Direct

Echt, het punt dat ik nu ga maken is zeer onbelangrijk, maar ik doe het toch even. Ik kwam het alweer tegen, ditmaal in de berichtgeving over het overlijden van Silvia Kristel, die is overleden aan de gevolgen van kanker. De gevolgen van kanker. Dus niet aan kanker, nee, aan de gevolgen van kanker. Wat voegt dat toe? Wat is dat voor onzin? Je overlijdt aan een enorm slopende ziekte, maar benoem het gewoon. Alsof het beter is te overlijden aan de gevolgen van kanker dan aan kanker zelf. Het is al een rotwoord, maar waarom moet ik nadenken over wat de gevolgen zijn? Je overlijdt trouwens altijd aan de gevolgen van je doodsoorzaak. Als iemand een kogel door zijn kop krijgt, dan overlijdt hij door de gevolgen daarvan, niet door de kogel zelf. De oorzaak is al erg genoeg, ik begrijp ook wel dat een oorzaak een gevolg heeft. Zonder gevolg zouden we lachen om de oorzaak. Sorry hoor.

Ik ken Silvia Kristel niet zo goed, weet dat ze in Emanuelle gespeeld heeft, maar ik zie daar vanavond pas voor het eerst fragmenten van. Ik ken haar eigenlijk alleen van de gevolgen van interviews die ze wel eens gaf. Een mooie vrouw, maar die conclusie kunt u zelf ook trekken als gevolg van wat uw ogen zien. Nee, soms is het beter direct te zijn en over de gevolgen na te denken in plaats van indirect te zijn en de oorzaak te devalueren, is mijn gevolgtrekking. Maar goed, veel wijzer zijn we hier niet van geworden, maar u was gewaarschuwd. Had u maar over de gevolgen van de eerste zin na moeten denken. Dan ga ik nu slapen als gevolg van het feit dat het bijna twaalf uur is. Rust zacht, Silvia.

Het huis in de zon


Een mooi nummer vind ik, en een van de mooiste voorbeelden van een lied waaraan je, zonder dat je het weet, kan horen dat het door Frank Boeijen is geschreven, ook al werd het vertolkt door Rob de Nijs. Knap vind ik dat, als een artiest zo’n eigen stijl heeft dat zijn muziek als een handschrift is te herkennen. Als je het nummer even tot je door laat dringen, is het net of je Frank op de achtergrond hoort. Het Goede Doel kan het ook, getuige “Een Eigen Huis” van René Froger. Ook daar hoor je duidelijk dat geschreven is door de mannen van Het Goede Doel. U weet vast ook nog wel een paar voorbeelden.

Gezondheid

Maandagavond pakte ik tegen al mijn gewoontes in, de krant. Ik blader hem normaal gesproken alleen ’s ochtends door, en ik kijk even hoe het met PSV is, zo had ik ook deze maandagmorgen gedaan. Maar ik besloot hem nog een keer te pakken en mijn oog viel op een overlijdensadvertentie van een oud collega waar ik twintig jaar geleden veel mee omging, en die ik elk jaar wel een keertje ergens sprak in het dorp. Maar daar bleef het ook bij. De laatste keer dat ik hem zag was een paar maanden geleden. Hij was 50 en hij had de ongelijke strijd tegen de ziekte verloren stond er in de advertentie. Ik wist niet eens dat hij ziek was.

Vanavond kwam ik thuis en ik roerde het onderwerp aan, want ik vroeg mij af of ik niet naar de condoleance moest gaan. Zijn familie, of wat daar van over is, ken ik amper, zijn oudste zoon moet nu 23 zijn want die heb ik nog vastgehouden toen hij een baby was. Ik twijfelde zo erg dat Linda zei dat ik moest gaan. Ik ben gegaan. Ik had in de krant gezien dat het om zeven uur begon en het was inmiddels tien voor zeven, dus ik liep er met loodjes in mijn schoenen heen. Bij het uitvaartcentrum aangekomen, bleek alles donker. Geen levende ziel te bekennen. Ik haalde de advertentie terug in mijn hoofd. Nr. 91 had er gestaan, en dit was 93. Maar de buurman is een bakkerij dus iets klopte er niet. Ik pakte mijn telefoon en googelde tevergeefs op de rouwadvertenties. Plotseling herinnerde ik me de naam van het uitvaartcentrum en ik googelde. Andere straat. Veel dichter bij mijn huis.

Om half acht kwam ik aan en de rij was lang. Ik hoorde aan de gesprekken om me heen dat het kanker was geweest en dat het razendsnel was gegaan. Ik herkende hier en daar een gezicht, en ik zag nog twee oud collega’s. Toen ik binnenliep en mijn naam gezet had, liep ik het kamertje binnen waar hij opgebaard lag. Asgrauw en nog maar net te herkennen. Het is dat ik wist dat hij het was, anders had ik het niet gezien. Ik dacht bij mezelf: “jongen toch, wat is er met jou gebeurd?” Toen ik een minuut later het kamertje uitliep condoleerde ik zijn vrouw, die een blijk van herkenning gaf. Zijn schoonzus die ik ook nooit meer gesproken had, noemde mijn naam en bedankte me. Ik condoleerde de rest van de familie en ging toen weer huiswaarts. Het feit dat de schoonzus wist wie ik was, maakte het voor mij goed dat ik gegaan was. Maar jongen, wat kan een ziekte je slopen. Ik wens u allen gezondheid. De rest komt wel goed.

Bedrijfsevent

Vorige week heb ik gezien hoe je geld vernietigt. Je pompt het in een bedrijfsevent en je nodigt sprekers uit. De hoofdact van wie ik de naam niet ga noemen, was weggegooid geld. Kon je net zo goed in de put gooien, zelfde resultaat. De ander was ook weggegooid geld, maar bracht tenminste nog een leuke act. Hij deed een cabaretstukje en had de lachers op zijn hand. De hoofdact, een positiviteitsgoeroe, klaagde achteraf over een moeilijke zaal. De cabaretier had ze al in een te positieve sfeer gebracht en voor hem was er geen eer meer te behalen. Ik heb aan zijn tegenvaller meegewerkt door mijn hand op te steken op de vraag wie er nu niet 365 dagen per jaar succesvol wilde zijn. Alsjeblieft zeg, ik wil daar niet eens mee bezig zijn, bovendien is het een schrikkeljaar. En klagen over de zaal als je positiviteitsgoeroe bent, tja…dan versta je je vak niet.

Eigenlijk is het raar dat bedrijven hier geld aan mogen uitgeven zonder dat ze ter verantwoording worden geroepen. Je bent overgeleverd aan de grillen van de directeur die dergelijke uitgaven kan doen. Terwijl het ook naar een goed doel had gekund. Of desnoods zou de defensiebegroting ermee gedicht kunnen worden. Maar dit? Nou ja, je kunt het ook positief bekijken. Het geld is niet echt weg, het is alleen van eigenaar gewisseld. Die zou het alsnog aan een goed doel kunnen geven natuurlijk, maar gezien het durven vragen van een bedrag met drie nullen voor drie kwartier slap gelul, acht ik die kans klein.

Kind

De afgelopen weken waren nogal stressvol. Ik begon het te merken doordat ik elke ochtend om vijf uur wakker werd. En aangezien ik pas om half één slaap zijn de nachten dan behoorlijk kort. Maar ik geloof dat ik er doorheen ben. Ik werd vrijdag alweer wat later wakker en één goede nachtrust doet al wonderen. Vanochtend was ik na half negen nog aan het dromen, ik had een gesprek met mijn vader, hij was al die tijd niet ouder geworden en ik was mijn huidige zelf. Hij wilde onze relatie beter maken, maar ik wilde hem laten zoals-ie was, vader-kind.

Gisteren deed ik iets doms, over vader-kind gesproken. Ik was aan het stoeien met de kinderen en ik dreigde ze vast te binden. Doe ik wel vaker, niet voor straf maar omdat ze dat leuk vinden. Het heeft ook niets met “Vijftig Tinten” te maken. Ik pak dan de ceinturen van de ochtendjassen en bind die om hun polsen. Zodra ze dan los zijn hebben ze de grootste lol. Gisteren bond ik Hans aan handen en voeten. Maar hij stond op van de bank en ging springen. Totdat hij viel en hij zich dus niet met zijn armen kon opvangen, want die zaten achter zijn rug gebonden. Hij huilde heel hard en ik schrok me dood. Ik tilde hem snel op en legde hem op de bank, en haalde de knoop los. Hij bleef maar huilen en klaagde over pijn in zijn schouder en zijn wang. Een kwartier lang heeft hij me in de waan gelaten dat zijn schouder was gebroken. En dat zou mijn schuld geweest zijn. Hij had al zijn tanden uit zijn mond kunnen vallen. Kinderbescherming zou waarschijnlijk zijn ingeschakeld. Hoe dom kan een vader zijn? Of is dit zo dom dat het alleen de stomste overkomt? Ik was zo opgelucht dat hij uiteindelijk niks mankeerde. Je zult zoiets op je geweten hebben. Vanochtend in het zwembad drukte ik hem nog even stevig tegen me aan. Hij snapte niet waarom ik dat deed en probeerde zich los te wurmen. Ik liet hem snel gaan.

Het laten varen principe

Ik ben benieuwd welke principes ik nog heb, als ik 65 aan mijn pensioen toe ben. Vroeger, toen ik me dat nog kon veroorloven had ik heel veel principes, maar ik moet ze langzaam laten gaan. De oorzaak is voornamelijk mijn werk en dan vooral de inkomsten die dat genereert. Ik schaam me een beetje om het te zeggen, maar als ik tien miljoen op de bank had kon ik me veroorloven om er hele andere meningen op na te houden. Ik moet op mijn werk bijvoorbeeld veel Engelse termen gebruiken tegen mijn Nederlandse collega’s, anders begrijpen ze me niet. Terwijl ik toch een voorvechter ben van het gebruik van Hare Majesteit’s Nederlands. Dus geen kids, maar kinderen en geen shoppen maar boodschappen doen. Ander voorbeeld, morgen loop ik rond op een event van ons bedrijf. Normaal zou ik daar erg tegenaan schoppen, nu heb ik dat amper gedaan. Goed, ik heb me openlijk afgevraagd of zo’n event de kosten wel waard is, maar vroeger zou ik toch luidkeels geprotesteerd hebben tegen zoveel verspilling voor een event waar niemand vrijwillig heen komt, maar waar de bezoekers werkelijk gesmeekt moesten worden om de zaal op te komen vullen, om de aanwezige sprekers niet in verlegenheid te brengen. Nu ga ik er braaf heen en voer morgen mijn beleefdheidsgesprekjes. Het dieselstation-principe heb ik kort na de geboorte van Hans al laten varen, maar waar gaat dit eindigen? Rij ik ooit in een Volkswagen?

Tikketak

Ik reed vandaag in de file en ik haalde een Mercedes met Duits kenteken in. Achter het stuur zat een aantrekkelijke vrouw, maar ik deed alsof ik daar geen acht op sloeg. Maar dat werkt op één of andere manier niet, want dat doe je wel. En ze heeft het ook feilloos in de gaten, al denk je van niet. Want toen ik haar later rechts voorbij ging, met mijn achteloze blik, kon ik het toch niet laten even naar links te kijken. En ja hoor, ze zat opzij te kijken. Naar mij. Dingdingedong. Gelukkig moest ik toen de afslag hebben want tja, ik kan me best even cool voordoen, maar niet erg lang, want dan val ik door de mand. Toen ik de afslag nam, zwaaide ze. En weet je wat? Ik zwaaide terug. Bloody.

Tussen de middag vertelde ik het verhaal aan mijn collega’s. Een vrouw reageerde teleurgesteld dat haar dat nou nooit overkwam en de salesmanager, wie anders, vroeg zich af of ik wel echt teruggezwaaid had of dat ik een suggestief gebaar had gemaakt. Hij deed het voor, waarop iedereen, inclusief ik, dubbel lag. Maar nee, ik had slechts even gezwaaid. Waarschijnlijk herkende ze me nog, van Berlijn. En anders had ik gewoon dikke vette sjans, aan de vooravond van mijn grijze tijdperk.

De grote vier




Een paar korte filmpjes van vier charismatische mannen van wie ik stuk voor stuk heel enthousiast word en waarvan ik rustig durf te zeggen dat ik ze dank verschuldigd ben. Ik werd fan door hun talent, maar ik bleef fan door hun karakter. Als je het charisma van een man voelt dan wil je graag over hem vertellen. Je vindt het geen enkel probleem dat je voor hem onder doet en je gunt hem zijn succes, in tegenstelling tot de man die succes heeft maar wiens charisma je niet voelt. Als je het charisma van een vrouw voelt noemen we dat verliefdheid. Maar dat slaat doorgaans door in aanstellerig gedrag.

Held

Willem Holleeder is de volgende gast bij College tour van Twan Huys. Ik schrok er ook even van, maar ik bedacht dat ik het wel wilde zien. Wat heeft hij te vertellen, en welke goede raad kan hij de studenten geven? Wellicht wat tips voor een goede ontvoering? Wat afpersingspraktijktheorie? Wellicht iets over hoe hij de laatst overgeblevene werd uit het Amsterdamse gangstercircuit? Er kleeft toch wel een bezwaartje aan deze gast, want hij verdiende zijn sporen in de criminaliteit. Maar Holleeder is bij uitstek de goede crimineel. Wij hoeven hem niet te verafschuwen want hij deed slechts geldzaken aan de andere kant van de wet. Toch heel anders dan Marc Dutroux, die wij allemaal een monster vinden. Holleeder is de stiekeme held. Wij kunnen immers zelf wel bepalen welke delen van het wetboek overtreden mogen worden, en welke niet, en vooral, of het vonnis van de rechter wel klopte.

Dit heeft waarschijnlijk alles te maken met aangeboren charisma en een hoge intelligentie. Daarmee pak je iedereen in. Zeker de kritische Nederlandse student. Hij gaat er waarschijnlijk een hoop aanhangers bij krijgen. Want de ontvoering en de afpersingszaken speelden ver van ons bed. En de afrekeningen in het criminele circuit gaven toch weer wat sjeu aan onze enigszins saaie hoofdstad. Een politieke partij kan het waarschijnlijk niet maken, maar anders zou ik hem vragen als lijsttrekker. Ik had het beter gevonden als Holleeder hier niet voor zou zijn gevraagd, maar nu hij te gast is, wil ik het wel zien. Alleen al het applaus dat hij zal krijgen bij binnenkomst. Misschien, om alles in het juiste perspectief te zien, moet de volgende gast Ab Doderer zijn. Of Freddy Heineken’s dochter, Charlene, die ons dan kan leren hoe het is om een ontvoerde vader te hebben. Zoniet, dan hebben we er straks een weer een held bij.

Dieren

Vroeger was ik een enorme bepaalde-dierenliefhebber. Niet elk dier had ik lief, wespen, muggen en vliegen voerde ik het liefst aan de spinnen, die ik wel weer mocht. Maar het waren toch voornamelijk de honden die ik leuk vond. En parkieten. Katten ook wel, maar net iets minder. Tegenwoordig is er iets veranderd. Ik vind beesten lastig. Wij hebben twee katten, ik heb er alleen maar last van. Wij zorgen voor een konijn, het beest bijt me als hij de kans krijgt. Wij zetten voer voor egels neer, als dank schijten ze de tuin onder. De vogels eten twee potten pindakaas per week leeg, de hele muur zit onder de vogelpoep. De guppies maken mij angstig omdat ze zich vermenigvuldigen. Alleen de honden van de buren, die vind ik nog leuk. Zodra ze mij zien in de keuken gaan ze gebiologeerd naar me zitten kijken, omdat ze weten dat ik het raam opendoe en ze een koekje geef.

Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen een keer niet voor de beesten te zorgen. Geen egel die hier de tuin verlaat met een lege maag, geen kat die zijn zin niet krijgt, geen vogel zonder pindakaas en als straks de guppies te groot worden moet ik er óf een paar vermoorden, of een grotere bak kopen. Maar het konijn baart me de meeste zorgen. Hij heeft een deel van onze tuin ingepikt, dus hij kan een beetje rondlopen. Vorige week, toen ik alleen thuis was en het niet aandurfde om hem de hele dag zonder toezicht rond te laten lopen, ging ik na mijn werk eerst naar huis om het konijn nog even los te laten, voordat ik naar mijn moeder ging om te eten. (kuch) Maar nu komt straks de winter eraan, ik weet nu al dat ik niet zorgeloos slaap als het min 18 is en het beest zit ’s nachts in zijn hok. Even hoopte ik dat de eigenaren, zij wonen tijdelijk in Curaçao, vervroegd terugkwamen vanwege de staatsgreep daar. Maar dat bleek slechts een storm in een glas water. Dus ik ben voorlopig niet verder gekomen dan het idee van een deken over zijn hok tijdens koude winternachten. Misschien hebt u suggesties?

Ik ben er maar mee behept, met deze vervelende eigenschap om voor dieren te zorgen die ik liever kwijt dan rijk ben. Maar als ze hier eenmaal zijn, dan blijven ze ook. Ik moet eens van te voren nee leren zeggen. Keihard.