Op mijn werk gebeuren grappige dingen, je kunt ze tenminste op een grappige manier vertellen. Maar eigenlijk zijn ze diep triest. Zo liepen wij ons maanden druk te maken over vier mensen die eruit moesten, gevechten met de OR, mailtjes over en weer, en wij wachtten in spanning af. Eindelijk wisten we wie het waren, en al vrij snel daarna is afscheid van de betreffende mensen genomen, na jaren van trouwe arbeid.
We zijn nog geen drie weken verder of we krijgen doodleuk een mailtje dat er 10% van het personeelsbestand uit moet. En we weten niet wie. En eigenlijk lopen we wat verdwaasd rond. Net aan het bijkomen van de heisa om de eerste vier, en nu dit. “Kan dit zomaar,” denken wij dan, maar ja het kan. In andere landen zijn ze al geinformeerd en opgedonderd, bij ons duurt het i.v.m. lokale wetten wat langer.
Dus ja, zo heb je een vaste baan, en zo heb je hem niet. Ontslag op economische gronden, heet het dan. Ikzelf denk de dans te ontspringen, maar daar gaat het even niet om. Ik loop al een jaar inefficient te zijn op mijn werk, dus als ze slim zijn gooien ze mij eruit. Maar dat zien wel dan wel. In elk geval, als je er nu niet bij zit, kun je opgelucht ademhalen. Een weekje. Want dan kan het zomaar zijn dat er ineens 20% uit moet. Het is de waan van de dag, aan de overkant van de plas. Ze willen ons kwijt. We gaan eraan.