The land of the free and the home of the brave

Mij kwam daarnet een boodschap onder ogen. Het was een positieve boodschap. Een veel te positieve boodschap, zo een die u misschien wel kent. Een boodschap die nergens op slaat, maar die de teneergeslagen medemens innerlijke kracht moet geven. Het kwam erop neer dat je alleen nog dingen moest doen waar je zin in had, en dat soort Amerikaans gezever. Je zou, als je in zo’n boodschap gelooft, alleen nog maar maar verder in de put raken omdat jij er als enige niet in geslaagd lijkt je doelen verwezenlijkt te hebben. Ik dacht er over na. Niet inhoudelijk over de boodschap, maar over wat zo’n boodschap met een mens kan doen. Ineens begreep ik waarom Amerika de enig overgebleven grootmacht is. Ze noemen zichzelf het land van de onbegrensde mogelijkheden, omdat je daar kunt bereiken wat je wilt. Als je maar wilt.

Het is een haast religieuze boodschap. Ook in religie worden veel beloftes gedaan, maar als je ze niet krijgt, is het je eigen schuld. Amerika steunt op dit gegeven. Amerika is het hogere doel en de mensen worden zoet gehouden met een boodschap. Je kunt immers alles bereiken in Amerika, als je hard genoeg werkt. En als je het niet bereikt, heb je niet hard genoeg gewerkt. De Amerikaanse overheid helpt regelmatig een armoedzaaier aan rijkdom, om het volk het voorbeeld te geven waar het om vraagt. Want in Amerika meet men succes af aan geld.

Misschien ben ik wat negatief, maar ik heb een hekel aan dit soort boodschappen. Als een mens in de put zit en steun nodig heeft, moet hij dit krijgen van mensen die hem kennen. Af- en aangepast naar zijn situatie. Zodat hij de lat niet te hoog gaat leggen. Je kunt nu eenmaal niet alles bereiken wat je wilt. Er kan er bijvoorbeeld maar één tegelijk president worden. En dan nog alleen die ene uit het selecte groepje dat geschikt is om president te worden.

Heupen

De dames van de kapperszaak hadden het vandaag op hun heupen. Of het het naderend carnaval was, of gewoon de tijd van het jaar, ik weet het niet. Feit was wel dat er allerlei wilde fantasieën de kop op staken. Iets met knippen met een happy end. Had iets met de crisis te maken zeiden ze, maar ik begreep wel wat ze bedoelden. Giechel, giechel. Ik werd in het gesprek betrokken. De eigenares, die mij nooit knipt, bleek ook ineens mijn voornaam te kennen. Ze had nog een gigolo nodig en of ik nog een baantje zocht.

Ik wist me echter geen raad met de situatie. Normaal ben ik ad rem, maar nu zat ik het aan te horen en wist niet hoe te reageren. Een beetje schaapachtig lachen, verder kwam ik niet. Stille wateren hebben diepe gronden, vond de kapster die mij knipte. (Vergeleken bij kapsters ben ik stil als water) Gelukkig zat er een man naast me die beter met de situatie overweg kon.
Ja, daar zit je dan ineens hulpeloos in de stoel van de kapper. Je kunt niet weg voordat ze klaar zijn. Want zolang je geknipt wordt, moet je stilzitten.

SAZU

Dit is het oude academisch ziekenhuis van Utrecht, aan de Catharijnesingel 101. Ik ben er vroeger een aantal keren geweest omdat mijn vader er een week of zes heeft gelegen i.v.m. een risicovolle rugoperatie. Het rook er ouderwets naar ether, zodat je wist dat je in goede handen was. Ik zat in die tijd ingekwartierd bij kennissen in Drunen, en zag de overige gezinsleden gedurende die zes weken alleen in het weekend, want zij verbleven in Utrecht, waar mijn vader lag. Ik herinner me er niet meer zoveel van, behalve dan toen hij net geopereerd was en stil moest liggen. Ik liep naar hem toe en hij stak zijn hand uit met een van pijn vertrokken gezicht. Hij hield mijn hand lang vast. Achteraf denk ik dat het de eerste keer was dat ik hem zag huilen. Het was zijn tweede rugoperatie en de kans was aanwezig dat hij verlamd zou raken. De uiteindelijke schade was slechts een zwakke enkel. De artsen waren zelfs in de jaren zeventig al knap. Ik herinner me het gebouw als mooi, zoals de hele stad Utrecht mooi was. Utrecht was een belangrijke stad, want wij kwamen er vandaan.

De tweede keer dat ik hem zag huilen was toen we verhuisden van Drunen naar Vaassen. Ik zat bij hem in de auto, mijn moeder, broertje en zusje reden achter ons. Ik zag de traan toen we de straat uit reden en de buren ons uitzwaaiden. En waarom eigenlijk? Om twee jaar te gaan werken in een ander deel van het land en om daarna dood te gaan.

De derde en laatste keer dat ik het gezien heb, was hem net door de huisarts verteld dat hij kanker had. 39 was hij toen pas. Ik zag hem omarmd met mijn moeder op bed zitten. Zij wisten toen al wat kanker betekende, ik nog niet. Nee, huilen deed hij niet zoveel, mijn vader. Ik heb het drie keer gezien in 15 jaar. Ik weet zeker dat het meer geweest is. Het gebouw van het Sazu is nu grotendeels afgebroken. Het statige hoofdgebouw is echter verbouwd tot appartementencomplex. De bewoners hebben geen idee. Hun onwetendheid is ook wel weer mooi.

Marco di Basta

Marco van Basten, die tart met alle media- en communicatiewetten. Heeft u zijn persconferentie gezien? Als een ongeïnteresseerde zoutzak draaide hij een riedeltje af. Heerenveen. Een mooie club die omhoog kijkt. Marco van Basten. Komop zeg! Hij hoort bij AC Milan! Wat een contrast ook met toen hij bij Milan ging voetballen en ter persconferentie verscheen. Bellissimo, zei hij met een glunderend gezicht tegen de Italianen. Hij had het woordje speciaal voor hen ingestudeerd. En hij was meer dan welkom. De rest van het verhaal kent u.

Maar, Marco di Basta laat zich niet meer de mediawetten voorschrijven. Hij laat duidelijk zien dat hij het niet zo op heeft met het gedoe rond de presentaties. En misschien is het wel zo dat Heerenveen voor hem slechts een mogelijkheid is en geen kans. Dat hij baalde van het niks doen en blij is dat hij aan het werk kan. En dat het hem geen snars uitmaakt of het Heerenveen of Roda was. Want zo is dat. Marco doet lekker een stapje terug om te kunnen doen wat hij het liefste doet, excelleren. Heerenveen is zo slim geweest hem te contracteren. De spelers zullen de eerst volgende wedstrijd al een tandje bijzetten en aan Marco willen laten zien dat ze nu al dingen van hem hebben opgestoken. Heerenveen wordt de te kloppen ploeg. Marco krijgt zijn jongensachtige glunder weer terug. Maar alleen als hij ook schik heeft, niet omdat het op dat moment moet. Ik hou van zijn echtheid.

Nog liever had ik gezien dat Marco tegen de pers had gezegd hoe het werkelijk zit. “Heerenveen, ik weet het maar er waren geen betere aanbiedingen. Maar nu ik getekend heb ga ik er ook voor. Verder nog vragen?” En dan kampioen worden. En laten zien dat de wedstrijden op het veld worden gewonnen en niet bij de persconferentie.

De Draak.

Ik viel er gisteren half in, maar aan de tafel bij DWDD hing een wat grimmige sfeer. Het had te maken met Don Leo Blokhuis die kennelijk gezegd hat wat hij vond. Hij noemde Witney Houston verantwoordelijk voor de grootste draak uit de popgeschiedenis, “I will always love you.” En natuurlijk, je weet dan dat je mensen tegen het zere been schopt, maar moet je dan je mening maar voor je houden? Moeilijk. Altijd je dwarse mening ventileren is ook niet handig, tenzij je initialen J.C. zijn. Misschien had hij het moeten laten bij dat het niet zijn favoriete nummer was. Dat zou Cruijff gedaan hebben, tenzij het voetbal betrof.

Aan de andere kant, Leo Blokhuis lichtte de draak wel toe. Hij hoorde perfectie zonder emotie. Linda en ik gaven hem een luid applaus. De versie van Dolly Parton is veel mooier. High five, we waren het eens. Gebeurt ook niet dagelijks, in de familie.

Natuurlijk, je kunt doorschieten in de emotie en de perfectie laten voor wat het is, maar wordt dan schrijver of dichter. Neem ook geen genoegen met de gulden middenweg maar neem de perfectie én de emotie. Tja, dan kom je al gauw bij Elvis uit. Maar goed, het is wel beter consessies te doen aan de perfectie, dan aan de emotie, als het muziek betreft. Wat dat betreft vind ik wel dat Leo gelijk heeft. Ik bedoel, ik zie liever een goede film op een slechte tv, dan andersom.

De samenlevingsbijdrage

Beste Jan-Kees,

Niet geheel conform de normale gang van zaken, richt ik me even rechtstreeks tot jou en sla ik die pief die je aan het hoofd van de belastingdienst hebt gesteld even over. Want met hem gaan we de oorlog niet winnen, dat begrijp je zelf ook wel.

Ik weet hoe jij je altijd hebt ingezet om achterstallige belastingen te innen, vooral van vermogende mensen die hun overtollige middelen tijdelijk op de Paaseilanden hadden gestald, omdat ze het erg moeilijk hadden met de nieuwe regels en door de bomen het bos niet meer zagen.
Vanochtend, tijdens het dichtknopen van mijn overhemd, dacht ik eens na over wat die mensen beweegt om hun vermogens te verzwijgen. Hierbij zag ik het gezicht voor me van de plaatselijke fietsenmaker, die mij laatst een tweedehands rijwiel verkocht zonder een factuur uit te schrijven. Ik wist gelijk hoe laat het was, ik geef je straks zijn BSN-nummer door, en dacht: hij snapt het niet.

Dat is gewoon wat er aan schort, Jan-Kees. Ze snappen het niet. Ze denken, belasting, bah, vies, gemeen, laag, duister. Dat is hun associatie. Daar ligt het aan, Jan-Kees, de verkeerde associatie. En toen had ik het ineens. We gaan het woord belasting schrappen uit de boeken. We maken er samenlevingsbijdrage van. Tjakaa! Kijk, samenlevingsbijdrage, dan denken de mensen: Oh! Goed. Rechtvaardig! Bijdragen aan een betere wereld, opkomen voor de zwakkeren, aanpakken van de maatschappelijke problemen. Voel je het verschil, Jan-Kees? Die eerste emotie is anders! De vermogende medemens zal zich voortaan bezwaard voelen zijn samenlevingsbijdrage achter te houden ter verrijking van zichzelf. Hij zal ineens begrijpen dat als hij zijn bijdrage niet betaalt, dat dan degenen met de lagere inkomens opdraaien voor zijn wangedrag. Hij zal voortaan huilend opbiechten dat hij een slecht mens is geweest, maar dat hij zijn leven gaat beteren. Zo simpel Jan-Kees. Er verandert in feite niets, maar er gaat een nieuwe wereld open.

Ik bel je vanavond, dan hebben we het er nog even over.

Groeten,
Mack.

P.S. Het seminar van Emile Ratelband vorige week was erg interessant. Veel van opgestoken.

De geweldigheid van Mack.

http://www.youtube.com/watch?v=oBcToQJZH44&list=UUMuw1SaTpPOkUlHUj5viYJw&index=1&feature=plcp

Pogingen om mij op Twitter te krijgen. Omkooppogingen zijn het bijna. Volgens Linda is dit niet goed voor me en ga ik hiervan naast mijn schoenen lopen. Maar nee hoor. Niet speciaal hiervan. Het hoort een beetje bij mij, een poosje naast mijn schoenen lopen en vervolgens weer heel hard moeten nadenken over wat ik nu ook alweer gepresteerd heb in mijn leven. Anna Maria vindt het leuk als ik zenuwachtig ben, Polderzilver vindt mijn autokennis onweerstaanbaar, haast op dezelfde manier als Linda opgewonden in slaap valt als ik haar iets vertel over het heelal, en Marloes prijst mijn humor.

Vervolgens vertellen ze stuk voor stuk dat ze mijn weblog niet meer lezen. Waarschijnlijk in mijn eigen belang. Ik zou er anders maar teveel waarde aan hechten. Weblog is mijn verslaving, mensen. Ik ga niet trillen of kwijlen als ik het niet kan doen, maar ik vind de interactie van weblog leuker dan die van Facebook, hoewel ik daar misschien wel in mijn element ben met korte en droge opmerkingen, maar als het op gevoel aankomt, dan moet je toch echt hier zijn. Hier schrijven gaat zoveel verder dan Facebook of Twitter en het is slechts voorbehouden aan degenen die écht willen laten zien wie ze zijn, of althans, welk deel van hen geopenbaard mag worden.

Marloes noemde mij constant. Ze vergat daaraan toe te voegen: zoekend. Laatst hoorde ik mezelf nog denken dat het grootste leed betreffende mijn vader intussen wel was geleden, dit weekend ben ik nogal emotioneel. En dan speel ik geen emotoneel. Om het minste of geringste grijpt iets naar mijn strot, waardoor ik bijna een zonnebril zou moeten opzetten om cool te moeten blijven lijken schijnen dunken voorkomen. Linda was er een nachtje niet, en zie eens hoe eenzaam en hulpeloos je gelijk bent als man. Terwijl als ze er wel is, ik vaak zat denk: hee, shut eens even up, zeg! Maar nee, de emotie komt afgezien van het feit dat ik onder druk sta – ik hoop volgende maand meer te kunnen zeggen- ook wel voort uit het door iemand met m’n neus op de feiten gedrukt worden. Linda dus. Zonder haar ben ik het duidelijk niet. Dat brengt mij in de war. Ik ben afhankelijk. Iets wat je juist niet geacht wordt te zijn, in deze soms boze wereld. In werkelijkheid is de wereld niet zo boos, maar wordt ze slechts overbevolkt door angstige schapen, die het de vastberadene soms nog knap lastig kunnen maken.

Maar goed, weer een Twitteraanval afgeslagen. Nog een paar, en ik ben er ongevoelig voor.

Ons eerste restaurantbezoek

We zijn vanavond in het nieuwe wokrestaurant bij ons in de buurt geweest. En nu ga ik eens niet zitten afgeven op het wokrestaurant. Want het is een vreetschuur waarbij je twee uur de tijd krijgt om je geld eruit te halen. En aan het armoedige publiek kun je ook duidelijk zien dat je in een wokrestaurant bent. Dus ook aan ons, want wij zaten er. Ik heb mannen gezien met een berg eten op hun bord, niet meer normaal. Ik denk zelfs dat als Idi Amin erbij was geweest, dat zelfs die gezegd had of het misschien even wat minder kon. Ik vroeg me heel even af of er soms een hongerwinter voor de deur stond, toen ik het zag.

Maar ach, je moet er gewoon niet over zeiken. Het eten is prima, je kunt drinken pakken zoveel je als je wilt, en de kinderen hadden frietjes en frikandellen, waarvan er één onbedoeld in een heel diep gat verdween waar de borden in stonden, Linda weet er meer van, en de kinderen konden zich vermaken in een ballenbak en met computerspelletjes. En je bent voor 64 euro klaar met z’n vieren.

Langzaam ontstijgen we dat McDonalds-niveau hier.

Worst

Het huwelijk is mooi, en soms ook niet, maar dat is helemaal niet erg. Je moet ook niet te beroerd zijn om de ander eens een knal te geven, want een goeie dreun opent de weg naar boven. Sommigen hebben een sprookjeshuwelijk, die trouwen en leefden nog lang en gelukkig. Nooit kommer of kwel. Maar schijn bedriegt, voor wie er oog voor heeft.

Linda smeert vaak mijn brood, en soms doe ik het zelf als ze geen tijd of zin heeft. En ze doet er beleg op dat ik lust, want zou ze er bewust dingen op doen die ik niet lust, dan geeft dat toch ook weer te denken. Maar het kan eens voorkomen dat er iets niet helemaal goed is. Oud brood, of te weinig afwisseling in het beleg. Ik kan dan een klacht indienen, maar meestal denk ik: ach, Linda, die heeft toch maar weer mooi mijn brood gesmeerd. Ik zal vanavond eens een bloemetje meenemen. Denk ik dan hè?

Ik hoorde laatst van een man, die per se zelf zijn brood wilde smeren, omdat hij er dan een extra plakje worst op kon doen. De vrouw doet dat kennelijk niet, en terecht, dus gaat zo’n man het liever zelf doen dan dat hij een plakje worst te weinig heeft. Dat hij het ook nog gewoon vertelde! Het moet er langzaam ingeslopen zijn. Ooit zal ook zijn hart sneller geklopt hebben voor zijn vrouw. Nu is zijn liefde voor de slager groter geworden. Want de slager weet dat hij extra grote karbonades moet snijden, als hij komt. De slager vraagt wel altijd hoe het met moeder de vrouw is, maar hij ziet haar maar zelden. Het vlees is onderwerp van gesprek geworden. Op zaterdag kan hij nog vertellen over de sudderlapjes van afgelopen dinsdag. Hij is zelfs in staat om geen voorgerecht te nemen, omdat dat kostbare ruimte inneemt waar vlees kan worden opgeslagen. De Chinees verafschuwt hij, omdat ze daar geen grote stukken vlees hebben.

Ik hoop dus van harte dat ik nooit dat punt zal bereiken. Dat ik mij de sudderlapjes van afgelopen dinsdag herinner. Dat mijn liefde voor worst groter wordt dan die voor Linda. Want dan is mijn waakvlam uit. Linda, die vandaag 40 is geworden, en nu een avond uit is met vriendinnen en morgen pas terugkomt. Als ze in de tussentijd tenminste niet verliefd is geworden op een biefstuk.

Tammar op glad ijs.

Het was vandaag Tammar’s primeur op het ijs. Het ging al dagenlang over Hans, met z’n nieuwe hockeyschaatsen, terwijl dit ondergeschoven kindje ook steeds zei dat ze wilde schaatsen, maar dat ze eerst nog een beetje moest oefenen. En dan zag ik vandaag, terwijl ik gestressed zat te werken, ik wilde bijna gaan vloeken, deze foto op facebook voorbij komen. Mijn dochter, die zich er zo op had verheugd, staat op het ijs! Ik kreeg er een warm gevoel van. Ik wilde haar bijna bellen om te vragen hoe het ging met schaatsen, maar ik heb het niet gedaan. Ik werkte langer door, maar was nog wel net op tijd thuis om haar vlak voor ze ging slapen nog even naar het schaatsen te vragen. Ze vond het leuk, maar ze moest nog wel een beetje oefenen.

In eerste instantie hadden haar ijzertjes niet goed gezeten, waardoor ze steeds viel. Kapitale fout, want voor hetzelfde geld wil ze nooit meer. Maar gelukkig zette ze door en niet veel later haar eerste negenendertiger neer. Ik geef het je te doen hoor, op zulke ijzertjes.