Os

In de jaren zeventig, ik zat in de vierde klas, ben ik zes weken bij vrienden van mijn ouders in huis geweest omdat mijn vader in het AZU lag wegens een zware rugoperatie. Mijn moeder en mijn broertje en zusje logeerden in Utrecht, vlak bij het AZU. Ik moest naar school en ik zat eerst bij andere vrienden, maar voelde me daar erg eenzaam, en gelukkig mocht ik wisselen.

De vrienden waren een jaar of tien ouder dan mijn ouders, en hadden één zoon, die een jaar ouder was dan ik, en ik speelde toch al veel met hem. Ik kreeg er pianoles en schaakles -de zoon was hoogbegaafd, maar dat wist ik toen nog niet- en ik was blij dat ik daar terecht kon. Vooral aan de man des huizes heb ik warme herinneringen. Hij leerde mij schaken, hij was zelf lid van een schaakclub, en hij was altijd opgewekt. Met kerst stond er in de Elsevier altijd een cryptogram die mijn vader en hij onafhankelijk van elkaar oplosten. Hij was er beter in dan mijn vader, die er ook al niet slecht in was, maar wat wil je ook, als je een hoogbegaafd kind op de wereld zet, en mijn vader slechts mij. (dit is zelfspot, geen complex.) Een van de opgaven was: Os. Negen letters. Mijn vader kwam er niet uit, en ome Joop, zo noemde ik hem, had hem al opgelost. Volgens mij is het tegenwoordig een uitgekauwde opgave, maar ik zal het antwoord niet verklappen voor degenen die willen puzzelen.

Op de crematie van mijn vader zie ik hem nog naar ons kinderen toekomen, een ander meisje uit de buurt gaf mij een kus, en ome Joop maakte een grapje in de trant van: “Wat zie ik, zitten jullie kusjes te geven?” Ik vond het uiteraard niet om te lachen, maar dat lag meer aan de omstandigheden.

Gisteren kreeg ik via mijn moeder het bericht dat hij is overleden op 82-jarige leeftijd. Ook aan kanker, al zouden ze dat vroeger waarschijnlijk ouderom genoemd hebben. Morgen ga ik met mijn moeder naar zijn uitvaart. In de eerste plaats omdat mijn moeder het niet zag zitten om alleen te gaan, in de tweede plaats omdat ik hem vroeger goed kende, en ook een beetje omdat mijn vader er niet bij kan zijn.

 

Stof tot nadenken

Ik kan niet zeggen dat 2017 beroerd begonnen is. Goed, het was vies koud, maar dat was de enige kommer en kwel. Niet zo koud als twintig jaar terug, toen de temperatuur zakte tot minus 20. Het was de winter van de tot op heden laatste Elfstedentocht en ik woonde op mezelf in een kleine hatwoning. Alleen wonen vond ik niet altijd leuk, maar ik was wel trots op mijn warme woning met een radiator in de slaapkamer die je bijna niet aan kon hebben, omdat je dan in je slaap de gloeiend hete verwarminsbuis raakte. Geen nood, in de hal hing er ook eentje, die hoefde je maar een kwartslagje open te draaien en ook die werd gloeiend.

Op een nacht werd er minus 20 gemeten in het land en ik werd wakker van de kou die door het bovenlichtje kwam, het bovenlichtje dat nog nooit dicht was geweest sinds ik er woonde. Maar dat werd de eerste keer, en ik was weer volledig beschermd tegen de ijzige kou, en dat maakte mij trots en gelukkig. Ik leerde toen dat als je een dak boven je hoofd had, en je had warmte, een schoon bed en eten, je al heel wat had. Vanuit die basis kun je je leven verder uitbouwen/inrichten. Ik spreek soms jonge mensen die staan te popelen om zodra de financiën het toelaten hun rijtjeswoning te kunnen inruilen voor een twee onder een kap. Omdat dat kennelijk zo gaat. Ik ben voorzichtiger, en zie eigenlijk ook wel het voordeel van onze tussenwoning. Het is er even droog en warm als in een duurder huis, en het bed is er even schoon. Oké, in de zomer zou een grotere tuin fijn zijn, maar dan beeld ik mij gewoon in dat het grasveldje voor ons huis de tuin is. Met wat verbeelding kom je een heel eind.

Aan iedereen die dit leest: een goede basis en voor 2017 ook een mooie uitbouw gewenst

Autoliefde

Ik ben weer aan het uitkijken naar een andere auto. Heb eenmalig een leaseauto gehad, maar de grote veroveraar waar ik nu voor werk vond niet dat mijn functie een leaseauto mocht hebben, dus er komt geen nieuwe. Het grote voordeel van een leaseauto is natuurlijk dat je een nieuwe auto hebt tegen weinig kosten, maar er zitten ook nadelen aan. Namelijk dat de auto moet voldoen aan bepaalde wensen van een werkgever, hij moet representatief zijn, soms mag je maar uit bepaalde merken kiezen, ik mocht zelfs geen benzine maar moest een oliestoker, maar het grootste nadeel vind ik dat je geen band met de auto krijgt.

Zo heb ik hem nooit in de was gezet, tenminste niet met de hand, iets wat ik met al mijn eigen auto’s wel gedaan heb. Wassen deed ik hem sowieso maar weinig. Ik vind het wel een mooie auto en bovendien probleemloos, die Renault Megane Estate, en dat laatste kon niet van alle leaseauto’s gezegd worden. Maar zelfs van problemen met een eigen auto vind ik het wel mooi dat het tenminste jouw problemen zijn. Je moet er een zo goed mogelijke oplossing voor zien te vinden, en als ze gerepareerd zijn voel je je weer de koning te rijk, terwijl je met een leaseauto toch een gevoel van onvrede krijgt.

In dat kader heb ik gistereen onze oude, gebutste en gedeukte, gekraste en vervaalde privé auto met 218.000 op de klok eens even fijn in de was gezet en schoongemaakt. Hij rijdt als een zonnetje en heeft amper mankementen. Een digitaal computertje dat niet altijd alle tekens laat zien zodat je het soms niet kunt aflezen. Een gebroken pinnetje van een afdekklepje waardoor het niet meer dichtklemt, een klein opklaptafeltje aan de achterzijde van de bestuurdersstoel dat niet meer dichtklemt. Meer dan wat gebruikssporen kan ik niet verzinnen na 12 jaar intensief gebruik. Ik zou de rit naar Zuid Frankrijk nog makkelijk aandurven met deze onverwoestbare Japanner. Misschien moet de nieuwe auto een kleinere worden, en gebruiken we de oude Nissan als familieauto. Voorlopig staat alleen mevrouw Mack mij in de weg, die het niet ziet zitten om met die auto op vakantie te gaan. Ik heb nog even om haar te bewerken.

 

An American Trilogy

Ik hoorde hem vandaag voorbij komen in de top 2000, An American Trilogy van Elvis Presley. Elvis begon dit nummer ten uitvoer te brengen in de jaren 70, en inmiddels is het nummer populair op crematies en wordt het ook vaak opgedragen aan het Amerikaanse leger. Het nummer is in elkaar gezet door Mickey Newbury.

American Trilogy , gezongen door Elvis, je kunt de pijn voelen.

Elvis hoorde als kind zijn moeder het nummer vaak zingen als ze stond af te wassen of iets van dien aard. Wat hij zijn moeder dan precies hoorde zingen is mij onduidelijk want het lied is een medley van drie beroemde Amerikaanse 19e eeuwse liedjes.

Dixie , klinkt alsof het door de Dubliners ten uitvoer wordt gebracht. (I wish I was in a land of cotton, where old times were not forgotten)

All my trials (hush, little baby don’t you cry)

The Battle Hymn of the Republic (glory glory haleluja)

Zonder een gezonde dosis Amerikaans nationalisme hadden we dit prachtige nummer nooit gekend. Nummer 1348 stond het slechts, maar het staat erin, dat is het belangrijkst. Heb ik ook eens lesgegeven a la Don Leo Blokhuis.

Zo mooi als toen

Precies eenendertig jaar geleden, Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf, had ik mijn eerste liefdeservaring. Ik was 16 en ik lag in de armen van C. Ik was verliefd en ik wilde de tijd wel stoppen, zo gek was ik op het meisje. Ik had al met haar gelopen, we hadden blikken uitgewisseld, gepraat, indruk gemaakt en nu lag ik op haar bed in haar slaapkamer. C. was daarheen gegaan terwijl ik nog in de huiskamer zat, en ik geloof niet dat ik de hint helemaal begreep. Ik vroeg me eerder af waarom ze nu wegging, en voorzichtig zocht ik haar weer op. Dat pakte gelukkig goed uit en ik heb twee uur in haar armen gelegen. Ongetwijfeld één van de mooiste twee uren van mijn leven.

C. woonde in Venhorst en ik in Vaassen en langzaam verloren we het contact. We schreven brieven, en ik beantwoordde die van haar al gauw sneller dan zij de mijne. Reikhalzend keek ik uit naar haar schrijfsels op zoek naar haar liefdestekens die er in het begin nog wel inzaten. Een pasfoto bijvoorbeeld, die ik trots bij me droeg zodat ik ook bewijs had voor mijn klasgenoten. Zij was namelijk geen gewoon meisje, maar een meisje dat bij voorkeur zwarte kleding droeg, naar U2, the Cure en andere vage bands luisterde, bands die ik uiteraard ook ging aanhangen. Als ze Robert Long mooi had gevonden, zou ik haar ook gevolgd zijn.

Ik heb haar niet vaak gezien, een keer of tien hooguit. In 1988 was het allemaal weer voorbij. Zo mooi als Tweede Kerstdag, tussen tien en twaalf zou het nooit meer worden. Maar nu eenendertig jaar later, komt ze weer even langs. Als zoete herinnering.

 

2016

2016 gaat de geschiedenis in als het jaar van de overleden artiesten. Grote namen als David Bowie en Prince verlieten het aardse bestaan, maar ook vele net ietsje minder grote namen als Rick Parfitt, Leonard Cohen, Maurice White en Glenn Frey ontvielen ons, en dan ben ik nog verre van compleet. Bovendien is het jaar nog niet voorbij. Gisteren kwam daar ineens de grote naam van George Michael bij. En hoewel ik erken dat hij een groot artiest was, weet ik niet goed wat ik aanmoet met de tranen die vloeien op Facebook.

Ineens heeft iedereen groot verdriet over George, die slechts 53 mocht worden. Ik schrok even maar dat ik verdriet heb voert te ver. Eigenlijk vind ik er hetzelfde van als zij die nu verdriet hebben ervan vonden toen ik verdriet had over Cruijff.  Een beetje aandachttrekkerij. Want goed, zo’n groot artiest was Cruijff nu ook weer niet, met z’n “oei oei oei, dat was me weer een loei.”

 

De rit ernaartoe

Vanavond is het kerstavond en in 2007 schreef ik al over deze dag die je wist dat zou komen. Als Cruijff het gezegd zou hebben, zou het nu geaccepteerd Cruijffiaans zijn, maar dat is niet zo. Het had gekund, maar Cruijff heeft het niet gezegd, en hij zal het ook niet meer zeggen omdat hij ons ontvallen is in 2016. Ik heb nog steeds moeite het te geloven. Ik heb Cruijff altijd heel hoog gehad, als een kerktoren in de verte. Als hij zijn wijsheden over ons uitstrooide, wist je dat de oplossing simpel was. Nu heb ik toch het gevoel dat hij verder weg ligt. Moet de Rooms Katholieke kerk niet eens onderzoeken of Cruijff wonderen verricht heeft, opdat hij heilig verklaard kan worden? Zelf zou hij dat natuurlijk belachelijk vinden, want wat Cruijff deed was logisch. En wonderen zijn per definitie niet logisch.

Deze dag, waarvan je hoopte dat hij zou komen, is aangebroken. Ik hoopte ooit dat mijn kinderen samen met mij op kerstavond naar de film Scrooge -A Christmas Carol- zouden kijken. Het verhaal is misschien wel het mooiste verzonnen verhaal ooit, en verzonnen verhalen bestaan echt zoals u weet, anders zou je ze immers niet kunnen lezen. Of kijken in dit geval. De film luidt Kerstmis in, en als ik eerlijk ben is kerstavond met Scrooge het hoogtepunt van Kerst. En vanavond is het dus voor het eerst dat ik met mijn kinderen naar Ebenezer Scrooge ga kijken. De man is net als Cruijff een voorbeeld voor me. Een zelfstandig boekhouder die wars is van marketing en let op de kosten. Als boekhouders de baas waren, zou de kwaliteit van produkten omhoog moeten. Immers, je kunt geen marketing meer gebruiken om je inferieure assortiment te slijten aan omgekochte klanten. Uiteraard gaat Ebenezer veel te ver en verliest hij de menselijkheid uit het oog. Kerstgeesten moeten hem weer op het rechte pad krijgen, goedschiks en kwaadschiks.

Het is met A Christmas Carol net als met de kersthit ‘driving home for Christmas’. De rit is in werkelijkheid mooier dan kerst zelf, maar de suggestie wordt gewerkt dat het andersom is. Misschien kent u het gezegde over het bezit van de zaak, dat is net zoiets. Als het sneeuwt in de avond is dat mooier dan dat er de volgende morgen sneeuw ligt, tenzij het weekend is. De 1999 nummers ervoor zijn mooier dan de nummer 1. De aanloop is belangrijker dan de sprong. Terwijl het juist om de sprong gaat. En Scrooge op kerstavond gaat over kerst. Maar de rit naar kerst toe is het mooist.

 

 

Dank je wel

Wij sturen geen kerstkaarten. Da’s geen principekwestie, dat is je reinste luiheid. Van mevrouw Mack. Zelf heb ik een speciale band met kerstkaarten. Als kind was ik gek op ansichtkaarten. Ik bewaarde ze allemaal in een schoenendoos, en keek ze zo nu en dan eens door. Toen ik voor het eerst op mezelf woonde, kreeg ik er niet meer zoveel, en om het toch nog wat te laten lijken, hing ik de kaarten van het jaar ervoor op.

Ik heb dat zo vaak verteld dat ik niet meer weet of het echt waar is, of dat ik een mooi verhaal vertelde. Feit is wel dat ik gisteren een kaartje kreeg dat aan Mack was gericht, en die vind ik de leukste. Met een compliment voor mijn weblog. En dan weet je weer waar je het voor doet.

Fijne Kerstdagen allemaal.

Brandinstinct

Ik ben een romanticus, tenminste in mijn hoofd. Van mij mogen wonderen bestaan, gewoon naast de wetenschap. Ik heb daar geen moeite mee. Soms lees ik nog in de bijbel, niet omdat het moet, maar omdat het kan. Ik hou van het buitenaardse, het wonderlijke, het spirituele, het wetenschappelijke en van het religieuze. Maar vooral hou ik van sympathieke mensen. Ik kom ze helaas steeds minder tegen. Het is gauw hard tegen hard, en andere meningen worden vakkundig ontmanteld, en lijken niet meer op na gehouden te mogen worden.

Bij mij werkt het zo dat ik bij voorbaat niets aanneem van mensen die vinden dat ze altijd gelijk hebben. Da’s misschien eigenwijs, maar het is ook een principekwestie. Want mensen die hun mening verwarren met een  feit, daar kan ik niks mee. Die moeten maar gaan lesgeven ergens. Al zal het lastig solliciteren zijn, op die manier. Met mijn leraren werkte het al net zo. Als ik ze sympathiek vond, leerde ik veel meer van ze. Wat dat betreft was het jammer dat lang niet al mijn leraren sympathiek waren en ik dus ook nog aan zelfstudie moest doen.

Ik zei het vandaag nog tegen een ex-collega, dat mijn mening niet erg sterk was. Dat ik nergens van overtuigd ben en dat mijn mening vooral ingegeven wordt door mijn intuïtie. Hij vond juist dat ik wel een duidelijke mening had. Nou, dat is niet zo. Mijn intuïtie zegt mij wie ik moet mijden en wie niet. Als mijn instinct schreeuwt dat iemand niet te vertrouwen is, dan geef ik hem niks. Als het brandalarm op mijn werk afgaat, doe ik niks, tenzij mijn zintuigen aangeven dat er ergens brand is. Verkopers van brandalarmen, die vertrouw ik nog het minst.

 

Het virus van het terrorisme

Er komt een bericht binnen over een aanslag in Berlijn. Hoewel de aanslag nog niet is opgeeist, neem ik maar vast een voorschot: moslim extremisme. Moord op een kerstmarkt. Zijn we dan nu zover dat Kerst, waarbij zelfs in oorlogen een wapenstilstand werd gehouden om de geboorte van Jezus te vieren, het mooiste Christelijke feest, waarbij het altijd zeker was dat we vanaf kerstavond tot en met tweede kerstdag veilig waren, aangevallen wordt? Er is nu een grens overschreden.

Op dit moment is er sprake van negen doden, vijftig gewonden en één aanhouding. Dit zijn wij dan. Een weerloos westen, we kunnen op elk moment aangevallen worden en we weten niet wie het doet. Had de vijand een uniform aan, dan was het makkelijk, maar dit zijn moslimterroristen, die uiterlijk niet te onderscheiden zijn van andere moslims.

De zoveelste aanval op het vrije westen. Moslimterroristen moeten ons niet en willen ons vernietigen. Laten we dat gebeuren, met andere woorden, gaan we door met ons leven en wachten we tot we zelf een keer aan de beurt zijn, of enten we ons in? We worden aangevallen door wankele, gedrogeerde geesten die zich hebben laten wijsmaken dat ze iets moois te wachten staat in ruil voor hun zieke daad. Ze zaaien verwarring en maken gebruik van onze verdeeldheid, en wij weten niet hoe we deze vijand moeten verslaan. Wij kunnen slechts in woorden opkomen voor wat we hier hebben opgebouwd, maar dat houdt het virus niet buiten de deur, het trekt het juist aan.

Het virus waart rond. Virussen bestrijden is moeilijk, want je kunt het pas bestrijden als het aanvalt. Het virus moet bestreden worden door het afweersysteem, en dat kan pas als de aanval is begonnen en het virus zich bekend heeft gemaakt. Tot die tijd is het gewoon een virus dat rondwaart. Je kunt het niet zien en niet herkennen. Pas als iedereen ingeënt is, is het virus voorlopig verslagen. Daarna moeten de omstandigheden gecreëerd worden, waaronder het virus niet weet te overleven. Vervolgens is het wachten op een nieuwe vijand.