haan. Bovendien is mijn Nederlandse sterrenbeeld maagd, en maagden staan bekend om hun bescheidenheid, en ook omdat ze altijd gelijk hebben wanneer ze hun observaties uitdrukken via hun meningen.

Nog een paar dagen volhouden, dan ben ik op vakantie. Uiteraard naar het land van de haan.

Een historisch moment

Het nieuws over de gevonden wolf in Luttelgeest windt mij op. Ik heb er door de jaren heen al over gelogd, over de terugkeer van de wolf in Nederland. Als u mij niet gelooft, kan ik u op verzoek de linkjes toesturen. In 2008 zijn de wolven pas herontdekt in Duitsland, op 400 km van onze grens. En hij is in de jaren daarna al diverse malen gesignaleerd in Nederland, maar nu weten ze het dan voor 98% zeker, de wolf is terug. Nou ja, niet echt natuurlijk, want hij is gelijk doodgereden dus zitten we weer zonder wolven. Wat me irriteert is de nodeloze voorzichtigheid in de stellingname dat het inderdaad om een wolf gaat. Het zou immers om een hond kunnen gaan. Een pekinees. Een kind kon aan de foto zien dat het een wolf was! Na onderzoek van de maaginhoud, alwaar men een bever aantrof -typisch hondenvoer- en onderzoek van de rest van het lichaam durft men met 98% zekerheid te stellen dat het om een wolf gaat. Nu nog even het DNA onderzoek afwachten.

Natuurlijk is het een wolf, stelletje geldverslindende prutsbiologen! Het zou mij niet verbazen als ze straks per ongeluk het DNA van de bever afnemen en op basis daarvan concluderen dat het geen wolf is. En die eerdere waarnemingen in Nederland betrof ook wolven. Waarom de waarnemer niet op zijn woord geloven? Bovendien, wat maakt het uit of ze er zijn of niet zijn, het gaat erom dat we zeggen dat ze er zijn, want zien doen we ze toch nooit. Overigens, wat ik dan minder vind aan deze wolf, is dat hij een bever op zijn menu had staan. Ja natuurlijk, zo’n wolf weet ook niet dat die beschermd zijn, maar neem een everzwijn of zo. Daar zijn er zat van en dan hoeven die ook niet afgeschoten te worden. Bovendien zitten we nu weer zonder bevers in Nederland, want de voltallige populatie van één stuk zat in zijn maag.

Ik weet niet waarom ik het zo magisch vind. Waarschijnlijk komt het door mijn oma, die vroeger op een camping in Frankrijk gehuil hoorde en concludeerde dat het een wolf moest zijn, wat indruk op me maakte. 150 jaar is het geleden dat de wolf werd uitgeroeid in Nederland. Roodkapje was hier hoogstpersoonlijk debet aan. En nu loopt hij hier weer rond, een prachtig dier, een van de efficiëntste roofdieren die er zijn. Het CDA gaat weer aan de macht komen omdat boeren bang zijn hun veestapel te verliezen. Over dat laatste ben ik minder opgewonden, dat is gewoon meer van hetzelfde.

Maar bedenk dit eens. Mijn oma heeft bijna een eeuw geleefd en ze heeft nooit meegemaakt dat er wolven in Nederland leefden. Nou ja, ze heeft het wel meegemaakt, maar het was nog niet bekend. En nu, wij allen die dit lezen kunnen, maken het wel mee. Het is een historisch moment. Wee degene die zich voortaan tijdens een strenge winter op de toendra’s van het oosten waagt.

Nevada

Het zijn drukke weken geweest op mijn werk, en ik heb een soort van vriendschappelijke relatie opgebouwd met een Noorse collega. Het ging om een zogenaamde wereldwijde roll-out van een ERP pakket, en in de Benelux vestiging waar ik werk, zijn nieuwe records gevestigd. Ik zal er niet teveel op in gaan, maar belangrijk voor u is te weten dat we de Duitsers hebben verslagen en dat we de ranglijst aanvoeren. We hebben het gevierd met elandvlees en patat speciaal. Gisterenavond, toen we klaar waren trakteerde ik Thor (de Noor) op patat speciaal, want ik vond dat hij dat gegeten moest hebben na zijn verblijf in Nederland. Kort daarna haalden we zijn vrouw op van het station in Amersfoort, die over was gekomen om vandaag met haar man naar Italië door te rijden voor een vakantie. Zoals mij niet verbaasde door de manier waarop mijn vrouwelijke collega’s op Thor reageerden, had hij een aantrekkelijke vrouw met blond, lang haar. Ze zeulde zware handbagage mee en zei dat het haar veel moeite had gekost om die in het bagagevak van het vliegtuig te krijgen. In Noorwegen waren niet meer zoveel gentlemen klaagde ze, dus moest ze het zelf doen. Ik zei dat er in Nederland ook niet meer zoveel waren, maar dat er hier en daar nog wel eentje te vinden was, en hield de deur van mijn auto voor haar open. Zo makkelijk scoren weer.

Laat was ik thuis en vroeg moest ik op. Hans speelde zijn eerste voetbalwedstrijd in clubverband. Op kunstgras nota bene. Ik hou best van voetbal, ik heb het zelf ook gespeeld, maar half negen is best vroeg, maar daar is overheen te komen. Waar al moeilijker over heen te komen was, was de geluidsinstallatie daar die op dat tijdstip al veel te harde Golden Earring muziek speelde. Maar gelukkig toen de wedstrijd begon ging dat zachter. Waar helemaal niet overheen te komen was, waren de twee achterlijken naast mij die hun kind stonden aan te moedigen. 20 meter verder stond er nog een die klonk als een schorre buldog. Een van hen was een wijf. “Vrijlopen! Afspelen! Even sorry zeggen! Actieve houding! Schieten!” Dat soort termen. En dan nog een paar compleet achterlijke namen van die kinderen erbij. Nevada of zoiets. En ik zweer het, geen vijf seconden stil. Mijn buurman aan de andere kant zei zachtjes tegen mij dat die kinderen dat geschreeuw toch niet hoorden. Ik zei wat harder dat het hoogst irritant was. En dat was een understatement. Het is een reden om je kind weer van voetbal af te halen, al kun je hem dat niet aandoen.

Hans deed het goed. Zeker niet het beste, maar hij was voor het eerst. Maar ik zag hem toch een gat trekken op een manier die me aan Marco van Basten deed denken. Hij had de voorzet moeten krijgen maar fucking Nevada ging voor eigen succes. Roemloos ging de kans ten onder. Maar ons pensioen staat vast. Als hij maar niet om onverklaarbare redenen op zijn 12e stopt, net als zijn vader, die een carrière als boekhouder verkoos. Maar die nu wel wereldkampioen is en de Duitsers verslagen heeft.