De eeuwige roem

Een jaar of vijf geleden volgde ik de opleiding fiscaal adviseur. Met goed gevolg, dat ook nog waardoor ik de titel FA mocht voeren. Niet dat ik dat ooit gedaan heb. Sterker nog, ik heb die opleiding voor Jan met de korte lul gevolgd, want ik ging weg bij het administratiekantoor waar de opleiding goed van pas kwam. In mijn nieuwe functie was het niet echt handig, daar bleef het bij fiscale algemeenheden.

Door een overname van het bedrijf waar ik werkte had mijn nieuwe functie nog minder raakvlak met belastingen, en inmiddels ben ik gewoon weer een leek. Ik kwam er tenminste net achter dat er zoiets bestaat als tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. En dat baart mij toch enigszins zorgen. Ik onderhoud mijn kennis niet en dat is natuurlijk jammer. Nu ben ik weer gevraagd voor een andere functie die nog minder raakvlakken met belastingen heeft. Ook met mijn opleidingen en ervaring. Maar ja, ik was opgevallen omdat ik een bepaald trucje goed kon, en nu zitten we in de fase dat er onderzocht wordt of ik in een ander team kan komen werken. Een meer sales ondersteunende rol dan een finance rol, die hier toch zo goed als uitgespeeld was. Ik bedoel, een boekhouder zonder controle is geen boekhouder. Misschien moest ik het gewoon maar eens wagen.

Het is tenslotte zo dat het nooit zo loopt als dat je gepland had. Dat heb ik nu gezien bij de belastingopleiding. Als ik het geweten had, zou ik niet twee jaar lang vier avonden in de week hebben zitten zwoegen. Maar aan de andere dan hadden we nu dan ook geen blogwet gehad. Niet dat veel mensen zich er nog aan houden, maar dat komt natuurlijk omdat ik er ook geen controle meer op uitoefen. Ik had rijk kunnen worden van de dwangsommen inmiddels. Het zijn er nog maar enkelen die aan de blogwet 2011 voldoen. Die mensen moeten we dan ook koesteren. Ze hebben iets te vertellen en zijn bereid het met de wereld te delen. Sommigen doen dat min of meer anoniem, zoals ik, en anderen doen dat met hun echte naam, die ik hier uit privacyoverwegingen niet zal noemen. Het is anders dan Twitter, waar het gaat om kortstondige roem, ook wel populisme genaamd. Hier gaat het om eeuwige roem. Tenminste, als er geen Sanoma-achtige drama’s gaan plaatsvinden met WordPress. Want daar is geen bestand tegen bestand.

De antirookcampagne.

Ik zag zojuist een discussie op televisie tussen een longarts en de directeur van Philip Morris. Het bedrijf had een nieuwe e-sigaret ontwikkeld, en uit onderzoek was gebleken dat er 90 tot 95% minder schadelijke stoffen in zaten dan in gewone sigaretten. De longarts wilde er niets van weten, en ging vol in de aanval, daarbij geholpen door presentator Twan Huys, terwijl de directeur aanvoerde dat er ondanks al het ontmoedigingsbeleid een groep is die blijft roken, en die ze hiermee tegemoet wilden komen.

Het is natuurlijk lastig, in deze tijd een sigarettenfabriek voeren, het beleid ook nog moeten verdedigen omdat het eenmaal je werk is, en daarbij aangevallen te worden door een longarts en ook nog de publieke opinie tegen te hebben. Het is meer geaccepteerd om in de porno-industrie te werken dan in een sigarettenfabriek. Maar toch moet mij iets van het hart. De staatssecretaris van Volksgezondheid mocht namelijk ook zijn zegje doen, en die zei met triomfantelijke blik dat hij geen uitzondering zou maken op de regels voor de e-sigaret omdat hij niet de staatssecretaris van een beetje volksgezondheid was, maar van volksgezondheid, en dat ook deze nieuwe sigaret nog steeds ongezond was. Alsof de man bij het antirookkamp hoorde dat hier gevormd werd door Twan Huijs en mevrouw de longarts. De longarts vond dat de directeur schijnheilig was om een minder schadelijke sigaret te willen aanprijzen. In plaats daarvan zou die geen tabak meer moeten produceren.

Tja, denk ik dan. Wie is er hier nu hypocriet? De staatssecretaris toch zeker? Verbied dan morgen dat hele roken, als je zo anti bent! En de longarts toch ook, door de staatssecretaris in haar kamp op te nemen? En Twan Huys toch al helemaal, als onafhankelijke presentator? De fabrikant zegt nota bene dat als mensen geen gezondheidsrisico’s willen lopen, ze het roken in het geheel moeten afzweren. Maar voor degenen die dat niet lukt, of die dat niet willen hebben ze een alternatief. Zo slecht vind ik het nog helemaal niet klinken. Ik vind trouwens toch dat als je oud genoeg bent, je zelf moet beslissen of je rookt. Tenminste, het zou niet iemand die niet huilt op je begrafenis mogen zijn, die zich ermee bemoeit. Als je het risico wilt lopen om aan de gevolgen ervan dood te gaan, dan is dat een mensenrecht.

Maar begin gewoon nooit met roken, dat is het allerbeste.

Foutje, bedankt.

Het zijn ineens roerige tijden op mijn werk. Veel veranderingen op til, en ik mocht vandaag weer even de boekhouder spelen. Want dat ben ik allang niet meer, voor degenen die dat niet wisten. Ik heb een dure Engelse jobtitle die heel weinig zegt over mijn werkzaamheden. Ik lijk op een manager, maar dan zonder mensen onder me, en die dus niks te vertellen heeft.

Het ligt mij wel, dingetjes uitzoeken. De loonadministratie had een foutje gemaakt, zodanig dat mijn volledige 13e maand nu aan belasting opgaat en ik die vaarwel kan zeggen. Sterker nog, ik vrees dat ik in december inclusief dertiende maand netto minder ga overhouden dan in een normale maand. Ik realiseerde me het pas toen ik het de rest had uitgelegd, maar bij hen was de impact stukken minder. Die anderen wisten ook gewoon dat we een dertiende maand kregen, ik niet. Dat is wel typisch voor mij, ik denk nooit over dat soort dingen na. Mijn salaris is éénmalig afgesproken, en daarna kijk ik er niet meer na, en weet dus ook niet hoeveel het is, vooral niet netto, en ik heb ook geen idee wanneer het komt. Ik bemoei me thuis ook niet met de financiën, maar dat hoeft ook niet want die taken heb ik uitbesteed aan mijn vrouw. Of zij heeft ze zich toegeëigend, dat kan het ook zijn. Vreemd blijft het echter wel dat ik hier thuis niet zou weten hoe ik ergens geld naartoe moet overmaken. Of dat ik weet hoe het er voorstaat op de bankrekeningen. Zeker voor de ex-boekhouder die op zijn werk wel alles onder controle hield.

Stiekem vond ik het wel leuk dat de loonadministrateur bij mij kwam vragen hoe het nu werkte, met de bijzondere beloningen. Een sorry voor de fout kon er niet af, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ook lastig is om zulke dingen vooraf goed in te schatten. Bovendien, als ik beter had opgelet, had ik het al veel eerder kunnen zien. Maar ja, mijn werk is het niet meer, die loonadministratie. Wat het nog wel is, daarover een andere keer meer.

De Goelag Archipel

Ik lees Solzjenitsyn, de Goelag Archipel. Waarom? Omdat ik het even zat was, die thrillers allemaal met de politie en de boef. Dus ik dacht, ik zet hoog in, op een van de beste schrijvers ter wereld. In het begin vond ik het wat vreemd, want het leek slechts een verslag van de feiten. Het las wat lastig met al die Russische namen en termen en het vorderde maar langzaam. Maar ineens had hij me en voelde ik de man aan. Ik denk te begrijpen waarom, al ben ik pas op gang gekomen in het boek.

Aleksandr Solzjenitzyn heeft ook een politie en boef roman geschreven. Alleen is de politie de boef, en de boef is onschuldig. Hij trekt conclusies over Rusland, het apparaat, het volk, het systeem en de toekomst. Hij overleefde het strafkamp, en op straffe van weer een strafkamp, schreef hij in het geheim het boek. Zijn radar voor wie te vertrouwen was en wie niet, heeft hem nooit in de steek gelaten.

Ik had vroeger ontzag en angst voor Rusland, en zag het als een land waar ze je voor het minste of geringste naar Siberië stuurden. Sinds ik een Russische collega heb, had ik het beeld van het onvriendelijke Rusland wat bijgesteld. Zij zegt dat het allemaal wat overdreven is, en dat de Sovjettijd een goede tijd was. Nu ik dit boek lees, weet ik dat mijn beeld klopte en dat van mijn ervaringsdeskundige collega niet. Dat lijkt wellicht het toppunt van arrogantie, maar dat komt volgens Solzjentisyn omdat Rusland niet afgerekend heeft met het verleden en ze niet de schuldigen van het misdadige systeem voor het gerecht heeft gebracht. Want wat zou Rusland de wereld nou kunnen leren zonder eerst in het reine te komen met zichzelf, zo vraagt de schrijver zich af. Als ik het uit heb, vertel ik verder.

Reptielenbrein

Mijn valkuil ligt altijd voor me. Soms kilometers, maar soms ook maar een paar meter. Soms val ik erin. Een ander ziet mijn valkuil en loopt er langs, maar ik niet. En als ik er al langs loop, wordt er wel ergens een nieuwe gegraven. Het zijn altijd dezelfde angsten die de kop op steken. Waar een ander kan terugvechten, kan ik alleen bevriezen. Dat schijnt te maken te hebben met mijn neocortex, die slaat op slot en dan neemt mijn reptielenbrein het over. Dat brein weet slechts van vechten, vluchten of bevriezen.

Het reptielenbrein zou alleen moeten werken bij levensbedreigende situaties, maar helaas, het zit me in de weg. Nu maak ik niet echt vaak levensbedreigende situaties mee, maar in films neemt het reptielenbrein van de held het nooit over. Hij blijft met zijn neocortex nadenken, en dat redt hem. De mijne staat niet goed afgesteld en grijpt te snel in. Zo vraag ik mij regelmatig af of ik in een noodsituatie het nummer 112 kan herinneren. Ik ben bang dat ik nog steeds 06-11 intik, als ik mijn telefoon al weet te bedienen. In mijn angstdromen gaat dat altijd fout. Honderd handelingen voer ik uit, maar nooit de juiste. Of pas als het veel te laat is.

Ik denk dat ik het maar laat verwijderen, dat reptielenbrein. Normaal als het over de evolutie gaat krijg ik altijd te horen dat er binnen tien jaar al effecten waar te nemen zijn, maar dat stomme brein zit er nog steeds na miljoenen jaren. Terwijl het duidelijk is dat James Bond gered werd door zijn neocortex, niet door zijn reptielenbrein.

Jongen-meisje

Ik zat gisteren nog de ongein te lezen die ik schreef voordat Tammar geboren werd. Dat ze een jongen moest worden omdat ik eenmaal geen idee had wat ik met een meisje aanmoest. En dat toen bekend was dat ze een meisje was, ik klaagde dat mevrouw Mack zich niet aan de afspraak hield; ze zou zes zonen voor mij baren. Het was allemaal net wat minder, een meisje.

Grote onzin natuurlijk, dat wist ik toen ook al, alleen toen schreef ik die onzin nog op. Inmiddels zou ik dat zelfs niet meer doen. Want een meisje is minimaal zo leuk als een jongen, en als je een jongen en een meisje hebt is het helemaal feest. Ik ben tenminste erg gek op mijn meisje en dat is nooit anders geweest.

Maar nu moet ik wel zeggen dat mijn meisje een prachtige meid om te zien is, maar verder is ze gewoon een jongen. Ze voetbalt, ze judoot, en ze speelt evenveel met vriendjes als met vriendinnetjes. En ze vraagt voor Sinterklaas gewoon een op afstandbestuurbare auto. Die kreeg ze dan ook, mijn jongen-meisje.
radiogr

Ontspanning

Door het aardedonker loop ik ’s ochtends, voordat ik naar mijn werk ga, te wandelen met de hond. Wij noemen het “het zandpad”. Ik geloof niet dat het zandpad een naam heeft, maar je kunt er met de auto over, al zie je er zelden een auto rijden. Ik ben er in het donker ook de enige die er loopt, samen met mijn hond.

Ik zie de hond niet in het donker, pas als ze op vijf meter afstand is zie ik haar gestalte op mij af komen. Ze heeft wel een halsband met een lampje, maar ik denk er niet altijd aan die om te doen. Maar wat ik laatst ontdekte was dat als ik niet midden over het zandpad tuurde, maar meer over het weiland ernaast,  ik haar zwarte gestalte al veel eerder kon zien vanuit mijn ooghoeken. Als ik vervolgens weer focuste was ze verdwenen, en keek ik er langs, dan zag ik haar weer.

Hetzelfde verschijnsel heb ik met een aantal sterren die ik altijd “de kleine beer” heb genoemd. Ik weet intussen dat ik vroeger verkeerd ben voorgelicht, en dat het steelpannetje dat ik zo noem, niet de kleine beer is. Mijn steelpannetje geeft heel weinig licht maar is altijd te zien aan een heldere sterrenhemel. Het bestaat uit zes sterren, en als je ernaar kijkt zie je het bijna niet. Kijk je ernaast, dan is het er ineens veel duidelijker.

Voor gevorderden is dezelfde truuk er ook met het gehoor. Soms als er verschillende gesprekken in een kamer te horen zijn, en je focust je er op een, dan krijg je het niet mee. Maar soms, als je je niet focust, volg je moeiteloos één gesprek en schakel je de andere geluiden uit. Als je je best doet iets te ruiken, ruik je het veel minder goed.

Wat we hier nu uit kunnen leren? Dat als we te graag willen of te veel ons best doen, het doel uit het zicht raakt. Het geldt overal. De ronde waarin je je het meeste inspande, was zelden de snelste. Soms moet je het allemaal even naar buiten laten, het niet vasthouden, en het komt naar je toe.

Het spinnen van een kat

De wetenschap weet niet met zekerheid,

hoe een huiskat toch kan spinnen

Met niet aflatende gedrevenheid

pijnigt men het hoofd van binnen

Over het raadselachtige geluid

Het komt niet uit z’n snuit

Niet uit z’n bek of uit z’n gat

Nee, niemand snapt de kat.

 

Maar wat de wetenschap niet weet

valt buiten haar domein

Ze is een echte spinnenbeet

Als digi en analfa,  maar dan op katachtigenterrein.

Klepper

De huidige tijd en ik, het blijft een wat moeizame combinatie. Aan de andere kant ben ik wel blij te zien dat mijn kinderen er wel goed in lijken te passen. Ze doen aan sport, maar vermaken zich ook veel met smartphone, laptop of tablet. De fantasie van mijn generatie leek toch wat groter, al is dat een gevaarlijke uitspraak. Maar wij bouwden hutten, we achtervolgden elkaar op onze fietsen, we speelden soldaatje, we maakten kleppers, en we imponeerden de meisjes of dachten dat tenminste.

Mijn kinderen lijken alleen te voetballen. Hun fiets is een vervoermiddel. Tot mijn vreugde speelden ze gisteren in de kamer met een meisje van bijna drie. Ze verstopten zich achter de gordijnen en onder de tafel. Magische plekken voor een kind. Bij mijn oma zat ik ook vaak achter de gordijnen. Van die stevige gele gordijnen had ze. En bij ons thuis kroop ik onder de salontafel. Een vierkante houten tafel, met in het midden een schot waar je maar net onderdoor kon.

Mijn kinderen lijken volwassener dan ik. Ze hebben ook al huiswerk. Een boekbespreking heeft mijn dochtertje van acht vandaag. Misschien worden ze klaargestoomd voor de beste banen, ik weet het niet. Ze moeten straks hun mannetje kunnen staan en het is fijn dat de school mij deze zorg deels uit handen neemt. Maar ik moet toch snel eens een klepper voor ze maken, want met een klepper voelde ik mij coureur. Hoe dikker het karton, hoe beter. Ik klepte door de straat, alleen of met mijn medekleppers.

Maar ik vrees dat Hans dat al te kinderachtig vindt, een klepper. Hij is natuurlijk ook al elf, maar ik had zeker tot mijn zeventiende een klepper, en later zelfs een zestienklepper. De onderlinge verhoudingen liggen ook heel anders. Mijn ouders waren ouders en wij waren kinderen, dat waren grotendeels gescheiden werelden. Mijn kinderen en ik leven in dezelfde wereld. Soms moet ik even optreden, maar meestal zoek ik in de krochten van mijn geheugen naar hun schoenen, die ik ooit zelf aan had en probeer ze overbodig klein leed te besparen.

 

 

Mr. Perfect.

Het is niet zo dat ik een hekel aan deze man heb, maar dat ik hem mag gaat me ook weer te ver. Eigenlijk irriteert hij mij. Volgens Linda ben ik jaloers, maar dat is natuurlijk onzin. Ik hou gewoon niet van dat populaire gedoe, en van dat met je hoofd op de maat beginnen te knikken als je muziek hoort, om aan de wereld te laten zien dat je ritme hebt. Wat-ie helemaal niet heeft trouwens. Doet verdorie net of hij John Travolta is, maar komt nog niet eens in de buurt. Wat zou z’n vrouw ervan zeggen als hij ’s avonds thuis komt vraag ik mij af. “Moest je je weer uitsloven op tv, stijve hark?” En dan zo’n rondje dansen op het laatst en in je handen klappen alsof je in je comfortzone zit, gadverdamme.

Schijnt dat-ie ook nog gestudeerd heeft. En altijd met z’n dure pakkies aan. En z’n gemaakte mimiek. Zogenaamd verschrikte gezichten trekken bij schokkend nieuws, wat-ie gadverdamme allang gehoord had toen de camera er nog niet bij was. Mr. Perfect! Bah! Heb hem één keer in het echt gezien, bij PSV was dat. Kon weer een paar stuivers bijverdienen met een gastoptreden, deze Ajacied. Met z’n dure Audi A6. Ook al zo’n auto waar je niks mee kan. Getuigt van weinig lef en originaliteit. Ja, over de vluchtstrook rijden langs een file, dat kunnen ze goed. Nee, deze man had gewoon Studio Sport moeten blijven presenteren, dan was er niks aan de hand geweest.