Mack onderzoekt zijn muzikale mogelijkheden.

Nederland heeft naar het schijnt één van de beste orkesten ter wereld, te weten het concertgebouworkest. Nu vind ik het al gauw goed, maar het lijkt me toch iets om niet te achteloos mee om te gaan. Wat mij als leek het meeste bezighoudt is de functie van de dirigent. Goed, hij bepaalt, maar dat de maat zwaaien, is dat nu echt nodig, vraag ik me wel eens af? Gaat de harmonie echt de mist in als hij dat niet meer zou doen? En waarom begint een dirigent al te zwaaien en zet het orkest pas een paar tellen later in? Een band heeft toch ook geen dirigent en die weten toch ook leuke deuntjes te produceren?

Op de basisschool kregen wij zangles van het schoolhoofd. Die kwam ook altijd de maat zwaaien. Ik begreep echt niet waarop je dan moest letten en zong gewoon met de rest mee. Over zingen gesproken, mij lijkt het eigenlijk wel geweldig om bij een koor te gaan. Dan zing je en de massa zorgt er wel voor dat het ook nog klinkt. En koren klinken al gauw goed, dus echt iets voor mij. Hoor eens hoe dit koor klinkt bijvoorbeeld. Goed, dit zijn te weinig zangers om niet bij uit de toon te vallen, maar een koor van een mannetje of veertig, dat zou toch moeten kunnen. En anders kan ik toch wat bijgeluidjes maken? Hoe moeilijk kan het zijn.

Zo is het gegaan.

Vandaag neem ik u mee terug naar de dag dat ik geboren werd. Het was een maandag, half tien ’s avonds en ik had mijn komst drie dagen daarvoor al aangekondigd, zo gaat het verhaal. Ik weet dat nog, ik klopte op het geboortekanaal en ineens zat mijn hoofd vast. Uit alle macht probeerde ik mijn hoofd terug te trekken, maar het was net of je tussen de spijlen van een hek zat, al wist ik dat toen nog niet. In blinde paniek vocht ik voor mijn ongeboren leven, en met redelijk succes, want ik zette mij met mijn handen af tegen de muren van mijn verblijf en ik kreeg grip op de zaak. Ik bleef zitten waar ik zat.

Echter, net toen ik mijn hoofd bijna had bevrijd, werd er vals gespeeld. Vacuümextractie. Een soort gootsteenontstopper zoog zich vast op mijn hoofd en voor ik kon protesteren werden mijn armen strak langs mijn zij gewongen en vloog ik door de tunnel. Het was een lange, zuurstofloze weg en aan het einde zag ik het levenslicht. En de wrede dokter die mij voor drie dagen verminkt had. Ze zeggen dat een baby nog niks ziet als hij of zij net geboren is, maar dat is klinkklare onzin. Scherper dan bij je geboorte zie je de dingen de rest van je leven niet meer. Toen ik weer lucht kreeg protesteerde ik luid. Maar er was geen weg meer terug en er zat niks anders op dan aan het leven te beginnen.

Strikt genomen ben ik er één.

Tja, wat kan ik hierover melden? Het is mijn zwager en mede-Elvisfan, en we kunnen het goed vinden. Nee, dat is zwak uitgedrukt, wij houden van elkaar, dat zie je zo. Wij hebben elkaar ook nodig in de strijd tegen twee kooplustige zussen, die ons nog wel eens van homofilie beschuldigen, maar dat is zonder dat zij de betekenis van het woord kennen. Want homofilie betekent vriendschap met een persoon van je eigen geslacht en moet dus niet verward worden met homosexueel of met platonische homo. Tenminste, volgens Wikipedia. Tijdens een motorweekend deelden we het bed, zonder elkaars temperatuur op te nemen. Hij links, ik rechts. We zongen Blue Christmas van Elvis. Ik deed de leadvocals, hij de backingvocals. Omdat hij nu eenmaal hoger komt. ’s Ochtends speelden we trompet. Ach ja, zwagers…je krijgt ze erbij.

We’ve only just begun

Gisteren keken wij de film 1408. Dat is horror van de bovenste plank, dat is zo klaar als dat 1+4+0+8, dertien is. Het gaat over een middelmatig schrijver die recenseert over hotelkamers waar het zou spoken. In Amerika schijnt dat goed te zijn voor de bezetting. Uiteraard spookt het nergens, totdat de schrijver, na ernstige waarschuwingen van de hoteleigenaar in de wind te hebben geslagen, zijn intrek neemt in kamer 1408 van het Dolphin Hotel. Vier eerdere gasten zijn er onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen, maar wat de krant niet heeft gehaald, is dat er nog 56 mensen een natuurlijke dood zijn gestorven in de kamer. De schrijver is vastbesloten dat spoken niet bestaan en boekt de hotelkamer. Het begint allemaal met een klokradio die steeds ongevraagd het lied “we’ve only just begun” van The Carpenters speelt, zelfs nadat de stekker eruit is getrokken. Uiteraard komt de schrijver er nooit meer uit en ook met hem loopt het niet goed af. Hij was eigenwijs en moest dat bekopen. Typisch Stephen King.

Stel nu dat er echt een hotel was waar het volgens de eigenaar in een bepaalde kamer zou spoken, zou u daar dan durven te overnachten? Ik niet, en dus kan ik niet volhouden dat ik niet in spoken geloof.

Mooie muziek van de buitencategorie

Er zijn vele soorten muziek, maar hoeveel precies, dat weet niemand. Je hebt hardrock, bluesrock, rock’n roll, symfonische rock, grungerock, glamrock, punkrock, little rock, en diedrock. Die laatste verzin ik zelf en betekent “dertien in een dozijnrock.” Diedrock wordt veel gespeeld door onbekende bandjes die trachten door te breken en klinkt neutraal. Of door bands die hun cd vol moeten krijgen. Het is niet vals, maar ook niet mooi. Ik hou er niet van. Verder is er R&B maar daar schijnt alles onder te vallen wat je niet kwijt kunt. Vroeger was R&B nog herkenbaar, nu niet meer. Dan zijn er ook nog vijftig metaalsoorten waarvan ik me afvraag of er iemand is die twee metalnummers die hij voor het eerst hoort in de juiste categorie weet te plaatsen. Misschien wel, maar mij lukt het niet. Het is al net als met de categorieën van logjes, ook lastig te plaatsen. Soms valt een logje in verschillende categorieën, maar ik vind dat er één hoofdcategorie moet zijn. Met muziek onderscheid ik maar twee soorten: mooie muziek en lelijke muziek. Mooie muziek klinkt goed in het gehoor, en lelijke muziek wil je zo snel mogelijk uitzetten.

Een mooie stem is een voordeel, maar ook als je amper een stem hebt, kun je mooie liedjes ten gehore brengen. Dan zul je het op gevoel moeten doen. Sommige mensen hebben een hele mooie stem én kunnen hun gevoel erin leggen. Als dat gebeurt heb je mooie muziek van de buitencategorie. En als je mooie muziek in de buitencategorie hebt gevonden, dan vraag ik me af of er ook nog mensen zijn die het onder lelijke muziek zouden scharen. http://www.youtube.com/watch?v=tZoaHg7-VJY

De 17 van DWDD (19)

De voorlopig laatste die meedoet is Martine. Martine stelt zichzelf niet voor dus u moet het doen met Martine. Ze stuurt mij wel eens autoboeken, dat is eigenlijk het enige dat ik over haar weet te vertellen. Dat schijnt iets met haar beroep te maken te hebben, ze is autoboekenverstuurster.

Wie zij eruit gooit: Jan Akkerman. André van Duin en Johan waren er al uit en zij vindt Anne Soldaat beter. Als iemand begrijpt wat ze daarmee bedoelt, hoor ik het graag. Laurent zei laatst dat hij met de lijst wel kon leven, ik denk dat hij er nu heel anders over denkt. Dag Jan.

Wie zij toevoegt: Simon Vinkenoog. Behalve dat deze man prachtige gedichten schreef en een onevenaarbare manier had om ze voor te dragen, had hij ook nog eens een keer een jonge geest. Deze man kon werkelijk overal over meepraten, ondanks zijn dagelijkse joint (of misschien juist daardoor). Van Martine had hij honderdvijftig mogen worden! http://www.youtube.com/watch?v=–Sl0toxpRk ,aldus Martine. Tja, het enige dat ik van Simon weet is dat hij sluikhaar had, een zoon heeft met voetbaltalent en dat hij zich helemaal scheel rookte aan de wiet. Nou ja, als ik het maar niet ruik. Welkom Simon.

Ik denk dat dit het was. Ik vind het ook wel genoeg zo. Dus tenzij iemand ernstige bezwaren heeft, laat ik het hierbij. Het was leuk om te doen, maar je moet stoppen op het hoogtepunt van de roem om herinnerd te worden.

Gave

Ik heb bepaalde gaven. Net als iedereen trouwens, maar ik weet het ook van mezelf. Sommigen weten het ook van zichzelf, maar kunnen dan gelijk niet meer met de roem omgaan. Maar zelfs dat kan ik, al is dat niet de gave waar ik op doel. Nee, ik zal een voorbeeldje geven van wat ik kan. Stel, ik kom ergens en ze hebben daar een kat. De baas zegt dat de kat nog wel eens wil slaan als je hem aait. Ik aai hem en het beest komt spinnend op mijn schoot liggen. Het kan toeval zijn, maar ik had het ook met een valse dobermann. Het beest stond bekend als een onbetrouwbare angstbijter, maar toen ik hem voor het eerst zag lag hij al snel naast mij op de bank met zijn kop op mijn schoot. Een ander hondje beet zich in iedereen vast, en de enige die hem kon optillen was zijn bazin. En ik ook na een poosje. Hij verzette zich eerst wel, maar daarna liet hij het zich rustig welgevallen. En nu dan weer: een meisje uit de klas van Hans wil nergens spelen waar vaders thuis zijn. Kennelijk zijn vaders te wild of praten te hard. En wat denkt u: één grote glimlach bij het meisje als ik binnenkom. Ik bedoel maar. Dieren en kinderen voelen het feilloos aan, alleen volwassenen hè, die zien het niet.

Nou ja, je hebt er verder niks aan hoor, maar één logje mag er wel aan gewijd worden, dacht ik zo.

Gesprekje met Tammar

Ik ben een baby geboren
Toen ik vanavond Tammar naar bed bracht zei ze iets wat mijn aandacht trok.
“Papa, jij hebt een grote duim, ik heb een kleine.”
“Ja, maar toen ik een baby was had ik ook een kleine duim.”
“Ik ben ook een baby geboren.”
“Ja, dat klopt.”
“En toen ik een baby was zat ik mama’s buik en toen deed ik steeds zo.” Ze legde haar handjes op elkaar en hield ze tegen haar oor als op de foto.
“Ja, dat klopt Tammar. En wat deed je toen je in mama’s buik zat?”
“Ik moest alleen eten hebben en slapen.”
“En was het niet donker daarbinnen?”
“Jawel, maar ik vond het niet eng.”

Kijk, nu kunnen we dit natuurlijk afdoen als kinderfantasie omdat wij volwassenen onze geboorte niet meer herinneren, maar ik vind de informatie toch behoorlijk goed gedetailleerd. Ik bedoel, hoe weet mijn dochter van net drie jaar dit allemaal? Nou gewoon, omdat ze zich dat herinnert. Want zo was het precies. Ongeboren baby’s hebben vanaf het moment dat het gehoor zich heeft ontwikkeld grote invloed op hun eigen naam. Want op een gegeven moment -bij ons een maand van tevoren- moet er een naam verzonnen worden. Papa en mama overleggen maar realiseren zich niet dat het kind meeluistert. “Dromelot” heb ik vaak geroepen, want ik las dat in een namenboekje en was daarvan gelijk onder de indruk. (niet echt hoor) Op zo’n moment houdt de baby zich angstvallig stil. Toen de naam Tammar viel begon ze als een achterlijke te seinen vanuit haar baarmoederlijke verblijf: “die wil ik, die wil ik!” Het signaal wordt door moeder opgepikt, en zo weet zij dat het goed is.

De 17 van DWDD (18)

Tienet krijgt rugnummer 18. Tienet woont in Vaassen, is getrouwd, heeft een zoon en werkt in de zorg. Ze zou graag in Zuid Afrika gaan wonen, maar krijgt haar gezin niet mee. Ze houdt van pianospelen maar laat in het midden of anderen van haar spel houden. Via Linda’s hyvespagina, die vanaf vandaag niet meer bestaat, is ze op dit weblog terecht gekomen. Ik heb nu al spijt dat ze meedoet. Kijk wie zij verwijdert.

Wie zij eruit gooit: Johan Cruijff. Johan heeft rare uitspraken waar ze zich aan irriteert, schrijft ze. Potverdorie, ik las laatst dat iemand zich ergerde aan mensen die zich ergens aan irriteren. Ze denkt dat Cruijff wel fantastisch zal hebben gepresteerd op voetbalgebied, maar ze houdt niet van voetbal, aldus Tienet. Het is toch potverdorie bij de wilde spinnen af, Cruijff uit dit rijtje verwijderen? Cruijff was helemaal geen voetballer, hij is de verpersoonlijking van Nederlands eigenwaarde. Toen Cruijff won, won Nederland. Als Cruijff verloor, verloor Nederland. De beelden die er van hem zijn, met tussen het voetballen door die prachtige gebaren, die karakteristieke gelaatsuitdrukking, dat dunne lichaam met dat verregende lange haar, het is allemaal tranentrekkend mooi. En dan die uitspraken van Cruijff waar geen geleerde een speld tussen krijgt, zijn vermogen om zich nooit te verlagen of uit de tent te laten lokken, hij verdient de initialen J.C. ten volle. Dag Johan, hopelijk tot ziens.

Wie zij toevoegt: Hendrik Petrus Berlage, Hein Berlage voor intimi. Hij was een invloedrijk Nederlands architect en stedenbouwkundige. Je denkt er misschien niet zo snel aan. Zijn naam komt elke dag in het nieuws wel voor en we hebben aan hem veel prachtige bouwwerken te danken, zoals de beurs van Berlage, Plan Zuid en Jachthuis St. Hubertus. Een leuk detail is dat Berlage in 1881 in dienst trad bij het architectenbureau van Th. Sanders in Amsterdam, vanaf 1884 was hij zijn compagnon. Met Sanders was hij verantwoordelijk voor een aantal projecten in neo-renaissancistische stijl, waaronder zowel de bouw van een Volkskoffiehuis in Amsterdam als de inrichting van proeflokalen voor Lucas Bols in Amsterdam, Antwerpen, Berlijn, Bremen, Hamburg en Parijs. Sanders en Berlage namen deel aan enkele prijsvragen, onder andere voor een nieuwe Beurs in Amsterdam, aldus Tienet. Ik ben nog te verbolgen door haar verwijdering dus ik krijg het mijn strot bijna niet uit: welkom Hendrik.

Grrmppff..we zijn gelukkig bijna door deze reeks heen. De voorlopig laatste die heeft aangegeven mee te willen doen, is Martine. Mocht iemand nog willen, dan hoor ik het wel. Maar ik ben er klaar mee.