Aangezien ik geen man ben die een open haard kan plaatsen om zijn vrouw te plezieren, moet ik dat compenseren. Dus nam ik de kinderen vandaag mee naar het zwembad. Of ik dat wel zag zitten, vroeg Linda, maar voor zoiets draai ik mijn hand niet om. En zeker niet als ze thuis hun badkleding al aan trekken.
Toch kwam de stress. Met z’n drieën in een kleedhokje, twee kinderen die het erg interessant vinden om de vergrendeling er steeds af te halen, het kluisje waar je er twee van nodig hebt omdat in één niet alle kleding past, het vijftig cent muntje dat je meegenomen had voor het kluisje, maar waar in werkelijkheid twintig cent muntjes in moesten, Tammar die gelijk naar de wc moest en haar ingewikkelde badpak weer helemaal uittrok en op de grond gooide, haar billen die ineens nat waren en bleven afgeven terwijl ik met de deur open op het damestoilet stond, haar badpak met ingewikkelde kruislingse bandjes waarvan ik geen idee had hoe het werkte, en toen we eindelijk klaar waren en we konden gaan zwemmen, dacht ik er pas aan dat Tammar haar armvleugeltjes niet om had. Terug naar het kluisje, openmaken en er achter komen dat die twintig cent húúr was en geen borg. En dat je dan nóg een twintig cent muntje moet zoeken terwijl de opgepropte kleding het deurtje uit alle macht probeert open te duwen. Gelukkig ben ik rijk en had ik er nog één.
Adem in, adem uit. In het zwembad ging het stukken beter. Maar ik ben dan ook net Johnny Weismuller. Die kon ook geen open haard plaatsen.
