Vijf

Twee jaar geleden toen het had gemoeten, heb ik het niet geplaatst, maar nu liep ik er tegenaan. Het was 26 juni 2010. En eigenlijk zonde om in de concepten te laten staan.

Mijn zoontje vindt zichzelf al groot, al is hij pas vijf jaar.
Hij gedraagt zich als een bink, maar zijn lijf is nog niet klaar.
Zijn bovenlijfje is gespierd, hij rent over het veld,
hij heeft vijf verjaardagen gevierd, maar er pas drie bewust geteld.
Er komt een nieuwe fase waarin hij met een sprongetje,
het kleuterleven ruilt,
voor het leven van een jongetje,
dat niet elke dag meer huilt.

Hij gaat al naar de tweede
deze kleine grote man,
vijf is al zo lang geleden,
ik weet er nauwelijks nog iets van.
Maar als hij ligt te slapen
en ik naar zijn bedje loop,
met zijn welgeschapen hoofdje
liggend op het kussensloop,
zijn haartjes nat, hij ademt zacht,
zijn hoofd bezweet, een warme nacht,
bedenk ik hoe klein en kwetsbaar je nog maar bent
grote, kleine maar pas vijfjarige vent.

Frans54

Ik weet niet of het mijn plaats is, maar ik schrijf toch even kort. Mij bereikt net het nieuws dat medeblogger Frans54 is overleden. Ik schrok van het bericht. Frans reageerde hier al jaren en was vroeger samen met mij en een ex-blogger één van de drie schrijvers op het boekhoudcommando.weblog. Frans had al jaren een broze gezondheid, en heeft ooit een longtransplantatie ondergaan. Ook had hij veel problemen met zijn ogen, hij moest de letters van logjes vergroten om ze te kunnen lezen. Ik heb een paar keer mijn bewondering uitgesproken naar hem over het feit dat hij nooit klaagde over zijn gebreken. Ik klaag zelf namelijk bij het minste of geringste lichamelijke ongemak. Verder was hij echt een kei in rekenen en belastingen. Ik weet dat hij veel vrijwilligerswerk deed en mensen hielp met hun belastingaangiftes. Voor zover ik weet is Frans uit 1954, en volgens mij van september, dus zou hij dan 58 zijn geworden. Frans woonde alleen in Friesland en is door de politie in zijn huis gevonden. Ik wens zijn familie sterkte en ik weet dat Frans niet gelovig was, maar rust vooral wel in vrede Frans.

Raak ik de waarheid?

Het regeerakkoord is er, als het door de eerste kamer komt kunnen Rutte c.s. aan de slag. Natuurlijk zijn de betrokkenen trots en vindt de oppositie het niks, maar dat is nog nooit anders geweest. Er wordt van ons wederom een offer gevraagd, en wel € 1000,- per Nederlander in een jaar of vijf. Valt op zich mee te leven, en Rutte c.s. hebben het zo gedaan dat de zwaarste lasten bij de sterkste schouders komen te liggen. Lijkt me prima. Maar waarom moeten wij eigenlijk dat offer brengen? Hoeveel offers zijn er in het verleden al niet gebracht? Wij moeten het offer brengen vanwege de krediet,- schulden-, banken,- en economische crisis. Komt allemaal op hetzelfde neer, en met de beschuldigende vinger kunnen we wijzen naar een paar rijke witte boorden die zichzelf nog rijker wilden maken en de hele economie in de recessie joegen. Dat is het verhaal. Maar ik geloof het niet.

Want hoe kon het nou zijn dat vroeger zo ongeveer alles kon? Je kon met 58 stoppen met werken, soms eerder, je kon net zo vaak naar de fysiotherapeut als je wilde, alle ziektekosten werden zo’n beetje vergoed, je kon lang ziek thuis blijven van je werk, je kon studeren zolang je wilde, de WW keerde jarenlang uit, er waren subsidies, er was geld voor schone kunsten, de overheid betaalde mee aan ons pensioen en aan onze hypotheek, en daarbij was ongeveer alles aftrekbaar van de belasting. Het kon niet op. Hoe kon dit, en waarom kan het nu niet meer? Mij lijkt het simpel, het kon toen ook niet, maar er werd niet vooruit gedacht. De voet waarop we leefden, was gegroeid van maat 39 in de jaren ’50 naar 48 in de jaren ’70. Het was een piramidespel. Zo’n spel waar de overheid ons voor waarschuwt. Nu betalen we de rekening.

You’ve got talent.

Vanochtend liep ik met mijn kroost richting kerk. Het was een speciale “you’ve got talent” dienst voor school en sinds onze kinderen op een protestantse school zitten, schijnt daarbij te horen dat je dan als ouder meegaat naar de dienst. Ik ben veel meer van de Rooms-Katholieke diensten, met de pastoor in een sinterklaasgewaad zodat er geen twijfel over bestaat wie er de baas is, en gezangen in het Latijn, zodat je niet weet waar het over gaat en je je dus ook niet ongemakkelijk hoeft te voelen over of je wel achter de tekst staat, en hoppakkee die mis er doorheen jagen. Nu voelde ik me af en toe toch wat ongemakkelijk. Zo’n dominee, die gaat nog wel, maar de mevrouw die voor de dominee sprak over dat als het eens moeilijk is, of het zit tegen, wat eigenlijk het zelfde is, dat ik dan mág weten dat… En daar zit ‘m net de crux. In dat mógen weten. Daar kan ik niks mee. Ik wil iets weten of ik wil iets niet weten, maar ik wil niet iets mógen weten. Ik vind dat zo, tja, hoe zeg ik dat? Halfzacht bekeerderig? De tien geboden werden nog even uitgelegd door de dominee, en dan is het: “de Heer wil dat…” , en “de Heer wil niet dat..”, in plaats van “God wil dat” en “God wil niet dat…” Niet dat het erg is hoor, maar het zijn van die subtiele verschillen. Overigens verschillen de tien katholieke geboden lichtjes van de protestante, maar daarvoor moet u de geschiedenis van 1566 nog maar eens teruglezen.

Verder zette de dominee me nog even aan het denken. En dat is goed. Hij zei namelijk dat iedereen een talent heeft en daar ben ik het wel mee eens. Het hoeft geen groot talent te zijn, maar sommigen kunnen goed luisteren, anderen goed praten, weer anderen schrijven goed en nog weer anderen kunnen goed rekenen. Soms is een talent bij een kind verklaarbaar, zoals het racetalent van Max Verstappen, de zoon van Jos. Maar soms vraag je je ook af van wie een kind het talent heeft. Goed, de dominee vraagt zich dat niet af, die weet het immers, maar wij, gewone zielen, wel. In elk geval, de boodschap van de dominee, en die wilde ik toch even verder verspreiden, was: moedig talent aan! Zodat degene die bijvoorbeeld aardig kan schrijven bij zichzelf denkt: Hee, misschien kan ik dat toch wel aardig. Opdat diegene dat talent verder ontwikkelt. Begrijpt u?

Wat je ziet is wat je krijgt

Ik wil even iets met u delen, maar u mag er niet verder over praten. Het gaat namelijk over de bacteriën die laatst ontdekt zijn in de broodjes kebab. Ik probeer u aan het denken te zetten. Heeft u ooit een bacterie gezien? Nee hè? Ja, wat vage krioelende vlekjes onder een microscoop, maar ik ga u vertellen dat u in het ootje genomen wordt door onze overheid. Het zijn Noord-Koreaanse toestanden. Bacteriën zijn gewoon een verzinsel van de overheid, en wel om het volk in toom te houden. Als er een opstand dreigt, komt de overheid met een verhaal over resistente TBC, en wij vluchten braaf onze huizen in. Houdt ramen en deuren gesloten. Het is toch ook een belachelijk verzinsel, beestjes die zo klein zijn dat we ze niet kunnen zien, hoe konden we er ooit intrappen? Het is net zoiets als vergif waar je heeeel langzaam aan dood gaat. En dan nu in de kebab. Het is belachelijk. Ik zal u zeggen wie de opdracht tot dit onderzoek heeft gegeven. Eigenlijk kunt u het wel raden toch? Wie heeft er nu belang bij om shoarmazaken in diskrediet te brengen? Juist.

Nu ik dit complot heb ontrafeld lopen we gevaar. Nu krijgen we binnenkort te horen dat er meteorieten rondvliegen die onze aarde bedreigen. Houdt ramen en deuren gesloten. Of dat we sterren zien die er al een miljoen jaar niet meer zijn. Terwijl we ze gewoon zien! Wat heeft er in ons kunnen varen dat we dit slikten? En hoe wist de overheid dat we dit massaal zouden geloven? Ja, sommige indianenstammen in Brazilië, die kreeg je niet zo gek, maar die werden dan weer voor achterlijk gehouden. Ik vraag me af wat er nog meer niet klopt aan wat er in onze schoolboeken stond. Voorlopig hanteer ik de WYSIWYG methode.

Luchtmacht

Ik zat eens even mee te denken met het kabinet over de aanschaf van de JSF. Er is steeds minder geld, en steeds meer stemmen gaan op die zeggen dat het zonde van het geld is. Maar is dat wel zo? Ik vind wel dat een zichzelf respecterend land behoorlijk wat straaljagers behoort te hebben. Nederland kan momenteel dus wel met wat minder af, maar in de toekomst, als het zichzelf weer gaat respecteren, moeten we er wel een stuk of 100 hebben vind ik. Als een gemiddeld gezin tijdens haar bestaan toch 1,1 miljoen euro belasting betaalt, moeten een paar straaljagers er makkelijk af kunnen. De JSF schijnt dingen te kunnen die een Saab of een F16 niet kan. Ik geloof het gelijk, in het verleden gebruikte de politie ook drogredenen om de Porsche 911 aan te schaffen. Hij kon namelijk door zijn achterin geplaatste motor lang op de vluchtstrook achteruit rijden zonder te overhitten. In werkelijkheid vonden de politiemannen het natuurlijk gewoon een leuk speeltje om de hele dag in rond te scheuren. En het intimideerde ook wel, moet ik zeggen. Soms zie ik een VW Polo politieauto met één zwaailicht midden op het dak rijden en dan vraag ik me af waar het heen moet met de rechtsorde. Je kunt zo’n Tonka toch onmogelijk serieus nemen?

Iets dergelijks speelt er met de JSF ook. Stel dat we er 100 hadden, en af en toe kwam er eens eentje laag over scheren om geluk te bieden aan zowel de piloot als aan mij? Het was vroeger toch heel normaal dat je je soms rotschrok van het geluid van een plotseling laag overscherende straaljager die een halve minuut later weer uit het zicht en het gehoor was verdwenen? Bovendien, met 100 JSF’s tel je mee en bedenken de Russen zich in het vervolg wel een paar keer eer ze ons luchtruim schenden zoals ze nu geregeld doen. Ik bedoel, een Nederlands vliegtuig hoeft het ook niet te wagen even een hoekje boven Rusland af te snijden. En mocht u denken dat er geen gevaar meer is en de hele krijgsmacht kan worden afgeschaft, dan vind ik dat u eens goed moet nadenken over wat er twee landen verderop gebeurt. Daar is een machtswellusteling en ex-KGB chef de baas van het land en gaat nu een wet ondertekenen waarmee hij ongeveer alles onder hoogverraad kan scharen. Dus mocht iemand zich daar kritsch willen uitlaten over de staat, zoals ik nu doe, dan verdwijnt hij richting Siberië. Als Rusland terug wil in de tijd, dan moeten wij ook mee. Te wapen!

Elektricien

Toen ik thuis kwam ging ik naar boven om me om te kleden en drukte op de lichtschakelaar. Er gebeurde niks. Een kapotte lamp, dat gebeurt wel vaker. Maar bij nadere inspectie deden meer lampen het niet, en ook de wasmachine en de droger stonden zonder stroom. En dat was nog niet het ergste, er was ook geen verwarming of heet water meer. Ik ging op zoek naar de oorzaak, en waar kun je beter naar een oorzaak zoeken dan in de meterkast? De kinderen assisteerden mij door elke lichtschakelaar uit te proberen en mij te melden of hij het deed of niet. In het begin is dat leuk, maar veertig schakelaars later heb je toch liever dat ze even hun mond houden. Tammar had nog het beste advies, ik moest maar even naar de buurvrouw gaan om daar stroom te halen.

Ik zocht op internet en belde een servicebedrijf. Ik moest mijn naam en nummer inspreken en dan zouden ze terugbellen. Dat irriteerde me enigszins, want ik heb slechte ervaringen met mensen die beloven terug te bellen. Maar vijf minuten later werd ik al gebeld. De elektricien vroeg me een paar dingen en zei toen dat hij langs zou komen. Een half uur later kwam er een elektricien binnen die vertrouwen uitstraalde. Een grote man met grijze krullen en slechts gewapend met een schroevendraaier en een tang. Hij testte het een en ander in de meterkast maar kon de oorzaak niet vinden. Aangezien hij echt niets anders bij zich had -hij was met zijn eigen auto in plaats van met de bedrijfsbus- belde hij een collega die hier in de wijk bleek te wonen om te vragen of die een zogenaamde tester had. De elektricien haalde de tester op, maar ook daarmee kon hij het probleem niet vinden.

Maar deze elektricien was niet voor één gat te vangen. Hij ging naar boven en schatte in waar het probleem kon zitten. Ik lichtte hem bij, en de eerste de beste lamp die hij losschroefde kwam knetterend en vonkend naar beneden. Ik hoefde hem niet eens meer te assisteren met de zaklamp. Een draad bleek finaal doorgefikt waarop hij zei dat het beter was om daar een nieuwe draad in te laten zetten. Dat leek mij ook ja. Hij wilde het wel even provisorisch repareren, en zocht zijn zakken na of hij toevallig nog een stop had. Nee, die had hij niet, dus ging hij in zijn auto zoeken. Een paar minuten later kwam hij terug met de benodigde stop. Of ik de stroom er even af wilde halen, vroeg hij. Ik deed het maar zei hem wel dat ik niet zeker wist of ik de goede groep te pakken had. Het boeide hem niet zoveel en ging aan het werk. Even later vonkte de boel weer, waarop hij droog opmerkte dat ik niet de goede groep te pakken had. Alles doet het nu weer, morgen komt hij een nieuwe draad trekken. Ik dacht vroeger dat als er zo’n stroomdraad in je huis niet meer werkte, je dan je huis kon weggooien, maar dat bleek mee te vallen.

Maar zo zie ik de elektriciens graag. Hij had natuurlijk ingeschat aan mijn gestuntel aan de telefoon dat hij alleen maar een knopje hoefde om te zetten, dus kwam hij zonder gereedschap van betekenis. Maar als een ware MacGyver klaarde hij de klus. Een man zoals een man ooit bedoeld was. Ik neem er mijn pet diep voor af.

Virtuele gradaties

Op Linkedin laat ik iedereen toe. Ik krijg wekelijks uitnodigingen die ik ook accepteer, maar ik doe verder niks met Linkedin. Ik weet niet meer waarom ik het ooit heb aangemaakt en eerlijk gezegd huizen er ook vreemde kostgangers. Mensen vertellen er welke kunstjes ze geleerd hebben en als je het leest zou de indruk kunnen ontstaan dat je bent aanbeland in het paradijs der supersuccesvollen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk open sollicitaties van mensen die hopen dat ze herkend worden als die ultieme, dynamische werknemer wiens neus altijd in de juiste richting draait, zonder dat het ze uitmaakt welke kant dat dan op is.

Op Facebook is het al beter. In het begin was het even wennen voor veel mensen, omdat zij dachten dat je daar ook uitsluitend successtory’s mocht vertellen. Maar meer en meer groeit daar het besef dat er ook wel eens iets misgaat in een mensenleven, en dat het helemaal niet raar is als daar soms even naar wordt verwezen. Maar ook nog steeds een hoop vreemde kostgangers die voorgoed afstand genomen hebben van wie ze eigenlijk zijn. Op Facebook laat ik ook vrijwel iedereen toe, behalve collega’s. Die hebben niks op mijn facebook te zoeken, want ik doe daar raar. Bovendien krijgen zij hun dagelijkse portie droge hilariteit toch wel van me.

Dan zijn we aanbeland bij de crème de la crème. Weblog. Hier gebruik ik niet mijn eigen naam omdat ik niet wil dat iemand die oppervlakkig naar mij zoekt hier terecht komt. Geen zakelijke contacten en geen bloedverwanten verder verwijderd dan de eerste graad in de rechte lijn of de tweede graad in de zijlijn. Kortom, geen mensen die alleen nemen en nooit geven. Op weblog is iedereen zichzelf en zo niet, val je vroeg of laat door de mand.

Zit er eigenlijk nog maar één stapje boven en dat zou dan wat IRL genoemd wordt moeten zijn. Daar is vrijwel iedereen welkom, maar de achterdeur staat altijd open zodat u ook weer ongemerkt kunt verdwijnen. Want je wilt ook weer niet iedereen bewaren. Sommigen wil je bewaren maar die willen jou niet, en sommigen dringen zich op en begrijpen de hint van de openstaande achterdeur niet. Ingewikkeld allemaal, maar eigenlijk gaat het vanzelf. Het is komen en gaan, maar er kunnen er niet méér bij dan dat er stoelen in de huiskamer staan. Sommigen hebben hele grote huiskamers, die van mij is aan de overzichtelijke kant. Aan verjaardagen met volle huiskamers heb ik een hekel. Liefst maar een paar tegelijk in de huiskamer, zodat die dan ook een plaats op de bank hebben.

Waaghals

Weg ermee. Een moeizaam geschreven logje is geen logje. Zojuist heb ik drie kwartier van gezoek en gedraai gewist. Radicaal. Het moet gewoon vloeiend uit je toetsenbord komen, want anders laat maar. Kijk, als je dagelijks iets meemaakt, dan is het geen enkel probleem, dan schrijf je dat gewoon op. Maar niet als het een maandag zonder bijzonderheden was. Ja, ik heb wel lekker gewerkt moet ik zeggen. Aandacht erbij, geen gezeur aan mijn hoofd, heerlijk orde scheppen in de chaos. Want dat is wat de boekhouder doet, behalve geleende boeken niet teruggeven. Vrijdag heb ik de meest gewaagde actie uit mijn carrière gedaan. Men vroeg mij om toestemming om tussen de middag bij McDonalds eten te gaan halen, want het brood was nog niet ontdooid. Ik heb geweigerd. Ha. Keiharde bezuinigingen. Zijn ze niet gewend, maar mijn salaris moet ook betaald worden. Natuurlijk ging het niet zonder slag of stoot, maar toen ik dreigde met inhouding op de salarissen, droop men af. Zoiets is me thuis nu werkelijk nog nooit gelukt en in het geval van McDonalds heb ik de hoop ook lang geleden laten varen. Ik was dan ook verbaasd dat ik gewonnen had.

Geheel toevallig, maar niet geheel ongelegen kwam er een uur of twee daarna een mailtje van het opperhoofd in Zweden dat er beter op de kosten gelet moet worden. Daar hou ik van, zulke mailtjes. Ze komen wel altijd nadat het kwaad al is geschied, maar goed, je kunt niet alles hebben. Vlak daarvoor was er van het zelfde adres al een mailtje gekomen dat de omzet omhoog moest. Knap hè, zulke strategische inzichten? En dat ik gewoon dezelfde visie heb. Ik eindig nog een keer als CEO hier.

Zeven.

Tot beste DJ ter wereld is wederom uitgeroepen, Armin van Buuren. Ik merk dat mijn slapen terecht grijs beginnen te worden. In plaats van het blij te accepteren en mee te hossen, stel ik de kritische vraag wat nu eigenlijk de verdienste is van zo’n DJ, en dat heeft helemaal niks met het niet gunnen te maken. Ik vraag me gewoon af wat ze nu doen. Ik weet echt niet beter dan dat ze plaatjes aan elkaar draaien en dat middels vijftientriljoen watt een stadion in pompen. Eigenlijk wat Ben Liebrand vroeger al deed, maar dan met een minder wattage. En goed, eentje is daar het beste in van de hele wereld. Hulde.

Dat is het grootste probleem van ouder worden, of arroganter: “inzicht krijgen” , dat je dingen niet meer klakkeloos aanneemt. Ik vond het vroeger ook geweldig wat Ben Liebrand deed. Hoe meer hij aan elkaar mixte, hoe beter ik het vond. Maar in mijn geval, dat zal bij u ongetwijfeld anders zijn geweest, zat er een vleugje meeloopgedrag bij. Want het gaf aanzien in de klas, als je Ben Liebrand op je walkman had. Niet dat ik een walkman in de klas had, maar bij wijze van.

Neemt niet weg dat ik al vanaf mijn zestiende een probleem heb met ouder worden. Ik wilde toen zo snel mogelijk ouder worden. Het liefst wilde ik 23 zijn, zodat ik de schooltijd gelijk achter me kon laten en me met belangrijkere zaken kon bezig houden. Ik wist me toch geen raad met die leeftijd. Helaas kostte mij het zeven jaar om van zestien naar drieëntwintig te geraken. Maar ook toen voelde ik me zeven jaar ouder. Eigenlijk voel ik me altijd zeven jaar ouder dan dat ik ben. Misschien loop ik het verschil nog eens in. En anders noemt u me gewoon Fred Schuit. Aangenaam.