Dag 2589146

Tijdens het ziekbed van mijn vader had ik nog strijd met hem, en hij was sterker dus hij dwong mij om een Zilvervlootspaarrekening te openen. Hij kon niet overweg met mijn onverschilligheid over die hoge rente van zeker vijf procent plus die extra tien aan het eind. Als ik mij goed herinner had ik na zijn overlijden toch een kleine f 2000,- (guldens zijn dat) Een enorm bedrag voor een 17-jarige. Waar ik het aan besteed heb weet ik niet meer. Een rijbewijs kan het niet geweest zijn, want dat kreeg ik van mijn moeder voor het niet roken tot aan mijn 18e. Daar begon ik mee op mijn twintigste. Vier jaar later hield ik er weer mee op. Drie jaar later begon ik weer. En zo nog een paar keer op en af. Maar ik dwaal af. In elk geval, sparen loonde in die tijd.

Vandaag deed ik wat achterstallige administratie, en mijn oog viel op een Comfortspaarrekening van ING -een overblijfsel van de giro/zilvervloot, en ik had 11 cent aan rente. Euro’s weliswaar, maar wat zijn dit voor tijden? Ik deed al heel lang niks meer met die girorekening, al dertien jaar hou ik hem aan zonder dat er nog iets op gebeurt. Kosten eraf, af en toe saldo aanvullen, een pasje bij me dragen dat ik nog nooit gebruikt heb, maar omdat het een “erfenis” van mijn vader was, hield ik hem aan.

Vandaag heb ik die rekening de nek omgedraaid. Het nummer zit in mijn hoofd, in tegenstelling tot het Rabobank nummer dat ik wel gebruik. Ik moest bij de opheffing voor de eerste keer de pin gebruiken, maar ook die zit in het oproepbare gedeelte van mijn geheugen. Net als pi tot zes cijfers achter de komma en de eurokoers toen we hem invoerden. Ik was een beetje gehecht aan die rekening, waar ik nog altijd papieren afschriften van ontving en waar ik geen online toegang tot had, als een der laatste der Mohikanen.

 

 

 

Zaljenetzien

Ik heb het nog niet helemaal uit, nog een pagina of vijftig, maar ik zou terugkomen op het boek “De Goelag Archipel” van Alexander Zaljenetzien. (Russisch: Aleksandr Solzjenitsyn) De afloop ervan is waarschijnlijk niet zo belangrijk als de bedompte sfeer die vanuit de bladzijden opstijgt. Ooit las ik Nacht und Nebel van Floris Bakels, een Nederlander die in een Duits strafkamp terecht kwam wegens verzetsdaden die hij nooit had gepleegd. Ik schreef daar destijds over dat het boek me te erg aangreep en dat ik het eigenlijk niet uit wilde lezen. Wel, dat probleem heb je met dit boek ook, dat je het op sommige momenten niet uit wilt lezen, maar dat komt in dit geval omdat je je door strafprocessen heen moet worstelen en je de Russische namen amper kunt onderscheiden.

De schrijver schrijft het hele boek met een spottende ondertoon jegens het Sovjetsysteem, wat maakt dat ik het boek minder aangrijpend vind dan Nacht und Nebel, terwijl ik wel vind dat de Russische strafkampen in niks onderdeden voor de Duitse concentratiekampen, ik vrees dat ik zelfs moet concluderen dat als ik zou moeten kiezen, ze mij maar in een Duits kamp hadden moeten zetten, al overleeft een moderne westerling in geen van twee. Maar waarbij in Nacht und Nebel duidelijk was wie je vrienden en wie je vijanden waren, ligt dat in de Goelag Archipel anders. Niemand was te vertrouwen, niemand deed iets uit menslievendheid, en iedereen probeerde je te belazeren. Er was simpelweg geen rechtvaardigheid, er waren wel rechten voor de gevangenen maar die konden daar geen aanspraak op maken, en het systeem maakte nooit een fout. Dus al gebeurde dat, dan was een gevangene de klos, want het systeem was onfeilbaar.

Hoe ze het overleefd hebben, in beide boeken, het is me een raadsel. Je hoefde alleen maar een bewaker aan te vallen, een vluchtpoging te doen en ze schoten je dood. En dan was je in het paradijs. Zelfs al geloofde je in niks, de dood moet heel verleidelijk zijn geweest. Hitler met de kleine snor in het westen, Stalin met de grote snor in het oosten, en daar tussenin lag Polen. Het grote verschil is dat alle Duitsers zich schamen voor hun verleden en niet weten hoe ze het kunnen goedmaken, terwijl legio Russen verteld is, en dus geloven ze zo, dat Stalin veel goede dingen heeft gedaan. Het Russische volk heeft nog niet afgerekend met haar verleden, het Duitse wel.

Lezen? Alleen als je een doorzetter bent. Ik ben dat. Voor moderne westerse begrippen dan. Alleen Mein Kampf heb ik opgegeven na een paar honderd bladzijden. Wat een oeverloos gezwam was dat zeg! Hij kon Duitsers inpakken als de beste, maar schrijven, ho maar.

 

Triumph

Oei, de tijd gaat snel als de liefhebberij een obsessie aan het worden is. Alweer een week geleden. Ik ben aan het zoeken naar een andere auto, en ik schiet van het een naar het ander. Eigenlijk heb ik nog geen idee. Ben er nog niet eens uit of het benzine of diesel gaat worden. Ik weet nog niet of het het hoofd of het hart gaat worden. Het moet een combinatie worden, maar in welke verhoudingen is nog de vraag.

In de tussentijd hebben we een nieuwe Amerikaanse president. Nou ja, “we”. We hebben helemaal niks, de Amerikanen hebben hem. Ik geloof niet dat we er hier veel van zullen merken, maar een eikel is het wel. Wat een contrast met Obama! Zijn overwinningsrede vond ik veel beter dan zijn inaugurele rede. Wat een prietpraat en wat een trap na naar Obama. Alsof die het land in volledige staat van verval heeft achtergelaten. En wat denkt zo’n man nou? Dat omdat hij een “businessman” is, hij wel weet hoe je een land moet leiden? Dat het zo simpel is allemaal? Deze man gaat er nog wel achterkomen. Zijn uitstraling en zijn voorkomen zijn volkomen verkeerd en niet presidentieel. Ik geloof nog geen vijf van de tien woorden die hij zegt. En dan steeds die afwisseling tussen het wijsvingertje, en de duim en wijsvinger op elkaar, het lijkt echt helemaal nergens op.

Het beste wat deze man ons naar mijn mening kan gaan brengen is het collectieve besef dat er niet op dit soort macho’s gestemd moet worden. Macho’s, daar heb je echt helemaal niks aan. Verstand, bescheidenheid en  moed, dat is de gouden combinatie, ik geloof dat Trump er één van de drie heeft, de laatste, hoewel het wel zo is dat als je niet zoveel verstand hebt, het een stuk makkelijker is om moedig te zijn.

Ondertussen relt men er in Amerika lustig op los, omdat men het niet eens is met de verkiezingsuitslag. Volgens mij kun je het per definitie niet niet eens zijn met een verkiezingsuitslag, omdat dat nu eenmaal het democratisch principe is. Stel je zou Trump weten af te zetten door het land lam te leggen, dan betekent dat het einde van de democratie in Amerika. De man is democratisch gekozen en men zal het ermee moeten doen. De helft van de Amerikanen is enorm blij met hem, en dat is ook wat waard. De andere helft moet deze vier jaren maar uitzingen, als ze tenminste willen dat Amerika als natie blijft bestaan.

 

Eenzaam

Het belangrijkste signaal dat aangeeft dat ik niet helemaal goed ben, is dat ik ’s avonds de fietsen in de schuur zet en dan denk dat ze gezellig bij elkaar staan. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er eentje buiten te laten staan. De reclame van de schemerlamp die bij het oud vuil werd gezet, greep mij dan ook erg aan.

In mijn aquarium zwemt de laatste van vijf regenboogzalmen. De op een na laatste heb ik van de week de genadeklap gegeven. Hij zwom al twee weken op zijn rug. En voor een vis is dat niet normaal. Nu zwemt die laatste er wat verloren bij, tussen de andere vier soorten die nog wel in een school aanwezig zijn. Verstandelijk wil ik de soort laten uitsterven, maar gevoelsmatig wil ik er wat vriendjes voor hem bijhalen. Hij zal binnenkort toch ook wel het loodje leggen?

Geluk

Toen ik vanmiddag als laatste het kantoor verliet, wachtte mij een aangename verrassing op deze vrijdag de dertiende die anders dan andere vrijdagen de dertiende, geheel onopgemerkt aan mij voorbij was gegaan. Op andere vrijdagen de dertiende was er altijd wel een dj op de radio, een facebookbericht of een strip in de krant die je er op voorhand aan herinnerde dat het vandaag de dag des onheils was. Maar nu niet, deze vrijdag de dertiende had zich niet verraden, en werd pas door mij opgemerkt toen ik alweer thuis was.

De aangename verrassing was de vallende sneeuw. Het was een beetje blijven liggen op mijn auto maar het zag er desondanks wat nat uit. Maar toch, het vooruitzicht van de miljoenen vlokken die mijn voorruit zouden raken, maakte dat een lichte opwinding zich van mij meester maakte. Onderweg werd het nog beter. Ik luisterde naar de verkeersinformatie en het weerbericht, en ik bleek in de enige serieuze sneeuwbui te rijden die zich op dat moment in het land bevond. De sneeuw bleef voorzichtig liggen, maar werd onmiddellijk door alle auto’s tot gort gereden. Toch hielden de sneeuwvlokken dapper stand en begonnen langzaam het gevecht met hun vloeibare metgezel, de regen, te winnen.

Het verkeer begon langzamer te rijden, en ik besloot vroegtijdig een afslag te nemen, zodat de kans op niet gestrooide wegen het grootst waren. Ondertussen hield ik de temperatuur scherp in de gaten, die op dat moment precies 0 graden was. Ik had geluk, de sneeuw bleef liggen, het bandenspoor van de auto’s voor mij had even daarvoor nog het wegdek blootgelegd, nu bleef het wit. De temperatuur was gedaald naar -1 graden, en honderduizenden sneeuwvlokken vielen vrolijk om mij heen.

Een donkere avond, vallende sneeuw, winterbanden, een rustige weg, veel groter kan het geluk niet worden. Natuurlijk tartte ik af en toe de grenzen van de grip, die naar mijn zin nog veel te ver weg lagen. De gedachte ging door mij heen dat ik in Nederland altijd op zoek was naar de extremen, omdat de extremen niet zoveel voorstellen. Waarschijnlijk laat je het in Rusland wel uit je hoofd om van de hoofdweg af te gaan.

Toen ik de andere kant van de Veluwe bereikte, en ik me weer naar lager gelegen grond begaf, was de temperatuur gestegen tot het nulpunt. De wegen waren weer nat, geen lol aan te beleven. Maar ik had er ingezeten, in die ene sneeuwbui van betekenis die op dat moment in het land viel. Ik had haar met groot gemak bedwongen.

Verkeershufter.

Ik had er weer eentje vandaag, een gevecht met een Audirijder dat ik glansrijk verloor. De bestuurder was te klein om boven zijn stoel uit te komen, en te krenterig om op zijn auto de optie richtingaanwijzers te nemen. Hij moest zich dus zonder knipperlichten door het verkeer heen wurmen. Eerst kwam hij me rechts voorbij en ik dacht: het zal toch niet? En op het moment dat ik gas bij gaf om het gat te dichten kwam hij tergend langzaam naar links, en dwong mij afstand te nemen. Hier hadden ze hem van mij al mogen elimineren.

Toen het rechts weer wat harder begon te rijden dan links, ging hij naar rechts en haalde weer een paar auto’s in, en drukte hem er weer tergend langzaam tussen. In was in alle staten. Ik toeterde, knipperde, reed tegen zijn achterkant, ging over de vluchtstrook, haalde hem in, ramde hem van de weg, trok hem uit zijn auto en sloeg hem neer. Dat was tenminste het plan. Een paar kilometer later liep ik op hem in en dreigde hem rechts in te halen. Tergend langzaam kwam Satan naar rechts, en weer was ik er niet voorbij. Toen het links weer sneller ging, ging hij weer naar links en was weer weg. Mijn bloeddruk was gestegen tot 290/160 en ik was vastbesloten deze ongelofelijke lul een lesje te leren.

De afslag Elspeet kwam eraan en hij zat op de linkerbaan. Ik reed op de afslag en eindelijk kon ik gas geven om hem in te halen, en ik zat er aan te denken om weer terug de weg op te gaan om voor hem in te voegen. In plaats daarvan kwam hij op het laatste moment van de linkerbaan, zonder richtingaanwijzer, over de rechterbaan, de afslag op, en wat denkt u: voor of achter mij? Juist. Voor mij. Een gat dat er niet was, de auto voor hem remde zodat hij ook moest remmen, ik begreep werkelijk niet waarom hij niet verongelukte?

Ziedend ben ik uitgestapt, heb mijn eigen auto helemaal in elkaar getrapt en ben door de politie vastgezet om tot bedaren te komen. Tenminste, dat was het plan. Moge zijn zak scheuren en zijn ballen op de grond vallen.

 

We gaan eraan!

Op mijn werk gebeuren grappige dingen, je kunt ze tenminste op een grappige manier vertellen. Maar eigenlijk zijn ze diep triest. Zo liepen wij ons maanden druk te maken over vier mensen die eruit moesten, gevechten met de OR, mailtjes over en weer, en wij wachtten in spanning af. Eindelijk wisten we wie het waren, en al vrij snel daarna is afscheid van de betreffende mensen genomen, na jaren van trouwe arbeid.

We zijn nog geen drie weken verder of we krijgen doodleuk een mailtje dat er 10% van het personeelsbestand uit moet. En we weten niet wie. En eigenlijk lopen we wat verdwaasd rond. Net aan het bijkomen van de heisa om de eerste vier, en nu dit. “Kan dit zomaar,” denken wij dan, maar ja het kan. In andere landen zijn ze al geinformeerd en opgedonderd, bij ons duurt het i.v.m. lokale wetten wat langer.

Dus ja, zo heb je een vaste baan, en zo heb je hem niet. Ontslag op economische gronden, heet het dan. Ikzelf denk de dans te ontspringen, maar daar gaat het even niet om. Ik loop al een jaar inefficient te zijn op mijn werk, dus als ze slim zijn gooien ze mij eruit. Maar dat zien wel dan wel. In elk geval, als je er nu niet bij zit, kun je opgelucht ademhalen. Een weekje. Want dan kan het zomaar zijn dat er ineens 20% uit moet. Het is de waan van de dag, aan de overkant van de plas. Ze willen ons kwijt. We gaan eraan.

Mijnheer de voorzitter

Er was een tijd dat er prachtig werd gediscussieerd. Via mijnheer de voorzitter, met prachtig taalgebruik, zonder te wijzen en zonder emotie in de stem. Wim Kan zette het dan te zijner tijd wel voor gek. Die tijd is voorbij en komt ook niet meer terug. Tenminste, niet snel. Natuurlijk komt het wel terug, als het huidige heelal is vergaan en de geschiedenis zich herhaalt over pakweg 40 miljard jaar, maar dat maken we niet meer mee.

Tegenwoordig wordt er anders gediscussieerd. Door de meeste mensen, welteverstaan. In mijn linklijst, en daar ben ik trots op, zit een aantal mensen dat nog steeds op een constructieve manier discussieert. Ik probeer daarvan te leren, maar heb er best moeite mee. Dat komt omdat ik teveel spreektijd krijg. Als ik mij zou moeten beperken tot de kern, omdat anderen ook hun spreektijd opeisen en bovendien via de voorzitter zou moeten beargumenteren, zou het waarschijnlijk beter gaan.

Ik zag een aankondiging van een programma dat heet: “rot op met je religie.” Men zet een aantal mensen van verschillende geloven bij elkaar, en ook een aantal mensen dat niks gelooft, en dat bovendien vrij fanatiek doet. Ik ga niet kijken omdat ik inmiddels wel weet waar dat toe leidt. Tot schreeuwende mensen die elkaar nog doder wensen dan voordat ze elkaar van hun standpunt probeerden te overtuigen. Het geschreeuw leidt er alleen maar toe dat wie het hardste schreeuwt, gelijk krijgt. En uiteraard ook het programma met de hoogste kijkcijfers, dat heeft ook gelijk.

De SGP wil de doodstraf weer invoeren. Lijkt me een mooie stelling om hier eens op constructieve manier, zonder beschuldigingen over en weer, een boompje over op te zetten.

 

 

ROI

Nu we een paar jaar onderweg zijn in onze strijd tegen de opwarming van de aarde, wil ik graag rendement van mijn investeringen zien. We tanken al jaren Euro loodvrij, we gebruiken geen gloeilampen meer, ons afval wordt gescheiden, er liggen zonnepanelen op de daken en we stappen over op zuinige of hybride auto’s. Dat heeft allemaal niks met geldelijk voordeel te maken, dat is onze milieubewuste instelling.

Eerlijk gezegd verwacht ik wel een beetje dankbaarheid terug van de aarde. Een laagje sneeuw van 5 cm in plaats van 1. Een paar dagen vorst achter elkaar, zodat de er gesproken gaat worden over het bij elkaar roepen van de rayonhoofden. Dan heb ik het nog niet eens over het daadwerkelijk bijeenroepen van de club, maar slechts dat we erover kunnen praten. De Noordpool die weer een stukje aangroeit. Of niet verder smelt op z’n minst. Dat we weten dat we op de goede weg zijn. Dat de sneeuw de discussies verstomt,  zich uitspreidt over stad en land, en daarmee de lelijkheid bedekt en de geluiden dempt. Dat je kunt lopen over bevroren plassen en over knisperende sneeuw, en dat je daarbij droge en warme voeten weet te houden.

Vannacht was dan dat laagje van 1 cm sneeuw gevallen. De eerste idioten stonden het om zeven uur al weg te scheppen. Ik haat dat. Volgens mij zijn dat dezelfde eikels die altijd de auto pakken, te lang onder de hete douche staan, gif spuiten, en geen ruk geven om het lot van de ijsbeer, en hopen dat het weer snel zomer wordt zodat de barbecue aankan. Dat de aarde keihard moge terugslaan.

 

Repeterende droom

Ik had hem vannacht weer, mijn repeterende droom. Ik moet u er helaas mee vermoeien, want zo kan ik in naam van de wetenschap bijhouden wanneer de droom kwam. Overigens geloof ik dat het een nietszeggende repeterende droom is, en geen waarschuwende.

Ik had mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog, ik was vergeten hem te verkopen, en al die tijd had hij ergens ongebruikt gestaan. Andere keren dat ik erover droomde reed ik ermee, maar was de benzine bijna op, en tanken was kennelijk niet mogelijk, maar dit keer had ik hem laten opknappen in de garage om de hoek. En hem niet alleen, ook mijn Rode Fiat Punto GT had een grote beurt gekregen en was weer klaar voor gebruik. Ik verheugde mij op de rit naar mijn werk.

Ik heb deze droom zoals gezegd repeterend, en dit was de eerste keer, dus het is nu afwachten wanneer hij weer terugkomt.