Ik moest mijn zoon leren hoe het scheermes te hanteren. Het is weer zo’n momentje in mijn leven. Voor hem waarschijnlijk niet, maar voor mij toch zeker wel. Hij vroeg het, want dat gekloot met slechte scheerapparaten schoot ook niet op. Hans is behalve in de omgang niet zo handig. Dus als ik zei, “andersom”, dan draaide hij het mesje naar de buitenkant zodat hij zich met plastic stond te scheren.
Ik hielp hem ook met wiskunde. Het berekenen van de snijpunten van een parabool en een lijn. Dan denk ik direct: Abc-formule, maar die leren ze niet meer. Ze leren inklemmen, wat een soort gokken is. Je klemt het antwoord in tussen twee foute antwoorden. Ik dacht er het mijne van. De Abc-formule is kennelijk te lastig, dus die schaffen we maar af. De waarheid is dat ik helemaal niet direct aan de Abc-formule dacht, ik was hem zelfs straal vergeten, maar ik kwam hem weer op het spoor doordat ik een kwadratische formule niet kon ontleden. Best lastig nog, maar toen ik vijftien was behoorde de Abc-formule tot de examenstof van de mavo, en kennelijk was dat niet hetzelfde als 4 vmbo.
Toen ik vijftien was overleed mijn vader. Hij kon me niet helpen met scheren of met de Abc-formule. Toen ik vijftien was, was hij zwaar ziek. Ik heb Hans’ levensloop altijd met die van mezelf vergeleken. Hij is nu op de leeftijd dat ik het alleen moest gaan doen. De vergelijkingen gaan vanaf nu uit elkaar lopen. Tot de vijftienjarige leeftijd, zover kon ik de vergelijking oplossen. Hoe het verder moet qua opvoeding is nu de vergelijking met meerdere onbekenden. Van mijn kant bezien dan, Hans maakt zich niet druk. Die lost hem wel op.

