Toeval

Ik wilde indruk maken op mijn kinderen met mijn indoor-voetbalkwaliteiten en passeerde er twee, plus mijn neefje, tegelijk in de keuken. Een openstaande deurtje van de keukenkast was één tegenstander te veel en ik liep er met een rotklap tegenaan. Ik greep naar m’n hoofd en bleef zo een tijdje staan. Mijn schoonzus schoot te hulp met een natte doek. Ik was ernstig gewond, misschien wel hersenletsel, zo was de diagnose. En de kastdeur was zwaar ontzet. Na een minuutje volgde er toch positief nieuws. Met de kastdeur was niets aan de hand. Toen de lap werd verwijderd nog meer positief nieuws, slechts een schram, waarschijnlijk geen hersenletsel.

Voortaan toch maar een helm op tijdens het voetbal. Want je zult het altijd zien, precies op dat piepkleine inhammetje wat ik heb, wat eigenlijk die naam niet eens mag hebben, juist daar waar mijn hoofd niet wordt beschermd door mijn weelderige haardos, ja juist daar boort zich dan een hoek van een kastdeur in mijn hoofd. Het is een te verwaarlozen kans, maar hij sloeg toch toe.

De extra tijd

Tussen kerst en oud en nieuw word ik overvallen door een vreemd gevoel. Alsof je in de extra tijd van de wedstrijd leeft. Het laatste fluitsignaal gaat spoedig klinken, maar de wedstrijd is gespeeld. Je staat voor, dat wel. Je hoeft niet meer te scoren, slechts het doel moet plichtmatig nog verdedigd worden. Je knipoogt naar je teamgenoten, die de overwinning ook al voelen. Het bevrijdende fluitsignaal, dat je een ronde verder brengt, liefst wil je het niet horen en altijd blijven spelen in de extra tijd. Je speelt immers niet tegen de Duitsers. De tegenstander heeft het opgegeven en gaat niet meer in de aanval. Na het fluitsignaal volgt een korte overwinningsroes die gevierd wordt met champagne. Als je ontwaakt bevind je je in een leeg schrift. Waarin elke letter nog ontbreekt maar waarin je dagelijks inkt laat vloeien. Na verloop van tijd weet je niet meer anders en ben je weer volop in competitie. Je bent sterk, je kunt je tegenstanders hebben, maar zo veilig als in de extra tijd, nee zo veilig is het nooit.

Bedenkingen.

Tijdens het schrijven op mijn weblog heb ik nooit muziek aan. Zelfs geen Elvis. Het drijft mijn logische gedachten uit elkaar. Het zorgt dat ik niet onthoud wat mijn volgende zin zal zijn. Nu maak ik een uitzondering. De top 2000 op de pc is op de achtergrond te horen. Heel hinderlijk. Die top 2000 is sowieso erg hinderlijk. Hoe enthousiast ik vroeger ook was, de magie is er voor mij totaal vanaf. Dat begon toen Coldplay met Clocks in de top 10 doordrong. Geweldig nummer hoor, daar niet van, maar top 10 van de beste 2000 nummers ooit gemaakt? Ik vond dat een nummer dan toch al wel op z’n minst 20 jaar moest bestaan. Om in de top tien te komen moest de band toch minimaal één bandlid hebben gehad die een onnatuurlijke dood gestorven is. Liefst twee.

Achteraf heb ik ongelijk. Coldplay in de top 10 is nog prima te behappen vergeleken bij wat er nu allemaal de lijst ingefietst is. Daarnet hoorde ik Guus Meeuwis met Armen Open. Ik had er nooit van gehoord en ik vind het ook helemaal niks. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen dat je uit alle nummers die ooit gemaakt zijn, Armen Open van Guus Meeuwis nomineert. Dat is hetzelfde als de Golf kiezen als mooiste auto ontwerp ooit, dat kan ook niet. Of kan dat wel, omdat het nu eenmaal het best verkochte ontwerp is?

Julia

Wij keken gisteren “De storm”, een Nederlandse film over de waternoodsramp van 1953. Het verhaal gaat over de zoektocht van een strijdlustige moeder, Julia, naar haar baby, die ze kwijtraakte tijdens de ramp. De moeder was de schande van het Zeeuwse dorp, omdat ze zwanger was geraakt en het de vader te heet onder de voeten werd. Een andere moeder, die onlangs haar baby was kwijtgeraakt, had het jongetje gestolen. Tijdens de nachtelijke opvang in een hotel, hoort Julia haar baby huilen. Niemand gelooft haar en men veracht haar. De volgende morgen hoort ze haar kind nogmaals huilen maar als ze wanhopig op onderzoek uitgaat, blijft de baby door een toevalligheid uit haar zicht.

18 jaar later ontdekt ze door dezelfde toevalligheid die haar kind eerst bij haar weghield, dat de zoon van de andere moeder, haar kind is. De andere moeder kan niet anders dan het verhaal opbiechten en zo valt Julia haar zoon in z’n armen. Triest genoeg verontschuldigt ze zich huilend naar haar kind, kennelijk omdat ze niet goed genoeg gezocht had.

De band van een moeder met haar kind komt in deze film sterk tot uitdrukking. De moeder brengt zichzelf zonder na te denken in levensgevaar om haar kind te redden. Ze herkent het huilen van haar eigen baby uit duizenden. 18 jaar later is de band nog steeds niet verbroken. Het is misschien wel de sterkste band die er bestaat en overal om ons heen aanwezig.

Kerstboodschap

Geert Wilders was bang voor publieke opinieschade en twitterde daarom kritiek op de kerstboodschap van de koningin de lucht in. Eigenlijk was het geen kritiek, het was een vraag. Of de majesteit stiekem lid was geworden van Groen-Links. Het antwoord is nee. Maar de koningin heeft wel een hekel aan Geert. Dat weet ik toevallig. Ze vindt hem een nare man die schade toebrengt aan haar koninkrijk. Ze spreekt haar bezorgdheid uit over de graaicultuur en over de grondstoffen der aarde. Ze haalt daarbij een citaat van Ghandi aan om haar boodschap kracht bij te zetten. De aarde biedt voldoende voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte, of iets in die strekking. Ik zou geen zinnig argument kunnen bedenken vóór de graaicultuur, of vóór het uitbuiten van de aarde. Eigenlijk zou geen zinnig mens er iets tegen in kunnen brengen. Geert dus ook niet dus moest hij het bij een vraag laten. De koningin twittert niet, anders had ze hem persoonlijk kunnen antwoorden.

Intuïtie

Ik keek op deze kerstavond naar een interview, gehouden door Paul Witteman, gehouden met Herman Finkers. Paul stelde de vragen, Herman gaf zijn visie, maar stelde ook een paar wedervragen, en Paul was ervaren genoeg om er ook op te kunnen antwoorden. Mogelijk hebben we in de persoon van Herman te maken met een bijzonder mens. Eigenlijk weet ik het wel zeker. Herman is een filosoof, meer nog dan een grappenmaker. Ik zou met hem wel eens een lange autorit willen maken zodat ik hem eens kon vragen hoe het nu werkelijk zit. Volgens mij weet hij er namelijk meer van. Waarvan? Nou, van de dingen die je wilt weten.

Hij vraagt zichzelf constant af wat hij nu bedoelt, maar zijn bedoelingen gaan een kant op en hoeven niet bijgestuurd te worden. Niet ieders kant, en niet de enige kant, maar wel de kant die ik intuïtief ook op zou gaan.

De enige keer dat ik bij zijn show was, had die wat mij betrof nog rustig twee uur langer mogen doorgaan. Dit in tegenstelling tot voorstellingen van andere cabaretiers, waarbij je op een gegeven moment toch naar het einde begint te verlangen. Ik neem zijn woorden in me op zonder dat de betekenis ervan ten volle tot me doordringt. Maar die me wel een richting op sturen, de richting die ik lange tijd geleden al heb bepaald.

En waar eindigt het weer mee?

Ondanks dat ik vrij heb, werd ik vandaag toch geacht op een kerstlunch te verschijnen. Het motregende, maar ja, ik heb nu naast mijn regenpak ook schoenenhoesjes. Met de capuchon strak over mijn hoofd getrokken is het alleen bij de poort van de tuin even uitkijken of niemand je ziet, als je eenmaal vijftig meter weg bent, ben je volslagen onherkenbaar. Ik vind het wel wat hebben, incognito en in waterdichte outfit door de regen. Op mijn werk hadden ze medelijden met mij, maar waarvoor? Nooit in mijn leven was ik zo droog als toen ik op mijn werk arriveerde.

De kerstlunch wordt steevast verzorgd door iemand die bij een kookclub zit. Alle gangen en wijnen zijn op elkaar afgestemd en bij elke gang volgt een uitleg. Het begon met everzwijnpaté op roggebrood, met een stukje eendenborst en een glaasje waar ik nog nooit van had gehoord, maar het klonk als kiwi. Toen een rivierkreeftsoep met iets op een bedje van iets. Daarna een krabcake. Als hoofdgerecht kwartel met een groentebonbon. En als toetje, pardon, dessert, een Franse woord maar het leek op ijs en er zaten tien eieren door. De wijn was rood en wit, ook heel apart.

Gelukkig keerde het gewone leven vanavond weer terug en we keken naar Roué Verveer. Het was dezelfde show die we eerder dit jaar in het theater hadden gezien, dus ik wist al wat er kwam. Welnu, dat maakt niks uit. Weer op precies hetzelfde moment als toen zat ik naar adem te happen van het lachen. Ik zag niks meer door m’n tranen heen en ik was blij dat hij op een ander onderwerp over ging. Dat is echt uiterst zeldzaam en gebeurt eigenlijk alleen als iemand waarvan je het niet verwacht gaat zitten vertellen wat er gebeurde toen hij op een bepaald moment een scheet liet. Precies wat Roué aan het vertellen was. Zoals hij zelf zei: het geluid van pprrr zit rechtstreeks aangesloten op de lachspieren van de man.

Niet dat het ooit gebeurd is maar als ik in bed een wind zou laten, stel even hè, dan zou Linda niet reageren, en ik zou gewoon doorgaan met lezen, maar na tien seconden zou zij aan het schudden van het matras voelen dat ik in stilte schaterlachte. Dat denk ik tenminste, dat het zo zou gaan.

34/34

Mensen, ik moet u wat opbiechten. Ik ben bang dat ik de afgelopen jaren een iets te grote broek heb aangetrokken. Dat zit zo. De broeken van tegenwoordig zijn niet meer wat ze vroeger waren. Ze knellen of ze slobberen, maar passen doen ze niet meer. Zo komt het dat mijn laatste paar spijkerbroeken, of wat daar tegenwoordig allemaal onder valt, de maat 36/34 hadden. In de paskamer passen die, maar eenmaal thuis zakken ze van je kont af. Volgens de verkoper is dat niet erg en hoor je er een riem bij te dragen. Maar het is wel erg want je loopt de hele dag te hijsen. Soms even niet maar dan ben je blauw aangelopen omdat je riem te strak zat.

Vandaag liep ik een winkel binnen en vroeg iemand van het personeel mij bij te staan. Hij vroeg welke maat ik had. Ik zei, 36/34 maar ik wil wel een model dat niet steeds afzakt. Waarop hij zei dat ik 34/34 had. My kinda man! Hij vertelde dat hij een broek aan had waarmee hij twee weken niet kon fietsen omdat die ingefietst moest worden. En dat dat waarschijnlijk ook mijn probleem was. Hij smeerde mij twee 34/34-ers aan en ik moet zeggen dat ik tevreden ben. Je ziet nu weer dat ik kakimoe bagoes heb. Het blijft wel een broek van na 1998 dus als ik buk wordt het buiten donker, maar goed, kleinigheidjes hou je.

How to pronounce th

Vanaf het eerste moment dat de leraar Engels, Nas, zo heette hij, uitlegde hoe je de th in het Engels uitspreekt heb ik er al moeite mee. Een onmogelijk geluid. Het is nog makkelijker voor een Japanner om Schiermonnikoog uit te spreken. Je moet het puntje van je tong tegen je boventanden aanhouden en dan blazen. Niet te doen. Gisteren oefende ik nog eens op youtube. Black Sabath and the Smiths zijn voor mij niet uit te spreken. Ik ben blij dat ik gewoon Elvisfan ben. De th aan het begin van een woord gaat nog, maar als-ie op het eind komt en ik spreek hem uit dan moet u een zakdoekje bij de hand houden.

Maar mij viel iets op. De mevrouw in het filmpje doet de S voor. En dan van de S naar de th. En plotseling zag ik waar het fout ging. Als zij de S uitspreekt heeft ze haar tanden op elkaar. Ik niet! Ik heb dan mijn tong al tussen mijn tanden. Ik ging verhaal halen bij Linda. “Spreek de S eens uit?” En zij deed het met haar tanden op elkaar. Heel anders dan ik. Vorig jaar zei iemand die slechthorend was dat mijn S niet erg duidelijk was. En Hans had met logopedie ook de meeste moeite met de S. Ik vroeg Hans de S uit te spreken. Hij doet het precies als ik, met z’n tong tussen z’n voortanden.

Nu slith ik. Nu moet ik voortaan in het geheim Elvith aanbidden.

Even lekker in de blote kont lopen.

Waar ik benieuwd naar ben is het hoe en waarom van het naaktstrand. Ik bedoel, hoe is het zover gekomen? Wat begrijp ik er niet aan en waarom voel ik gêne bij de gedachte dat ik daar zou zijn? Wat mis ik precies aan het in de blote kont lopen? Ik doe dat als ik uit de douche kom en zelfs daar voel ik me niet geweldig bij. Ik ben altijd weer blij als ik een onderbroek aan heb. Ik begrijp gewoon niet wat nu het geweldige aan naaktlopen is. Moet ik er gewoon doorheen, zoals je door roken, koffie drinken of olijven eten ook heen moest? Of is het koud watervrees? Zit er toch stiekem een seksueel element aan of is het de gedachte dat je bekeken wordt? Of niets van dat al en is het gewoon fijn je piemel te laten bungelen in de zon? Het is voor mij een mysterie. Net als de sauna trouwens. Maar goed, ik liep ooit hard en als ze me vroegen wat daar nou zo leuk aan was wist ik het ook niet. Er was geen bal aan! Het was afzien. Pas als je uitgerend en uitgehijgd was kreeg je wat voldoening. Het weten dat je een grens verlegd had, daar ging het om. De bezigheid zelf slaat nergens op. Massages, daar heb ik ook niks mee. Ik voel niet eens dat het lekker is en het voegt in mijn beleving ook niks toe aan mijn gevoel van fitheid. En de keren dat ik er wel iets bij voelde werd het gedaan door een meisje waar ik om andere redenen in geïnteresseerd was. Maar zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden en interesses en dat houdt het wel levendig.