Groei

Ik hoorde ’s avonds dat Hans van zijn eigen geld een voetbal was gaan kopen omdat hij er deze zomer al drie versleten heeft. En hij wil natuurlijk voetballen. Ik ben dan trots en geroerd tegelijk omdat hij dat al kan. Niet dat hij vroeg is, hij is juist laat, maar hij is nog zo’n onschuldig kind. En natuurlijk, hij heeft buien en is hij soms vervelend, wat zacht uitgedrukt is want hij kan zijn vader al aardig over de zeik helpen. En zijn vader wil dat niet maar die heeft soms geen idee hoe hij iets gedaan moet krijgen zonder gepast geweld te gebruiken. Dat ruiken die etters, en lijken misbruik te maken van de situatie, vooral als ze het samen op mij gemunt hebben als ik ze naar bed breng. Dat werd ouders vroeger wel wat makkelijker gemaakt, moet ik zeggen. Maar geen geklaag, dan moet je het gewoon doen met loze dreigementen, het is eenmaal niet anders.

Ik hou helemaal niet van loze dreigementen maar ja, het probleem is dat ik even een situatie heb die een snelle oplossing vergt. Een goed geplaatste vlakke hand zou het probleem gelijk oplossen, maar je moet het ook met woorden kunnen. Nou, succes. Serieuze dreigementen hou ik ook niet van, want aan dreigementen moet je je houden. Dus er moet later een consequentie volgen voor dit ongepaste geklier en dat gaat me eigenlijk te ver, want zo erg was het allemaal niet. Als ik weer beneden ben sla ik met mijn vuist op mijn andere hand, om zo uit te beelden aan mijn vrouw dat ik gefrustreerd op een kinderhoofd aan het rammen ben. Ze weten hun bedtijd elke dag weer niet te halen.

Vandaag hoorde ik een collega zeggen dat als hij en zijn vrouw het geweten hadden, ze nooit aan kinderen zouden zijn begonnen. Ik zei dat ik er nog geen dag spijt van heb gehad. Zelfs tijdens de meest dwarse bui van mijn dochter, die een paar graadjes erger is dan Hans, is er geen seconde dat ik zoiets denk. Soms grijp ik haar en smijt ik haar in haar bed, loop de kamer uit en trek de deur dicht, die ze dan binnen drie seconden weer opendoet, ondanks het verbod uit haar bed te komen. En dat een aantal keren achter elkaar. Tja.

Hans was de voetbal gaan kopen. Een PSV-bal van 16 euro maar hij had slechts 15 euro bij zich. Dus moest hij eerst terug naar huis voor die extra euro. Ik zie het tafereeltje in de winkel dan een beetje voor me. Ik ben daar vroeger zelf ook geweest. En dan fietst hij weer terug naar de winkel, geeft de mevrouw 16 euro en komt trots met een PSV-bal terug. Mijn lieve, grote, kleine jongen.

Een zandweg tussen koren door

Al wandelend met de hond door de weilanden zong ik een liedje, ondertussen in de gaten houdend of geen fietser mij onverwachts naderde want dat staat een beetje raar, een zingende volwassene buiten de bebouwde kom. Er binnen is ook vreemd, maar minder. Je zou namelijk de dorpsgek kunnen zijn, of de bard, tegenwoordig ook wel singer-songwriter genoemd. En als je dat niet bent, dan zul je toch zelf ook wel in de gaten hebben dat je je binnen de bebouwde kom bevindt en de kans groot is dat iemand je hoort. Dat zal de bedoeling dan wel zijn. Maar een zingende man buiten de bebouwde kom wil zeker niet gehoord worden dus als die betrapt wordt is dat verdacht. De politie wordt er nog net niet bijgehaald.

Ik zong over het tuinpad van mijn vader, waarschijnlijk omdat ik over een zandweg tussen koren door liep. Alleen was het geen koren, het was mais. En dat bleef me een tijd bezighouden. Want waarom zie je overal mais en geen koren, vroeg ik mij af. Ik weet helemaal geen koren te staan! Ja, in Frankrijk, daar staat koren, maar hier zie ik het eigenlijk nooit. En waarom al dat mais? Ik eet nooit mais! Een blikje in de drie jaar misschien, wie eet er in godsnaam zoveel mais? Tot ik vanavond een ander weggetje nam en tot mijn grote vreugde langs een korenveld kwam. Nog geen klein veldje ook hoor, ik schat zeker 10 bunder.

Daarnet sloeg ik aan het googelen/rekenen. Ik wilde weten hoeveel brood we gemiddeld eten en of we in Nederland genoeg tarwe hebben. Na een poosje had ik de uitkomst, van de tarweproductie in Nederland eet elke Nederlander gemiddeld 152,9 broden per jaar. Leek me een prima uitkomst. Totdat ik las dat Nederlands tarwe ongeschikt is voor brood en het veelal als veevoer wordt gebruikt. Of er wordt een jaartje tarwe verbouwd om de grond niet uit te putten na suikerbieten (alweer veevoer) of aardappels. Alles wat hier verbouwd wordt, wordt gevoerd aan koeien! Terwijl ik dacht dat die gras aten, maar nee, gras wordt voornamelijk gebruikt om adders onder te verschuilen. Ons tarwe komt uit Frankrijk, we zouden er net zo goed stokbrood van kunnen bakken.

Evenwel kende ik de hele tekst. Een zandweg tussen koren door, met vele boerderijen, zo zong ik. Ondanks de articulatie van Wim Sonneveld blijkt nu dat ik dat altijd verkeerd heb verstaan.

Overbevolking

Er is iets vreemds aan de hand met de wereldbevolking. Met het aantal mensen dat daarvan deel uitmaakt welteverstaan. Volgens Wikipedia bedroeg dat aantal in 2011 7 miljard. Elke dag komen er ruim 200.000 mensen bij. Dat betekent in een jaar 76 miljoen nieuwe mensen, ongeveer evenveel als de totale bevolking van Bondsrepubliek Duitsland. Toen ik kind was, laten we zeggen een jaar of 35 geleden, omvatte de wereldbevolking volgens mijn vader zo’n 4 miljard mensen. Dus er zijn er in 35 jaar ongeveer 2,6 miljard bijgekomen en dus klopt het precies dat we er nu ongeveer met z’n zeven miljarden zijn. We liggen perfect op schema.

In vijftig jaar verdubbelt de wereldbevolking zich. Dat houdt in dat er in 1965 ongeveer 3,5 miljard inwoners waren, en dat klopt precies want ik ben van 1969 en ik ben de 3,637,521,590-ste. Eigenlijk is er niks vreemds aan de hand nu het nareken, het klopt precies. Als de bevolkingsgroei zich in het huidige tempo voortzet staan we over 750 jaar schouder aan schouder en is het hele aardoppervlak bezet. Dat betekent tevens dat er geen plaats meer is voor bomen en dieren en kunnen we niet meer bewegen. Iets zegt mij dat het zover niet zal komen.

Ik vind het toch wel iets om over na te denken. De zorgen zijn nog ver weg omdat de totale wereldbevolking nog gewoon in Friesland en Groningen past, maar het aantal mensen neemt nu nog steeds in razend tempo toe. Volgens de VN zal het aantal rond het jaar 2200 ophouden met groeien, jullie zijn dan met z’n 10 miljarden (ik ben er dan niet meer) maar waarom denkt men dat eigenlijk? Dat heeft te maken met een aantal oorzaken. Ten eerste komen we net uit een tijdperk waarin het wereldwijde sterftecijfer enorm is gedaald, waardoor de groei in die tijd exponentieel toenam. Dat stabiliseert zich momenteel. Ten tweede neemt de welvaart toe waardoor de noodzaak tot het krijgen van veel kinderen minder wordt. Kregen in de jaren 70 vrouwen in ontwikkelingslanden nog 5 tot 6 kinderen gemiddeld, nu is Afrika een uitschieter naar boven met 4 kinderen. Gemiddeld is het wereldwijd 2,6 kind terwijl 2,3 noodzakelijk is om het aantal in stand te houden. Daarbij regelt de natuur ook nog eens een aantal dingetjes. Behalve hele vervelende ziektes en epidemieën zorgt zij ook dat het aantal levende zaadcellen van de man afneemt. Kennelijk weet de natuur al dat het moest ingrijpen omdat er anders rampen zouden gebeuren. Al begrijp ik niet wat het uitmaakt of je nu met z’n 100 miljoenen op 1 stort of met z’n vijftig miljoenen, maar het schijnt van invloed te zijn.

Kortom, 2,3 kinderen per vrouw om de wereldbevolking in stand te houden. Ik denk niet dat we ons veel zorgen hoeven te maken over overbevolking. Volgens worldometer worden er dagelijks 3,4 miljoen nieuwe blogs gepost. Dat zal dan ook wel vooral in Afrika zijn.

Emmy Verhey Award

Toen ik volgens mijn leeftijd naar radio 3 had moeten luisteren, stemde ik vaak af op radio 2. In de loop der jaren is dat radio 1 geworden, tegenwoordig zelfs NPO radio 1, en daarenboven kijk ik ook nog wel naar zomergasten of omroep Max. Het is triest gesteld met mijn jeugdigheid. Onvermijdelijk dat ik een keer een interview met Emmy Verhey zou horen. Vanavond dus. Nu heb ik wel een zwak voor Emmy Verhey die er gekomen moet zijn door mijn moeder. Mijn moeder had altijd een zwak voor Emmy Verhey maar ook voor Ivan Rebroff, een Duitser die zich voor een Rus uitgaf, en die vier octaven stembereik had. Persoonlijk heb ik niks met Duitsers die zich voor Rus uitgeven, dan gaan mijn alarmbellen rinkelen. Dat kan niet goed zijn denk ik dan, die moet iets met Barbarossa te maken hebben gehad. Ik begrijp net dat Ivan in het Russisch Hans betekent, en dat vind ik altijd grappig als een naam verandert in een andere taal. Zo schijnt Willem in het Frans Guillaume te worden en Johnny wordt in het Duits Adolf.

Maar over Emmy. Dat vind ik dus een sympathiek mens zonder dat ik precies weet waarom. Het zal haar on-Nederlandse nederigheid in combinatie met haar sterrenstatus zijn. Ze vertelde dat ze er pas na haar vijftigste genoeg van begon te krijgen als ze weer eens een onverwarmde kleedkamer had. Dat ze dat eigenlijk niet meer wilde. Ze zei het met een pas overwonnen gêne, alsof ze dit soort kapsones nog niet zo heel lang had. Een beetje jeugdvoetballer van 17 jaar gaat niet meer in een kleedkamer zonder ligbad, maar mevrouw Verhey die al veertig jaar met de groten der aarde optrad en elke dag uren studeerde zag eindelijk eens in dat zij wel eens wat beter behandeld mocht worden. En eigenlijk niet eens vanwege haar status, meer vanwege haar verkregen inzichten op latere leeftijd.

Wat mij het meest fascineerde aan haar was dat ze kon uitleggen hoe ze Yehudi Menuhin en andere violisten herkende aan hun spel. Misschien voor een getraind oor een fluitje van een cent, maar voor mij toch een onbetaalbare Stradivarius. De regie liet een stukje Bach horen gespeeld door Emmy en Yehudi, en daarna lieten ze exact hetzelfde fragment horen, alleen waren het nu Yehudi en David Oistrakh. Ik hoor het niet terwijl ik echt goede oren heb. Maar misschien moet ik gewoon niet zo verwonderd zijn, als ik iets vijftig jaar lang dag in dag uit train mag je er toch ook wel vanuit gaan dat je op een gegeven moment de kleinste verschillen opmerkt. Ik ben vrij achterlijk als het op klassieke muziek aankomt, ik dacht vroeger dat Richard Clayderman de beste pianist ter wereld was, maar nee, hij was slechts de succesvolste.

Ooievaar en boerenzwaluw

Laatst zag ik een ooievaar. Hoewel niet echt zeldzaam toch nog steeds bijzonder. Hij stond in een weiland hier vlakbij, in het voor ooievaars gevaarloze Nederland. Wat ik mij toen niet realiseerde is dat de vogel een paar maanden geleden nog in Afrika stond. Afrika, Nederland, voelt u het verschil? Ik heb het over de wildernis, de ooievaar stond op een paar meter van een leeuw en misschien is een van zijn makkers wel door een leeuw gegrepen. Of misschien is hij aangevallen door een visarend. Duizenden kilometers heeft het beest afgelegd, vliegend op de thermiek boven Afrika, de Sahara ontwijkend tot hij bij de Middellandse zee komt waar hij het op eigen kracht moet doen omdat de thermiek ontbreekt. Hij vliegt zo laag mogelijk maar als hij het water raakt met een van zijn vleugels stort hij neer en verdrinkt hij. Dat is de trek van de ooievaar. En dan komt hij hier, in het paradijs. Geen leeuw, geen visarend, helemaal niemand gaat hem bedreigen. Mensen zetten zelfs nestpalen neer zodat hij kan broeden. Waarom in hemelsnaam keert hij terug naar Afrika?

Hetzelfde geldt voor de zwaluw. De boerenzwaluw is een prachtige, sierlijke vogel en heeft dezelfde reis gemaakt als de ooievaar, alleen vloog hij niet op thermiek maar op eigen kracht. Ook de Sahara ontweek hij niet, hij nam de kortste weg naar onze plek in Noord-Europa. Ze komen hier om te broeden, daarna vliegen ze weer terug. Waarom? Kijk, als mens begrijp ik het. Misschien begrijp ik het juist wel helemaal niet eigenlijk, maar ik stel mij zo voor dat je hier gauw uitgekeken bent met een paar weilanden, een bosje wat water. Nee dan Afrika met zijn onmetelijke vlaktes, wilde dieren, adembenemende watervallen, ondoordringbare jungles. Het continent van het avontuur. Ik wil er naartoe, terwijl veel Afrikanen juist hier naartoe komen en niet alleen om te broeden. De ooievaar zal het allemaal worst zijn wat mijn mening over Afrika en Nederland is. Die blijft het liefst in leven en de kneuterigheid van dit saaie landschap ontgaat hem toch. Geen leeuw die hem bedreigt, dat is waar het om gaat. Het liefst zou hij hier blijven maar een echte winter overleeft hij niet. Ik heb makkelijk praten. Als het erop aankomt woon ik ook liever in Nederland dan in Afrika.

Tongue in cheek

Iemand deelde op facebook een statusupdate van PVV aanhangers. Het ging over zwarte Piet. Hoewel ik aan de kant van Zwarte Piet sta in deze discussie, gaat mij een like geven of een statusupdate van PVV delen een stap te ver. De zogenaamde PVV aanhangers die op hun site het hardst roepen zijn in mijn ogen ongevaarlijke gekken. Iedereen die ze een duimbreed in de weg ligt moet opgehangen worden aan de hoogste boom, u kent het wel. Zij berokkenen ons land enorme schade want nog even en je kunt onze nationale driekleur niet meer los zien van blanke racisten. Zoals dat je de Swastika niet meer los kunt zien van een duivels beleid in WO II. Nu heb ik niks tegen blanken, ik ben er zelf ook een, en ook ik zou soms willen dat er wat harder werd opgetreden tegen dingen die de PVV aan de kaak stelt, maar ik wil niet met die club geassocieerd worden. In geen geval, want de PVV aanhangers getuigen van een zelden vertoond gebrek aan inzicht, van egoïsme, en hebben geen enkele intentie iets te leren van de geschiedenis, of die nu bijbels is of recenter en doen daarbij of iedereen met een genuanceerdere mening blind is. Nu is dat laatste voorbehouden aan mij, want ik zie op mijn beurt een groot gevaar in de verheerlijking van Duitsland die tegenwoordig plaatsvindt, maar die is van een andere orde. Als je dictatoriale ambities hebt moet je ook boven het gepeupel uitsteken, anders gaat het niet werken. Bovendien verberg ik mijn kaak niet waar ik dan zojuist mijn tong in heb geduwd.

En toch kon ik het niet laten om te reageren op de PVV aanhangers site. Dat ik binnenkort een bankstel moet afvoeren en of ik een aanhanger bij ze kon bestellen. Eigenlijk alleen maar om uit te vinden of ze daarvan op tilt slaan (en dus Duitsers zijn) of dat ze daar de lol van in kunnen zien.

 

Zo vader zo zoon

We zijn 20 jaar verder. Ik heb het over 1994, ik was 24 en Jos Verstappen debuteerde in Brazilië. Ik weet het nog heel goed. Het Benetton Ford team met Michael Schumacher die tot dan nog nooit wereldkampioen was. Jos reed als een duivel en werd er uiteindelijk door Eddie Irvine vanaf gereden waardoor hij een salto mortale maakte. Zo kwam het in de krant tenminste. Jos kwam weer op vier wielen terecht, de beschadigde Benetton gleed door en Jos deed ondertussen zijn vizier vast open. Hij was een held, hij had zijn naam gevestigd. De race daarna, Pacific, Japan, gleed hij door een eigen fout voor het eerst in de grindbak. Jos en grindbak, ik krijg bijna vlekken in mijn nek als ik iemand dat grapje hoor maken. Zo ga je niet om met Nederlands meest succesvolle F1 coureur ooit, vond en vind ik. Dat doen alleen meelopers die uitsluitend achter winnaars aanlopen. Jos was mijn held, hij trok me ongeveer letterlijk uit een depressie. Hij zorgde voor doorstroming van mijn bloed, voor het sneller kloppen van mijn hart.

Jos kreeg een zoon, Max. En sinds Jos niet meer in de F1 zit, zit ik al te wachten op diens entree. Niet Robert Doornbos, niet Guido van der Garde, niet Christijan Albers kregen bij mij voor elkaar wat een Verstappen voor elkaar krijgt, enthousiast worden. Jos was in zijn pré F1-tijd een supertalent, Max wordt misschien nog hoger aangeslagen. Als de zoon nu geleerd heeft van de fouten die vader in zijn loopbaan maakte, dan kan het niet anders of de eerste Nederlandse Wereldkampioen F1 heeft zich gemeld. Hij heet Max Verstappen en debuteert volgend jaar bij Toro Rosso. Ik ben er klaar voor.

Seizoenen

Op een of andere manier hebben wij een gelukkige hand in het uitzoeken van mooi weer op vakantie. Met uitzondering van 2011 toen we in de Franse Alpen zaten, hebben we eigenlijk elke zomer mooi weer gehad tijdens de vakantie. Zelfs toen we drie weken naar Ierland trokken was het daar in jaren niet zo’n mooie zomer meer geweest. Waar ik aan te danken heb weet ik niet, maar feit is wel dat ik om me heen wel veel hoor over regen tijdens de zomervakantie. In 2011 was het niet eens zo slecht, maar toch had ik een wat ander gevoel toen ik thuis kwam. Mooi weer vind ik wel belangrijk, zeker in deze leeftijdsfase van de kinderen. Als de zon schijnt ziet alles er beter uit, dat is overal zo. In de zomer is het prachtig en kun je je nauwelijks meer voorstellen hoe de winter voelt, en vooral hoe kaal het in de winter is. Het is maar goed dat het geleidelijk gaat, die overgang.

Gisteren deed ik wat Google Streetview in Frankrijk, ik reed door de straten waar ik ooit geweest was. En ook de Franse Alpen zien er in de winter niet fijn uit. Hoe aantrekkelijk de zomer is, hoe kaal en verlaten het in de winter aan kan doen. Maar zonder de seizoenen zou de aarde er heel anders uitzien, misschien was er wel geen leven mogelijk. In elk geval zou Vivaldi niet zo uit de verf zijn gekomen. Ik zag vanmiddag nog zwaluwen laag boven een weiland vliegen, heel lang zullen ze hier niet meer zijn, nog even en ze vertrekken weer naar Zuid-Spanje en Noord-Afrika. Het is pas 17 augustus. Morgen zou mijn vader 70 zijn geworden, ware het niet dat hij maar 40 mocht worden. Het hoort heet te zijn op 18 augustus, zinderend heet voor Hollandsche begrippen. Je moet nog in de tuin kunnen liggen, en je hoeft je nog helemaal geen zorgen te maken over vertrekkende zwaluwen. Er moet een zwembadje staan, kinderen spelen buiten, ouders zitten tot ’s avonds laat in de tuin, in mijn hersenen heeft zich een beeld gevormd waarin de jaren ’70 de hemel voorstellen. Zomer, zwaluwen en alles wat daar niet bij past is verbannen. De werkelijkheid zal anders geweest zijn, maar wat geeft dat. Zeventig jaar, het is dertig jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag. Maar nu zie ik hem vooral in de zomer. De narigheid is weg. Zijn ziekte is geweest. Wat blijft zijn de herinneringen aan de mooiste tijden, zomervakanties in Frankrijk, zoals de hemel moet zijn.

Terugreis in 1975

De Fiat 128 van mijn vader
Door het donker over de A2
buiten zag ik sterren, lantaarnpalen
en soms reed de maan ook met ons mee

Want de maan die kon bewegen
Hij ging even snel als wij
Hij sneed soms door de wolken
Maar was de hele rit erbij.

Van Utrecht naar Den Bosch
Bij de Lek zat ik te gapen
Wij moesten drie rivieren over
Bij de Maas lag ik te slapen

Mijn broertje en mijn zusje
samen op de achterbank
Ik sliep op de vloer
niet tegen wil of tegen dank.

De verhoging in het midden,
De stugge vloermat prikte aan mijn wang
Ik sliep er als een prins
Ik was er veilig en voor niemand bang.

Lebensraum

De eerste tijd na de vakantie vind ik altijd wat moeilijk. Het besef dat de vakantie maar zo kort is en dat je weer 50 weken in dit benauwde landje moet doorbrengen. Frankrijk was zo warm en groot, hier is het klein en alweer nat. Daarbij kreeg ik niet de kans geleidelijk aan mijn werk te wennen, ik moest er gelijk vol in wegens een tijdslimiet. Gisteravond was ik het zat. Moe, ik voelde me beroerd en ik was chagrijnig. Dus nam ik een beslissing, ik nam de hond mee en reed naar het bos en heb er anderhalf uur gelopen. Als er iets mooi is, is het op een warme zomeravond naar een bos gaan waar niemand is. En er was niemand. De maan was al zichtbaar, de schemering viel in. Op een meter of vier schrok een scharrelende vos zich te pletter, net als de hond en ik, omdat we elkaar niet verwachtten. De vos en de hond sprongen ieder een andere kant op. Iets verderop zag ik een ree staan. Hij had mij al gezien en de kop met de twee staande oren tuurde in mijn richting. Toen nam hij een run over de heide en was snel uit beeld. Ik was inmiddels opgeknapt. Het lopen door het bos en over de heide had me goed gedaan. Ik vond zelfs op dat moment dat Nederland vergelijkbaar mooi was met Frankrijk, wat absoluut niet zo is, maar ik had het gevoel eventjes.

Meer nog dan de Duitsers in de oorlog heb ik behoefte aan wat extra lebensraum. Meer wildernis. Minder mensen. Wat moet de wereld nog een plekken herbergen die niemand kent behalve een paar lokalen. Letland bijvoorbeeld, 2 miljoen inwoners en anderhalf keer zo groot als Nederland, dat klinkt toch fantastisch? Natuurlijk, ze strijden niet mee om het WK voetbal, dat is de keerzijde. En of ik er wel tegen zou kunnen om in zo’n afgelegen gebied te wonen is ook maar de vraag. Noorwegen, amper vier miljoen inwoners en tig keer groter dan Nederland. Ik ken een Noor en die maakt toch een behoorlijk gelukkige indruk. Waar kan ik heen, zou ik bijna zeggen. Zo’n vakantie maakt toch altijd weer dingen los. Over twee weken weet ik weer niet beter.