Sneeuw- en ijspret.

Het was een zware dag. Het begon vol goede moed doordat ik de kinderen meenam voor een sleeritje. Allemaal dik ingepakt trokken we naar buiten. Het was echter gezichtsbedrog. De sneeuw was te weinig om de slee te laten glijden. Bovendien staan er allerlei mensen spastisch hun stoep schoon te vegen omdat ze menen dat de wet nog van kracht is waardoor je aansprakelijk gesteld kunt worden door mensen die hun benen breken over jouw besneeuwde stoep. Sneeuwruimen moet je aan de gemeente overlaten mensen! Want nu heb ik twee zware uren beleefd met twee onwillige koters en een onwillige slee. Ik heb wel nog even het ijs op het kanaal getest en het veilig bevonden.

’s Middags geschaatst met Hans. We stonden nog geen vijf minuten op het ijs of Hans werd al aangesproken op zijn schaatsijzertjes door een vriendinnetje. En als iets slechts is voor je zelfvertrouwen is het wel dat je uitgelachen wordt door een meisje. Gelukkig was de oma van Hans er ook en die sommeerde mij onmiddellijk andere schaatsen te gaan kopen voor haar kleinzoon. Van haar geld. Een kwartiertje later waren we terug met een paar prachtige ijshockeyschaatsen. Hans was met geen ijshockeystick meer van het ijs te slaan. Ik ben natuurlijk nog gevallen omdat ik dacht dat mijn schaatsen wel door een sneeuwhoop zouden snijden. Mijn pols is dik en typen doet al pijn. Maar je bent een doorzetter of je bent het niet.

Strooidienst

Zo, je moet alles in je leven een keer gedaan hebben, dus ik had vanavond strooidienst. In een wagentje van de gemeente Epe de fietspaden sneeuwvrij gemaakt. Nou ja, ik heb er alleen naast gezeten voor de navigatie, het echte strooien moet je aan de ambtenaar overlaten. Overigens ging niet alles vlekkeloos maar de betreffende ambtenaar zei dat dat kwam omdat je als ambtenaar eenmaal een aantal fouten moet maken. Anders kun je net zo goed een andere baan zoeken.

Vanmiddag fietste ik nog over een niet gestrooid fietspad, dus ik begrijp de noodzaak van dit nobele ambt. Minus 17,5 graad was de minimumtemperatuur vanavond. Dat vind ik toch wel spectaculair. Je leert nog wat tijdens zo’n avond. Bijvoorbeeld dat strooien bij minder dan -/-8 geen zin meer heeft. Het zout verliest dan zijn werking. Vandaar dat eskimo’s ook zoutloos koken, want je proeft het dan toch niet meer. Maar met een sneeuwschuiver door de koude avond banjeren heeft ook wel wat. Zeker als de burger lekker binnen zit en jij bezig bent om zijn veiligheid te waarborgen. Ja, dat geeft een goed gevoel. De plicht is weer gedaan en ik ga in een tevreden slaap vallen. Volgende keer als ik boekhouddienst heb, gaat hij een dagje met mij mee.

Moves like Jagger

Daarnet heb ik een heel eind gekeken van De Vrienden Van Amstel Live. Leuk programma hoor, met al die verbroedering tussen de artiesten. Het is één groot feest. En daar heb ik juist een beetje moeite mee, met zangers die er een feestje van maken. Want dan gaat het al gauw niet meer om de muziek, maar om het feest. En ja, als je zover bent afgedaald maakt het eigenlijk weinig meer uit wie er staat te zingen. Dan mogen het ook de Toppers zijn en is het eigenlijk alleen maar irritant als Barry Hay een wereldhit ten gehore brengt.

Hoogtepunt vind ik altijd de camerashots van het publiek. Lekker gek doen. Pilsje omhoog houden en lallen. Of lekker dansen met je vriendin. Haar staat het wel en jou niet, maar dat heeft niemand je verteld. Of wel, maar dacht je dat ze een grapje maakten. Vrouwen houden van dansen en mannen doen alsof. Swingende mannen zijn net jokkende kinderen die denken dat hun ouders ze niet door hebben. Maar harder tegen de natuur kun je niet ingaan dan als man geboren te worden, een dansje op te voeren en een gezicht te trekken alsof je niet voor lul staat. Denkt u nu echt dat Mick Jagger zo raar zou bewegen als hij daar niet heel veel geld voor kreeg? Nee natuurlijk niet. Die lacht zich slap.

Welja.

Dit is haar nu, juffrouw Kim, u kent haar wel. Zij wordt per direct en onvrijwillig overgeplaatst naar een andere school wegens mondigheid. Vanwege het voor jezelf opkomen. Natuurlijk, in de brief van de directie stond het heel anders, maar zo gaan die dingen. Nu wordt ze dus buiten mijn zicht en bereik geplaatst. Het is een grof schandaal. Hier is het laatste woord ook nog niet over gesproken.

Vandaag was haar afscheid, en ik had speciaal vrij genomen. Ik heb wel gezegd dat ik examen had, maar dat was helemaal niet waar. Dappere Kim duldde de directeur daarbij niet in haar klas -hoe haalt zo’n man het in z’n hoofd, gebrek aan sociale vaardigheden dat lijkt mij duidelijk- en dat vind ik standvastig.

Goed, nu gaat zij op een school in Apeldoorn werken, waar ze hopelijk in korte tijd weer met volle vreugde staat te onderwijzen. Ik heb Tammar daar al opgegeven, want ha, dan kennen ze mij nog niet. Dan maar elke ochtend een uur eerder mijn bed uit!

Nou ja, in elk geval, het draait hier niet om mij, maar toch….
dit gaat littekens achterlaten.

It was twenty years ago today.

Ik moet u iets vertellen. Ik kon er nooit eerder over praten, maar nu is de tijd rijp. Het is nu twintig jaar geleden dat het gebeurde. Ik lag in bed en werd plotseling wakker. Ik wist niet waarvan en ik voelde mij wat vreemd. Alsof een aardbeving mij had wakker geschud. Ik knipte het licht aan en keek naast me. Ze lag er niet meer. Waar was ze heen? Ik stond snel op en liep naar de slaapkamer van mijn oudste dochter. Leeg. In paniek deed ik de deur van de kamer van mijn andere dochter open. Ook leeg. Ik riep ze en spurtte de trap af. De hond lag nog wel gewoon in zijn mand te slapen. Radja, zei ik, waar is het vrouwtje? Radja keek even op en legde toen zijn kop weer op de rand van zijn mand. Ik pakte de telefoon en belde haar mobiele nummer. De telefoon ging over en ze nam op. In de verte hoorde ik haar stem “Mack? Waar zit jij nou? Je bent ineens weg?” “Ik weg? Jij bent weg! En Sandra en Kim!” “Mack? Mack! Mack! Nou ja, hij heeft opgehangen,” hoorde ik haar nog zeggen.

Toen ik haar terugbelde kreeg ik geen gehoor. Nooit meer. Dat was het laatste wat ik ooit van haar hoorde. Ik zette mijn I-pad aan maar kreeg geen verbinding met internet. Ik drukte de televisie aan en zag een oud journaal. Bolkestein in debat met Lubbers. “De VVD vindt dat al jaren,” zei Bolkestein. “PvdA en CDA vinden dat nu ook,” vervolgde hij onverstoorbaar. Ik zapte door. Testbeeld. Testbeeld? Ik zapte weer door. Sneeuw. Sneeuw? Ik keek naar buiten en er lag ook sneeuw. Alles zag er vreemd uit. Ik voelde me vreemd. Ik zapte terug naar het oude journaal. Harmen Siezen kondigde het nieuws af. Dit was het NOS journaal van maandag 27 januari 1992.

Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het accepteerde. Ik kon niet anders. Iets was gruwelijk fout gegaan en had mij twintig jaar teruggeworpen in de tijd. Ik ben nu terug op de dag dat het destijds fout ging. Al die tijd kon ik er niet over praten omdat ik voorkennis had. Vanaf vandaag weet ik net zoveel over morgen als u. Natuurlijk, ik weet dat het ongeloofwaardig klinkt, maar als het niet waar is mogen ze mij twintig jaar terug in de tijd werpen.

Misbruik van getallen.

Mijn “collega’s” van de “afdeling marketing”, ik denk niet dat ik ze ooit zal begrijpen. Dat hoeft ook niet, zolang je elkaar maar in waarde laat. Marketing en boekhouding verhouden zich als gereformeerd staat tot katholiek. Ze kunnen prima met elkaar, zolang het maar niet over geloof gaat.

Na veel overleg is er besloten een nieuwe winkelformule te beginnen. Omdat er geen vraag is, moet die gecreëerd worden. Dat kan, dat is marketing tenslotte, want waar wel vraag naar is, verkoopt vanzelf. Maar de heren moesten nog een naam hebben voor hun nieuwe concept. Het moest een vlag zijn die de lading zou dekken. Dus wat hadden ze gedaan? Een aantal namen onder elkaar gezet en aan ons de vraag of we punten wilden geven aan de naam.

De boekhouders staan bekend om hun stoffige imago. Ja juist. Maar dit dan? Zijn dit nu de snelle marketeers? Wat een fantasieloos stelletje loonslaven zeg! Er zat niet eens een naam bij waarvoor ik punten zou toekennen. Ten eerste waren het allemaal snelle Amerikaanse namen, en ten tweede werd getracht origineel te zijn door wat sms-taal in de naam te verwerken. U moet dan denken aan I would die 4u. Stamt al uit de vorige eeuw. En ten derde kwamen ze met deze enquete in de pauze.

Goed, ik zou Mack niet zijn als ik het idee niet grondig de grond in zou boren, dus dat heb ik gedaan. Ik heb gezegd dat ik wel een betere naam wist, maar dat ik die niet ging geven voordat contractueel werd vastgelegd dat ik 40% van de verdiensten zou krijgen. Want ik ken ze inmiddels feilloos, de marketeers. Ze horen je uit, doen alsof je een belachelijk idee hebt, en tien minuten later hebben ze octrooi aangevraagd met jouw idee. Dus nee, ze zoeken het maar uit met hun fashion4all, cheers2u en all41 gestuntel. Ik ben gek op getallen, maar het moeten wel getallen blijven.

Aanrader voor de late maandagavond.

Ik zou niet meer weten wat de laatste tv-serie was die ik heb gevolgd. En dan tel ik even niet mee de series waarvan elke aflevering een op zichzelf staand verhaal is, zoals Derrick, hoewel ik het dan ook niet zou weten. Ik tel ook geen comedyseries mee, zoals Cheers, maar ook daarvan schiet me de laatste niet te binnen. Nee, ik moet echt diep nadenken en dan kom ik ergens in het midden van de jaren ’80 terecht bij Dossier Verhulst. Ik kan werkelijk niks recenters bedenken.

Maar nu is er op maandagavond een serie over het koningshuis, Beatrix, Oranje onder Vuur, en die volg ik weer vanaf het begin. Geweldige serie die ons een inkijkje geeft in het zakelijk en privé leven van Beatrix, koningin der Nederlanden enz.enz. De serie flasht voortdurend back naar haar kinderjaren, naar haar tijd als jonge vrouw, en weer forward naar het heden. Willeke van Ammelrooij speelt de huidige koningin en doet dat zo overtuigend dat je moeite hebt om het gezicht van de echte Beatrix voor je te halen als je Willeke een poosje bekeken hebt.

Maar wat ik mij afvraag; is deze serie gemaakt met goedkeuring van de koningin? Ze trekt regelmatig aan een sigaret, Alexander is geregeld boos op haar en Ruud Lubbers mag haar Trix noemen, mits er verder niemand bij is. Tevens blijkt haar frustratie over het niet koninklijk gedrag van haar vader, de schuinsmacheerder, en haar slechte relatie met Van Agt. Toch allemaal dingen die normaal gesproken niet in de media verschijnen. Maar toch, met name Willeke van Ammelrooij zet de koningin neer als een mens. Een aimabel mens zelfs. Een oma die gek is op haar kleinkinderen, een moeder die het beste wil voor haar zoons, een kwetsbare en eenzame vrouw soms, maar ook een vrouw die zich door niemand laat ondersneeuwen, al deed Geert Wilders nog een aardige poging. Nee, ik denk dat de koningin helemaal niet zo ongelukkig is met deze serie.

Het Stockholmsyndroom

Gisteren was mijn nichtje jarig, ze werd vijf, en bijna alle neefjes en nichtjes waren er, plus nog wat buurtkinderen zodat er zeker 20 kinderen rondliepen. Mijn zus kan geen maat houden, dus ook dit feestje kostte waarschijnlijk al meer dan onze complete bruiloft. (Trouwboekje € 15 en ringen € 800,-) De kinderen waren wild en denderden de hele dag door het huis en de tuin. Toch werd er in totaal maar drie keer gehuild. Hans die een bal op zijn gezicht kreeg, en Tammar die eerst een tand door haar lip viel, en later een bloedneus opliep door tegen een schommel op te botsen.

Dan vraag ik me toch af, waarom wordt het niet wat beter verdeeld allemaal? Waarom zijn die van ons zo wild en onbezonnen? En met name Tammar, de ongelukjes vliegen op haar af als ijzer op een magneet.

Het zal u wel eens opgevallen zijn hier en daar, dat Tammar twee handen vol is. En dat ze ons tot waanzin drijft. En dat ze al dreigt met wraakacties als wij haar dreigen. (Dan kom ik gewoon mijn bed weer uit) En dat ze overal aanzit. En dat ze geen vijf seconden haar kop houdt. En ze alles sloopt. Soms geef ik haar al een mep op haar billen maar daar lacht ze om. (Ik heb lekker een luier om) Het is pure terreur en ze houdt ons in haar greep.

Maar goed, u moet me geloven, ze is mijn liefie. Want oh, wat ben ik gek op haar. Linda heeft het ook, al doet die soms haar best om het tegendeel waar te laten lijken. Ik denk dat wij lijden aan het Stockholmsyndroom.

Zaterdagavonden.

Een kleine twintig jaar geleden zagen mijn zaterdagavonden er anders uit dan nu. Nu zijn ze steeds hetzelfde, want daar hou ik van, hetzelfde. Zolang hetzelfde maar afwisselend genoeg is natuurlijk. Maar toen, ik kende Linda nog niet, er was nog geen internet, tenminste niet bij mij, en ik woonde net op mezelf. Elke zaterdag reed ik in mijn zwarte Peugeot 205 GTI naar Zwolle waar mijn broer en zijn toenmalige vriendin die nu zijn vrouw is, in een achterbuurt op een flat woonden. Meestal gingen we ’s middags even naar de stad, we deden boodschappen voor het avondeten, we huurden een video en dronken een biertje. Om een uur of twaalf scheurde ik naar huis, alle snelheidslimieten negerend, want ik dacht dat ik een coureur was. Wat ik ook was natuurlijk, alleen racete ik tegen ingebeelde rivalen. Die twintig minuten die ik er over deed waren magisch. De toerenteller die meer dan 5000 stond aan te wijzen, de vibraties en de herrie in de auto, de muziek van zelf samengestelde cassettebandjes, het snelheidsverschil waarmee ik andere auto’s inhaalde op de A50 en vooral de achteloosheid waarmee ik dat deed. Want daar ging het ook om, natuurlijk. Het was een mooie tijd.

Nu is het ook weer mooi. De kinderen in bed, een film aan, op de bank hangen en je af en toe bedenken hoe goed je het ook weer hebt. Eigenlijk zijn zaterdagavonden tijdloos. Het moet toch wel gek gaan wil ik ooit nog een hekel aan zaterdagavonden krijgen.

Is er iemand staande bij?

Het zijn stevige tijden die we hier ongemerkt doormaken. Linda heeft een hunka-hunka burning out, en ik studeer me een hersenkronkel, zwem in het diepe en de kant is in de verte zichtbaar. Ik kan gelukkig aardig zwemmen, maar ik zwem er niet recht op af. Ik heb ook niet meer zo heel veel inspiratie om diep over onbelangrijke dingen na te denken (logwaar), want het is momenteel overleven. Ik blijf tot nog toe kalm, maar dat de opwinding door mijn aderen stroomt kan ik ook weer niet volhouden. Ik ben moe en de situatie zat.

Ondanks alles, zichtbaar en onzichtbaar, is de thuissituatie stabiel. De kinderen merken denk ik niks, ze zijn lief en vervelend als altijd, en Linda is Linda, burnout of geen burnout. In huis is het warm en we hebben allemaal een schoon bed. Ik knijp mijn handjes maar weer eens dicht. Het gaat allemaal weer goedkomen. En anders roep ik uw hulp in.