Diana

Drie jaar geleden kreeg ik een mail van een vrouw die mijn blog volgde. Fanmail misschien wel. Ze vertelde dat ze uit Apeldoorn kwam en had bij mij op school gezeten. Ze had ook bij Yukiko op school gezeten. Haar moeder woonde in Vaassen. Maar dat was het allemaal niet. Het ging om mijn logjes over mijn vader. Die schrijf ik wat minder tegenwoordig, dus als onderdeel van het verwerkingsproces heeft het geholpen. Ze wilde weten hoe een kind (ik) zijn vader herinnert jaren nadat die overleden is. Want zelf wist ze al dat ze niet oud ging worden; ze had een zoontje van slechts drie. Het bleef bij een eenmalige mailwisseling en soms een reactie.

En ineens schoot ze me weer te binnen gisteren. Ik weet niet waarom, misschien omdat ik Martin Bril las die over zijn naderende dood schreef, tot die gisterenavond opnieuw stierf omdat ik het boek uit las. Ik zocht haar blog op en las dat ze vorig jaar is overleden. Dat ze rustig was ingeslapen, welke muziek ze had uitgekozen en de letterlijke teksten van de toespraken die werden gehouden. Een link naar de weblog van haar man, met daarop foto’s van hem en hun zoontje. Een lachend zoontje gelukkig. Ik ben bijna een jaar te laat, maar ik heb nog iets onder haar overlijdensbericht geschreven.

En zo sterft er wel eens een blogger. Ik heb het al een paar keer gezien. Hun woorden staan nog steeds online. En zo blijven ze in leven.

Bibliotheek

Het kan wel 30 jaar geleden zijn dat ik voet zette in de plaatselijke bibliotheek. Maar ik zou vandaag met mijn jongste naar de bibliotheek gaan. Dat kwam zo: altijd vlak voor het naar bed gaan komt Tammar met problemen op de proppen. Dit tot grote ergernis van mij. Het naar bed gaan is al een werkstuk op zich, en als mijn twee kinderen tegelijk boven zijn wordt het haast onmogelijk. Alle concentratie verdwijnt waardoor het kind zich vergeet uit te kleden. Na aansporing één maakt ze een broeksknoop los, om zich vervolgens weer volledig te storten op de jolijt met haar broer. Aansporing twee leidt alleen maar tot een verontwaardigde dochter die iets zegt in de trant van: “jahaa, mag ik niet eens even mijn rits openmaken,” en zo gaat dat door. Elke keer probeer ik met militaire autoriteit in te grijpen, maar helpen doet het niet echt.

Ze mocht nog even lezen maar ze had alle tijd die ze daarvoor had, gespendeerd op de wc. Dus volgens haar was het wel rechtvaardig als die tijd werd bijgeschreven op haar conto. Ik legde uit dat dat niet ging gebeuren en dat ze nu heel snel moest beginnen in haar boek omdat ze anders helemaal niet meer kon lezen. Zij voelde zich onrechtvaardig behandeld en beet mij toe dat ze geen leuke boeken had op haar boekenplank met 800 boeken. Ik was het een beetje zat en stopte met redeneren en begon met commanderen zonder tegenspraak te dulden. Wanhopig zei ze dat ze nu al voor de derde keer moest gaan huilen door mijn schuld. Ik legde haar uit dat als ze geen boek kon vinden, ze eens wat eerder met dat probleem bij mij moest komen, zodat ik er misschien nog iets aan kon doen, maar niet als ik sta te wachten tot ze in bed ligt, en de keuze nog gemaakt moet worden. En of ze dat kon onthouden? Toen ik even later weer bij haar kwam kijken liet ze me een schrift zien waarin ze had geschreven: “met papa praten.” Zo kon ze onthouden dat ze wat eerder bij me moest komen dan vlak voor het slapen gaan.

Ik haalde haar vanmiddag uit school en ze begon erover. Ik had haar bibliotheekpas bij me en nam haar als verrassing mee naar de bieb. Ik moet 15 geweest zijn toen ik daar voor het laatst kwam. Ik wist niet wat ik kon verwachten. Zouden ze nog boeken hebben, of is dat erg ouderwets? Het viel me reuze mee. Voor een sprong van 30 jaar vooruit leek het nog behoorlijk op hoe ik het de laatste keer had achter gelaten. Al had ik het idee dat de kasten nu wat lager waren waardoor ik er nu overheen kon kijken. Ik moest even vragen hoeveel boeken je nu mocht meenemen, maar dat maakte de juffrouw niet uit. Dat was 30 jaar terug wel anders. Toen mocht je er maximaal drie meenemen. Kreeg je een kaartje met een stempel in je boek met daarop de datum wanneer het boek weer ingeleverd diende te worden. Dat systeem was inmiddels vervangen door een computer. En ik mag wel zeggen, een succesvol automatiseringsproject want ik kon er mee overweg. Dat is bij  McDonald’s wel anders. Daar snap ik niks van de bestelcomputer.

In elk geval, Tammar had vier boeken en twee dvd’s. Ik had het weer helemaal goed gemaakt. Dus ging ze blij naar bed. Niet geheel zonder aansporingen, want dat blijft toch een dingetje, die concentratie. Ze groeit er vast overheen. Ik kan me tenslotte ook uitstekend concentreren zolang ik niet afgeleid word.

 

 

Bij de kapper

Naar de kapper gaan, altijd fijn. Je gaat er niet alleen beter van uitzien, het is ook lekker ontspannend. Lekker aanhoren wat de dames te vertellen hebben, ik hou er wel van. Ik vertel zelf nooit zoveel, tenzij mij iets gevraagd wordt. En daar kun je op wachten bij de kapper. Ik heb nog nooit een kapster meegemaakt die niet opende met een vraag die je andersom nooit zou durven stellen uit angst dat ze denkt dat je haar probeert te versieren.

Ik moest een poosje wachten en las de Panorama. Nou ja, lezen is een groot woord. Een beetje bladeren in de hoop op een knappe vrouw. Persoonlijk hou ik meer van een leuke vrouw dan van een knappe. Een leuke vrouw heeft een onweerstaanbare lach, zo’n lach die zich in een geheugencel nestelt om nooit meer te verdwijnen. Maar die vind je niet in de Panorama. Behelpen is het. Schaars geklede meiden van in de twintig die met een hoop make-up zijn opgeleukt, maar die met zo’n gemaakte, door de fotograaf gevraagde, blik in de lens kijken. De bedoeling is dat het instinct van de primitieve man geprikkeld wordt.

Ik las een ingezonden brief van een man die een hekel had aan Guus Hiddink. Want Guus had zijn EK verpest. Dit soort berichten heeft mij vaker bereikt. Mannen die zwaar de pest in hebben omdat Nederland niet meedoet met het EK. Mij persoonlijk doet het niks. Er valt toch geen eer te behalen op een EK. Het is als de zilveren medaille bij de Olympische spelen. Je kunt tien keer het EK winnen, da’s altijd nog minder dan één WK. Afgezien daarvan vind ik het ook een beetje treurig als je zomer afhangt van een geslaagd EK. Maar goed.

Ik was aan de beurt. Een alleraardigst bescheiden meisje dat mij al vaker geknipt heeft. Of ik nog wat leuks ging doen dit weekend. Nou nee. Het is momenteel verstand op nul en blik op oneindig. En volhouden tot zondag. Zondag is warempel een rustdag geworden voor mij. Ik hoef slechts te strijken morgen. Heerlijk.

De sukkelslaap

Ik vind het al jaren de verkeerde kant uit gaan met Nederland, maar ach, wie vindt dat eigenlijk niet? Premier Rutte waarschijnlijk, als één van de weinige. Dus laten we het daar niet over hebben. Wat mij wel een beetje dwars zit is het verhaal van de Utrechtse serieverkrachter, en dan met name de manier waarop hij is gepakt. Ik vind het neigen naar valsspelen door de recherche. Want dat DNA dat tegenwoordig maar gematcht wordt, ik vind het een gevaar voor de rechtsstaat. Duizenden jaren zijn er generaties geweest die nooit van DNA hadden gehoord. En precies nu ik er ben, kan het gebruikt worden als bewijs tégen je. Ik vind dat het in een vrij land een recht is om iets verborgen te kunnen hebben. Het moet volledig je eigen keuze zijn of je iets wilt verbergen of niet. Dat houdt ons alert.

Ik begrijp dat het wat ver gaat, maar we hebben in het verleden best wel wat misdaden gehad die ons leven opleukten. Ik noem bijvoorbeeld een Heineken ontvoering. Natuurlijk, het was beroerd voor Heineken en Doderer, maar wij vonden het spannend. En we hielden er nog een mooie film aan over. Rutger Hauer heeft er goed aan verdiend. Stel nu dat er toen al DNA had bestaan. Holleeder zou allang DNA afgestaan moeten hebben wegens eerdere criminaliteit.  Op de plek van de ontvoering zou men sporen vinden, men stuurt die naar het lab, en bingo, een match. Vervolgens haalt men Holleeder op en hij vertelt dezelfde avond nog waar de heer Heineken en Doderer zitten. Klaar. Weg spanning, weg sensatie, weg film. En ga nu niet zeggen dat u er minder om geslapen heeft, want een mens slaapt alleen slecht door eigen sores.

Waarom moet je bij een fietsendiefstal al DNA afstaan? En als je weigert, wat gebeurt er dan? Is het wel zo fijn, een land zonder misdaad? Een land waar alle gevaren en gezondheidsrisico’s worden uitgebannen? Daar zit ik dus mee. We kunnen een maximumsnelheid van 20 km/u invoeren op de snelweg en we zitten jaarlijks op 0 doden. Maar ook met miljoenen geïrriteerde weggebruikers. Wat is belangrijker? Hoe hard zouden we mogen rijden? Mogen we 0 doden rijden, of 50 doden als we 50 invoeren als maximumsnelheid? Of 400 als we 100 invoeren? 700 bij 120, is dat nog acceptabel? Moeilijk, moeilijk, moeilijk.

Ik worstel ermee. Niemand wil slachtoffer worden en dat is volkomen terecht. Maar zullen we allemaal bij onze geboorte DNA afstaan aan de overheid zodat we allemaal te traceren zijn? Of is het beter dat we allemaal een chip krijgen die precies registreert waar we zijn, en als we in de buurt van een misdaad waren krijgt de politie automatisch een signaaltje. Is dat wat? Een jaarlijkse opbiecht inenting? Een slachtoffervrije samenleving waar iedereen 100 wordt? Het lijkt mij niks. Ik ben bang dat we langzaam in slaap gesukkeld worden. Een eerlijke boef zou toch een kans moeten hebben in een vrij land.

Het vak Nederlands…

Er was deze week iets te doen over het vak Nederlands op middelbare scholen. Leraren Nederlands zeiden dat het vak al 25 jaar niet meer was aangepast, leerlingen vonden het saai en niet uitdagend, en het zou geen inzicht in de literatuur of taal geven. Een op de zeven vijftienjarigen is functioneel analfabeet. Wat voert Prinses Laurentien eigenlijk uit?

Ik ben geen Neerlandicus, maar ik heb 8 jaar Nederlands gevolgd op de middelbare school, en zes jaar taalonderwijs op de basisschool. En ik vond het geen saai vak, ik vond het een verschrikkelijk vak! Tenminste, de laatste vier jaar. Maar vond iemand dat interessant dat ik het een verschrikkelijk vak vond? Neen. Was er sprake van dat de lessen aangepast moesten worden omdat ene Mack er zo’n hekel aan had? Neen. Ik had zo’n hekel aan literatuur dat ik nadat ik ervan verlost was zeker tien jaar geen boek heb aangeraakt. Ik had zo’n hekel aan mijn leraar Nederlands op het Havo, dat ik nu nog rillingen van die man kan krijgen. Ik had zo’n hekel aan mijn medeleerlingen die net deden of ze de kunst van de literatuur wel verstonden. Het interesseerde me geen reet. Nee, het ging verder dan dat. Ik vond het misdadig dat wij met die zielige onzin van bijvoorbeeld Maarten ’t Hart werden opgescheept. Ik werd woest als de leraar het over een motief had, want ik wist absoluut zeker dat de schrijver dat zelf niet in de gaten had.

Goed, ik draaf een beetje door. Waar het allemaal om te doen was, was dat je uiteindelijk foutloos een sollicitatiebrief kon schrijven. Want een sollicitatie met schrijffouten zou linea recta de prullenbak -toen nog prullebak- in verdwijnen. Ik heb me dus nog moeten aanpassen ook nadat ik allang van school was. Hoort u mij klagen?

Ik ben gewoon pissig dat als leraren te beroerd zijn om hun leerlingen te drillen tot ze het snappen, ze de regels gaan aanpassen. Ik ben bang dat straks de regels worden afgeschaft en je zelf mag weten hoe je een woord spelt. En dat ik al die jaren voor niks gedrild ben. Ik ben gewoon jaloers op die heersende gedoogcultuur van tegenwoordig. Het wordt allemaal maar luier en onverschilliger (de Alexander Klöpping mentaliteit) en omdat ik hetzelfde blijf, wordt de onderlinge afstand toch groter en ben ik straks de ouwe zak die niet mee kan met zijn tijd. Kan er nog ingegrepen worden? Of komt het vanzelf weer goed? Ik lees tenslotte ook weer elke avond.

Het mooie

Ik reed vanavond even langs mijn oude appartement. Een hatwoning volgens de gemeente. Ook goed. Het was een flatje met één slaapkamer, een huiskamer, een keukentje, douche/wc en een balkon. Ik heb er een jaar of zeven gewoond, en één blik naar boven was genoeg om herinneringen aan die goeie ouwe tijd op te rakelen.

Of die tijd echt zo goed was, dat waag ik te betwijfelen, maar het menselijke geheugen en zeker het mijne heeft de neiging om de mooie dingen te koesteren en de vervelende dingen ergens op te slaan op een plek die minder toegankelijk is. Maar ik kan niet ontkennen dat er mooie dingen gebeurden in die tijd. Ik woonde er alleen en behalve nadelen heeft alleen wonen ook zeker zijn voordelen. Bijvoorbeeld dat je kunt doen en laten wat je wilt. Als ik Formule 1 wilde zien, dan keek ik dat. Als ik ergens naar toe wilde, dan ging ik. En als ik op de bank wilde maffen, dan mafte ik op de bank. Ik had een snelle auto en ik had geld genoeg, want ik maakte weinig op. Ik scheurde ’s nachts over de A50, met bijna 200 km/u naar huis. Ik herinner me een ijskoude nacht met twintig graden vorst maar ik had het binnen warm. Mooie tijden.

Maar aan al het mooie komt een eind, al was het maar omdat het mooie wel moet eindigen om er op terug te kunnen kijken. Je moet het mooie wel kunnen plaatsen in de tijd. Niemand die bij zichzelf denkt: goh, toen ik op mijn huidige adres woonde, dat was nog eens een mooie tijd.

En nee, het was niet allemaal mooi. Ik weet ook dat ik mij soms diep ongelukkig en alleen voelde. Dat weet ik verdomd goed. Maar daar denk je niet aan terug als je het verleden aan het romantiseren bent. Welnee. Je ziet het balkon en het donkere raam en je denkt: ooit had ik daar een mooie tijd.

Hinderlaag

Elke avond als ik de hond uit laat, loop ik hetzelfde rondje. Het is een rondje van niks, misschien tweehonderd meter. Aan het begin zijn struiken waar de hond altijd plast. Iets verderop, als ik de hoek om loop, zijn struiken waar ze soms poept. Er zit geen regelmaat in. Soms moet ze alsof ze twee dagen niet gepoept heeft, en soms helemaal niks. Maar ze gaat er wel altijd even snuffelen. Aan andere drollen ruiken, is het meer. Met de kennis dat een hond tienduizend keer beter kan ruiken dan een mens, begrijp ik niet dat het beest niet flauwvalt. Maar dit terzijde.

Als ik daar sta te wachten word ik altijd bespied. Vanuit een donkere bovenkamer vanachter een plant die in de vensterbank staat. Het is een oud vrouwtje, ik heb geen reden om aan te nemen dat ik door een instantie geschaduwd word. Als ik plotseling naar boven kijk, trekt ze snel haar hoofd achter de plant, maar ik kan haar contouren nog onderscheiden. Wat ik me afvraag is hoe het vrouwtje weet dat ik daar op dat moment ben. Ik ben er niet altijd om dezelfde tijd, en toch is het net of ze er altijd staat. Vanavond heb ik de aanlooproute nog eens bestudeerd. Ik denk dat ik het nu weet. Er floept altijd vlak voor haar huis een lamp aan als ik er langs kom. Dat moet het haast zijn. De hond poepte vanavond niet. Die heeft dit soort dingen trouwens helemaal niet in de gaten. Ze mag dan wel een veel beter reukvermogen hebben, ze loopt wel veel sneller in een hinderlaag dan ik.

Basis

Ik heb het idee dat mijn vrouw het wel even best vindt. Ze is in revalidatie en zit/ligt op de bank. Ondertussen ben ik Assepoester. Wassen, strijken, drogen, koken of wat daar voor door moet gaan, brood klaarmaken voor de kinderen, tassen inpakken, naar school brengen, uit school ophalen, met de hond wandelen, vaatwasser in- en uit ruimen, boodschappen doen, ik doe het er allemaal even bij. Het loopt gesmeerd mag ik wel zeggen. Eerlijkheidshalve zeg ik er wel bij dat ik tijdelijk halve dagen werk, want anders zou dit geen doen zijn. Maar ik verdenk mevrouw Mack ervan dat ze het herstel wat zit te rekken. Keihard bewijs heb ik nog niet, maar misschien als ik een camera goed verborgen ophang, dat ik haar zonder stokken zie opstaan als ik er niet bij ben.

De huishoudschool gaat mij prima af. Alleen haren vlechten, die taak is inmiddels weer terug waar hij hoort. Ik kon overigens alleen een vlecht voor de nacht. Daar kon je een klein meisje met goed fatsoen niet mee naar school sturen. Ik denk wel dat ik geslaagd zou zijn voor het LHNO. Jas ik ook nog elke avond een trombosespuit in haar, dat vindt ze zelf wat eng. Ook de zustersopleiding zou ik wel gekund hebben. Het lijkt erop dat ik aanleg heb voor vrouwelijke beroepen. Ik raak ook vrij snel de weg kwijt, bedenk ik me ineens.

Tja, ik was ook liever Richard Gere in een smetteloos wit pak die op zijn motor zijn geliefde uit de fabriek komt redden, maar de werkelijkheid van het huwelijk is echt heel anders. Ik geloofde vroeger ook wel dat me dat zou lukken, dat kunstje met die motor. Maar nee, het is hier gewoon: man, vrouw, twee kinderen, hond en in de zomer naar Zuid-Frankrijk. Vanavond hebben we met z’n allen de film Matilda gekeken, toen drong tot mij door waar het allemaal ook weer om gaat. Het gaat er in een gezin om dat kinderen herinneringen opslaan die ze later nog weten. Zoals ik die ook heb aan vrijdagavonden van vroeger. Iets met de juiste basis.

De jacht van de ijsbeer

Vanochtend stond “The Hunt” aan. Een beetje riskant met Tammar erbij, want die wil nog wel eens gaan huilen als een roofdier een prooi pakt. Vanochtend niet. Het ging over een uitgehongerde ijsbeer die in de zomer heel moeilijk aan voedsel kon komen. Op winterse ijsvlakten is het makkelijker een rob te vangen dan op smeltend ijs. Een ijsbeer deed ontzettend zijn best om ongezien een rob te naderen, wat op zich nog wel lukte, maar om dan in een verrassingsaanval uit het water te schieten, en vóór de vluchtende rob het water bereikt toe te slaan, da’s heel lastig op een ijsschots.

In een ultieme poging (hoe heet besloop in het water, maar dat werkwoord hoort hier) de ijsbeer zijn prooi, sprong op de ijsschots, de rob sloeg op de vlucht, de beer vloog er achteraan, maar de rob was al bij de rand en dook in het water. De ijsbeer leek te laat en dook er achteraan. Twintig seconden later kwam hij boven met een rob in zijn bek. Hij had hem als een wonder onder water te pakken gekregen en wij stonden te juichen. Hij kon weer een week vooruit.

De macht van de portretteerder is groot. Hij bepaalt de publieke opinie. De ijsbeer was de held. Daarom is het uitermate belangrijk dat het achtuurjournaal het nieuws brengt, en niets anders. Het is echter een nieuwsshow aan het worden met lopende presentatoren, alles om de kijker maar vast te kunnen houden. Terwijl het juist de bedoeling van de kijker zou moeten zijn om op het nieuws af te stemmen omdat hij dat belangrijk vindt, en vervolgens zijn aandacht twintig minuten op het journaal te richten.  Maar ja, gevaren schip.  Ik doet het zelf al niet eens meer. Wat is er nog echt belangrijk in het leven? Gezondheid ja. Duidelijk. Want anders word je geen honderd. Maar alles wat ik belangrijk vond, is inmiddels vakkundig weggeredeneerd door…tja, door wie eigenlijk? Wat maakt het uit of je correct kunt spellen als mensen toch wel begrijpen wat je bedoelt? Waarom moet je kunnen hoofdrekenen? Waarom zijn manieren belangrijk? Waarom moeten winkels op zondag dicht? Waarom moet je een krant hebben?

Ik heb intussen over veel dingen geen idee meer. Ik weet wel dat ik dat soort vragen vroeger nooit had. Het was nu eenmaal zo, en ik kon daar prima mee omgaan. Er werd voor mij door grote mensen bepaald wat goed was en wat slecht, en die wisten het eenmaal beter. Anders zouden ze niet groot geworden zijn.  Het heeft ook te maken met yolo. Dat was vroeger niet zo, toen was het yolt. En had je niet de druk om alles eruit te halen wat erin zat. Maar tegenwoordig wordt die kale kip gewoon geplukt alsof hij veren heeft.

Ik vind het belangrijk dat de ijsbeer de klimaatverandering overleeft. Maar waarom? Ik heb nooit een ijsbeer in het wild gezien, ik zou het verschil niet eens merken. Bovendien heb ik laatst een stuk gelezen waarin een klimatoloog stelde dat er geen enkel probleem is als de aarde een paar graden opwarmt. Weg vaste grond onder mijn voeten. Ik wil gewoon ergens van op aan kunnen. Iets wat onherroepelijk vast staat. Al is het maar omdat er niemand op het idee komt om eraan te twijfelen.

De ijsbeer is niet goed of slecht, hij heeft slechts honger en als die gestild is wil hij zich voortplanten. Dat is uitermate belangrijk om te weten. Misschien staat het wel onherroepelijk vast. Misschien.

Straaljager

Op de 8e januari sta ik bij twee dingen een klein momentje stil. Een daarvan is de geboortedag van Elvis Presley. Elvis Aron Presley, zoals op zijn geboortedocument, of Aaron zoals op zijn graf vermeld staat. Waarom dat is, is wat duister maar het schijnt dat zijn vader bij de geboorte niet de goede spelling heeft doorgegeven. Anderen denken dat het te maken heeft met zijn in scène gezette dood, omdat hij het lot niet durfde te tarten en daarom een kleine spellingsfout maakte.

Dat Elvis dood is nemen we aan omdat het op het nieuws geweest is in 1977. Maar het is natuurlijk niet waar. Daarvoor zweette het wassen beeld dat in zijn kist lag teveel. Bovendien was het lijk in topvorm, terwijl Elvis er niet best aan toe was in augustus 1977. Nou ja, het overweldigende bewijs is natuurlijk op mijn blog geleverd, waar ik de telefonische conversaties die ik met hem had, versloeg.

We zijn nu eenmaal afhankelijk van wat er op het nieuws geweest is om ons eigen beeld te vormen. Maar er klopt gewoon geen bal van. Zo zou Paul McCartney nog gewoon leven terwijl die juist omgekomen is bij een auto ongeluk in 1966. Het is allemaal wat verwarrend. Wie er precies achter de complottheorieën zit, is mij onduidelijk. Paul McCartney nog levend, pfff, ik heb nog nooit zoiets achterlijks gehoord.

Toen ik vandaag een rondje door de weilanden liep vloog er een straaljager laag over mij. Hij vloog zo laag dat ik dacht dat de piloot mij zou kunnen zien, ware het niet dat hij niet door de onderkant heen kon kijken. Ik vond het apart want ik zie eigenlijk nooit laagvliegende straaljagers meer. Ik bepaalde zijn richting en stelde vast dat hij richting Dedemsvaart vloog. En ik dacht na over hoe lang nadat ik hem zag, hij daar zou aankomen. Op 8 januari denk ik ook altijd even aan het sneeuwkind en haar overleden vurige zoontje. Door Elvis getriggered weliswaar, maar ik denk aan hen.