Punt.

Op de Mavo had iemand eens een blote vrouw op het raam getekend. Wij vonden dat grappig, maar de leraar niet. Het hoofd van de school werd er bij gehaald en niemand wilde de dader verlinken. Dus gebruikte het schoolhoofd een onorthodoxe opsporingsmethode en bestempelde alle jongens, niet de meisjes, tot verdachte. Iedereen werd aan een persoonlijk verhoor onderworpen en ik werd niet geloofd op mijn blauwe ogen toen ik zei dat ik het niet had gedaan. Dat ging enorm tegen mijn rechtsgevoel in. Uiteindelijk toen er collectieve straf voor alle jongens dreigde, gaf de dader zichzelf aan en werd hij een paar dagen geschorst.

Hoewel ik heel goed besef dat het voor de ouders van Marianne Vaatstra heel veel betekent dat de waarschijnlijke dader nu is gepakt, heb ik het toch wat moeilijk met de gebruikte opsporingsmethode. Zeker als Ivo Opstelten zich ermee gaat bemoeien en als er geluiden klinken als dat iedere Nederlander preventief DNA zou moeten afstaan om zo in het vervolg misdrijven te kunnen oplossen. Het meest gebruikte argument voor de aanleg van zo’n databank is dat als je niets te verbergen hebt, je er ook niet op tegen kunt zijn. En dat is dus niet waar, want ik heb niets te verbergen en ik ben er toch op tegen. Ik vind namelijk niet dat de overheid er bij voorbaat vanuit mag gaan dat elke inwoner ooit eens een misdrijf zou kunnen gaan plegen. Zolang er geen redelijke verdenking tegen je is, vind ik niet dat de overheid opsporingsmethodes mag toepassen op haar burgers. Andersom vind ik dat de burger vrij moet zijn in zijn beslissing of hij goed of kwaad gaat bedrijven, en niet dat hij bij voorbaat kansloos gelaten wordt in de keuze een misdadiger te worden. Tot in het uiterste door redenerend zou de overheid ook kunnen besluiten al haar burgers preventief gevangen te zetten om te voorkomen dat iemand het in zijn hoofd haalt om een misdrijf te plegen. Om deze reden ben ik ook tegen trajectcontroles. Het doet mij denken aan de voormalige DDR en tegen zo’n staatsvorm moet ik me verzetten. Ja, maar Mack, als het jouw dochter betrof dan? Ja, dan ook niet. Persoonlijk betrokken zijn kan niet betekenen dat het standpunt ineens wijzigt, anders was het eerste standpunt niet goed. Ik vind ook niet dat een verdachte van een misdrijf tegen een familielid van mij zwaarder gestraft zou moeten worden dan een verdachte van een misdrijf tegen een mij volslagen onbekende. Het rechtssysteem is het rechtssysteem en moet voor iedereen gelijk zijn.

Natuurlijk is dit een moeilijk punt. De vader van Marianne wil van de dader persoonlijk horen waarom hij tot zijn daad is gekomen en waarom hij zijn dochter dit heeft aangedaan. Dat vind ik een dapper standpunt en heel wat redelijker klinken dan het meteen eisen van de doodstraf op persoonlijke titel. Misschien is mijn redenering niet plausibel en maak ik geen goed punt. Dan kunt u mij daarvan proberen te overtuigen en zal ik mij neerleggen bij trajectcontroles, DNA-databanken en het preventief gevangen zetten van de hele bevolking. Misschien dat we dan ook een effectieve opsporingsmethode kunnen bedenken voor de wat lichtere vergrijpen, die door 80% van de bevolking gepleegd worden. Ik denk dan aan belasting- en sociale verzekeringsfraude, zwartwerken en verzekeringsfraude. Maar liever hoor ik natuurlijk dat ik wel een goed punt heb. Maar ik laat u daar volledig vrij in en ik kom niet met een knuppel bij u op bezoek. Dat u zich niet gehinderd voelt in het geven van uw mening.

Blanda.

Na 30 jaar in Vaassen te hebben gewoond lukte het mij vanavond voor het eerst om tot de Molukse gemeenschap door te dringen in de vorm van een uitnodiging voor een Indische rijsttafel. Veel te laat wat mij betreft, maar beter laat dan nooit. Vroeger had ik mij al voorgenomen met een Molukse te trouwen om rijsttafelredenen, en ik kwam er dichtbij met een schoonmoeder die in Indonesië geboren is. Vandaar kende ik al de gerechten Roedjak, Rendang, en hete eieren. Vanavond kregen we dit:

Het geheel kon je versieren met wat kruiden uit de toko, onder andere gedroogde guppies en hete pepers. Als toetje kregen we meloenijs met lychee. Hachee! Ik hou er wel van. Ik leerde vanavond nog iets over de Molukse geschiedenis, niet uit historisch perspectief maar uit eerste hand, en van korter geleden. Dat stoute Molukse kinderen vroeger voor straf de heetste pepers op hun lippen kregen gesmeerd om hun gedrag bij te sturen. En dat veel Molukse jongeren vroeger verteld werd niet met Blanda’s om te gaan. Blanda’s dat zijn wij, kaaskoppen, die bij de Chinees een combinatieschotel nemen en alles door elkaar heen buldozeren. Ik werd nu dus ook aangeraden om elk gerecht apart met een bolletje rijst op een bordje te doen, het op te eten en dan pas het volgende gerecht op te scheppen, anders was ik een Blanda. En dat wilde ik natuurlijk niet. En ik moest nog wel stilletjes lachen om de Molukse man die mij toefluisterde dat hij geen racist was, maar dat sinds er Polen en Roemenen in de wijk woonden, het er toch een stuk op achteruit was gegaan.

Bedgeheimen

Als kind droeg ik als ik naar bed ging, een pyjama. Geen ondergoed eronder om één of andere vage reden. Ik had nog lakens, dekens en een sprei. Blij dat ik dat nog heb meegemaakt en ik kan me niet herinneren dat ik het ooit koud had in bed. Toen ik een jaar of 18 was droeg ik alleen een boxershort. Later heb ik daar een T-shirt aan toegevoegd vanwege eventuele kou. Ook in de zomer is dit nog mijn nachtelijke outfit, tenzij het echt bloedheet is, dan kan het T-shirt achterwege blijven, maar met al die drukte in mijn slaapkamer de laatste jaren ga ik liever een beetje gekleed. Tegenwoordig heb ik een elektrische onderdeken, die ik uit principe nooit aanzet, tenzij ik het koud heb, dan wel. Maar liever laat ik één van mijn kinderen mijn bed even voorverwarmen. Dat de ergste kou eraf is, begrijpt u? Ik word een beetje een koukleum want in de winter gooi ik het raam ’s nachts dicht. Ik weet het wel, er zijn bikkels die het raam open willen hebben, al vriest het veertig graden, maar ik vind het prettiger als het overdag openstaat en ’s nachts dicht is. Waar dit naar toe gaat… Ik ben 43, maar ik zie toch wel aankomen dat ik over niet al te lange tijd weer een pyjama koop. Volgens mij slaapt dat prima. Misschien een slaapmuts erbij, want dat zie je werkelijk nooit meer, maar het zal toch zeker een functie hebben gehad. Sokken gaat me dan weer te ver, maar een pyjama (met knoopjes) en een slaapmuts, ja. En zo kom ik tot precies dezelfde conclusie als Rob Hamilton vandaag, dat je als je jong bent, je van het dorp naar de stad trekt, om vervolgens als je wat ouder bent, met gierende banden weer terug te keren. Welterusten!

Beschermengel

Nooit heb ik zo’n spannend boek gelezen als “weerlicht” van Dean Koontz. Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat ik het las en ik was de naam van het boek allang weer vergeten. Maar ik wist nog waar het over ging dus ik googelde laatst even, gewoon omdat ik er aan dacht. Er zat iets in met nazi’s, met bliksem, een tijdmachine en een beschermengel, alle ingrediënten aanwezig voor een spannend boek. Het is mij een raadsel hoe je een boek schrijft dat blijft boeien. Een logje schrijven dat boeit gaat nog wel, maar daarin hoef je slechts in 400 woorden de aandacht van de lezer te houden. Maar een heel boek! En dat je het dan bij de laatste bladzijde nog jammer vindt dat het is afgelopen, dat is knap.

Weerlicht gaat over een onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk verhaal. Voor zover ik nog weet kwamen de Nazi’s via een tijdmachine die ze in WO II hadden uitgevonden, naar deze tijd om hier het leven van een jonge vrouw in goede banen te leiden. Die vrouw zal dan wel weer het product van een Arisch project zijn geweest, en om haar te behoeden voor naderend onheil kwamen de Nazi’s via een bliksemschicht naar deze tijd en speelden haar beschermengel. Een mooie rol lijkt me dat, die van beschermengel. Eigenlijk nog beter dan die van degene die beschermd moet worden, en laten we eerlijk zijn, je kunt veel van de Nazi’s zeggen, maar iemand beschermen kon je wel aan ze overlaten.
Ik zou best iemands beschermengel willen zijn. Nog niet een echte Cherub natuurlijk, maar gewoon dat je iemand (moet wel een goed mens zijn, anders meld ik me ziek op een cruciaal moment) beschermt zonder dat diegene dat weet. Dat je steeds op cruciale momenten opduikt om de uitverkorene niet in zeven sloten tegelijk te laten lopen. Ja, dat lijkt me wel wat, zo’n anonieme heldendaad. Het mooiste is nog als alles in opdracht van een geheime organisatie gaat, dat maakt het wat professioneler. Bovendien kun je dan uitleggen op het moment dat je wordt betrapt, dat je niet gewoon aan het stalken bent, maar dat je een heldendaad aan het verrichten bent in opdracht van het genootschap van de oorspronkelijke oorsprong of iets dergelijks.

Mocht het verhaal niet geloofd worden en je krijgt de doodstraf wegens stalken, kun je natuurlijk als echte beschermengel in de herkansing. Maar dan zou ik een andere uitverkorene nemen in plaats van de ondankbare met wie je tijdens je leven het beste voor had. Voorlopig hou ik het allemaal maar op een briljant verhaal van Dean Koontz, maar misschien dat iemand van u toch aan het denken is gezet. Ik zou op bepaalde moeilijke momenten toch eens foto’s maken van de omgeving op dat moment. Misschien dat blijkt dat er steeds een in het zwart geklede man met een zwarte helm op staat.

Bewustwording

Hoewel pas 4% van het heelal begrepen wordt door de wetenschap, zijn er genoeg mensen die, niet gehinderd door kennis van wat zij niet weten, stellig zijn over hoe de kosmos in elkaar zit. Wetenschappers die begrijpen dat 96% volstrekt onbekend is, beperken zich dan ook vaak tot wat we wel weten. Het is de kennis die ze bescheiden maakt. Daar komt bij dat er niemand is die begrijpt wat er buiten ons heelal is, laat staan dat er iemand is die begrijpt wat er voor de oerknal was. Toch is het allemaal niet zo onbegrijpelijk als men soms denkt.

Ik begin dit college met uit te leggen wat er voor de oerknal was. Zoals u weet was dit heelal 13,7 miljard jaar geleden niet groter dan een flinke stuiterbal. Alles zat met een enorme kracht opeengepakt. Er was geen ruimte tussen het ene en het andere deeltje. Maar wat hield die stuiterbal nu bij elkaar, en hoe is die bal eigenlijk ontstaan? Daarvoor gaan we terug in de tijd tot 1 seconde voor de oerknal. Tenminste, dat is de fout die veel mensen maken bij het beredeneren van de oerknal. De tijd is een eigenschap die is ontstaan uit de oerknal, dus voor de oerknal was er geen tijd. We kunnen dus ook niet terug tot 1 seconde voor de oerknal. Vergelijk het met dat een deeltje niet sneller dan het licht kan, dat is dezelfde natuurkundige wet die ervoor zorgt dat je niet voor de oerknal kunt komen. In formulevorm: de wortel uit E = mc². We moeten dus aannemen dat de tijd niet verder terugkan dan 13,7 miljard jaar geleden.

Hoe omzeilen we dat nu? Stel nu dat er op dit moment buiten ons heelal, een nieuwe oerknal plaats vindt, dan kunnen we dus zeggen dat die knal plaatsvond op 13 november 2012. Zo is het met onze eigen knal ook, die vond plaats op 49-alenti-33-b. Dat is de tijdsaanduiding in het hiernaast gelegen heelal, genaamd haleel, op het moment dat onze oerknal plaatsvond. De waarnemers uit haleel konden dus wel precies aangeven wanneer onze knal plaatsvond en voor hen is het dan ook een koud kunstje om terug te gaan naar één seconde voor dat tijdstip. Echter, dat lost het probleem maar gedeeltelijk op, want hun haleel moet ook weer een begin hebben. En daar zit de grote denkfout. Het begin. Er bestaat geen begin. Het begin is door de mens uitgevonden, maar we moeten ons er bij neerleggen dat er eenmaal dingen zijn die er altijd al geweest zijn, en die er altijd zullen blijven, zolang ze maar waargenomen worden. Ze zijn niet ontstaan, geschapen, verwekt of opgericht, ze zijn er. Uw eigen bewustzijn bijvoorbeeld, dat is er. Het is de 4%. U heeft geen idee wanneer het ontstaan is, want het was er ineens, en toen het er nog niet was, wist u dat niet. Uw moeder (haleel) denkt wel dat ze u kan vertellen wanneer uw bewustzijn is geschapen, maar ze heeft geen flauw idee. Het was er plotseling, en niemand kan vertellen wanneer. Ja, ongeveer. 13,7 jaar geleden als u nu 14 bent. Uw onderbewustzijn, dat 96% van uw geest in beslag neemt was er altijd al. Niemand weet waar het is, alleen dat het er moet zijn, want u bent er immers niet altijd bij. Sterker nog, als we het onderbewustzijn gaan onderzoeken moeten we concluderen dat het ooit 100% was, maar dat het een klein stukje van zichzelf heeft prijsgegeven, namelijk vier procent.

Nu zijn we bijna bij de eindconclusie. Het heelal was er altijd al in de vorm van donkere materie, maar bij de oerknal ontstond gewone materie. Niemand weet precies wanneer, alleen ongeveer. Zelfs de waarnemers uit haleel weten het niet precies. Ze stonden er wel bij toen het gebeurde, maar ze konden er niet in kijken, zoals wij dat wel kunnen. Ineens waren wij ons bewust van ons eigen heelal, terwijl het er altijd al was, en het moment van bewustwording noemen wij het begin. Want anders begrijpen we het niet. Maar vanaf nu dus wel. Het was een kleine moeite.

De situatie doorzien

Wat ik altijd razend knap vind is hoe snel de hersenen van een vrouw kúnnen werken. Het gebeurt me eigenlijk al 12 jaar, maar pas vanavond konden mijn eigen hersenen pas volledig volgen wat er nu gebeurde. Linda vroeg mij het brood voor de kinderen voor de volgende dag klaar te maken. Als ze dat vraagt heeft ze het druk en gaat ze zelf andere dingen doen die moeten gebeuren voor de volgende dag. Ik smeer het brood, zonder daar volledig bij na te denken en ondertussen voeren we een gesprek. Om dat gesprek te kunnen voeren gebruik ik mijn rechterhersenhelft, terwijl in mijn linkerhersenhelft gedachten hun eigen gang gaan. En dan is de hersencapaciteit verbruikt, terwijl ik ook nog moet nadenken over wat de kinderen op brood willen. Tijdens het smeren, en tijdens het gesprek kan Linda mij ongeacht haar eigen werkzaamheden nauwlettend in de gaten houden. Als ik iets verkeerds op brood doe, heeft ze dat in de gaten voordat ik het zelf in de gaten heb, en voordat ik erop kan anticiperen heeft ze het al uit mijn handen gepakt, het terug in de koelkast gezet en mij het juiste gegeven. Nog voordat ik de kans krijg om het zojuist gesmeerde brood in verkeerde broodtrommels te doen, is ze al bij me, zet de broodtrommels terug in de kast en geeft me de goede. Ondertussen houdt ze het gesprek ook nog gaande. Vanavond realiseerde ik me tijdens dit alles voor het eerst wat er nu eigenlijk gebeurde. Het ging allemaal veel sneller dan dat ik kon bevatten, maar ik begreep wel voor het eerst wat een enorme rekenkracht er in de vrouwelijke hersenen aanwezig is tijdens huishoudelijke taken. Vandaar dat ik er nu pas over kan berichten.

Voor Margo

We gingen uit eten met een ex-collega en zijn vrouw die we maar weinig zien, hooguit één keer per jaar. Het restaurant was een Argentijns restaurant waar een man met een gitaar ronddoolde en mooie liedjes ten gehore bracht. Normaal hou ik er niet zo van, maar ik zag dat Linda de blik van de man aan het ontwijken was, zodat hij niet bij ons zou komen, dus ik zocht zijn blik. Dat hielp en hij vroeg wat het mocht zijn. Elvis, zei ik gelijk, maar hij speelde geen Elvis zei hij. Dat vond ik vreemd wat ik had Love Me Tender en Always on my mind al voorbij horen komen, maar misschien was hij nog in de ontkenningsfase. Hij vroeg of ik Jim Croce kende, en ja, die kende ik, dus ik vroeg om Castles in the Sand. Dat is een niet bestaand nummer, en hij kende het dan ook niet. Toen deed hij Alabama Rain, en dat moet u misschien echt even luisteren, want dat is mooi. Collega’s vrouw, we moeten haar even Margo noemen, niet te verwarren met Margo die hier wel reageert, vertelde dat ze elke dag mijn log las en teleurgesteld was als er geen logje verscheen. Kijk, dan valt alles weer even op zijn plek en snap ik weer waarom ik me hier praktisch elke avond zit uit te sloven. Als ik kon zingen en gitaarspelen, speelde ik voor Margo Alabama Rain.

Hypnopompie

Ik droomde vannacht dat de sterspeler van Barcelona, Lionel Messi was overleden. Het was zo echt dat toen ik wakker werd, ik nog even in die veronderstelling bleef, en ook nog op zoek ging naar het bericht in de krant. Gelukkig was het niet zo, maar waar komt zo’n droom nu weer vandaan? Ik denk nooit aan Messi, heb hem niet in mijn heldenlijstje staan, eigenlijk heb ik niks met hem, behalve dan dat ik het een geweldige voetballer vind. Ik was blij dat ik hem vanavond weer zag scoren. Dromen zijn wonderlijke gebeurtenissen. Ik droom meestal wel positief. Heel soms heb ik iets wat op een nachtmerrie lijkt en schrik ik even wakker, maar dan verjaag ik het paard en slaap door. Zelf dicht ik de droom een voorspellend karakter toe. Tenminste, als het me uitkomt, anders niet. Ik denk ook dat als ik over iemand droom, dat diegene over wie ik gedroomd heb, dat meegekregen heeft. Tenminste, als het me uitkomt, anders niet. Ik weet ook precies waarom ik dat doe. Ik hou de magie in stand. Een wereld waar alles door de wetenschappers verklaard kan worden en waar geen wonderen meer gebeuren is een uitgebluste, zinloze wereld. De enige manier waarop het leven zin heeft is als je kunt dromen. Dromen, hopen, in wonderen geloven, het zijn misschien dezelfde dingen. Wonderen bestaan, maar je moet ze wel geloven.

Natuurlijk kan het wonder altijd verklaard worden door toeval of door een natuurkundig verschijnsel, maar waarom is toeval geen wonder als het toeval jou overkomt? Toeval is geen toeval maar het is de voorspellende gave van de mens. In het parallelle universum heeft de gebeurtenis die jou staat te overkomen zich al afgespeeld, en via een wormgat is die informatie al tot in je onderbewuste doorgedrongen. Vervolgens is het een koud kunstje voor je onderbewustzijn om de gebeurtenis door te spelen aan je bewustzijn, en ineens komt de gedachte aan iemand bij je op, en vijf seconden later komt diegene ook aanlopen. Ik denk dan aan toeval, telepathie of misschien wel aan een wonder. Niks van dit alles, het is gewoon volledig verklaarbaar vanuit het parallelle universum. Slaapverwekkende materie. De titel van dit logje dekt de lading niet goed, maar ik gebruik graag een moeilijk woord waarvan ik zelf de betekenis niet ken, en waarvan u dan vervolgens denkt: “Zo, die Mack! Die weet nog eens wat.”

Ladies and Gentleman, the president of the United States.

Morgen zullen we weten wie de aankomende vier jaar de president van the USA is. Veel Nederlanders hopen op Obama, waarschijnlijk omdat hij zo’n sympathieke man is. Want meer heb je als Nederlander toch niet te verwachten van een Amerikaanse president? Die Romney schijnt niet goed snik te zijn, maar dat heb ik van horen zeggen. Ik denk persoonlijk niet dat je je Nederlandse bloeddruk ervoor moet laten oplopen. Ik vond het altijd belangrijk dat een Amerikaanse president het gemiddelde stemgeluid van alle Amerikanen had. Reagan, die had dat. Die sprak met een licht dramatische toon, en trok daarbij een gemeend gezicht. Zo kon ik de president van Amerika herkennen. Dat het wel ernst was, als hij iets zei. Hoewel, vroeg ik me ineens af, is het wel zo dat je er in Nederland niks van merkt wie de Amerikaanse president is? Wat nou als Al Gore president was geweest op 11 september 2001? Zou die ook als een achterlijke hebben gereageerd en de halve wereld meegesleurd hebben in een war on Terror? Ik bedoel, prima natuurlijk dat Amerika kastanjes uit het vuur haalt en terroristen omlegt, maar ik heb wel het gevoel dat ik minder vrij ben. Ik mag geen flesje water meer meenemen in een vliegtuig, ik mag niet meer lachen op een pasfoto, ik mag niet meer als grapje roepen dat ik een bom bij me heb en ik heb het gevoel dat Amerika Nederland bestuurt via Mark Rutte. En dat onze laatste verkiezingsuitslag is gemanipuleerd door de CIA. En dat we nu extra zorgpremie moeten betalen om het gat in de defensiebegroting te dichten, omdat Amerika geeist heeft dat Nederland minimaal 100 JSF’s moet aanschaffen zodat zij die op afstand kunnen bedienen.

Dus in die zin is het misschien helemaal nog niet zo gek om er iets van te vinden, van die Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het zal mij benieuwen morgen. Ik hoop dat ik slaap.

Ossaert

Meer dan 25 jaar geleden gingen mijn opa en oma regelmatig in de kerstvakantie een weekje naar Elspeet of Uddel. Mijn broer en ik fietsten dan ’s winters een uur door het bos om er op bezoek te gaan. ’s Avonds laat, door het aardedonker, fietsten we terug. Geen hand voor ogen zagen we, maar onze halogeenverlichting scheen 100 meter ver. In mijn eentje zou ik het niet gedurfd hebben. Aan de Elspeetse kant stonden dikke, kale beukenbomen wijd uit elkaar, het was een spookachtig gezicht. Ergens in het midden bevond zich de Hoge Duvel, een heuvel van 100 meter hoog. Waarom die heuvel zo werd genoemd, wisten wij niet.

Later las ik de sage van de Hoge Duvel waar de boze geest Ossaert zou wonen. Een onzichtbaar wezen dat nachtelijke, nietsvermoedende bezoekers in de rug aanviel en hen met zijn klauwen doodde. Ossaert was door een monnik verbannen naar de Hoge Duvel en moest daar 99 jaar wonen, en mocht er niet af. Als je Ossaert al af wist te schudden dan kon hij nog altijd zijn weerwolven achter je aan sturen, die je konden achtervolgen tot aan je huis. Zouden wij dit destijds geweten hebben, waren wij waarschijnlijk 20 kilometer omgefietst. Nu niet, en reden wij in de nacht zwijgend over de heuvel. En dat was maar goed ook, want Ossaert lag vaak te slapen. Pas als hij wakker werd had je een groot probleem. Soms deden wij de lamp uit om te kijken hoe donker het daar ’s nachts wel niet was. Maar niet langer dan drie tellen. Het is een wonder dat ik hier nog zit en u dit kan vertellen. Geen zinnig mens durft de geest Ossaert uit te dagen. En nergens staat een waarschuwingsbord met de tekst: Laat varen alle hoop gij die hier des nachts doorheen gaat en den bozen geest Ossaert uitdaaght.

Ik hou wel erg van sagen moet ik zeggen. De moderne mens die over de wereld heerst, realiseert zich ineens dat hij in zijn eentje kansloos is tegen de grillen van de natuur. En soms, heel soms, slaat de sage toe. Er kapseist een schip bij de Loreley of er verdwijnt een vliegtuig in de Bermuda Driehoek. Wat dat betreft gaat het op de Hoge Duvel al jaren goed. Maar voortaan ben ik er ruim voor de schemering al weg.