Compensatie

Aangezien ik geen man ben die een open haard kan plaatsen om zijn vrouw te plezieren, moet ik dat compenseren. Dus nam ik de kinderen vandaag mee naar het zwembad. Of ik dat wel zag zitten, vroeg Linda, maar voor zoiets draai ik mijn hand niet om. En zeker niet als ze thuis hun badkleding al aan trekken.

Toch kwam de stress. Met z’n drieën in een kleedhokje, twee kinderen die het erg interessant vinden om de vergrendeling er steeds af te halen, het kluisje waar je er twee van nodig hebt omdat in één niet alle kleding past, het vijftig cent muntje dat je meegenomen had voor het kluisje, maar waar in werkelijkheid twintig cent muntjes in moesten, Tammar die gelijk naar de wc moest en haar ingewikkelde badpak weer helemaal uittrok en op de grond gooide, haar billen die ineens nat waren en bleven afgeven terwijl ik met de deur open op het damestoilet stond, haar badpak met ingewikkelde kruislingse bandjes waarvan ik geen idee had hoe het werkte, en toen we eindelijk klaar waren en we konden gaan zwemmen, dacht ik er pas aan dat Tammar haar armvleugeltjes niet om had. Terug naar het kluisje, openmaken en er achter komen dat die twintig cent húúr was en geen borg. En dat je dan nóg een twintig cent muntje moet zoeken terwijl de opgepropte kleding het deurtje uit alle macht probeert open te duwen. Gelukkig ben ik rijk en had ik er nog één.

Adem in, adem uit. In het zwembad ging het stukken beter. Maar ik ben dan ook net Johnny Weismuller. Die kon ook geen open haard plaatsen.

Zinloos.

Linda en ik kennen elkaar nu langer dan 10 jaar. Als je onze hersenscans van toen tegen die van nu zou afzetten, sorry het is de invloed van prof. Swaab, dan zou er volgens mij wat opvallen. Linda’s neuronen legden 10 jaar geleden vooral verbindingen van rechts naar links, en de mijne van links naar rechts. In die tien jaar zijn we erg naar elkaar toegegroeid. Mijn neuronen gaan nu ook van rechts naar links.

Je kunt het ook duidelijk aan m’n ogen zien. Ik heb nu een ijskoude blik, en ik zeg onverschillige dingen. You talk the talk, but do you walk the walk? Ik bedoel maar. Dat zou ik vroeger nooit gezegd hebben. Ook mijn muzieksmaak is veranderd. De onuitputtelijke basis van alles -Elvis- is gebleven, maar waar ik vroeger meer richting Carpenters ging, ga ik nu meer naar death metal. Heeft u de laatste van Napalm Death al gehoord?

Ja, ik moet oppassen dat ik niet té onverschillig word, want dingen moeten er wel toe blijven doen natuurlijk. Niet dat ik hier straks ga verkondigen dat het leven toeval, en het bestaan zinloos is. Welnee. Je bent er nu eenmaal, en het heeft geen enkele zin om dat zinloos te gaan zitten vinden. Want ja, wat schiet je nu helemaal op, met die beslissing? Helemaal niks, want in een zinloos bestaan kun je per definitie niet opschieten. Bovendien is het een beetje respectloos naar de evolutie. Want de evolutie heeft er toch heel wat langer over gedaan dan God, om tot hetzelfde resultaat te komen. Bovendien is de evolutie nog lang niet klaar. Zij zal dan ook zwaar beledigd zijn, als haar levenswerk zinloos gevonden werd. Ik zet dus nog een plaatje van the Carpenters op.
http://www.youtube.com/watch?v=-A3TuZ75iBw&feature=related

Het zijn altijd jongens

Ik heb denk ik één of twee jaren gehad dat ik de vuurwerkkoorts had. De vuurwerkkoorts heb je als je op andere dagen dan 31 december de onbedwingbare behoefte hebt om rotjes te knallen. Ik kocht toen voor een vermogen, misschien wel dertig gulden, rotjes. Ik herinner me wel dat ik het had, maar het gevoel herinner ik me niet. Het is een typische jongenskwaal. Sommige jongens genezen, anderen hebben het op hoge leeftijd nog. Hoe harder de knal, hoe beter. En hoe groter de impact van de ontploffing, hoe meer dopamine er in de hersenen wordt aangemaakt.

Ik koop al jaren geen vuurwerk meer. Van mij mag het allemaal ontploffen. Ik heb al mijn vingers nog en daar hecht ik aan. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik soms nog wel van vuurwerk kan genieten. Als een mafkees het afsteekt bijvoorbeeld.

http://www.youtube.com/watch?v=oG8fXcWbVwA&feature=related

Spaarlamp

Het valt mij op dat het me helemaal niet opvalt dat spaarlampen langer mee gaan dan gewone lampen. Daar komt bij dat ze eerst moeten opwarmen voor ze licht geven, duurder in aanschaf zijn en dat je nooit weet hoeveel het gebruik van die spaarlamp je nu bespaard heeft. Want die opwarmfase schijnt het meeste te kosten. En zeker met kleine kinderen die lichtknopjes interessant vinden, is het gewoon geen goed idee. Een ouderwetse gloeilamp voldoet veel beter. Een gloeilamp gloeit, voor een spaarlamp moet je sparen.

Het valt mij sowieso op dat de technische vooruitgang momenteel op een dood spoor zit. Ja, dat merk je niet echt omdat er om de haverklap iets wordt uitgevonden, maar eigenlijk zijn het geen uitvindingen, het zijn vervangingen van wat je al had. En er zitten eigenlijk alleen maar nadelen aan. Een moderne auto bijvoorbeeld. Die moet je van te voren programmeren om er mee te kunnen rijden. Verschillende standen voor de demping, voor de stuurbekrachtiging, knoppen voor extra vermogen, navigatiesysteem, honderd knopjes en waarschuwingslampjes die je in de gaten moet houden en ga zo maar door. Terwijl een oude auto maar één stand voor de demping had, namelijk de juiste. Bovendien was je er al vijf kilometer mee onderweg terwijl je de nieuwe nog aan het instellen bent om er überhaupt mee te kunnen rijden.

Digitale tv, ook zoiets. Heel vroeger had je een knop en daarmee ging de tv aan. Daarna kwam er een afstandsbediening en moest je eerst de tv op stand-by drukken en daarna nog eens op de afstandsbediening (twee handelingen) om te kunnen kijken. Nu moet je drie knoppen indrukken om hetzelfde doel te bereiken. Dan moet je digitale ontvanger nog contact zoeken met een ander omzetbevorderend apparaat voor KPN en je hebt al vijf minuten van je programma gemist. Ja, het beeld is digitaal. Ja prima, maar als ze dat niet gezegd hadden, had ik het niet gezien.

Computers hebben twee miljoen functies, terwijl ik er maar twee gebruik. Soms drie als ik op dreef ben. Om nog maar te zwijgen van alle dingen met I- ervoor die gebracht worden als iets volkomen nieuws, maar in feite niet meer is dan twee of meer reeds bestaande concepten die aan elkaar worden gelast. Als ik morgen een scheerapparaat met een telefoon kruis en ik breng dat op de markt als I-shave, loop ik binnen.

Natuurlijk weet u een voorbeeld van een uitvinding van na het jaar 2000 waardoor dit hele logje als niet geschreven beschouwd kan worden.

Ayrton Senna da Silva

Ik keek vandaag een dvd die ik onlangs in mijn schoen vond. Het ging over de opkomst en ondergang van Ayrton Senna. Ademloos heb ik zitten kijken. Ik herinnerde me weer hoe de formule 1 ooit was, toen er nog echte helden waren. Ik beleefde vroegere emoties opnieuw en ik zag hoe een jonge coureur in opkomst in een kansloos team bijna een race won. Ik zag hoe zijn ouders zich zorgen maakten om hun zoon, zo gevaarlijk als zij de sport vonden. Ik zag Senna’s gedrevenheid, zijn opstand tegen de racebazen, zijn opstand tegen collega coureurs, maar vooral de grote rivaliteit tussen hem en Alain Prost. Ik zag de angst in zijn ogen na het bijna fatale ongeluk van collega Donnely en ik zag zijn onwankelbare geloof in God, waarmee door sommige anderen de spot werd gedreven.

In zijn laatste seizoen, 1994, voelde hij zich niet comfortabel met de auto. Tijdens zijn laatste grandprix weekend, waarin nóg een coureur, Ratzenberger, dodelijk verongelukte, en waarbij zijn Braziliaanse collega Barrichello een zware crash meemaakte en bovendien in het publiek ook een dode viel door rondvliegende brokstukken, sprak hij met zijn vriend, de racedokter over stoppen. Die ochtend had hij nog met zijn zus gebeld en zei dat hij God’s hulp had gevraagd. Die kwam er in een passage uit de bijbel waar zijn oog op viel, waarin stond dat hij de grootste gift tot nu toe zou ontvangen, God zelf.

Een paar ronden op weg in de race, hij lag op kop, vloog hij er op een volgaspositie af. Hij had zoveel pech dat een stang van de ophanging zich door zijn helm boorde. Was dat niet gebeurd, dan had hij de wagen wandelend verlaten. Hij had geen blauwe plek en geen gebroken bot. Zijn vriend, de racedokter verklaarde dat toen hij de zwaargewonde Ayrton behandelde hij hem op zeker moment zijn lichaam zag ontspannen en een tevreden zucht hoorde slaken. Hoewel de dokter niet religieus was zei hij dat hij dacht dat dat het moment was dat Ayrton’s geest zijn lichaam verliet. Een paar uur later werd hij officieel doodverklaard. Ik huilde destijds toen het bekend werd. De beste en meest gedreven coureur ooit had het leven gelaten en liet zijn geboorteland Brazilië in diepe rouw achter…

Onmacht

Laat ik vooropstellen, ik sla mijn kinderen niet. Ook niet als ze vervelend zijn, het bloed onder mijn nagels vandaan halen of zelfs als ze mij slaan, gewoon niet, daar ben ik heel principieel in. Of ze moeten er het zelf naar gemaakt hebben, dan natuurlijk wel. Maar in principe niet.

Gisteren bemoeide ik me met een trending topic (ja ja) over de corrigerende tik. Sommige mensen vinden het een teken van onmacht, als je slaat. Nou, dat moet u dan nog maar eens aan Mike Tyson vragen, maar ik ben het er niet in alle gevallen mee eens. Soms is het gewoon beter ze eens een stevige mep te verkopen. Bijvoorbeeld als ze zich in je borst vastbijten, wat mij wel eens gebeurd is -ander kind, de mijne doen dat niet- dan moet je hem zo snel mogelijk van je af meppen want mijn hemel, wat doet dat zeer. Ik ben dan inderdaad niet mij machte om de conversatie aan te gaan.

Kinderen een tik geven, ik weet het niet. Ik heb altijd gezegd dat ik niet kan beloven dat ik het volhou tot ze 18 zijn. Als ik een tik uitdeel dan is mijn geduld op. Ja, daar kunnen die kinderen toch niks aan doen, hoor ik u denken. Nee, dat kunnen ze ook niet maar ze moeten ook leren wanneer iemand’s geduld op is. Gisteren had ik het er nog over en ik wist toen nog niet dat ik diezelfde avond al de fout in zou gaan. Tammar moest in bad, maar rende na elk kledingsstuk dat ik bij haar uittrok weer weg, richting ons bed om onder de dekens te gaan liggen en zich te verstoppen. Na een keer of drie nam ik haar onder mijn arm en tilde haar richting douche. Onderweg hield ze zich aan elke deur vast. Een klein tikje met een kam op haar pols volstond.

Ze huilde, gaf me een klap en zei dat ik haar auw had gedaan. Voor de zekerheid gaf ik mezelf even een tikje met die kam. Auw, dat deed nog best zeer. Nee, het is beter geen gepast geweld te gebruiken. Soms luisteren kinderen gewoon niet, daar moeten we ons bij neerleggen.

Waterdoop

Weinig dingen vind ik zo mooi als droog blijven terwijl het regent. Dat begon al in mijn vroegste jeugd; mijn opa had een afdak over zijn terras waardoor hij ’s zomers gewoon in de regen buiten bleef zitten. Dat gekletter boven je hoofd was geweldig. Een soortgelijk effect had ik hier van de zomer. Een zwembadje, een opblaasboot erin en toen het ging regenen een plastic afdekzeil over de boot zodat de kinderen droog zaten. Ik weet niet waardoor deze fascinatie veroorzaakt wordt, maar ik heb hem.

In de auto treedt het effect alleen op als het keihard regent. Zo hard dat de ruitenwissers op de snelste stand moeten, en dat je de radio niet meer hoort door het gekletter, dat is pas genieten. Maar goed, dat is een gevaren schip. Alhoewel de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat Linda mij de auto meegeeft als ze hem niet per se nodig heeft. En ze heeft mij een gloednieuw regenpak cadeau gedaan. Een “ademend” regenpak dus ik mag wel zeggen dat ik luxe leef.

Dat regenpak wilde ik graag uittesten maar het regende steeds niet. En toen het van de week ’s ochtends hoosde moest ik met de auto! Het lijkt mij geweldig om in een stortbui droog te blijven op de fiets. Vanavond toen ik naar huis wilde, het was al aardedonker, bulderde de wind maar het regende niet. Of toch wel? Ik voelde één miezerig druppeltje op mijn gezicht. De Heer zij geloofd en geprezen, ik heb mij in mijn regenpak gehesen. Wat een trots. Had ik ook nog de wind mee. Ik ben maar een bofkont.

Held

Een “collega” (geen echte) neemt altijd de telefoon op met “lieverd”. Tenminste, als het zijn vrouw is. Ikzelf zeg altijd “hoi” als het Linda is, maar mijn collega’s wilden weten welke koosnaampjes ik gebruik. Ik kan daar kort over zijn, geen. Gewoon Linda. Linda wil mij nog wel eens iets noemen, afhankelijk van haar bui, maar als ze Mack zegt is er meestal iets aan de hand. Gelukkig noemt ze me nooit Mack.

De lieverdzegger is een metroman met een gladde schedel, en een vrij onzeker type dat zijn onzekerheid overschreeuwt. Dat moet hij natuurlijk geheel zelf weten, maar ik deel zijn verhalen altijd maar door twee. En soms wijs ik hem op een onvolkomenheid in zijn relaas, waar hij zich altijd weer uit weet te redden. Hij is ook duidelijk de man in huis. Zijn vrouw is de afhankelijke die allang niet meer in leven zou zijn zonder zijn wijze raad. Hij vertelde vandaag in de pauze -elke dag heeft hij wel iets- dat er tijdens de zwangerschap van zijn vrouw een wespennest in de tuin zat, en dat hij tegen zijn vrouw zei: alles goed en wel, maar jij gaat in de voorkamer slapen in jouw zwangere toestand. Hij redde haar en de ongeborene dus van een eventuele wespensteek. Zijn vrouw gehoorzaamt hem. Als ik het op die manier zou brengen zou Linda juist expres in de achterkamer gaan slapen. Met het raam open en fles ranja op haar nachtkastje.

U leest het waarschijnlijk wel tussen de regels door; ik ben jaloers. Ik wou dat ik mijn vrouw zo afgericht had dat ik dit soort epen over de lunchtafel kon blazen. Maar nee, dat is niet zo. Bij ons zijn we gelijkwaardig, zolang we tenminste geen meningsverschillen hebben.

Als de pauze voorbij is haalt een andere collega altijd koffie. Hij zegt dan: “ik zal ook even koffie voor die kale halen, want die zal wel een droge bek gekregen hebben van al die sterke verhalen.”

Inleven

Ik maakte een opgave over het ijzeren-voorraadstelsel. Dat heb ik ooit wel gehad, maar het was toen meer een bedrijfseconomische benadering voor de grootte van de voorraad. De betekenis was mij een raadsel. Als je het fiscaal benadert vallen er ineens dingen op zijn plaats. Maar even ging ik in mijn geheugen terug naar de Meao, naar het moment dat ik een opgave over dat stelsel maakte. En dat deed ik zo overtuigend dat ik nu voor elk getal het f-teken plaatste in plaats van het €-teken.

Mijn inlevingsvermogen is prima, maar ik kan herinneringen soms niet van de huidige werkelijkheid onderscheiden. Daar moet je enorm mee oppassen. Voor mij is het bijvoorbeeld gevaarlijk om terug te denken aan de tijd dat ik nog in mijn bed plaste, nu toch alweer 20 jaar terug. En wat kan er allemaal nog meer misgaan? Honderden dingen. Stel dat ik me achter het stuur inbeeld dat ik veilig achterin de auto zit terwijl mijn vader stuurt? Levensgevaarlijke situaties kunnen er ontstaan. Wat dat betreft is het wel handig dat ik momenteel geen auto meer heb. Nee, zo’n inlevingsvermogen is een gevaarlijk wapen dat alleen onder deskundige begeleiding gebruikt mag worden. Straks ga ik nog gebeurtenissen door elkaar halen, dan is helemaal het hek van de dam. When I snap my fingers…