Waar was je al die tijd?

Met wie zou je wel eens een lange autoreis willen maken? Die vraag zag ik vroeger vaak in een vaste rubriek van Autovisie waarin deze vraag gesteld werd aan een min of meer bekende Nederlander. Als ze het mij zouden vragen zou ik antwoorden: mijn vader. In 1985 doofde zijn kaarsje op 40-jarige leeftijd en inmiddels ben ik ouder, maar hij blijft altijd mijn vader, en vaders zijn nu eenmaal ouder en wijzer. Hoe oud ik ook word, ik blijf altijd kind en hij de vader.

Maar stel dat hij er ineens weer was. Dat hij -en de gedachte is wel eens door mijn hoofd gegaan- om redenen die ik niet begrijp niet echt dood was maar voor een of ander geheim project 28 jaar lang afgezonderd van de moderne wereld heeft geleefd en ineens in 2013 terugkwam. Dan zou ik een paar weken na de hereniging met hem een lange autoreis willen maken van een dag of twee. Dan zou ik hem laten zien wat er allemaal veranderd was in de tijd. We zouden op mijn auto aflopen en ik zou hem zeggen dat je geen sleutel meer nodig had maar dat de auto vanzelf openging als je de deurgreep pakte. Dat er geen sleutel meer in het contact hoefde maar dat er een startknop was. Dat het een diesel was maar dat je dat niet meer hoorde. Dat we konden bellen vanuit de auto en dat er een navigatiesysteem opzat, en ik zou hem uitleggen hoe dat werkte. Dat een diesel nauwelijks meer onderdeed voor een benzinemotor en dat je tegenwoordig 130 mocht in plaats van 100. Dat mijn auto nog maar eens in de 30.000 kilometer terug hoefde naar de garage voor onderhoud. Dat je tegenwoordig internet en zoekmachines had, en Wikipedia waarop je alles kon terugvinden. Dat iedereen in Europa de Euro gebruikte en dat je je paspoort niet meer hoeft te laten zien aan de grens. Hij zou die dingen geweldig vinden.

Er zouden ook mindere dingen zijn die ik hem moest vertellen. Dat het crisis was maar dat we eigenlijk meer konden dan vroeger toen het geen crisis was. Dat de maatschappij wat aan het verharden was, terwijl de mensen steeds minder aankonden. Dat veel mensen carrière maakten en hun idealen achter zich gelaten hebben. Dat de taal nu vol met Engels zit. En dat kanker nog steeds niet onder controle was. Dat de Twin Towers er niet meer stonden. Dat de politie niet meer in Porsches reed en dat de VUT afgeschaft was. Dat zijn moeder onlangs overleden is.

En er zouden dingen zijn die bij hetzelfde waren gebleven. Het Nederlands Elftal was weer tweede geworden bij het WK. We gingen nog steeds met de auto op vakantie naar Zuid-Frankrijk. We hebben nog geen buitenaards leven ontdekt en Einstein is nog steeds niet onderuit gehaald. We betaalden nog steeds belasting en je kon nog fietsen in het bos. En er zijn nog steeds mensen die die moeite waard zijn.

Maar het mooist zou zijn om mensen aan hem voor te stellen. Linda, Hans en Tammar. “Jij was toch heel erg ziek”, zou Hans vragen. “Jij was toch dood, opa Hans”, zou Tammar vragen. En daar zou hij dan geen antwoord op hebben. Waar was je al die tijd?

Auteur: Mack

Veertiger die lang geleden begon met bloggen en tot nu toe volhardt. Kwam zelfs met de blogwet 2011 om tegenwicht te bieden aan de vele overlopers van weblog naar hypes zoals FB, Twitter en andere vluchtige en oppervlakkige zelfbevlekking. Ik schrijf dwangmatig. Maar ook omdat ik het leuk vind. Soms ben ik te moe, of staat de tv te hard om me te kunnen concentreren. Maar meestal schrijf ik. Soms een paar dagen niet. Maar ik kom altijd terug naar hier. Want dit is m'n tweede huis.

9 gedachten over “Waar was je al die tijd?”

Zegt u het maar

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s