Het was een zware dag. Het begon vol goede moed doordat ik de kinderen meenam voor een sleeritje. Allemaal dik ingepakt trokken we naar buiten. Het was echter gezichtsbedrog. De sneeuw was te weinig om de slee te laten glijden. Bovendien staan er allerlei mensen spastisch hun stoep schoon te vegen omdat ze menen dat de wet nog van kracht is waardoor je aansprakelijk gesteld kunt worden door mensen die hun benen breken over jouw besneeuwde stoep. Sneeuwruimen moet je aan de gemeente overlaten mensen! Want nu heb ik twee zware uren beleefd met twee onwillige koters en een onwillige slee. Ik heb wel nog even het ijs op het kanaal getest en het veilig bevonden.
’s Middags geschaatst met Hans. We stonden nog geen vijf minuten op het ijs of Hans werd al aangesproken op zijn schaatsijzertjes door een vriendinnetje. En als iets slechts is voor je zelfvertrouwen is het wel dat je uitgelachen wordt door een meisje. Gelukkig was de oma van Hans er ook en die sommeerde mij onmiddellijk andere schaatsen te gaan kopen voor haar kleinzoon. Van haar geld. Een kwartiertje later waren we terug met een paar prachtige ijshockeyschaatsen. Hans was met geen ijshockeystick meer van het ijs te slaan. Ik ben natuurlijk nog gevallen omdat ik dacht dat mijn schaatsen wel door een sneeuwhoop zouden snijden. Mijn pols is dik en typen doet al pijn. Maar je bent een doorzetter of je bent het niet.
