Worst

Het huwelijk is mooi, en soms ook niet, maar dat is helemaal niet erg. Je moet ook niet te beroerd zijn om de ander eens een knal te geven, want een goeie dreun opent de weg naar boven. Sommigen hebben een sprookjeshuwelijk, die trouwen en leefden nog lang en gelukkig. Nooit kommer of kwel. Maar schijn bedriegt, voor wie er oog voor heeft.

Linda smeert vaak mijn brood, en soms doe ik het zelf als ze geen tijd of zin heeft. En ze doet er beleg op dat ik lust, want zou ze er bewust dingen op doen die ik niet lust, dan geeft dat toch ook weer te denken. Maar het kan eens voorkomen dat er iets niet helemaal goed is. Oud brood, of te weinig afwisseling in het beleg. Ik kan dan een klacht indienen, maar meestal denk ik: ach, Linda, die heeft toch maar weer mooi mijn brood gesmeerd. Ik zal vanavond eens een bloemetje meenemen. Denk ik dan hè?

Ik hoorde laatst van een man, die per se zelf zijn brood wilde smeren, omdat hij er dan een extra plakje worst op kon doen. De vrouw doet dat kennelijk niet, en terecht, dus gaat zo’n man het liever zelf doen dan dat hij een plakje worst te weinig heeft. Dat hij het ook nog gewoon vertelde! Het moet er langzaam ingeslopen zijn. Ooit zal ook zijn hart sneller geklopt hebben voor zijn vrouw. Nu is zijn liefde voor de slager groter geworden. Want de slager weet dat hij extra grote karbonades moet snijden, als hij komt. De slager vraagt wel altijd hoe het met moeder de vrouw is, maar hij ziet haar maar zelden. Het vlees is onderwerp van gesprek geworden. Op zaterdag kan hij nog vertellen over de sudderlapjes van afgelopen dinsdag. Hij is zelfs in staat om geen voorgerecht te nemen, omdat dat kostbare ruimte inneemt waar vlees kan worden opgeslagen. De Chinees verafschuwt hij, omdat ze daar geen grote stukken vlees hebben.

Ik hoop dus van harte dat ik nooit dat punt zal bereiken. Dat ik mij de sudderlapjes van afgelopen dinsdag herinner. Dat mijn liefde voor worst groter wordt dan die voor Linda. Want dan is mijn waakvlam uit. Linda, die vandaag 40 is geworden, en nu een avond uit is met vriendinnen en morgen pas terugkomt. Als ze in de tussentijd tenminste niet verliefd is geworden op een biefstuk.

Tammar op glad ijs.

Het was vandaag Tammar’s primeur op het ijs. Het ging al dagenlang over Hans, met z’n nieuwe hockeyschaatsen, terwijl dit ondergeschoven kindje ook steeds zei dat ze wilde schaatsen, maar dat ze eerst nog een beetje moest oefenen. En dan zag ik vandaag, terwijl ik gestressed zat te werken, ik wilde bijna gaan vloeken, deze foto op facebook voorbij komen. Mijn dochter, die zich er zo op had verheugd, staat op het ijs! Ik kreeg er een warm gevoel van. Ik wilde haar bijna bellen om te vragen hoe het ging met schaatsen, maar ik heb het niet gedaan. Ik werkte langer door, maar was nog wel net op tijd thuis om haar vlak voor ze ging slapen nog even naar het schaatsen te vragen. Ze vond het leuk, maar ze moest nog wel een beetje oefenen.

In eerste instantie hadden haar ijzertjes niet goed gezeten, waardoor ze steeds viel. Kapitale fout, want voor hetzelfde geld wil ze nooit meer. Maar gelukkig zette ze door en niet veel later haar eerste negenendertiger neer. Ik geef het je te doen hoor, op zulke ijzertjes.

Laten we er niet omheen draaien.

Het is 1978 ongeveer en ik moet naar bed. Hoe laat zal het zijn, ik denk een uur of acht. Ik zit in mijn pyjama, mijn broertje en zusje liggen al, en ik ga naar boven. Maar voor ik dat doe, kus ik mijn vader en moeder weltrusten. Een vast ritueel.

Mijn vader had angst dat ik homofiel zou worden. Dat was een hele gewone angst in die tijd. Dus in 1979 vond hij mij te oud en wilde hij niet meer dat ik hem kuste. Hij hield niks minder van mij, maar zo ging dat. Dus wat deed ik? Ik kuste mijn moeder en mijn vader kreeg een handje. Belachelijk hè? Je gaat je vader toch geen handje geven als je naar bed gaat? Ik heb dat toch wel redelijk lang volgehouden. Maar ja, dat had hij dan ook zelf in de hand gewerkt. Maar goed, in die tijd was er nog niet zoveel bekend over homofielen. Ze kwamen in het vagevuur, dat was het idee. Daar wilde hij me gewoon voor behoeden.

Tegenwoordig weet de wetenschap wel dat homofielen geboren worden en niet gemaakt. Net als alle andere kinderen geboren worden en niet gemaakt. Ja, je hebt wel mensen die zeggen dat ze kindjes gaan maken, maar ik vind dat een hele smerige uitdrukking. Een homofiel zul je zoiets ook nooit horen zeggen. Dat zijn gewoon keurig nette mensen, die alleen wat meer talent hebben om in jury’s plaats te nemen dan de gemiddelde man.

Nee, ik heb niks tegen homofielen. Ik ben bij de Welkoop geweest, heb het bij het tuincentrum gevraagd, maar nee, nergens hadden ze iets tegen homofielen. Nou ja, dan zal het ook wel niet zo’n vaart lopen. Alhoewel: er schijnt zo’n 11 procent van de bevolking homoseksueel te zijn. 11 procent! Die willen allemaal graag een partner, dus dat is nog eens 11 procent. Waarschijnlijk is het bij vrouwen al niet anders en kom je al gauw op zo’n 44 procent van de bevolking. En dat zijn dan nog maar uiterst voorzichtige schattingen. Natuurlijk, er bekeert er zich wel eens een tot het heterodom, maar ook het omgekeerde komt voor. Het heterodom bekeert zich tot homo. En dan kan het snel gaan met die percentages.

Nee, ik heb niks tegen homo’s. Hoe meer hoe beter. Alhoewel, dat meen ik ook weer niet helemaal, want er zijn grenzen. Ik vind dat de grens moet liggen bij 99 procent. Want als iedereen er ineens omheen draait, wordt het wel érg lastig kandidaten te zoeken voor al die juryleden.

Onherkenbaar.

Zo trotseer ik de ijzige koude op de toendra’s van de Veluwe. Een regenpak houdt wind en sneeuw buiten, een muts zorgt dat er geen warmte het lichaam verlaat via mijn open dak, terwijl de sjaal er juist voor zorgt dat er geen kou inkomt via mond en neus. Ski-ondergoed kan ik iedereen aanraden, want niemand ziet dat je het draagt en je kunt opschepperig zonder jas even naar buiten lopen zonder dat je het koud krijgt. Over mijn schoenen draag ik hoesjes zodat ik geen koude voeten krijg en handschoenen zorgen ervoor dat ik geen vingerafdrukken achterlaat. Want je wilt natuurlijk niet traceerbaar zijn als je zo over straat gaat.

Zwiepers

Veel schuivers met de auto heb ik niet gemaakt, maar er waren wel een paar hele mooie bij. Mijn Peugeot 205 GTI was de koning van de schuiver. Maar in die tijd was ik in mijn twintiger jaren en waren mijn reflexen dusdanig dat ik hem op de weg hield ondanks dat hij vier keer driftig met z’n kont zwaaide voor hij weer recht kwam. Later maakte ik op een besneeuwde weg nog een glijer waarvan ik me nu nog afvraag hoe ik het hek langs de weg niet heb geraakt. En verder ging het in de regen ook nog wel eens mis. Onhandelbaar bijna, als hij eenmaal gleed. Met mijn Fiat Punto GT maakte ik ook een keer een hele mooie, maar het was puur geluk dat ik tussen twee lantaarnpalen door de weg af gleed. Ik stond achterstevoren op een grasveld en kon er onbeschadigd weer afrijden. Met mijn Alfa maakte ik nooit schuivers. Dat lag niet zozeer aan de auto maar meer aan het feit dat ik ouder en voorzichtiger was geworden.

Vanavond maakte ik er weer één. In een Nissan Almera Tino nota bene. Ik zag hem niet aankomen maar ineens gleed ik de bocht uit. Met nog pijnlijke pols ving ik de zwieper op maar ik had daarna een iets verhoogde hartslag. Bovendien had ik tijdens het corrigeren de ruitenwissers aangezet dus dan is het niet cool. Maar veruit het uncoolst was wel de keer dat ik met een motor uitgleed over bladeren en geen idee had hoe je zoiets moest corrigeren, behalve dan achter de motor aan glijden tot die tot stilstand kwam. Nee, motoren zijn hopeloos. Daar zou zelfs ik winterbanden op laten zetten.

Sneeuw- en ijspret.

Het was een zware dag. Het begon vol goede moed doordat ik de kinderen meenam voor een sleeritje. Allemaal dik ingepakt trokken we naar buiten. Het was echter gezichtsbedrog. De sneeuw was te weinig om de slee te laten glijden. Bovendien staan er allerlei mensen spastisch hun stoep schoon te vegen omdat ze menen dat de wet nog van kracht is waardoor je aansprakelijk gesteld kunt worden door mensen die hun benen breken over jouw besneeuwde stoep. Sneeuwruimen moet je aan de gemeente overlaten mensen! Want nu heb ik twee zware uren beleefd met twee onwillige koters en een onwillige slee. Ik heb wel nog even het ijs op het kanaal getest en het veilig bevonden.

’s Middags geschaatst met Hans. We stonden nog geen vijf minuten op het ijs of Hans werd al aangesproken op zijn schaatsijzertjes door een vriendinnetje. En als iets slechts is voor je zelfvertrouwen is het wel dat je uitgelachen wordt door een meisje. Gelukkig was de oma van Hans er ook en die sommeerde mij onmiddellijk andere schaatsen te gaan kopen voor haar kleinzoon. Van haar geld. Een kwartiertje later waren we terug met een paar prachtige ijshockeyschaatsen. Hans was met geen ijshockeystick meer van het ijs te slaan. Ik ben natuurlijk nog gevallen omdat ik dacht dat mijn schaatsen wel door een sneeuwhoop zouden snijden. Mijn pols is dik en typen doet al pijn. Maar je bent een doorzetter of je bent het niet.

Strooidienst

Zo, je moet alles in je leven een keer gedaan hebben, dus ik had vanavond strooidienst. In een wagentje van de gemeente Epe de fietspaden sneeuwvrij gemaakt. Nou ja, ik heb er alleen naast gezeten voor de navigatie, het echte strooien moet je aan de ambtenaar overlaten. Overigens ging niet alles vlekkeloos maar de betreffende ambtenaar zei dat dat kwam omdat je als ambtenaar eenmaal een aantal fouten moet maken. Anders kun je net zo goed een andere baan zoeken.

Vanmiddag fietste ik nog over een niet gestrooid fietspad, dus ik begrijp de noodzaak van dit nobele ambt. Minus 17,5 graad was de minimumtemperatuur vanavond. Dat vind ik toch wel spectaculair. Je leert nog wat tijdens zo’n avond. Bijvoorbeeld dat strooien bij minder dan -/-8 geen zin meer heeft. Het zout verliest dan zijn werking. Vandaar dat eskimo’s ook zoutloos koken, want je proeft het dan toch niet meer. Maar met een sneeuwschuiver door de koude avond banjeren heeft ook wel wat. Zeker als de burger lekker binnen zit en jij bezig bent om zijn veiligheid te waarborgen. Ja, dat geeft een goed gevoel. De plicht is weer gedaan en ik ga in een tevreden slaap vallen. Volgende keer als ik boekhouddienst heb, gaat hij een dagje met mij mee.

Moves like Jagger

Daarnet heb ik een heel eind gekeken van De Vrienden Van Amstel Live. Leuk programma hoor, met al die verbroedering tussen de artiesten. Het is één groot feest. En daar heb ik juist een beetje moeite mee, met zangers die er een feestje van maken. Want dan gaat het al gauw niet meer om de muziek, maar om het feest. En ja, als je zover bent afgedaald maakt het eigenlijk weinig meer uit wie er staat te zingen. Dan mogen het ook de Toppers zijn en is het eigenlijk alleen maar irritant als Barry Hay een wereldhit ten gehore brengt.

Hoogtepunt vind ik altijd de camerashots van het publiek. Lekker gek doen. Pilsje omhoog houden en lallen. Of lekker dansen met je vriendin. Haar staat het wel en jou niet, maar dat heeft niemand je verteld. Of wel, maar dacht je dat ze een grapje maakten. Vrouwen houden van dansen en mannen doen alsof. Swingende mannen zijn net jokkende kinderen die denken dat hun ouders ze niet door hebben. Maar harder tegen de natuur kun je niet ingaan dan als man geboren te worden, een dansje op te voeren en een gezicht te trekken alsof je niet voor lul staat. Denkt u nu echt dat Mick Jagger zo raar zou bewegen als hij daar niet heel veel geld voor kreeg? Nee natuurlijk niet. Die lacht zich slap.

Welja.

Dit is haar nu, juffrouw Kim, u kent haar wel. Zij wordt per direct en onvrijwillig overgeplaatst naar een andere school wegens mondigheid. Vanwege het voor jezelf opkomen. Natuurlijk, in de brief van de directie stond het heel anders, maar zo gaan die dingen. Nu wordt ze dus buiten mijn zicht en bereik geplaatst. Het is een grof schandaal. Hier is het laatste woord ook nog niet over gesproken.

Vandaag was haar afscheid, en ik had speciaal vrij genomen. Ik heb wel gezegd dat ik examen had, maar dat was helemaal niet waar. Dappere Kim duldde de directeur daarbij niet in haar klas -hoe haalt zo’n man het in z’n hoofd, gebrek aan sociale vaardigheden dat lijkt mij duidelijk- en dat vind ik standvastig.

Goed, nu gaat zij op een school in Apeldoorn werken, waar ze hopelijk in korte tijd weer met volle vreugde staat te onderwijzen. Ik heb Tammar daar al opgegeven, want ha, dan kennen ze mij nog niet. Dan maar elke ochtend een uur eerder mijn bed uit!

Nou ja, in elk geval, het draait hier niet om mij, maar toch….
dit gaat littekens achterlaten.

It was twenty years ago today.

Ik moet u iets vertellen. Ik kon er nooit eerder over praten, maar nu is de tijd rijp. Het is nu twintig jaar geleden dat het gebeurde. Ik lag in bed en werd plotseling wakker. Ik wist niet waarvan en ik voelde mij wat vreemd. Alsof een aardbeving mij had wakker geschud. Ik knipte het licht aan en keek naast me. Ze lag er niet meer. Waar was ze heen? Ik stond snel op en liep naar de slaapkamer van mijn oudste dochter. Leeg. In paniek deed ik de deur van de kamer van mijn andere dochter open. Ook leeg. Ik riep ze en spurtte de trap af. De hond lag nog wel gewoon in zijn mand te slapen. Radja, zei ik, waar is het vrouwtje? Radja keek even op en legde toen zijn kop weer op de rand van zijn mand. Ik pakte de telefoon en belde haar mobiele nummer. De telefoon ging over en ze nam op. In de verte hoorde ik haar stem “Mack? Waar zit jij nou? Je bent ineens weg?” “Ik weg? Jij bent weg! En Sandra en Kim!” “Mack? Mack! Mack! Nou ja, hij heeft opgehangen,” hoorde ik haar nog zeggen.

Toen ik haar terugbelde kreeg ik geen gehoor. Nooit meer. Dat was het laatste wat ik ooit van haar hoorde. Ik zette mijn I-pad aan maar kreeg geen verbinding met internet. Ik drukte de televisie aan en zag een oud journaal. Bolkestein in debat met Lubbers. “De VVD vindt dat al jaren,” zei Bolkestein. “PvdA en CDA vinden dat nu ook,” vervolgde hij onverstoorbaar. Ik zapte door. Testbeeld. Testbeeld? Ik zapte weer door. Sneeuw. Sneeuw? Ik keek naar buiten en er lag ook sneeuw. Alles zag er vreemd uit. Ik voelde me vreemd. Ik zapte terug naar het oude journaal. Harmen Siezen kondigde het nieuws af. Dit was het NOS journaal van maandag 27 januari 1992.

Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het accepteerde. Ik kon niet anders. Iets was gruwelijk fout gegaan en had mij twintig jaar teruggeworpen in de tijd. Ik ben nu terug op de dag dat het destijds fout ging. Al die tijd kon ik er niet over praten omdat ik voorkennis had. Vanaf vandaag weet ik net zoveel over morgen als u. Natuurlijk, ik weet dat het ongeloofwaardig klinkt, maar als het niet waar is mogen ze mij twintig jaar terug in de tijd werpen.