Zomergasten en het alternatief

Ik heb voor het eerst dit seizoen zomergasten gekeken. Adriaan van Dis mocht aan tafel plaatsnemen, en Adriaan vind ik een sympathieke, leuke man. Zijn deftige spraak en voorkomen, zijn fijngetunede imitaties, zijn belezenheid en zijn reiservaringen maken hem tot een ideale zomergast naar wie het boeiend luisteren is. De meeste indruk maakte op mij het fragment van de Indonesische troostmeisjes die ontkenden dat de Japanners hen iets hadden gedaan. Alleen bij ze geslapen, verder niks, zo probeerde er een haar waardigheid te houden. Ik keek vroeger veel meer naar zomergasten, toen Adriaan het zelf nog presenteerde en toen er nog niet de verleidingen van internet waren.

Het alternatief op RTL 4 was een lijsttrekkersdebat. Maar daar pas ik voor. Kinderachtig gekibbel, elkaar vliegen afvangen, en zelf als die verstandige lijsttrekker acteren die ver boven de rest verheven is. Hoe doorzichtig. Het psychopathische oorlogje voeren is er een beetje af sinds Femke Halsema weg is, maar toch ik kan het nog steeds niet aanzien. De lijsttrekker richt zich uitsluitend op tijdelijk politiek geïnteresseerden, die de hele kabinetsperiode vergeten waar de partij ook weer voor stond, maar vlak voor de verkiezingen even bijgeschoold willen worden. Overigens is het voor het aantal zetels van geen enkel belang waar een partij voor staat, getuige het succes van Roemer.

Ik ga weer eens met tegenzin stemmen, al weet ik al wel wie op wie. Ik kan slecht tegen politici die roepen dat het van het allergrootste belang is om te gaan stemmen, maar intussen vergeten dat ze ruziënd voortijdig het bijltje erbij neergooiden, een ander de schuld gaven, zichzelf vrijpleitten van alle schuld, kortom hun plicht verzaakten, maar ondertussen van de burger wel verwachten dat die daar geen mening over heeft, maar zich voor de zoveelste keer laat aanpraten dat hij zijn burgerplicht moet doen en braaf naar de stembus moet. Want de democratie is het hoogste goed. Het zou juist zo mooi zijn als er eens gewoon één keer, al was het maar één keer, zodat ze daar in de verre toekomst nog met angst en beven naar terug konden verwijzen, geen kiezer kwam opdagen. Uit protest tegen het amateurisme.

Democratie is het hoogste goed. Inderdaad. En ook ooit uitgevonden door wijze mannen.

Kernwasser Wunderland.

Gisteren om deze tijd was ik enorm ziek. Een aanval van dunne stoel die gisteren om iets voor vijven begon, en die duurde tot ’s nachts. Daarna was de aanval afgeslagen maar de angst zat er toch nog goed in. Speciaal omdat ik vandaag in Kernwasser Wunderland (Kalkar) rondliep, ter gelegenheid van de 66e verjaardag van mijn moeder. ’s Ochtends ontbijtkoek en thee, s’ middags rijst en kippensoep maar daarna kreeg ik al snel meer zelfvertrouwen en kon ik weer grapjes maken. En nu is alles weer normaal, op wat pijn na, gisteren voelde het alsof er een waterpomptang in de meest wijde stand in mijn bips zat. Dat was overigens niet zo, want hij zat gewoon nog in mijn gereedschapskist.

Dat Kalkar is trouwens apart. Een gigantisch lelijke oude kerncentrale waar een pretpark van gemaakt is. Het was niet zo dat alles er vanzelf licht gaf want de kerncentrale is nooit in gebruik genomen. De Nederlander Hennie van der Most heeft het daarna voor een prikkie gekocht en is er een pretpark gestart. Best een grappig pretpark want je kunt er gratis friet, frisdrank en ijs krijgen. Tenminste, nadat je de entreeprijs hebt betaald.

Je ziet het in Frankrijk ook, kernreactoren die vlak aan de grens met het buurland staan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de gedachte die daar achter zit, is dat in geval van een kernramp, misschien de wind gunstig staat zodat de buren de nucleaire ellende over zich heen krijgen in plaats van het eigen land. Maar misschien is dat vergezocht. Ik ben in elk geval blij dat dat ding nooit in gebruik is genomen, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, tenslotte.

Mack

Mensen zijn zo begaan met mij dat ze me alternatieve foto’s toesturen om als achtergrond te gebruiken voor mijn weblog. Tenminste, dat suggereren ze. Een mack-site zonder Mack vinden ze niet kunnen. In werkelijkheid proberen ze natuurlijk Elvis weg te krijgen, maar ik was zelf net zo blij met mijn nieuwe achtergrond. Bovendien vind ik dit net kermis, met die roze Macks. Net ten zuiden van Luxemburg ligt trouwens een plaatsje dat heet Rodemack, maar er wonen nog geen duizend mensen dus waarom dat met een enorm bord staat aangekondigd, ik weet het niet. Vast omdat het zoals praktisch elk dorpje in Frankrijk het mooiste dorp van Frankrijk is. Nee, sorry Ximaar, dit gaat mij teveel afleiden.

Met de trein naar Berlijn.

Eens in de zoveel tijd heeft een weblog een nieuw behangetje nodig. Hoe vaak, dat weet niemand, maar soms moet het gebeuren. Natuurlijk gaat het om de inhoud maar ook de vorm speelt een rol. Een volledig in notepad geschreven boek is ook niet door te komen. En laten we eerlijk zijn, aan de inhoud begint het ook een beetje te schorten. Ik word ouder, gematigder en tevredener en wie wil daar nu over lezen? Welnee, intriges, dubbellevens, armoe en controversen, dat leest veel prettiger. Maar de mensen die daar in verwikkeld zijn weten dat vaak weer niet spannend op te schrijven. Die webloggen het liever in schuttingtaal op de garagedeur van hun ex.

Ik ga over een maand een paar dagen naar Berlijn, iets met mijn werk, ik ben aan het tegenhouden dat ik over twee weken een paar dagen naar Zweden moet, want ik vind het teveel van het goede, twee buitenlandse reizen in één maand.Ik ben potverdorie geen artiest! Naar Berlijn ga ik met de trein. Zo’n razendsnelle, dan heb ik dat ook eens meegemaakt. Lijkt me geweldig om eens met driehonderd kilometer per uur door Duitsland te stomen. Wat een baan heb ik hè? Soms schaam me ik me er zelfs een beetje voor, al die weelde. Maar goed. Waarschijnlijk even wennen en dan ga ik me er ook naar gedragen.

Klimaatverandering

Vanochtend hoorde ik een alarmerend bericht. Dit jaar zou het poolijs wel eens twijfelachtig record kunnen breken, namelijk dat de oppervlakte nog kleiner wordt dan in 2007, houder van het huidige record. De oppervlakte van het ijs is nog 4 miljoen vierkante kilometer, en dat is ongeveer 2/3 van de oppervlakte van voor 2000.

4 miljoen vierkante kilometer, dat is nog altijd 100 keer zo groot als de oppervlakte van Nederland, maar eerdere berekeningen moeten bijgesteld worden. In plaats van het jaar 2100 zou er nu in het jaar 2040 al geen poolijs meer zijn. Dit geldt trouwens alleen in de zomer, niet in de winter.

Toevallig ben ik erg begaan met het lot van het poolijs in de zomer. Want de ijsbeer heeft het poolijs nodig in de zomer om te kunnen jagen. ’s Winters heeft hij er niks aan, want dan slaapt hij. In 2040 zal de ijsbeer dan waarschijnlijk uitsterven. De deskundige van het KNMI weet dit aan het broeikaseffect, wat volgens hem veroorzaakt werd door de verhoogde CO2 uitstoot. Het zal altijd wel een discussie blijven, maar veel heb je daar niet aan. Het poolijs smelt en het ijs op Groenland smelt mee. Dat Groenlandse ijs gaat zorgen voor een stijging van de waterspiegel. Immers, ijs op de Noordpool drijft al en u weet allemaal wel wat er met de colaspiegel in een glas gebeurt als een ijsklontje is gesmolten. Niks.

De ijsbeer sterft uit, er staat echter tegenover dat de gladde haai terugkeert in de Waddenzee. Dat schijnt ook met de opwarming van de aarde te maken te hebben. Echter, als de zeespiegel gaat stijgen is er straks geen waddenzee meer, want de waddeneilanden verdwijnen onder water.

De vraag is, is dit proces nog te stoppen? Zijn wij mensen niet verplicht de ijsbeer te redden omdat de ijsbeer zelf eenmaal geen weet heeft van zijn lot? Wat moeten we doen? Kunnen we wel wat doen? Heeft het wel zin om ons zorgen te maken? Moeten alle computers niet onmiddellijk uit of is dat een te groot offer? Bestaat er wel iets al een te groot offer als het gaat om het redden van de ijsbeer?

Koorts

Maar goed, nu is het dus toch Tammar die de meeste moeite heeft met school. Vanochtend om zes uur kwam ze klaarwakker melden dat ze koorts had. Nog geen vier jaar. Tuurlijk Tammar, kom maar even in ons bed dan. Ze voelde wel wat warm aan, maar Tammar misbruikt ziek en koorts om onder verplichtingen uit te komen.

Om half twaalf belde de school dat ze had overgegeven. Mijn moeder, die op dertig meter afstand van de school woont, ging haar halen. Om half zeven kon ik haar pas mijn excuses aanbieden. Ze had het toch niet verzonnen. Ik bracht haar naar bed en zei dat ik even bij haar kwam slapen, na het verhaaltje. Ze pakte mijn pols en wreef mijn hand over haar rug, ten teken dat ik over haar rug moest blijven wrijven. Ze vertelde dat ze terug wilde naar Nijntje (de kinderopvang) of dat ze naar groep vier wilde, bij Hans. Juffrouw Ans was wel lief maar de andere kindjes niet. En het was saai. Toen ik zei dat we gingen slapen was ze binnen vijf minuten naar dromenland.

Helaas werd een klein uurtje later de droom wreed verstoord door een krijsende Tammar, volledig in paniek en niet meer stil te krijgen. Ze gloeide van de koorts en was drijfnat. We namen haar mee naar beneden en gaven haar een zetpil. Daarna werd ze rustig en koelde ze langzaam af. Ze lag met haar ogen open naar één punt te kijken en praatte op vertederende toon. Ze viel weer in slaap. Maar helaas, zojuist werd ze weer gillend en gloeiend wakker. Haar nieuwe bed is simpel om te bouwen tot een tweepersoonsbed. Linda houdt vannacht een oogje in het zeil.

Een nieuwe school.

Vandaag was de eerste schooldag voor Hans en Tammar op hun nieuwe school. Linda bracht Tammar naar de klas, ik Hans. Hans is pas zeven en gaat nu naar groep vier. Hij is een grote jongen voor zijn leeftijd, en soms gedraagt hij zich best stoer, maar ik ken hem ook als hij met zijn stevige, bruine lijfje in zijn zwembroek met zijn schepnetje een uur lang geduldig in zijn eentje staat te wachten aan de waterkant tot hij een visje vangt. Hij is nog maar een klein jongetje.

Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik een keer midden in het jaar naar een nieuwe school ging, ik was al dertien maar toch was ik blij dat mijn vader me even bij de directeur afzette. En nu stond ik op het schoolplein en zag weer dat voor mij onbekende, dat massale wat me in mijn late middelbareschooltijd altijd angst in boezemde. Liefst maakte ik rechtsomkeert van dat bedreigende gebouw vol met opgeschoten jongens en leraren die mij figuurlijk een lesje zouden leren. Na een week had ik meestal al wat meer praatjes.

Toen ik Hans in de klas zette, was hij stil, terwijl de meeste kinderen, omdat ze elkaar al kenden, honderduit praatten. De juffrouw kwam naar Hans toe en gaf hem een doosje kleurpotloden en een boekje waar hij in kon kleuren. Stilletjes ging hij aan de gang, netjes binnen de lijntjes, en ik vond dat ik maar moest gaan. Ik sprak hem gemaakt vrolijk toe, maar ik voelde een brok en van binnen voelde ik me schuldig dat we hem uit zijn vertrouwde omgeving hadden gehaald en zomaar op een andere school hadden gedaan.

Toen ik ’s avonds thuiskwam vertelde hij enthousiast dat het leuk was geweest. Maar hij was ook zichtbaar moe. Ik bracht hem naar bed en las eerst Pinkeltje op zoek naar Klaas Vaak nog even voor. Hij is nog maar een klein jongetje. Iets in mij zou willen dat onze kinderen gewoon zo klein bleven. Voor het stoeien en de grapjes, voor de knuffels en het troosten.

The handyman can.

Volgens mij heb ik het voor elkaar. Mijn vrouw is eindelijk trots op mij. Normaal deed ik alleen de vanzelfsprekende dingen, zoals ’s avonds de deuren op slot doen en ’s ochtends de krant van de mat pakken, maar nu ben ik twee weken in de weer geweest op de kinderkamers. Het resultaat mag er best zijn. Goed, we hebben een behanger ingehuurd en mijn schoonvader bood zich spontaan aan om een bed en een kast in elkaar te zetten, maar die pop heb ik wel zelf in die pose gezet. Dat is dus niet Tammar. En die kale is niet mijn schoonvader.


Zie mij eens in de weer met mijn nieuwe waterpas!

Drie latjes.

Ik ben aan het klussen. Dat is echt een hele rare uitspraak uit mijn mond, want dan klinkt het alsof je het ook echt kunt. En ik kan het niet. Ik ben dus een beetje aan het aanrommelen op de kinderkamers, dat klinkt meer in verhouding met de werkelijkheid. Maar, ik ging even naar de bouwmarkt en ik zag mooie latjes voor aan de muur. Ik dacht, daar neem ik er drie van, want ik hoef niet te meten, een echte klusser doet zoiets op gevoel. Dus nu heb ik drie latjes waar ik niks mee kan. Iemand interesse in drie latjes?

Een jointje

Ik las een poosje geleden in een boek van Dick Swaab dat cannabis een gevaarlijke drug is. Dit in schril contrast tot de algemene opvatting, dat het een redelijk onschuldige drug is. Een jaar of twintig geleden werd nog beweerd dat een joint minder schadelijk zou zijn dan een glas bier. Je weet niet meer wat je geloven moet. Swaab voerde een aantal voorbeelden aan van vooral jonge jongens, die na cannabisgebruik erg agressief werden en iemand neerstaken.

Ik werd hier aan herinnerd door een uitspraak van de rechter in een zaak waarin een jongen zijn broer neerstak en doodde. Volgens de rechter en de deskundigen deed de man dat tijdens een psychose, die mede veroorzaakt werd door cannabisgebruik en dat zijn daad hem dus niet aan te rekenen was. De moeder van de beide broers dacht er ook zo over en pleitte voor vrijspraak van haar zoon. De kans op herhaling zou volgens deskundigen niet groter zijn dan bij u en ik.

Ik kijk hier enigszins vreemd tegenaan. Psychose, moord, ontoerekeningsvatbaar. Prima dat iemand ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, maar wat nu als ik net een biertje teveel drink, in de auto stap en iemand dood rijd? Ben ik dan ontoerekeningsvatbaar of is het verstandiger me eerst even helemaal klem zuipen zodat ik niet meer kan beoordelen of het nog handig is om achter het stuur te gaan zitten? Want ik wist tenslotte niet meer wat ik deed.

Niet dat iemand die zijn broer doodsteekt in een psychose van mij celstraf moet krijgen, hij lijkt me al erg genoeg gestraft als hij uit zijn psychose komt en zich zijn daad realiseert, maar moet er niet even gekeken worden naar dat wietgebruik? Het lijkt mij levensgevaarlijk.