Laatst, toen er bij Tammar bloed afgenomen moest worden, en ze wat nerveus was, vroeg ze aan mij of dat mij ook wel eens gebeurd was. Ja hoor, antwoordde ik. Wel een paar keer. Bij de militaire-dienstkeuring, o.a. daar vroegen ze of ik de prik lekker vond, en toen ik ja zei mocht ik nog een keer, zeiden de stoere mannen met de mislukte carrière. Later kreeg ik een ansichtkaartje van ze met daarop mijn bloedgroep. Ik weet hem niet meer.
Wat ik nog niet wist toen Tammar het vroeg, is wat ik nu weet, dat ik binnenkort weer bloed mag laten afnemen. En daarbij maken ze een CT-scan van mijn hart. De artsen hebben namelijk ontdekt dat ik in mijn niet aflatende naïviteit, in mijn eeuwige misleidende gedachtengang dat dit hooguit anderen zou kunnen overkomen maar mij toch nooit, mijn medewerking heb verleend aan een wetenschappelijk medisch onderzoek, waarbij ik in een bepaalde groep zou worden ingedeeld, en waarvan ik dacht dat ik in de referentiegroep zou worden ingedeeld. Maar nee, interventiegroep B, en dat betekent nu dat ik me mag melden in het belang van de wetenschap.
Net als Trump en Robbert Dijkgraaf twijfel ik aan de wetenschap, want zou niemand aan ze twijfelen, hadden ze geen enkele drijfveer om beter te worden. Een berekening die ik heb gemaakt laat zien dat slechts 5% van wat we weten, ook werkelijk waar is. Bovendien hebben we geen enkel idee welke 5% dat precies is. Daarom heb ik me opgegeven, zodat we langzaam naar de 5,1% kunnen. Mack dient de wetenschap, altijd.