Een kijkje in mijn hoofd.

Ik was doodongerust. Vanwege die piep in mijn oren. Ik ging naar de dokter, ze probeerde mij gerust te stellen, hetgeen wel even lukte. “ Gaat weer over,” had ze gezegd nadat ze me controleerde. “Het kan een aantal weken duren.” Maar thuis ging ik alweer zitten internet dokteren en zag dingen die niet klopten. Was ze niet te veel overtuigd dat haar diagnose klopte? De symptomen die ik had werden helemaal niet genoemd. En spoelen met zout water, wat is dat voor homeopathie? Moest ik niet onmiddellijk naar een kno-arts?

Ik lag er wakker van. Niet alleen van het gepiep, maar vooral van de toekomst. Moet ik nu echt zo door, de rest van mijn leven? Ik heb wel eens gehoord van mensen die zich lieten euthanaseren om deze reden. Die zullen het toch wel erger hebben gehad? Hoewel? Gaat dit na mijn dood eigenlijk wel weg? Zo gaan mijn gedachten met me aan de haal op het moment van tegenslag.

Ik werd er letterlijk ziek van. Moe, misselijk, koud, gedeprimeerd. Ik werd weer dat slappe kanariepietje op de bank. Ik kon niet voor me zien hoe dit verder moest. Ik zag al voor me dat ik niet meer kon werken en dat ik geen nieuwe baan meer kon vinden. Ik begon weer met bidden, midden in de nacht. Het onze vader, weesgegroetjes, Jezus en Maria.

Maar ik spoelde met zout water. Volgens de huisarts een rotgevoel. Ik vond dat niet. Een piep in je oor, dat is pas een rotgevoel. Bovendien, dat opsnuiven van zout water geeft een kick, net als cocaïne. Maar veel gezonder. En die traanogen erna zijn ook best stoer.

Inmiddels is de piep minder. Hij is er niet meer constant, en hij is meestal wat zachter. Soms nog wel even luider, maar ik raak niet meer in paniek. Ik slaap weer goed. Heeft de dokter waarschijnlijk toch gelijk. Ik schaam mezelf om hoe heftig ik reageer op ongemakken. Veel mensen hebben veel ergere dingen. Die zeuren ook niet zo, angsthaas! Nou ja, dit ben ik. Altijd al geweest.

Zemelaar

Mijn leven is een grote sinusgolf. Pieken en dalen. Tenminste, ik laat mij meeslepen. Zo kan ik de ene dag voor de spiegel staan en mezelf trots aankijken. Ondanks mijn 51 jaar sla ik iedereen van de baan met badminton (iedereen zijn drie tegenstanders op een avond) en loop ik tien kilometer, heb geen rugproblemen meer, geen blessures, mijn hersenen doen het goed en ik voel me fit. De volgende dag zie ik een oude, vermoeide man, met dun, grijs haar, leesbril, wallen, klein buikje, hangende oogleden, en nog een paar dingetjes die me niet bevallen. Het kan hard gaan. Sinds een paar dagen heb ik er een nieuw ongemak bij. Ik noem het maar voorzichtig tinnitus. Een hoogfrequente pieptoon in mijn hoofd. Het schijnt in je hoofd te zitten. De pieptoon komt me niet onbekend voor, ik ken dit al heel lang. Alleen stond er dan meestal een televisie aan ergens. Of het was eventjes en het verdween weer. Maar nu houdt het al dagen aan. En waar het van komt? Ik heb nooit (zelden) concerten bezocht. Weinig in disco’s geweest. Heel weinig met een koptelefoon op naar muziek geluisterd. Alleen de afgelopen maanden heb ik wel dagelijks oortjes in gehad. Om YouTube filmpjes te bekijken voor het slapen gaan. Maar op zeer laag geluidsvolume. Dat kan het haast niet zijn.

Ik heb altijd gezegd dat een mens niet gemaakt is om ouder dan veertig te worden. Dan is het beste ervan af, en kun je je in de natuur niet meer redden. Maar we leven niet in de natuur, wij leven in gevangenschap. Daar kun je oud in worden. Ik ben alleen niet zo goed in oud worden. Die klachten die ik noem, behalve tinnitus, zijn normaal en ik vind ze al storend. Ik was altijd blij met mijn goed werkende lichaam en mijn zintuigen. Zeuren over ouderdomskwalen is ook gezeur. Wees eerder blij dat je oud wordt, schijn je dan te moeten denken. Zit best wat in. Maar als het in dit tempo gaat dan ben ik over vijftig jaar finaal op! En alleen de eerste veertig deden ertoe. Nou ja, gelukkig heb ik de foto’s nog.

Vrede

Ik had niet eerder van hem gehoord, en ik zal hem hoogstwaarschijnlijk ook weer vergeten, Paul Moerman, de oudste veteraan uit de tweede Wereldoorlog die onlangs overleed op 104-jarige leeftijd. Maar hij had een prachtige zin voor ons waarvan ik sterk de behoefte voel om die hier te citeren: vrede is een wankele muur die moet worden ondersteund. Ik heb lang niet meer zo’n mooie zin gelezen en daar moest ik verder maar niets meer aan toevoegen.

Tere huidjes en fluwelen handschoentjes.

Vroeger, waren we duidelijker naar elkaar. Als je een laag iq had kreeg je de aanduiding debiel. Als je iq nog lager was kreeg je op je rapport keurig de aanduiding imbeciel, en als je iq zo laag was dat het niet te meten viel, dan was je idioot.

Debiel en imbeciel zijn scheldwoorden geworden die gevoelig liggen, maar idioot kun je nog rustig gebruiken. Premier Rutte bijvoorbeeld, vindt regelmatig mensen idioot. Meestal wordt de term gebruikt om mensen die onwettelijk gedrag vertonen, aan te duiden. Hetgeen verder niets met idiotie te maken heeft. Het is gewoon een algemeen aanvaard scheldwoord, en het doet ook minder pijn om voor idioot te worden uitgemaakt dan voor debiel of imbeciel. Mongool is dan weer veel krachtiger, maar dat woord kun je als premier echt niet bezigen vanwege het grote aantal mensen met het downsyndroom.

Ik bedoel maar. Uitgescholden worden is niet leuk, maar het heeft een functie. Je kweekt er een olifantenhuid door. Turk, dat was bij ons vroeger ook een scheldwoord dus je riep het vooral tegen niet Turken. Neger was dan weer geen scheldwoord, maar is dat nu wel. Nikker, dat was het scheldwoord, al gebruikte mijn oma dat nog gewoon om een vriendinnetje aan te duiden. Dat nikkermeisje zei ze dan. Jood kan nu als scheldwoord worden gebruikt, maar vroeger moest je smous zeggen om ze te beledigen.

Tegenwoordig kun je alles als scheldwoord gebruiken, je zet er eenvoudigweg het woord kanker voor. Maar daar hou ik niet van. Hoer op zichzelf is al krachtig genoeg. Aan de andere kant kun je tegenwoordig bijna geen enkel scheldwoord meer gebruiken, omdat er altijd wel een groep is die zich daardoor beledigd voelt. Wat volgens mij ook precies de functie van een scheldwoord is.

Bovenstaande schreef ik gisterenavond op mijn mobiele telefoon toen ik in bed lag. Ik was nog niet helemaal tevreden en besloot het morgen (vandaag) te verbeteren of aan te vullen. Totdat ik vanochtend een interview met Youp van het Hek las, waarin hij het ineens had over scheldwoorden. Waardoor ineens al het gras voor mijn voeten werd weggemaaid. Maar de aanleiding van al dit fraais was een kennis die fysiotherapeut is en werkt met gehandicapten. Ze kreeg van haar oudere cliënten rapporten onder ogen, waarin ze werden aangeduid als imbeciel en debiciel. Zo zei ze het. Ik wist dat al, maar op dat moment werden de fundamenten voor dit logje gelegd.

Don’t know much…

Dankzij mijn kinderen leer ik weer dingen die ik al vergeten was. Goniometrie bijvoorbeeld, maar vandaag ook hoe het ook alweer werkt met plaatsbepaling op aarde door middel van coördinaten. Noorderbreedte, zuiderbreedte, westerlengte, oosterlengte. Nederlands en economie beheers ik nu waarschijnlijk beter dan op de middelbare school, net als geschiedenis, al nam ik daar snel afscheid van. Geschiedenis is nu trouwens veel zwaarder dan dertig jaar geleden, er is tenslotte dertig jaar bijgekomen. In Engels ben ik véél beter dan dat ik ooit op school was en dat geldt voor Frans ook, zij het in mindere mate. Dat ik wiskunde op Havo niveau heb weten te halen vind ik met terugwerkende kracht knap. Ik ben blij dat mijn kinderen niet op het VWO zitten, anders had ik toch op een gegeven moment moeten afhaken en dat is niets voor mij. Als ik begin met haken, dan haak ik het ook af.

Als ik over mijn huidige werk moet vertellen ben ik altijd beschamend snel klaar. Dan klinkt het alsof het helemaal niets voorstelt. En het mooier maken dan het is, is ook niets voor mij. Toch vergt het soms het uiterste van mijn kunnen. Spitten in archieven, zoeken naar bewijzen, onderhandelen met klanten of met andere afdelingen, zoeken naar contracten, clausules daaruit vinden, procedures begrijpen en volgen, rekenen, veel rekenen. En fouten herstellen, veel fouten herstellen. Incasseren, geen geld maar voornamelijk gezeik.

Soms noem ik het ongeschoold werk, maar dat is omdat ik opgeleid ben om financiële administraties te voeren en daar zit wat frustratie bij. Maar Engels, Nederlands, Frans, Duits, economie, aardrijkskunde, rekenen, recht, maatschappijleer, handelswetenschappen, typediploma, informatica, de hele rimram komt toch weer van pas. Alleen natuurkunde, biologie en scheikunde, daar zie ik niks van terug. Dat voelde ik instinctief aan, dat ik die vakken met een gerust hart kon laten vallen. Daar heeft een beetje boekhouder helemaal niks aan.

In het spoor van de Porsche

Ergens in de jaren tachtig zag ik in de buurt een rode Porsche 911 Targa rijden. Het was herfst en de Porsche liet de een spoor van dwarrelende bladen achter zich. Het was voor mij als zeventienjarige een magisch moment. Tegenwoordig kijk ik amper op van een Lamborghini, maar destijds was een Porsche genoeg om mij in extase te brengen. Een Porsche was zo snel, zo mooi en zo onbereikbaar.

Een Porsche heb ik dan bepaald niet, maar mijn auto kreeg ik terug van een reparatie nadat ik al maanden met een tikkend geluid rondreed. De zogenaamde homokineet was versleten en nu vervangen. In combinatie met de optische verbeteringen die er onlangs zijn aangebracht besloot ik het spoor van de Porsche te volgen. Ik heb een diesel maar dat kan mijn rijplezier nauwelijks drukken. Qua vermogen zit ik maar een dertig paardenkrachten achter de Porsche van destijds en qua koppel versla ik hem ruim. Niet dat mijn auto er ook maar bij in de buurt komt, en scheuren deed ik niet, maar een dwarrelspoor van bladeren trok ik ook. En ik voelde mij minimaal even gelukkig achter het stuur als de Porsche-bestuurder destijds. Dat gevoel creëer je zelf. Het was dezelfde weg, ruim dertig jaar later.

Vergelijking

Ik moest mijn zoon leren hoe het scheermes te hanteren. Het is weer zo’n momentje in mijn leven. Voor hem waarschijnlijk niet, maar voor mij toch zeker wel. Hij vroeg het, want dat gekloot met slechte scheerapparaten schoot ook niet op. Hans is behalve in de omgang niet zo handig. Dus als ik zei, “andersom”, dan draaide hij het mesje naar de buitenkant zodat hij zich met plastic stond te scheren.

Ik hielp hem ook met wiskunde. Het berekenen van de snijpunten van een parabool en een lijn. Dan denk ik direct: Abc-formule, maar die leren ze niet meer. Ze leren inklemmen, wat een soort gokken is. Je klemt het antwoord in tussen twee foute antwoorden. Ik dacht er het mijne van. De Abc-formule is kennelijk te lastig, dus die schaffen we maar af. De waarheid is dat ik helemaal niet direct aan de Abc-formule dacht, ik was hem zelfs straal vergeten, maar ik kwam hem weer op het spoor doordat ik een kwadratische formule niet kon ontleden. Best lastig nog, maar toen ik vijftien was behoorde de Abc-formule tot de examenstof van de mavo, en kennelijk was dat niet hetzelfde als 4 vmbo.

Toen ik vijftien was overleed mijn vader. Hij kon me niet helpen met scheren of met de Abc-formule. Toen ik vijftien was, was hij zwaar ziek. Ik heb Hans’ levensloop altijd met die van mezelf vergeleken. Hij is nu op de leeftijd dat ik het alleen moest gaan doen. De vergelijkingen gaan vanaf nu uit elkaar lopen. Tot de vijftienjarige leeftijd, zover kon ik de vergelijking oplossen. Hoe het verder moet qua opvoeding is nu de vergelijking met meerdere onbekenden. Van mijn kant bezien dan, Hans maakt zich niet druk. Die lost hem wel op.

Verlaat eerbetoon

Ik werd daarnet kortstondig overvallen door een droeve moedeloosheid. We luisterden naar een spotifylijst en er kwam een leuk hitje uit de jaren tachtig voorbij. Windforce 11, van Nadieh. Ik zocht haar even snel na omdat dat nu eenmaal kan tegenwoordig, maar tot mijn schrik was Karin Meis, zo heette ze, al overleden in 1996. Dat was volledig langs mij heen gegaan. En omdat het volledig langs mij was heen gegaan concludeerde mijn hersenen alvast dat het dan ook langs u was heen gegaan en dat ze in volledige eenzaamheid en anonimiteit was gestorven op haar zevenendertigste. Wat vast niet het geval was toen ik er iets langer over nadacht.

Zevenendertig, al 24 jaar dood, ze heeft niet eens de aanslag op 11 september meegemaakt. De ramp met de Koersk niet, niet vlucht MH-17. Ze kende Coldplay niet eens, laat staan Beyonce. Obama, Trump, Golfoorlog, ze heeft geen idee. Corona kent ze niet, internet waarschijnlijk niet eens. De wereld heeft sinds haar dood geen seconde trager om haar as gedraaid. Ik heb in elk geval niet om haar gerouwd, simpelweg omdat ik het niet wist. En dat stemde me treurig. Maar was ik treurig om haar dood, of om het feit dat dat kennelijk kon gebeuren zonder dat ik het wist, of om het feit dat de wereld gewoon door draaide al die tijd? Of misschien omdat ik voelde dat het ons allemaal gaat gebeuren, dat we sterven en dat de belangrijkste gebeurtenissen ons dan niet meer bereiken?

Het is belangrijk te rouwen, net als het eren van de doden. Is het niet voor de doden, dan wel voor degenen die ze achterlieten. Met haar hit riep ze me op om haar op te zoeken zodat ik alsnog het rouwproces, hoe kortstondig ook, in werking kon zetten. Rust zacht verder, Nadieh.

Veilig

Wat mij de laatste tijd opvalt in reclames is de samenstelling van gezinnen of vriendengroepen. Nu kan dat komen doordat ik in achtergebleven gebied woon, maar in reclames bestaat een gezin uit een vader met een donkere huidskleur, een moeder met lesbische neigingen, een tweeling met dwerggroei en een papegaai die vanwege gelijke geschiktheid de voorkeur heeft gekregen boven een Golden Retriever. Of uit een Aziatische vader en een Afrikaanse vader, met twee Zweedse kindertjes, wandelend door het sprookjesbos. Of twee innig zoenende jonge vrouwen, samen gekleed in één handdoek, die het leven aan het vieren zijn. Zo noemen ze het tegenwoordig. In elk geval nooit een blank Nederlands gezin bestaande uit man en vrouw die ook daadwerkelijk getrouwd zijn, en twee of drie kinderen. Want die zijn kennelijk hard op weg een minderheid te worden in Nederland.

De bedrijven achter deze reclames doen dat niet omdat ze uit willen stralen dat iedereen voor hen gelijk is, maar omdat ze niet het risico willen lopen dat ze op sociale media het mikpunt worden van een trollengroep, aangespoord door een fanatiek activist, die tot in de verste hoeken van het internet zoekt naar stereotypering. En tegen die trollengroep zou ik willen zeggen: beoordeel de volgende reclame eens even.

Uitsluitend blanke Nederlanders, die er ook nog eens goed uit zien, toegegeven, één van hen is een mevrouw die in de verte uiterlijke kenmerken van een inwoner van één van onze voormalige kolonies heeft, en dan die tekst: “Hier zijn we veilig, geen sloten op de fiets.” Waar slaat dat op? Alsof je in Amsterdam, met 180 verschillende nationaliteiten wel je fiets op slot hoeft te zetten! Pure stemmingmakerij! Of doet Brand dit omdat het in de gaten heeft dat deze samengestelde vriendengroep een minderheid is en komt Brand gewoon op voor minderheden?

Van mij mogen ze er een lange versie van maken.

Een natte wind

Toen ik lang geleden (2005) nog naïef was en dacht de wereld te kunnen redden, schreef ik een brief aan Van der Staaij over het standpunt van de SGP over de doodstraf. Ik kende van der Staaij nog helemaal niet, hij was de tweede man, Bas van der Vlies was er nog de baas, destijds ook wel “het geweten van de Tweede Kamer” genoemd. Maar van der Staaij was nog jong en ambitieus net als ik, en dacht destijds te scoren door op de herinvoering van de doodstraf te hameren. Op mijn brief kreeg ik nooit antwoord, maar de herinvoering van de doodstraf verdween uit het partijprogramma.

Nu staat er een nieuwe natte wind op, hij heet Chris Stoffer, hoe verzinnen zijn ouders het, en is inmiddels ook de tweede man bij de SGP. En ook deze man wil flink scoren bij zijn achterban, dus ook hij wil pleiten voor herinvoering van de doodstraf. Het staat immers in de bijbel, zo denkt Stoffer. Ik ben van mening dat het er niet staat, maar Stoffer denkt na lezing van een onbetekenende brief van een apostel dat dat wel zo is. En voor wie zou die doodstraf dan moeten gelden volgens Stoffer? Voor de moordenaars van Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Gadverdamme. Wat een zielige dooddoener. Alsof Theo van Gogh en Pim Fortuyn belangrijker zijn dan iemand anders die vermoord wordt.

Ik ga deze keer geen brief meer schrijven. Laat Stoffer uit Nunspeet maar lekker zijn gereformeerde wind verspreiden over de bible-belt. Waait wel over.