Een ongelukkige timing

Ha, we hadden weer eens een ouderwets verschil van inzicht over de te volgen koers. We zouden naar zwembad “de Scheg” in Deventer gaan. Linda pakt dan al de Mio, dat is ons merk TomTom, en mij irriteert dat. Alsof ik niet in Deventer kan komen. Alsof je een navigatiesysteem nodig hebt om potverdorie een dorp verder te komen. Het moet niet gekker worden. We zaten in de auto en ik reed al volgas en vastberaden richting Deventer. De Mio was de route nog aan het berekenen. Ik dacht nog, ik ga gewoon zo hard dat het signaal de auto niet kan bijhouden, want ik kan zelf wel bij de Scheg komen. En de Mio hield me inderdaad niet bij, want hij startte niet op. Een teken. Naast het station was het, dat had Linda opgezocht, en wat is er makkelijker dan een station te vinden? Ik boog af over de brug, richting zwembad. Tammar had een mooi uitzicht riep ze, toen we langs de dames van plezier reden. Een ongelukkige timing denk ik.

Maar goed, zoals iedereen al aan voelt komen, nergens een bord met station. Toen ik het eerste rondje Deventer erop had zitten, werd de hulp van de Mio ingeroepen, die het inmiddels wel deed, en we kwamen bij het station. Dat was mooi, maar geen zwembad te bekennen. Links niet, rechts niet, en even verderop aan beide kanten ook niet. Nu kwam Linda met het idee om dan maar “de Scheg” in de Mio te programmeren in plaats van station. En ja hoor, we moesten een paar kilometer verderop zijn. Zie je wel, ondingen die navigatiesystemen. Ik had gewoon zelf even moeten kijken voor de route, dan was er geen probleem geweest. Maar de vijandigheid die ik zag toen ik het wilde proberen ondanks dat we nu eenmaal een Mio hebben, weerhield mij van mij plan.

Ik merkte op dat ik het ook vreemd vond, omdat het zwembad in mijn herinnering vlak bij het stadion was. Op dat moment gaf Linda haar fout toe. Stadion en station, sjonge jonge! Achterin de auto vroeg Hans of papa soms weer verkeerd was gereden, want aan mijn reputatie wordt zorgvuldig gewerkt in het gezin. Ik legde me erbij neer en antwoordde dat papa zo dom was om station en stadion door elkaar te halen. Ach ja. Linda zat stilletjes te lachen.

Maar glorie haleluja, daar kwam de Scheg in beeld. En wat denkt u? Naast het station! Hebben ze godsamme twéé stations in Deventer! Om de situatie te redden zocht ik nog of ik een stadion zag, maar nee. Stond ze toch weer voor, Linda pinda poepchinees. Zo werd ze vroeger vaak genoemd, en tegenwoordig weer door Tammar. En mij noemt ze Mack de pies, ook zo’n giller.

Aan het eind van de dag, we hadden de weg terug gevonden, zaten we bij McDonald’s. Wat we zouden eten was ’s ochtends al besproken, maar eigenlijk weet je dan al dat het toch weer McDonald’s wordt. “Want ja, als ik nu nog moet gaan koken”, zegt Linda dan. Ik hoop dat u het herkent, want ik voel me hierin heel alleen staan.

Naast ons kwam een gezin te zitten. Het waren rijke Nederlanders van Chinese afkomst, dat merkte je aan alles. De man was de baas en de vrouw hing vol blingbling. Ongetwijfeld stond er buiten een dikke Mercedes. Ze hadden ook een Nederlands kindje bij zich. Het Nederlandse kindje zei kennelijk iets, maar dat ontging ons. Maar de vader reageerde door te zeggen dat het typisch Nederlands gedrag was, wat hij daar ten toonspreidde. Egoïstisch, zo vulde hij aan. Wij wisten niet zeker of we het goed gehoord hadden, maar de vader herhaalde het nog een keer. Egoïstisch Nederlands gedrag, zei hij tegen het jongetje. Op dat moment zei Tammar: Linda Pinda Poepchinees. Een hele ongelukkige timing.

Helden, ze bestaan nog.

Als ik langs het kanaal fiets, gaat het regelmatig door m’n gedachten. Dat als er een auto te water raakt, wat wel een paar keer per jaar gebeurt, dat je er dan in moet. En dan denk ik aan hoe koud het water is, en in hoeverre je dat dan in de gaten hebt. En twijfel je in zo’n geval? Een paar jaar geleden raakte hier een auto op het ijs, en de jonge bestuurster zat bewusteloos achter het stuur. Na een poosje zakte de auto erdoor en dreigde te zinken. Een agent stond verstijfd van de kou tot zijn middel in het water en riep dat hij niet verder kon. Maar toen de vrouw dreigde te verdrinken zette hij toch door en sleurde haar door de achterruit aan haar haren de auto uit.

Het was een heldendaad en, naar ik denk, niet zo vanzelfsprekend als het misschien zou moeten zijn. Ik mag hopen dat ik het zelf ook zou kunnen mocht het -God verhoedde- gebeuren. Want dan is het zo’n moment waarop het er eens een keer echt op aankomt. Waarop het leven even niet een verzameling sterke verhalen is. Of een facebookpagina vol foto’s van je stoere zelf op een feestje. Nee, dan raak je weer even de essentie van wat al heel lang weg lijkt geraakt door het feestgedruis. Van het zich opofferen voor een ander, waardoor mensen, mensen genoemd worden.

En daarom viel deze foto me op. Een man die op een koude januaridag in het water springt om een kat te redden. En daarmee niet alleen de kat heeft gered, maar misschien ook heeft voorkomen dat het kind bij wie de kat woonde, ontroostbaar zou zijn. Ja, het kan niet anders of dit is een goede man. Als iemand niet goed is voor een dier, hoef je er als mens niks van te verwachten, zei mijn opa ooit.

Op de fiets

Zoals algemeen en wereldwijd bekend, fiets ik nu regelmatig naar mijn werk. Want geen mooier vermaak dan leedvermaak. Ik scheen vroeger een auto te hebben, een kanon met een 6 cilindermotor, razendsnel en tranentrekkend mooi. Ik kan me het niet meer zo goed herinneren. Het was een Alfa Romeo, een rijdersauto, pure lust op wielen. Maar bij lange na genoot ik niet zo van ritten in die auto als dat ik nu twee keer per week doe met een Nissan Almera Tino. Want wat een comfort! Wat een winddichte bestuurdersplek! Wat een mooie ruitenwissers! Verwarming! Een radio! Een dak, een stoel, en gaspedaal. Duizelingwekkende snelheden van wel 70 km/u! Wow!

Nee fietsen is niet alles. Zeker niet voor mannen van middelbare leeftijd. Want nu hoef ik ‘maar’ 7,5 km terwijl ik vroeger dagelijks bijna 15 km moest. Toen wist ik niet beter en was het ook geen probleem. Soms had je een ijskoud voorhoofd als de hagelstenen je geselden, maar het deerde praktisch niet omdat je niet beter wist. Nu wel, en lijken die 30 minuten wel een half uur.

http://www.youtube.com/watch?v=d1bYRaihts0

Apple

Nu zag ik daarnet op het journaal dat de opvolger van Steve Jobs, die ik al niet kende, laat staan zijn opvolger, een bonus heeft gekregen van 300 miljoen dollar. 300 miljoen! Daar moet Michael Schumacher potverdorie meer dan 10 jaar voor racen! Maar, werd erbij verteld, er zat ook een vergoeding in voor de tijd dat hij was ingevallen voor Steve. Ah, gelukkig maar, ik vond het al zo dik overbetaald.

Ik beweer al langer dat niemand een salaris van 1 miljoen per jaar waard kan zijn. Het bestaat niet dat je 30 keer zoveel presteert als Jan Modaal. Maar 300 miljoen, dat gaat toch helemaal nergens meer over. Want komop, wat heeft Apple nu helemaal uitgevonden? Dingen die al bestonden hebben ze aan elkaar gelast, dat is alles. Elektronisch srabble spelen, dat is wat Apple de wereld gebracht heeft. En iedereen scrabbelt ook ineens digitaal, dat is het rare. Maar goed, na dit nieuws neem ik aan dat iedereen zijn i-ding voortaan laat wat het is. Want hier wil een zinnig mens toch niet mee geassoccieerd worden?

Kennelijk leef ik onder een steen. Maar ik kan niet begrijpen, gewoon niet, dat iemand 300 miljoen durft aan te nemen. Ik bedoel, het zou ook voor acht ton kunnen. Lijkt me een prima salaris voor een topman. Want met het talent voor topman word je ook maar geboren, daar is weinig prestatie aan. Maar wat ik echt jammer vind is dat zoiets abnormaals tegenwoordig normaal gevonden wordt. Oké, nu komt het nog even op het journaal, maar ik hoor het sommige mensen al zeggen: tja, als je het waard bent voor je bedrijf… Ten eerste is dat niet te meten en ten tweede gaat het daar helemaal niet om. Je bent godverdorie niet op deze wereld om te graaien! Je hebt het talent om topman te zijn van een bedrijf met duizenden medewerkers, dus dat is je zorg. Dat die mensen een inkomen hebben uit jouw bedrijf. En als je dat een jaartje of tien waarborgt, nou, dan mag je van mij acht ton verdienen hoor. Dat heb je dan wel verdiend. Het is een kwestie van de juiste proporties kunnen zien. Topmannen kunnen dat over het algemeen niet, vandaar dat ze meestal een verlengde Duitser rijden. Ook totaal uit verhouding. Wanneer gaat iemand hen vertellen dat ze gewoon vervangbaar zijn?

Tammar en Opa Snor

Kinderen hebben tegenwoordig geen Opa de Jong of Oma de Vries meer. Dat is afgeschaft. De mijne hebben een Oma Klok, een Opa Snor en een Opa en Oma Woefwoef. En ook nog een Oma Roelie en een Opa Harrie. De vrouw van Opa Snor noemen ze helaas geen Oma Snor. Dat zou pas leuk geweest zijn. Een Opa Klok ontbreekt. Die noemen ze dan weer Opa Hans. Maar die is dood. Maar ze vinden hem wel lief, ondanks zijn doodheid. En ik weet wel zeker dat Opa Hans zijn kleinkinderen geweldig zou hebben gevonden. Alhoewel ik me er weer geen voorstelling bij kan maken dat hij ze ergens mee naar toe zou nemen. Niet de Efteling, niet een museum, hooguit naar een vliegshow. Of mee op vakantie, dat had ook nog gekund. Maar in 27 jaar kan hij best van karakter veranderd zijn. Dat doet eigenlijk iedereen, daar hoef je niet per se levend voor te zijn.

Koen Vergeer

Het eerste boek wat ik van hem las maakte mij totaal lyrisch. En nu ik in het tweede begonnen ben, bevind ik mij in precies dezelfde gemoedstoestand. En ik kan zijn naam wel met u delen, maar voor u gaat het vast niet werken. Zijn naam is Koen en hij schrijft over de Formule 1. Hij doet dat op weergaloze wijze. Hij neemt je mee naar vroeger, naar zijn kinderjaren en vertelt hoe hij onlosmakelijk verbonden raakte aan de F1. Hij is net een paar jaar ouder dan ik, dus zijn helden waren Jacky Ickx, Ronnie Petterson en Jacky Stewart. Ik begon met Lauda, Andretti en (ook) Petterson. Hij schrijft over de turbulente jaren 70 waarin elk seizoen een aantal coureurs verongelukten. De belangrijkste voor hem was Roger Williamson die in 1973 op Zandvoort crashte en voor de ogen van duizenden toeschouwers en ook voor die van Koen, levend verbrandde in zijn auto.

Niet dat Koen als kind wist wie het was, die daar verongelukte, maar het beeld van de klap, de brand, de amateuristische officials langs de baan, het stoïcijns doorrijden van de andere coureurs, behalve dan David Purley die wanhopig probeerde de arme Williamson te redden, heeft zijn leven verbonden aan de F1.

http://www.youtube.com/watch?v=3mz3ZzSXyWM

Later werd door een journalist gevraagd aan Niki Lauda waarom ze allemaal doorreden en niet hielpen. Lauda had hem bits toegebeten dat hij betaald werd om te racen, niet om te redden. Dezelfde Niki Lauda die twee jaar later op de Nürburgring uit zijn brandende auto werd gered door drie andere coureurs. Hij heeft op het randje van de dood gelegen en hij is voor het leven getekend, maar hij kan het navertellen.

Koen eert de dode coureurs, zijn helden, in zijn verhalen. Voor wie van F1 houdt, zijn zijn boeken een absolute aanrader. Als u de grote lijnen weet, weet Koen de details.

Ongemerkt.

Gisterenochtend had ik een idee. Ik moest fietsen naar mijn werk en ik miste een radiootje. Een half uurtje in de auto was vroeger mijn informatiebron. De laatste tijd was dat nog maar amper tien minuten, dus dat schoot niet op. Ik herinnerde me dat er op mijn telefoon een radio zit. Ik zocht twee oortjes en probeerde het uit. Op de heenweg was ik alleen bezig zenders te zoeken en uitsluitend bij piraten bleef hij hangen. Maar op de terugweg ging het beter, ik had radio één. Het fietst een stuk gemakkelijker als er informatie door je oren gepompt wordt. Wat wel vreemd was, was dat ik met de wind mee en in noordelijke richting een perfecte ontvangst had. Als ik in westelijke richting fietste (richting Hilversum) waren er storingen. Bovendien suisde de wind dan zo hard langs mijn oren dat het niet meer te verstaan was. Dus moet ik maar ergens langs het kanaal gaan wonen zodat ik alleen nog maar in noordelijke richting hoef te fietsen.

Sommigen zullen het al door hebben. Eerst een regenpak, toen schoenhoezen, daarna een ijsmuts en nu een radio. Ik ben langzaam een auto om mij heen aan het bouwen.

De niet-stoere top 2000

Ik heb geregeld geluisterd, was bij tijd en wijle enthousiast en ik heb zelfs een top 10 in de reacties verwerkt omdat Jolie er naar vroeg. Want ik hou best van muziek. Verstand heb ik er niet van, ik kan alleen horen wat ik mooi vind. Soms weet ik iets over een nummer of over een artiest, maar daar houdt het mee op. Muziek is anders dan sport, want mannen en vrouwen kunnen evengoed presteren. Toch stond er in mijn top 10 geen enkele vrouw. Dat slaat natuurlijk nergens op. Dat wordt alleen maar veroorzaakt doordat zangers of bands stoerder zijn om in je persoonlijke top 10 op te nemen. Want muziek heeft alles met stoer te maken. Kijk maar eens in de kast bij de echte muziekliefhebber; allemaal mannelijke muziek. Benny Neyman, Heino, Vader Abraham, noem het maar op.

Ik zelf heb “What’s the story, morning glory” van Oasis ooit gekocht. Uitsluitend om twee redenen. 1 Wonderwall. 2. Dat doet het wel goed in de cd-kast, Oasis. De muziekliefhebber koopt ook nooit een ‘best of’ album, maar een nieuw album met daarop één goed nummer en voor de rest cd-vulling. Vervolgens vindt de muziekliefhebber de cd-vulling beter dan die éne hit die erop staat, want als je de hit het beste vindt, verraad je dat je geen kenner bent. Goed, deze fase ben ik reeds voorbij en hoef hier niet meer op te letten.

Volgt nu mijn niet stoere top 10, bestaande uit allemaal stoere vrouwen.

10. Nobody’s wife – Anouk.
9. Aretha Franklin – Save a little prayer
8. Chi Coltrane – Go like Eliah
7. Sinead ‘o Connor – Troy
6. Kate Bush – Hounds of love
5. France Gall – Ella Elle l’a
4. Ilse de Lange – Puzzle me
3. Adele – Rolling in the deep
2. Carly Simon – You’re so vain
1. Alanis Morisette – Hands clean

2012

Gisterenavond, de laatste seconden van 2011 tikten weg, kwam het in mijn gedachten. De wereld zou vergaan om klokslag 12 uur. Nooit eerder was het risico erop zo aanwezig. Ik bedoel, het einde der tijden is al vaker nauwkeurig voorspeld, maar altijd door iemand die niet goed bij z’n verstand was. En dat bleek dan achteraf ook. Maar nu waren het de Maya’s, en van Maya’s kun je veel zeggen, maar niet dat ze niet goed bij hun verstand waren. Niemand weet precies waarom, maar zeker is dat de Maya’s meer wisten dan wij. En hoe weten wij dat zo zeker? Nou, anders gaat er geen mythische werking van hun voorspellingen uit. Pas als we in 2013 zijn weten we weer dat ook de Maya’s niet goed bij hun hoofd waren.

21-12-2012 is trouwens de gevreesde datum. We hebben dus nog even. Overigens, Maya’s hebben niks gezegd over het einde van de wereld, maar over een nieuw begin. Dat heeft iets te maken met dat ons zonnestelsel op die datum in het centrum van het melkwegstelsel komt te staan. Er komen dan planeten en sterren op één lijn te staan en als ik het goed begrepen heb staan ze daarna vast en loopt de tijd niet meer door. Onzin natuurlijk, want de tijd wordt met horloges geregeld en u zult zien dat die daarna gewoon doorlopen. Maar wisten de Maya’s veel!

Neemt niet weg dat het allemaal best knap was, wat die jongens in die tijd wisten. Maar tegenwoordig weten we meer. Bijvoorbeeld dat ons melkwegstelsel één van vele miljarden melkwegstelsels is, en dat we ons op 21-12-2012 bepaald niet in het centrum van de kosmos bevinden, en dat was toch de reden van het einde van de cyclus.

Jammer, want zo slecht was het allemaal niet wat die Maya’s voorspelden. Volgens hen zou het juist weer beter worden in 2013, maar zij gaan er vanuit dat het dan weer nul is. Het zou het einde van egoïsme en zelfverrijking betekenen. Dat bestond kennelijk in de tijd van de Maya’s ook al. Ik denk ook dat zolang de mens bestaat, dat die twee ondeugden voortgaan. Als zelfs het gen dat mensen homoseksueel maakt kan overleven zonder dat het zich kan voortplanten, dan is voor het ondeugd-gen helemaal een makkie om te overleven.

Nou, dat was weer een diepzinnige start van 2012, maar dan kan ik daar altijd even op terugvallen voor het geval u in de loop van het jaar mijn niveau zoekt. Voor de zekerheid wens ik u wel allemaal een 2012 toe dat 366 dagen heeft. En verder wens ik dat het goeds wat ik u toewens, ook zin heeft.

Tong

Als ik het niet in de gaten heb, dan wordt er wel eens een foto van mij gemaakt. Als ik het wel in de gaten heb ook, maar dan steek ik snel mijn tong uit zodat de foto onbruikbaar wordt. Persoonlijk vind ik dat ik het kan hebben, die tong naar buiten. Zolang je voor de rest maar intelligentie uitstraalt, zullen ze je niet gauw verwarren met een debiel. Zo kan ik ook makkelijk een roze overhemd aan zonder in de problemen te komen. Kwestie van een lage stem.