34/34

Mensen, ik moet u wat opbiechten. Ik ben bang dat ik de afgelopen jaren een iets te grote broek heb aangetrokken. Dat zit zo. De broeken van tegenwoordig zijn niet meer wat ze vroeger waren. Ze knellen of ze slobberen, maar passen doen ze niet meer. Zo komt het dat mijn laatste paar spijkerbroeken, of wat daar tegenwoordig allemaal onder valt, de maat 36/34 hadden. In de paskamer passen die, maar eenmaal thuis zakken ze van je kont af. Volgens de verkoper is dat niet erg en hoor je er een riem bij te dragen. Maar het is wel erg want je loopt de hele dag te hijsen. Soms even niet maar dan ben je blauw aangelopen omdat je riem te strak zat.

Vandaag liep ik een winkel binnen en vroeg iemand van het personeel mij bij te staan. Hij vroeg welke maat ik had. Ik zei, 36/34 maar ik wil wel een model dat niet steeds afzakt. Waarop hij zei dat ik 34/34 had. My kinda man! Hij vertelde dat hij een broek aan had waarmee hij twee weken niet kon fietsen omdat die ingefietst moest worden. En dat dat waarschijnlijk ook mijn probleem was. Hij smeerde mij twee 34/34-ers aan en ik moet zeggen dat ik tevreden ben. Je ziet nu weer dat ik kakimoe bagoes heb. Het blijft wel een broek van na 1998 dus als ik buk wordt het buiten donker, maar goed, kleinigheidjes hou je.

How to pronounce th

Vanaf het eerste moment dat de leraar Engels, Nas, zo heette hij, uitlegde hoe je de th in het Engels uitspreekt heb ik er al moeite mee. Een onmogelijk geluid. Het is nog makkelijker voor een Japanner om Schiermonnikoog uit te spreken. Je moet het puntje van je tong tegen je boventanden aanhouden en dan blazen. Niet te doen. Gisteren oefende ik nog eens op youtube. Black Sabath and the Smiths zijn voor mij niet uit te spreken. Ik ben blij dat ik gewoon Elvisfan ben. De th aan het begin van een woord gaat nog, maar als-ie op het eind komt en ik spreek hem uit dan moet u een zakdoekje bij de hand houden.

Maar mij viel iets op. De mevrouw in het filmpje doet de S voor. En dan van de S naar de th. En plotseling zag ik waar het fout ging. Als zij de S uitspreekt heeft ze haar tanden op elkaar. Ik niet! Ik heb dan mijn tong al tussen mijn tanden. Ik ging verhaal halen bij Linda. “Spreek de S eens uit?” En zij deed het met haar tanden op elkaar. Heel anders dan ik. Vorig jaar zei iemand die slechthorend was dat mijn S niet erg duidelijk was. En Hans had met logopedie ook de meeste moeite met de S. Ik vroeg Hans de S uit te spreken. Hij doet het precies als ik, met z’n tong tussen z’n voortanden.

Nu slith ik. Nu moet ik voortaan in het geheim Elvith aanbidden.

Even lekker in de blote kont lopen.

Waar ik benieuwd naar ben is het hoe en waarom van het naaktstrand. Ik bedoel, hoe is het zover gekomen? Wat begrijp ik er niet aan en waarom voel ik gêne bij de gedachte dat ik daar zou zijn? Wat mis ik precies aan het in de blote kont lopen? Ik doe dat als ik uit de douche kom en zelfs daar voel ik me niet geweldig bij. Ik ben altijd weer blij als ik een onderbroek aan heb. Ik begrijp gewoon niet wat nu het geweldige aan naaktlopen is. Moet ik er gewoon doorheen, zoals je door roken, koffie drinken of olijven eten ook heen moest? Of is het koud watervrees? Zit er toch stiekem een seksueel element aan of is het de gedachte dat je bekeken wordt? Of niets van dat al en is het gewoon fijn je piemel te laten bungelen in de zon? Het is voor mij een mysterie. Net als de sauna trouwens. Maar goed, ik liep ooit hard en als ze me vroegen wat daar nou zo leuk aan was wist ik het ook niet. Er was geen bal aan! Het was afzien. Pas als je uitgerend en uitgehijgd was kreeg je wat voldoening. Het weten dat je een grens verlegd had, daar ging het om. De bezigheid zelf slaat nergens op. Massages, daar heb ik ook niks mee. Ik voel niet eens dat het lekker is en het voegt in mijn beleving ook niks toe aan mijn gevoel van fitheid. En de keren dat ik er wel iets bij voelde werd het gedaan door een meisje waar ik om andere redenen in geïnteresseerd was. Maar zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden en interesses en dat houdt het wel levendig.

Compensatie

Aangezien ik geen man ben die een open haard kan plaatsen om zijn vrouw te plezieren, moet ik dat compenseren. Dus nam ik de kinderen vandaag mee naar het zwembad. Of ik dat wel zag zitten, vroeg Linda, maar voor zoiets draai ik mijn hand niet om. En zeker niet als ze thuis hun badkleding al aan trekken.

Toch kwam de stress. Met z’n drieën in een kleedhokje, twee kinderen die het erg interessant vinden om de vergrendeling er steeds af te halen, het kluisje waar je er twee van nodig hebt omdat in één niet alle kleding past, het vijftig cent muntje dat je meegenomen had voor het kluisje, maar waar in werkelijkheid twintig cent muntjes in moesten, Tammar die gelijk naar de wc moest en haar ingewikkelde badpak weer helemaal uittrok en op de grond gooide, haar billen die ineens nat waren en bleven afgeven terwijl ik met de deur open op het damestoilet stond, haar badpak met ingewikkelde kruislingse bandjes waarvan ik geen idee had hoe het werkte, en toen we eindelijk klaar waren en we konden gaan zwemmen, dacht ik er pas aan dat Tammar haar armvleugeltjes niet om had. Terug naar het kluisje, openmaken en er achter komen dat die twintig cent húúr was en geen borg. En dat je dan nóg een twintig cent muntje moet zoeken terwijl de opgepropte kleding het deurtje uit alle macht probeert open te duwen. Gelukkig ben ik rijk en had ik er nog één.

Adem in, adem uit. In het zwembad ging het stukken beter. Maar ik ben dan ook net Johnny Weismuller. Die kon ook geen open haard plaatsen.

Zinloos.

Linda en ik kennen elkaar nu langer dan 10 jaar. Als je onze hersenscans van toen tegen die van nu zou afzetten, sorry het is de invloed van prof. Swaab, dan zou er volgens mij wat opvallen. Linda’s neuronen legden 10 jaar geleden vooral verbindingen van rechts naar links, en de mijne van links naar rechts. In die tien jaar zijn we erg naar elkaar toegegroeid. Mijn neuronen gaan nu ook van rechts naar links.

Je kunt het ook duidelijk aan m’n ogen zien. Ik heb nu een ijskoude blik, en ik zeg onverschillige dingen. You talk the talk, but do you walk the walk? Ik bedoel maar. Dat zou ik vroeger nooit gezegd hebben. Ook mijn muzieksmaak is veranderd. De onuitputtelijke basis van alles -Elvis- is gebleven, maar waar ik vroeger meer richting Carpenters ging, ga ik nu meer naar death metal. Heeft u de laatste van Napalm Death al gehoord?

Ja, ik moet oppassen dat ik niet té onverschillig word, want dingen moeten er wel toe blijven doen natuurlijk. Niet dat ik hier straks ga verkondigen dat het leven toeval, en het bestaan zinloos is. Welnee. Je bent er nu eenmaal, en het heeft geen enkele zin om dat zinloos te gaan zitten vinden. Want ja, wat schiet je nu helemaal op, met die beslissing? Helemaal niks, want in een zinloos bestaan kun je per definitie niet opschieten. Bovendien is het een beetje respectloos naar de evolutie. Want de evolutie heeft er toch heel wat langer over gedaan dan God, om tot hetzelfde resultaat te komen. Bovendien is de evolutie nog lang niet klaar. Zij zal dan ook zwaar beledigd zijn, als haar levenswerk zinloos gevonden werd. Ik zet dus nog een plaatje van the Carpenters op.
http://www.youtube.com/watch?v=-A3TuZ75iBw&feature=related

Het zijn altijd jongens

Ik heb denk ik één of twee jaren gehad dat ik de vuurwerkkoorts had. De vuurwerkkoorts heb je als je op andere dagen dan 31 december de onbedwingbare behoefte hebt om rotjes te knallen. Ik kocht toen voor een vermogen, misschien wel dertig gulden, rotjes. Ik herinner me wel dat ik het had, maar het gevoel herinner ik me niet. Het is een typische jongenskwaal. Sommige jongens genezen, anderen hebben het op hoge leeftijd nog. Hoe harder de knal, hoe beter. En hoe groter de impact van de ontploffing, hoe meer dopamine er in de hersenen wordt aangemaakt.

Ik koop al jaren geen vuurwerk meer. Van mij mag het allemaal ontploffen. Ik heb al mijn vingers nog en daar hecht ik aan. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik soms nog wel van vuurwerk kan genieten. Als een mafkees het afsteekt bijvoorbeeld.

http://www.youtube.com/watch?v=oG8fXcWbVwA&feature=related

Spaarlamp

Het valt mij op dat het me helemaal niet opvalt dat spaarlampen langer mee gaan dan gewone lampen. Daar komt bij dat ze eerst moeten opwarmen voor ze licht geven, duurder in aanschaf zijn en dat je nooit weet hoeveel het gebruik van die spaarlamp je nu bespaard heeft. Want die opwarmfase schijnt het meeste te kosten. En zeker met kleine kinderen die lichtknopjes interessant vinden, is het gewoon geen goed idee. Een ouderwetse gloeilamp voldoet veel beter. Een gloeilamp gloeit, voor een spaarlamp moet je sparen.

Het valt mij sowieso op dat de technische vooruitgang momenteel op een dood spoor zit. Ja, dat merk je niet echt omdat er om de haverklap iets wordt uitgevonden, maar eigenlijk zijn het geen uitvindingen, het zijn vervangingen van wat je al had. En er zitten eigenlijk alleen maar nadelen aan. Een moderne auto bijvoorbeeld. Die moet je van te voren programmeren om er mee te kunnen rijden. Verschillende standen voor de demping, voor de stuurbekrachtiging, knoppen voor extra vermogen, navigatiesysteem, honderd knopjes en waarschuwingslampjes die je in de gaten moet houden en ga zo maar door. Terwijl een oude auto maar één stand voor de demping had, namelijk de juiste. Bovendien was je er al vijf kilometer mee onderweg terwijl je de nieuwe nog aan het instellen bent om er überhaupt mee te kunnen rijden.

Digitale tv, ook zoiets. Heel vroeger had je een knop en daarmee ging de tv aan. Daarna kwam er een afstandsbediening en moest je eerst de tv op stand-by drukken en daarna nog eens op de afstandsbediening (twee handelingen) om te kunnen kijken. Nu moet je drie knoppen indrukken om hetzelfde doel te bereiken. Dan moet je digitale ontvanger nog contact zoeken met een ander omzetbevorderend apparaat voor KPN en je hebt al vijf minuten van je programma gemist. Ja, het beeld is digitaal. Ja prima, maar als ze dat niet gezegd hadden, had ik het niet gezien.

Computers hebben twee miljoen functies, terwijl ik er maar twee gebruik. Soms drie als ik op dreef ben. Om nog maar te zwijgen van alle dingen met I- ervoor die gebracht worden als iets volkomen nieuws, maar in feite niet meer is dan twee of meer reeds bestaande concepten die aan elkaar worden gelast. Als ik morgen een scheerapparaat met een telefoon kruis en ik breng dat op de markt als I-shave, loop ik binnen.

Natuurlijk weet u een voorbeeld van een uitvinding van na het jaar 2000 waardoor dit hele logje als niet geschreven beschouwd kan worden.

Ayrton Senna da Silva

Ik keek vandaag een dvd die ik onlangs in mijn schoen vond. Het ging over de opkomst en ondergang van Ayrton Senna. Ademloos heb ik zitten kijken. Ik herinnerde me weer hoe de formule 1 ooit was, toen er nog echte helden waren. Ik beleefde vroegere emoties opnieuw en ik zag hoe een jonge coureur in opkomst in een kansloos team bijna een race won. Ik zag hoe zijn ouders zich zorgen maakten om hun zoon, zo gevaarlijk als zij de sport vonden. Ik zag Senna’s gedrevenheid, zijn opstand tegen de racebazen, zijn opstand tegen collega coureurs, maar vooral de grote rivaliteit tussen hem en Alain Prost. Ik zag de angst in zijn ogen na het bijna fatale ongeluk van collega Donnely en ik zag zijn onwankelbare geloof in God, waarmee door sommige anderen de spot werd gedreven.

In zijn laatste seizoen, 1994, voelde hij zich niet comfortabel met de auto. Tijdens zijn laatste grandprix weekend, waarin nóg een coureur, Ratzenberger, dodelijk verongelukte, en waarbij zijn Braziliaanse collega Barrichello een zware crash meemaakte en bovendien in het publiek ook een dode viel door rondvliegende brokstukken, sprak hij met zijn vriend, de racedokter over stoppen. Die ochtend had hij nog met zijn zus gebeld en zei dat hij God’s hulp had gevraagd. Die kwam er in een passage uit de bijbel waar zijn oog op viel, waarin stond dat hij de grootste gift tot nu toe zou ontvangen, God zelf.

Een paar ronden op weg in de race, hij lag op kop, vloog hij er op een volgaspositie af. Hij had zoveel pech dat een stang van de ophanging zich door zijn helm boorde. Was dat niet gebeurd, dan had hij de wagen wandelend verlaten. Hij had geen blauwe plek en geen gebroken bot. Zijn vriend, de racedokter verklaarde dat toen hij de zwaargewonde Ayrton behandelde hij hem op zeker moment zijn lichaam zag ontspannen en een tevreden zucht hoorde slaken. Hoewel de dokter niet religieus was zei hij dat hij dacht dat dat het moment was dat Ayrton’s geest zijn lichaam verliet. Een paar uur later werd hij officieel doodverklaard. Ik huilde destijds toen het bekend werd. De beste en meest gedreven coureur ooit had het leven gelaten en liet zijn geboorteland Brazilië in diepe rouw achter…

Onmacht

Laat ik vooropstellen, ik sla mijn kinderen niet. Ook niet als ze vervelend zijn, het bloed onder mijn nagels vandaan halen of zelfs als ze mij slaan, gewoon niet, daar ben ik heel principieel in. Of ze moeten er het zelf naar gemaakt hebben, dan natuurlijk wel. Maar in principe niet.

Gisteren bemoeide ik me met een trending topic (ja ja) over de corrigerende tik. Sommige mensen vinden het een teken van onmacht, als je slaat. Nou, dat moet u dan nog maar eens aan Mike Tyson vragen, maar ik ben het er niet in alle gevallen mee eens. Soms is het gewoon beter ze eens een stevige mep te verkopen. Bijvoorbeeld als ze zich in je borst vastbijten, wat mij wel eens gebeurd is -ander kind, de mijne doen dat niet- dan moet je hem zo snel mogelijk van je af meppen want mijn hemel, wat doet dat zeer. Ik ben dan inderdaad niet mij machte om de conversatie aan te gaan.

Kinderen een tik geven, ik weet het niet. Ik heb altijd gezegd dat ik niet kan beloven dat ik het volhou tot ze 18 zijn. Als ik een tik uitdeel dan is mijn geduld op. Ja, daar kunnen die kinderen toch niks aan doen, hoor ik u denken. Nee, dat kunnen ze ook niet maar ze moeten ook leren wanneer iemand’s geduld op is. Gisteren had ik het er nog over en ik wist toen nog niet dat ik diezelfde avond al de fout in zou gaan. Tammar moest in bad, maar rende na elk kledingsstuk dat ik bij haar uittrok weer weg, richting ons bed om onder de dekens te gaan liggen en zich te verstoppen. Na een keer of drie nam ik haar onder mijn arm en tilde haar richting douche. Onderweg hield ze zich aan elke deur vast. Een klein tikje met een kam op haar pols volstond.

Ze huilde, gaf me een klap en zei dat ik haar auw had gedaan. Voor de zekerheid gaf ik mezelf even een tikje met die kam. Auw, dat deed nog best zeer. Nee, het is beter geen gepast geweld te gebruiken. Soms luisteren kinderen gewoon niet, daar moeten we ons bij neerleggen.