Het valt wel mee.

Ineens doe ik op mijn vijftigste mee aan de training voor de badmintoncompetitie. Per ongeluk haakte ik drie weken geleden aan, en nu kennen ze me al. Ik ben wel de enige die geen competitie speelt want daar heb ik geen zin in. Te druk met sport kijken op zondag. Maar hier ga ik ouderwets kapot. Mijn conditie is goed, maar je moet ineens zoveel dingen anders doen, dat trekken mijn hersenen niet. Als ik net het eerste snap, moet ik weer op het volgende letten en vervolgens hou ik ook mijn racket niet goed vast. Als je dat allemaal tegelijk goed probeert te doen dan ziet dat er heel raar uit.

De trainer is een pro. Die hoort of je goed slaat, hij hoeft het niet eens te zien. Hij doet alles voor, elke stap, elke draai, elke slag. Hij ziet alles wat niet goed gaat. Als hij in de buurt komt gaat het nog minder goed. En dan die warming-up! De meest onmogelijke bewegingen. Buikspieroefeningen, zo snel dat je geen adem kunt halen, bij elkaar 100 keer.

Even volhouden, dan zal het wel beter gaan. Volgende week word ik 51, en al heb ik veel rugproblemen gekend, dat is het eigenlijk wel. Ik ben een kilo of 8 te zwaar maar voor de rest doet mijn lichaam het nog heel behoorlijk. Geen blessures gelukkig. Ik verbaas me er nog wel eens over, maar je hebt het deels ook zelf in de hand, de mate waarin je aftakelt. Goed, op je 50e hoor je niet meer alle hoge tonen, je hebt een leesbril nodig, je wordt grijs, je krijgt een wat zwakkere plasstraal en de seks speelt zich steeds meer in je hoofd af dan in het echt, maar er zijn momenten dat je even niet in de gaten hebt dat je geen 25 meer bent. Ik wil maar zeggen: het valt allemaal wel mee.

De aarde is rond.

Er is een flinterdunne scheidslijn tussen gek en geniaal. Het komt niet zelden voor dat we iemand eerst geniaal vonden maar later gek. Terwijl de betreffende gek zichzelf intussen nog genialer is gaan vinden! Wij, gewone mensen, kunnen het genie niet meer volgen en verklaren hem gek. Zo zou het kunnen werken. Dat wij gewone mensen, om niet voor gek versleten te worden, steeds teruggrijpen naar de algemeen geldende beginpunten die we kunnen bevatten. Alles wat daarvan afwijkt verklaren we gek, om zelf niet in moeilijkheden te worden gebracht.

Hoe kom ik hier nu weer op? Ik keek wat filmpjes over wat wij noemen, complotdenkers. Ze zijn er in allerlei gradaties. Je hebt de wat eenvoudige complotdenker die uit is op meer aanzien maar er zijn ook mensen genoeg, intelligenter en geleerder dan ik, die eerst “normaal” waren maar waarvan later, zoals ze het zelf zeggen, de ogen opengingen.

In hun ogen zijn wij (de massa) de schaapjes, en in onze ogen zijn zij (de complotdenkers) de gekkies. Ik sta toch een beetje voor een dilemma. Ik was vroeger gek op complotten omdat ze spannend waren en je er een bepaald aanzien mee verwierf. Maar sinds social media neemt het complotdenken, of zoals de complotdenkers het liever noemen, het kritisch denken, massale vormen aan. En ik denk absoluut niet in complotten maar dat is meer omdat ik de veiligheid van de massa opzoek en terug wil naar mijn beginpunt om niet voor gek te worden versleten. Een slechte reden eigenlijk. Want wat is nu die vrijheid wanneer iemand die afwijkt, voor gek wordt verklaard? Want dat is feitelijk wat er gebeurt.

Ik blijf gekte een merkwaardig verschijnsel vinden. Vroeger dacht ik dat ze makkelijk te herkennen waren, de gekken, tong uit hun mond, vrijen met etalagepoppen, maar tegenwoordig zitten er ook ogenschijnlijk doodnormale mensen tussen. Ze zijn intelligenter en geleerder dan ik, maar ik moet ze desondanks toch voor gek verklaren wil ik serieus genomen blijven worden. Ik noem maar wat, de aarde is plat, mij is geleerd dat ze rond is, ik wil me niet verdiepen in de andere bewering omdat die te belachelijk voor woorden is, dus ik verklaar de ander voor gek zonder dat ik persoonlijk heb kunnen constateren dat de aarde rond is. Ja, ik moet toch ergens vanuit kunnen gaan om mee te kunnen draaien in de maatschappij?

Ik moet mezelf dus dwingen om die intelligente en geleerde mensen met afwijkende meningen voor gek te verklaren. Dat vind ik ook best wel weer apart. Nou ja, ik wil mijn baan niet verliezen dus de aarde is rond! Maar als ik financieel onafhankelijk was dan zou ik het nog zo net niet weten.

Elvis, the perfect man

Als u hier al lang leest, weet u dat ik Elvisfan ben. Sinds mijn achtste ongeveer. Dat houdt in dat er hier en daar in dit huis wat sporen van The King te vinden zijn, en dat ik zijn repertoire ongeveer wel ken.

Wat ik ook leuk vind is om op Facebook wat Elvis pagina’s te volgen. Niet dat je daar nog veel nieuws vindt, maar het is ongelofelijk hoe Elvis veel van zijn fans nog in zijn greep heeft. De reagerende fans zijn veelal Amerikaanse vrouwen van tegen de zeventig die onder elk plaatje van hem lyrisch en op typisch Amerikaanse wijze reageren. Elke dag lees ik wel iets als: “The most beautiful face God has ever created.” Of een jaloers, “he doesn’t look happy with that woman” doelend op het feit dat Elvis een nieuwe vriendin had na zijn scheiding van Priscilla.

Laatst vroeg iemand zich wanhopig af hoe het toch zo mis had kunnen gaan met Elvis, waarmee bedoeld werd dat als Elvis haar in zijn leven had toegelaten, ze wel gezorgd zou hebben dat hij niet op dat verkeerde pad terecht was gekomen. Ik antwoordde geheel tegen de bedoeling in dat het Elvis’ eigen schuld was, dat hij alleen mensen om zich heen duldde die met hem mee huilden in plaats van mensen die hem de waarheid zouden vertellen en hem weer het rechte pad op zouden schoppen. Maar dat kon natuurlijk niet. Elvis was perfect, dus kon het onmogelijk zijn eigen schuld zijn. Het moest de schuld van de kwade zielen om hem heen zijn, die alleen op zijn geld uit waren.

Zo kun je het ook zien natuurlijk. Ik blijf wel van mening dat hij er zelf bij was, ondanks dat hij gestuurd werd door angsten. Ik begrijp het zelfs nog wel. Maar die angsten had hij moeten bespreken, ze onder ogen durven komen, en ze niet steeds meer moeten onderdrukken met medicinale zooi. Wat minder vet eten en nooit dat contract voor die baggerfilms tekenen. Iemand had hem moeten vertellen dat hij zanger was, geen acteur.

Ondanks dat hij maar 42 werd, en ondanks dat hij van die 42 jaar nog tien jaar heeft vergooid met matige films maken, is hij uitgegroeid tot de grootste artiest die de wereld ooit kende, dan zeg ik het maar even in mijn eigen woorden. Niemand kon pijn beter overbrengen in een lied dan Elvis. En niet alleen in de laatste jaren van zijn leven, ook in het begin van zijn carrière kon hij dat al. En ondanks dat een groot deel van zijn fans niet helemaal spoort, kan ik niemand anders verzinnen die het gaat lukken om zo lang na zijn dood nog zo massaal verafgood te worden. Al is het door eenzame vrouwen van tegen de zeventig.

Loosdrecht

Voor mijn moeders verjaardag namen wij, broer, zus en ik haar een dagje mee naar het verleden. Mijn moeder heeft haar jeugd, tenminste de vakanties, doorgebracht op de Loosdrechtse plassen. Mijn opa en oma hadden een boot, in de jachthaven van Breukelen, eentje waar je de vakanties op kon doorbrengen. Ik ben ook nog wel eens meegevaren vroeger.

We hadden een sloep gehuurd en maakten een tocht van een uur of zes over de Vecht, de Drecht en de Loosdrechtse plassen. Ik herkende de plek van de boot van mijn Opa, al mochten er nu alleen zeiljachten liggen. Het buitenzwembad was er nog, als kind heb ik er gezwommen en ik ving er een grote brasem. Voor mijn moeder gingen de herinneringen nog verder terug. Die vond het geweldig ondanks dat ik aan het roer stond.

Wat mij opviel is hoeveel steenrijken er moeten zijn in Nederland. Langs de Vecht stonden al leuke optrekjes, midden in de plassen lagen complete eilanden met villa’s erop. Aan de oevers stonden overal borden met “geen toegang, bijtende honden”. Drugscriminelen dacht ik. Ik vond het ook mooi, hoewel het op mij niet dezelfde aantrekkingskracht uitoefent als op mijn moeder. Ik hou niet zo van bezet gebied, in dit geval door de rijken die alle stranden gekaapt hebben. De jachthavens zijn niet vrij toegankelijk terwijl het juist zo leuk is om over die steigers te lopen. Op een woonboot wonen lijkt me nu ook niet geweldig, zonder dat ik precies kan duiden wat er dan aan scheelt. Ik denk iets met “het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”

Nou ja, doet er niet toe, de weergoden waren ons gunstig gestemd, beter weer konden we niet hebben om te varen. En ik manoeuvreerde door sluizen, langs boten, meerde aan voor de lunch, en lag stil voor dichte bruggen alsof ik nooit anders gedaan had.

Droogte

Afgelopen zomer, hoewel de zomer nog steeds gaande is, kenden we weer periodes van grote droogte. Als ik het me goed herinner was het eerste kwartaal nat, daarna waren er twee maanden van droogte die de kranten alweer de uitspraak deed ontlokken dat het de droogste april/mei ooit was totdat het in juni begon te regenen. Het begon zoveel te regenen dat ik op een gegeven moment op het nieuws hoorde dat het grondwaterpeil zich bijna hersteld had. Het viel me nog op, want het is niks voor het nieuws om iets geruststellends te brengen. In juli kwam wederom een periode van droogte. Het was zo erg dat de waterleidingbedrijven waarschuwden om zuinig te zijn met water, niet meer te sproeien en geen zwembadjes meer te vullen. Het viel me nog op, want het stelde me gerust dat het nieuws weer alarmerend was, zoals altijd. Anders luistert er straks niemand meer naar het nieuws.

Tegelijkertijd waste ik wel een keer mijn auto. En we sproeiden de bloemen die anders dood zouden gaan. En we vulden een zwembadje. Ja, potverdorie, het was 37 graden, dan heb je toch water nodig? Tijdens het tandenpoetsen zette ik tegen mijn gewoonte de kraan uit. Die laat ik altijd lopen, dat was ik zo gewend en het geeft mij ook een frisser gevoel dat je steeds de borstel even kunt afspoelen. Maar ik voelde mij ook wel een beetje schuldig. Maar, zo vond ik ook, die waterleidingbedrijven doen ook iets niet goed. Er zit genoeg water in het IJsselmeer, er stroomt nog zat door de rivieren, dus ergens doen jullie zelf iets niet goed. Mij een beetje een schuldgevoel aanpraten.

Eergisteren was ik op een verjaardag. Een nieuwbouwbuurt met grote tuinen. Het huis van de buren stond te koop voor meer dan zes ton. Dit even voor de beeldvorming. Waar ik was stond geen zwembadje, maar een zwembad. Ik heb het niet nagemeten, maar ik schatte anderhalve meter hoog, vijf meter lang en 2 meter breed. Als je denkt dat dat groot is, toen ik over de schutting bij de buren keek stond er daar eentje van 1,80 meter diep, tien meter lang en vier meter breed. Het moet een week gekost hebben om dat ding te vullen. Ik had de hele zomer elke dag mijn gras kunnen sproeien, mijn auto kunnen wassen, en de kraan laten lopen tijdens het tandenpoetsen en dan nog had ik niet zoveel water verbruikt als daar. En dat waren dus pas twee tuinen uit één dure nieuwbouwwijk. Ik kon me ineens voorstellen dat het waterleidingbedrijf een probleem kreeg. Ik had tenslotte pas twee huizen in die wijk gezien, hoeveel zwembaden staan er in totaal wel niet, en hoeveel van die wijken heb je niet in Nederland?

Ik neem me voor om voortaan de kraan maar niet meer te laten lopen tijdens het tandenpoetsen. Het zou toch lullig zijn als zo’n buurman z’n zwembad niet kan vullen tijdens perioden van droogte.

Vooruitgang is stilstand

Ik las laatst zo’n mooi Engels citaat, dat voor mij ook zo waar is dat ik het even wil delen: “there’s no atheist on a sinking ship.” Voor mij geldt dat in elk geval. 50 jaar leven in een vrije, welvarende democratie kan ook zijn tol eisen. De vooruitgang zit niet stil, zoals de naam al zegt. De ontwikkeling van mijn hersenen door de tijd hebben mijn wereldbeeld compleet anders gemaakt, en niet alleen het mijne. De waarheid is ingewikkeld, zullen we maar zeggen.

De wetenschap heeft mij persoonlijk niet heel veel gebracht, vanaf de tijd dat ik klein was tot nu, of het moet internet zijn. Maar internet is nu juist zo’n voorbeeld dat een ongecompliceerd wereldbeeld compleet om zeep kan helpen. Je kunt natuurlijk zeggen dat het fijn is dat de medische wetenschap zoveel verder is dan 40 jaar terug. Mensen leven daardoor langer maar ook dat is niet zonder nadelen. Ze leven nu zo lang dat ze ziektes ontwikkelen die ze anders nooit zouden hebben gekregen. De aarde zucht en steunt onder al die menselijke druk. Ondertussen wemelt het van de nerds die in hun eigen theoretische wereld leven. Die zo intelligent zijn dat ze de mensen mijden en verzinken in diepe, diepe lagen van Wikipedia om vervolgens hun theoretische gelijk tentoon te spreiden, over een nieuw ontdekt element waarmee ze nooit in hun leven te maken krijgen. Ikzelf haal mijn schouders op over veel technologische vooruitgang. Als ik kijk naar het onderdeel in de technologie dat mij aanspreekt, auto’s, dan zijn ze technisch beter geworden en binnenkort kunnen ze zelf rijden, maar dat wil ik helemaal niet! En mijn Peugeootje zonder ABS systeem gaf me het meeste rijplezier van allemaal. De mobiele telefoon, we kunnen niet meer zonder, maar het gevoel dat iedereen je altijd en overal weet te vinden staat me niet aan. Om niet te spreken van de verdwenen romantiek.

Als ik nu terugga naar het citaat wat ik aanhaalde, vroeger geloofde ik in God. Zo ben ik grootgebracht en zo zit het in mijn systeem. Ik doe er weinig meer mee, maar het was wel handig. Net als dat er meer waarheden handig waren in die tijd. Als mijn moeder iets zei, dan was dat zo, daar hoefde je verder niet over na te denken. Als de onderwijzer iets vertelde, uitstekend, weer iets geleerd. Als men in het dorp zei dat iemand niet helemaal goed was, dan nam je dat aan. Nu zou ik in dat laatste geval zelf willen beoordelen wat ze nu bedoelden met dat iemand niet goed was. Misschien is hij wel te goed en zou ik daar achter komen. Terwijl mijden en voor waar aannemen mij veel minder moeite zou kosten en me waarschijnlijk een evolutionair voordeel zou opleveren.

Het leven in gezondheid en in een vrije, welvarende democratie is ook niet altijd makkelijk, dat wil ik maar zeggen. Daar moet je ook sterk voor in je schoenen staan als je tenminste gelukkig wilt blijven. Zeker als je een gevoelig persoon bent die zich het lot van de wereld aantrekt. Dat raad ik ook ten zeerste af. We zijn toch afhankelijk van grote tech-bedrijven die de koers bepalen. Eigenlijk kun je er geen fuck aan veranderen en moet je erin mee. En als je het niet doet dan ben je die persoon waarvan het dorp zegt: “Die is niet helemaal goed.” En daar schuilt precies de hoop. Er is eigenlijk niets veranderd de afgelopen vijftig jaar.

Love again

Vroeger maakten ze nog wel eens duetten. Tegenwoordig ook nog wel, en heel soms zit er een mooie tussen, zoals die van Lady Gaga en Bradley Cooper, maar vroeger gebeurde dat toch vaker. Dan kon je ermee optreden in een televisieshow en stroomden de centen binnen. En natuurlijk bedoel ik wel gelegenheidsduo’s, niet Saskia en Serge of iets dergelijks. Nee, gelegenheidsduo’s bestaande uit twee supersterren zoals Lionel Richie en Diana Ross, Sheena Easton en Kenny Rogers, of zoals ingesloten video met John Denver en Sylvie Vartan.

En kijk dan eens even hoe dat gaat. Je gelooft ieder woord. Ze hebben na een lange tijd van leegte, van pijn en van mislukte relaties de liefde weer gevonden. De professionaliteit waarmee beide sterren deze act uitvoeren. Het begint er al mee hoe John de lach van de presentator die ze aankondigt overneemt en dan het duet inzet. En let eens op die subtiele hoofdbewegingen van Sylvie, en als ze haar partij heeft gezongen hoe ze verwachtingsvol naar John kijkt. Ze verleidt John bijna met haar ogen. “Kus me dan,” lijkt ze bijna uit te stralen. John kijkt haar liefdevol aan, en net op het moment dat u en ik (de mannen) Sylvie hartstochtelijk zouden kussen, kijkt hij weer naar de camera en zingt zijn volgende stuk. Bij een klein muzikaal intermezzo houden ze elkaar stevig vast en schuifelen ze dicht tegen elkaar aan. Als Sylvie haar gedeelte bijna weer klaar heeft, raakt John even haar schouder aan voordat hij zelf weer aan de bak moet. Het is één grote blijde boodschap. Als het nummer is afgelopen nadat ze beiden tegelijk de laatste vocale uithaal deden, schurkt zij zich nog even tegen hem aan, zoals alleen een verliefde vrouw dat kan.

Dat dit duo niet met elkaar getrouwd is mag een wonder heten. Hij Amerikaan, zij Française. Hij inmiddels dood na een vliegtuigongeluk, zij is er nog na twee auto-ongelukken.

Cesar Milan

Ik liep in het bos en zag twee vrouwen koffiedrinken op een omgevallen boomstam. Omdat de hond dat wel interessant vond zei ik haar om naast mij te blijven. De hond jankt dan zachtjes omdat ze er heen wil, maar ik herhaalde het commando nog een keer en liep ze zo voorbij.

Een van de vrouwen sprak mij aan. Ik hoorde een bekend accent. “Als je niet wilt dat die hond naar mensen toegaat, dan moet je tegen die mensen zeggen dat ze jou aankijken en niet de hond.” Ik begreep het niet en vroeg om uitleg. “Nou gewoon, da’s allemaal negatieve energie, dat voelt zo’n hond. Ik heb twintig jaar honden gehad en ik kijk altijd naar Cesar Milan. Dat vind ik prachtig. Kijk, jouw hond zit nu ook braaf te wachten, die voelt nu geen negatieve energie meer.” “Dat komt ook omdat daar om de hoek een hond staat,” zei ik. Nog wat verderop stond het baasje. “Oh, staat daar nog een hond?! Er is er ook eentje vermist hiero, een Mechelse herder. Kijk, hier heb ik een plaatje!” Ze liet me een plaatje op haar telefoon zien. De hond die om de hoek stond was inmiddels aan het spelen met mijn hond. “Hee, is dat hem niet,” vroeg de vrouw. Ik zei dat dat geen Mechelse herder was en dat zijn baasje verderop stond. Het baasje van de hond, die het gesprek kennelijk had gevolgd, stond op een afstandje te grijnzen. “Oh is die van u, wat is dat voor hond,” vroeg de vrouw aan hem. “U hebt toch twintig jaar honden gehad, ” merkte de man droogjes op. “Dit is geen Mechelse herder. Verre van zelfs.” “Ja, kent u dan alle honden uit uw hoofd, ” vroeg de vrouw? “Wel veel, ” zei de man. “Nou, dat vind ik dan heel knap van u.” De man liep door en de vrouw zei tegen mij: “ja, als we bijdehand gaan doen dan ken ik dat ook! Gezellig hiero!” Ik legde haar uit dat het hier het hondenuitlaatgebied was. “Ja, het is hier wel mooi, ” zei ze. Ik vroeg haar waar ze vandaan kwam. “Uit Vaassen” was het antwoord. Ik reageerde verbaasd vanwege haar accent en omdat ze de plek niet leek te kennen. “Oh, u heeft een wat andere tongval dus ik dacht dat u niet van hier was.” “Oorspronkelijk niet nee. Ik kom uit Amsterdam”. “Ik ga weer eens verder,” zei ik. Ze wenste me nog een fijne dag en ik deed hetzelfde.

Ik besefte ineens dat ik al 25 jaar honden heb. En dat ik nooit Cesar Milan kijk. En dat ik voordat ik honden had al wist hoe een Mechelaar eruit ziet. En dat mijn hond eigenlijk alles al goed deed. En dat Amsterdammers zo ook wel een vooroordeel in stand houden. “Die luu uut ’t West’n, die denk dat sie alles weetn.” Ik hoor het een Veluwenaar zo zeggen.

Hitlergroet

Als ik het allemaal goed begrijp dan staat er in Amsterdam sinds 1928 een beeld dat de hitlergroet maakt. Dat kan natuurlijk helemaal niet, want Hitler introduceerde zijn groet pas later, maar toch, er staat sinds 1928 een beeld in Amsterdam dat de Hitlergroet maakt. Tot nu toe is daar nooit ophef over geweest. Het was immers geen hitlergroet, het was een Olympische groet, die kennelijk een sprekende gelijkenis toont met de groet aan Der Führer. Dus zit vooral niet te zeuren dat het de Hitlergroet is, want dat is niet zo.

Kijk, dat zwarte piet zogenaamd een onschuldig kinderfeest is, daar trappen ze dan weer niet in in Amsterdam. Nee, zwarte piet is racistisch en iedereen die zegt dat zwarte piet niet racistisch is, is racistisch. Dus die bannen we uit, want godsamme onder het mom van een kinderfeest racisme in stand houden, uhuh daar trappen wij niet in mijnheer van Stoffelen! Weg ermee! Dan kan dat nazibeeld gewoon blijven staan en iedereen die er de Hitlergroet in ziet, moet maar eens goed bij zichzelf te rade gaan!

Een frustratie

De 94-jarige meneer Hoek schreef een brief schreef naar de krant waarin hij jongeren aanspoorde om geduld te hebben. De toon was niet belerend, eigenlijk een hele sympathieke brief waarin hij uitlegde tien jaar van zijn jeugd te zijn kwijtgeraakt door oorlog en door dienstplicht, en riep de jongens en meisjes op om toch een paar maanden geduld te hebben en zo corona te verslaan. “Jongelui, hou even vol en je kunt over een jaartje weer helemaal los. Ik ben in 1925 geboren en ben ook jong geweest. Wel in een rottijd. In 1940 brak de oorlog uit, ik werd dat jaar 15.” Zo begon hij.

Na een aantal dagen kwamen er wat brieven (e-mails waarschijnlijk) terug, waarin de jongeren uitlegden dat ze begrepen dat de situatie van destijds veel erger was, maar dat ze desondanks ook even hun kant van de zaak wilden belichten. Tot zover allemaal prima en kon ik het allemaal billijken. Totdat ze hun argumenten gingen uitleggen.

“Voor u was dat heel moeilijk, voor ons is dit heel moeilijk. Ik had later aan mijn kinderen willen vertellen hoe mijn eindexamenjaar was. Hoe het gala was, de examenfeestjes. Ik kan die verhalen nooit vertellen, omdat ik die dingen nooit zal meemaken. Gelukkig had ik een diploma-uitreiking, maar ook daar miste ik belangrijke gezichten.”

In maart kwam opeens een groot einde aan mijn middelbare schoolperiode. Op een weekend tijd veranderde alles. Alles werd onzeker: eindfeesten, gala’s, hoe moesten we dat regelen? Ik had het liefst een mooi afscheid gewild met mijn klasgenoten, maar dat ging niet. Ik kreeg een diploma-uitreiking, maar dat voelde gek – op 1,5 meter staan van de mensen die je jarenlang dagelijks hebt gezien en daarna is het ‘tja, tot nooit’.

“Als ik uw verhaal lees, meneer Hoek, dan heeft u veel meer moeten opofferen. Daar ben ik mij van bewust. Maar er is een ding wel heel anders: dit is geen oorlogssituatie. Jongeren hebben maanden niet kunnen feesten. Door die opoffering en het gebrek aan nood, hoe serieus ik corona ook neem, kan je het jongeren niet kwalijk nemen dat ze nu willen inhalen.”

Fragmenten uit de brieven van drie jongeren. Ik vond het toch allemaal vreemd. Maar dat zal komen omdat er in mijn tijd -1985/1990- geen galafeesten werden gehouden. Ik hoefde niet in een pak en in een cabriolet naar school. We hadden ook geen eindexamenfeesten. Ik ben tenminste niet geweest. Nou ja, naar eentje dan, van de Meao, ik was daar de enige niet-geslaagde, maar dat was de schuld van een meisje.

Ik heb avondstudies gedaan. Kreeg ik mijn diploma’s opgestuurd. Lekker interessant voor mijn kinderen. Ik had dus een galafeest moeten hebben omdat ik voor de Mavo slaagde? Je moest nondejuu nogal je best doen om niet te slagen! De Havo, wat een rottijd. Kan me nog de diploma-uitreiking herinneren met koninklijk gezelschap erbij. Gezeur over twee jaar Havo zeg! Later deed ik MBA/SPD de hele rimbam. Dat was pas zwoegen. Hier heb je je diploma! Mijn laatste grote prestatie dateert alweer 8 jaar terug, toen haalde ik mijn eerste officiële titel. Nou ja, een fluttitel die niemand wat zegt, maar toch heb ik moeten zwoegen. Dezelfde avond werd ik uitgenodigd omdat er een collega na tien jaar eindelijk was geslaagd voor HBO marketing. Een feestje. Omdat iedereen een hekel aan haar had waren ik en de directeur de enige. Moeder in haar zuurstokroze mantelpak hield een toespraak, vader met zijn schoenen met kwastjes hield een toespraak….wat een ophef! Ik had niet eens gemeld dat ik geslaagd was die dag.

En dan deze: “jongeren hebben maanden niet kunnen feesten”. Nou en? Ik heb zovaak maanden niet gefeest. Jaren soms. Ik feest eigenlijk nooit. Ja, soms ga ik naar een verjaardag, big deal zeg. Ik kan er helemaal niks mee. Ik zal zwijgen als een jongere hierover tegen mij begint. Ik ben anders opgevoed en groot geworden, en ik wil hiermee niet impliceren dat ik beter ben opgevoed of groot geworden. Maar ik eiste niks van het leven, en ik verwachtte weinig, en alles wat naar me toe kwam was meegenomen of domme pech. Kortom, er zat een bescheidenheid in mij waar ik misschien nog wel last van heb. Ik drong mij niet op, ik eiste geen plek op, en ik was zeker niet belangrijk. Ik moest respect verdienen, en soms lukte dat, soms niet. Als een meisje mij niet moest dan droop ik af.

Ik wou dat ik in deze tijd was geboren. Dan zong ik mee met Hazes, “Leef alsof het je laatste dag is en pak alles wat je kan aah aah aah aah.” Ik zou helemaal niets voor een ander overlaten. Ik zou de hele dag een grote bek opzetten en mezelf belangrijk maken. Heerlijk!