Grensland

Sinds een paar weken volg ik het programma Grensland, over de Russische federatie in al zijn facetten. Het wordt uitgezonden op zondagavond door de VPRO. De VPRO heeft voor mij een hoog betrouwbaarheidsgehalte en ik hoop niet dat ze dat ooit gaan beschamen. Jelle Brandt Corstius reist door het land en interviewt bekende en onbekende Russen, sommigen in dienst van de staat, anderen gewoon als burger. Het mooie aan Jelle is dat hij de Rus niet blootstelt aan westerse kritiek, maar ze hun verhaal laat doen. Dus als zij Poetin een held vinden, dan mogen ze dat zeggen zonder dat Jelle ze in de rede valt. In zijn latere commentaar laat hij hooguit op subtiele wijze weten wat hij er van vindt, zodanig dat het een licht komische ondertoon krijgt. Maar dat kan een dergelijk programma dat is opgenomen in de grauwe Russische winter, goed gebruiken.

Zelf heb ik een Russische collega met wie ik erg goed kan opschieten, ondanks dat ze me soms tot wanhoop drijft. Wanhoop die ik overigens niet laat merken, maar ze slaat het houvast soms onder me weg. Want de dingen die ons eigen Achtuurjournaal soms beweert kan ze afdoen als zwaar overdreven. Zo hebben haar homovrienden uit Moskou helemaal geen moeilijk leven en probeert het westen Poetin zwart te maken. Als ik dan voorzichtig opper dat hij toch de Krim geannexeerd heeft antwoord ze fijntjes dat de Krim gewoon bij Rusland hoort, en daar altijd al bij gehoord heeft. En ja, dan moet ik toegeven dat ik nog nooit van de Krim gehoord had voordat het geannexeerd werd, dus al te veel tegengas geven kan ik niet. Hetzelfde werd overigens in Grensland beweerd door een inwoonster van de Krim; de Krim hoort bij Rusland en ze was blij dat ze weer onder de hoede van Poetin viel.

Op ongeveer dezelfde manier heb ik wel eens met een Israëli gepraat. Ik kon het geen discussiëren noemen omdat ik niet veel van de situatie wist en hij 90% van de tijd aan het woord was. Ik noemde alleen wat ik wist over de moeilijkheden met de Palestijnen, maar hij zei op een toon die niet vijandig was, maar desondanks zo overtuigd en zakelijk klonk dat ik er niets tegen wist in te brengen, dat de joden al duizenden jaren in Israël woonden, dat was geen religie, maar een geschiedkundig feit en dus logisch dat het land beschermd moest worden tegen de Palestijnse agressie.

Het maakt me nog niet eens uit wat er gezegd wordt, het gaat me erom dat mij door mijn westerse nieuwsbronnen iets verteld wordt dat volgens anderen helemaal de andere kant op moet. En als ik dan denk dat ze geïndoctrineerd zijn, dan denk ik dat om mijn eigen gemoed te sussen. Want ik kan niet volhouden dat ik er meer van zou weten dan zij, die uit het land komen, de taal spreken en er nog regelmatig komen. En dat maakt mij bang. Bang dat ik niks weet en ook nooit iets weten zal.

De voetbalsupporter

Ik aanschouwde de man op de tribune. Hij werd niet speciaal in beeld genomen, maar was onderdeel van het publiek. De scheidsrechter had zojuist geen gele kaart getrokken voor een speler van de tegenpartij, en daar was het publiek -in het bijzonder dit onderdeel- het niet mee eens. Er klonk gefluit en de man maakte het “kaarttrekgebaar” in de richting van de scheidsrechter. Hij deed het een keer of vier achtereenvolgens voordat de camera zich weer op het veld richtte. De scheidsrechter had de man niet gezien. Geen van de spelers had de man gezien. In het publiek merkte niemand hem op. Ik was de enige. De gele kaart bleef op zak.

Wat gaat er in zo’n man om, vraag ik me af. Wat denken zijn hersenen? Hoe is hij hier ooit mee begonnen? Is het een kwestie van als jonge jongen naar het stadion gaan en na verloop van jaren te vergroeien met het publiek? Voelt hij zich inmiddels zo’n belangrijk onderdeel van de club dat hij meent dat hij zich met de wedstrijdleiding mag bemoeien? Gelooft de man werkelijk dat de scheidsrechter hem opmerkt? En gelooft hij dat, al mocht de scheidsrechter dat doen, hij hem op andere gedachten kan brengen? Of weet hij, nadat hij zijn leven wijdde aan het supporterschap, niet meer beter en is dit een automatische reactie geworden? Is hij teleurgesteld dat de scheidsrechter hem niet zag, of is hij er van overtuigd dat de scheidsrechter hem wel gezien heeft en het de volgende keer niet meer in zijn hoofd haalt die kaart niet te trekken? Of is hij gewoon een Spanjaard en kan hij niet anders?

Ik begrijp het niet. Ik probeer van nature zo weinig mogelijk kritiek te uiten op hen wiens beroep ik niet beter zou kunnen uitvoeren. Want in het publiek staan is één, in het veld voor het oog van tienduizenden de leiding hebben is twee. Mijn respect voor de stoïcijnse scheidsrechter is vele malen groter dan dat voor de verongelijkte voetbalsupporter.

Sushi

Op een door mijn werk georganiseerde borrel in een club nam ik bij gebrek aan bitterballen een hap sushi. Sushi in een club, beter gaat het niet worden. Later zag ik dat ik de sushi met twee stokjes had moeten pakken en het geheel door een sausje had moeten halen. Maar ik proefde die zilte smaak en probeerde het weg te slikken. Ik kreeg het niet goed doorgebeten en dus bleef het in mijn slokdarm hangen terwijl het ook nog in mijn mond zat. Lichte paniek. Welke gek heeft dit uitgevonden? Na een minuut had ik het weg en kon maagzuur zijn vernietigende werk gaan doen terwijl ik een slok bier nam.

Ik vraag me al langere tijd af hoe het kan dat sushi aan terrein wint in Nederland. Over smaak valt niet te twisten maar dat wil niet zeggen dat je het niet belachelijk mag vinden als iemand sushi lekker vindt. Want hoe kan zo’n kleffe zoute hap nu wedijveren met een bitterbal of een stukje kaas? Ik vind het zelfs een beetje irritant dat mensen dit lekker vinden omdat het helemaal niet te vreten is voor een westerling! Het zijn ook altijd de wat hippe types die dit eten, let maar op. Als u nu denkt: “ik vind het ook lekker,” dan weet ik dat u een hip type bent dat zich graag laat zien in een club. Ik heb ook geen idee waar het woord club vandaan komt, want een club was altijd iets met sport. Je kon als kind ook een club oprichten en daar konden je populairste vriendjes dan bij. Maar het was zeker geen horecagelegenheid terwijl het dat nu ineens wel is. Er is ook niks anders aan een club dan aan een kroeg aan het water. Ik zit nog niet in de leeftijd dat ik zeg dat het mijn tijd wel zal duren. Nee, ik zit nog in het verzet helaas. Van mij mag iedereen zich verslikken in sushi en clubs mogen in een zinkgat verdwijnen. Ik aard niet in een club. Ik wil bier, bitterballen en lachen. Ik ontvluchtte de warmte daarbinnen samen met een collega. We zaten aan de rand van het water en al snel hadden we een goed gesprek. Ik had het niet in de gaten, maar dat zei ze later tegen een andere collega die ons kwam halen, dat we een diep gesprek hadden. En dat was helemaal niet zo, alleen zitten we op dezelfde golflengte en hadden we het over onze kindertijd.

Toen we terug naar binnen gingen was de sushi op. Helaas. Ik bestelde nog een biertje tussen mijn droge witte wijn drinkende collega’s en keerde weer eens huiswaarts. Ik ben niet gewoon gebleven, het is voor mij eenvoudigweg onmogelijk om anders te worden. Het is jammer, want het zou zoveel deuren hebben geopend. Als ik straks in mijn graf lig na te denken over mijn leven, dan is dat een stuk saaier geweest doordat ik geen sushi waardeerde. Aan de andere kant heb ik het idee dat als ik sushi waardeer, ik veel eerder in mijn graf lig. Banzai!

Fraude am Fahren

Dankzij mijn weblog weet ik dat ik op 25 februari 2013 dezelfde droom had als afgelopen nacht. Toen schreef ik al dat het een repeterende droom was. En ik wist wel dat ik de droom eerder had gehad, maar toen ik  teruglas moest ik wel glimlachen om een bepaald detail dat ik nu weer had gedroomd. Namelijk dat ik te lui was geweest om mijn auto te verkopen, en dat die nog ergens stond gestald zodat ik er gebruik van kon maken. Het was mijn zwarte 205 GTI 1.6 uit 1987. Ik reed er voorzichtig in, want hij had tenslotte bijna 20 jaar stilgestaan. In mijn droom was niet het feit verwerkt dat ik er twee en een half jaar terug in mijn vorige droom nog in reed. Wat niet klopte was dat er een vreemd digitaal metertje inzat, dat iets volslagen onduidelijks mat, terwijl het afgelopen nacht nog helemaal duidelijk voor me was.

Waarom komt deze droom steeds terug? Het zit in dat lakse aspect en is gericht op mij. Ik kan mezelf makkelijk tekort doen, dat is een latent gevaar. Ik probeer niet laks naar mezelf te zijn, maar dat kost moeite. Natuurlijker is om gewoon op de bank te gaan liggen en kijken wat er gebeurt. Nou, dan komt me een 205 GTI aanwaaien. Had ik hem nu maar netjes verkocht destijds, dan had me dat geld opgeleverd waarmee ik iets nuttigs had kunnen doen. Sparen voor een VW diesel bijvoorbeeld, dat toonbeeld van Duitse degelijkheid. Dan had die nu voor de deur staan pronken en had iedereen mijn succes kunnen aflezen. Maar ineens blijkt de Duitse droom in duigen te vallen, te zijn gebaseerd op een illusie, op Fraude am Fahren. Zoals de VW baas in Amerika zei: we totally screwed up! En ja, onder het beeld van de Duitse degelijkheid is een bom afgegaan, en geen kleintje ook. De hele economie van Duitsland is nu juist gebaseerd op dat aspect. Duitse degelijkheid. In één klap wordt door VW die reputatie te grabbel gegooid. De hele economie van het land wordt op het spel gezet. Juist zij, dat VAG concern dat ooit werd opgericht door de nazi’s onder de naam KDF, moest de kluit belazeren. Dat VAG concern dat nu wanhopig bezig is met damage-control, omdat als het valt, het heel Wolfsburg, voorheen KDF-stadt, en misschien wel heel Duitsland met zich meetrekt. Want vertrouwen komt te voet en gaat per Golf GTI.

Duitsland, dat net duizenden vluchtelingen heeft binnengelaten om voor eens en altijd af te rekenen met dat verleden dat ze kennelijk achtervolgt, maar dat ze verder alleen maar voorspoed bracht. En nu zitten ze daar, terwijl de wortels van het land zijn doorgezaagd. Het zal mij verbazen als er niet de totale pleuris uitbreekt op korte termijn. Ik zou de oostgrenzen vast dichtgooien hier. Laten we hopen dat het niet gebeurt, maar VW dat moedwillig ons leefklimaat schaadt en ons misleidt is rot. Onder Winterkorn moest het ten koste van alles het grootste autoconcern ter wereld worden, en daar had ik altijd al vraagtekens bij. Dat je beste wilt worden snap ik, maar de grootste? Het deed me denken aan een andere Duitser die de grootste wilde worden. Onder die druk is het concern gezwicht en bouwde sjoemelsoftware om te kunnen winnen. En daar gaan ze nu een hoge prijs voor betalen. Duitsland werd mede degelijk gemaakt door VW. Zijn ze er nu toch ingetuind?

Trainingsbroek

Linda zou het leuk vinden als ik vandaag mee zou gaan naar het zwembad dat geopend was voor honden. Het Apeldoornse Boschbad organiseert dit jaarlijks op de laatste dag voordat het zwembad geleegd wordt. Dus zo geschiedde. Het Boschbad is het grootste openluchtzwembad van Nederland en ligt al sinds 1934 in de villawijk Berg en Bos. In Berg en Bos zou de film Flodder opgenomen kunnen zijn. Er wonen uitsluitend rijke blanken die alle vluchtelingen welkom heten, zolang het maar niet in hun wijk is. Hetzelfde geldt voor de toeristen die voor Julianatoren of Apenheul komen, ze zijn welkom maar uiteraard geldt er in de wijk een parkeerverbod tenzij je vergunninghouder bent. Ik moest dus vlak buiten de parkeerzone onze oude Nissan ergens kwijt zien te raken, want zo’n oude auto zomaar in zo’n wijk parkeren zou kunnen leiden tot verpaupering en waardedaling van de woningen. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

jack the buldog Aangekomen in het overigens prachtige zwembad, weet je gelijk waarom je niet naar dit soort dagen moet gaan. Honden zijn geweldige beesten maar je moet niet een paar honderd van de meest fanatieke baasjes bij elkaar gaan zetten. Het is een orgie van door de lucht klinkende hondennamen, geblaf, gespetter en uitgeschud. Onze hond vond het prima. We hadden voor de gelegenheid nog een buurhond geleend en samen sprintten ze over de grasvlakten van het Apeldoornse zwembad, natuurlijk achterna gezeten door allerlei rassen. Tot zover ging het goed. Maar toen. Er was ook een groep racisten in het zwembad. Het waren Stafford terriers met hun baasjes die samenschoolden. Staffords zijn pitbull-achtigen die niet verboden zijn, maar er wel uit zien als vervaarlijke vechthonden. Ze zijn echter bij hun geboorte als een onbeschreven blad en meestal blijft dat ook zo. Het gold ook voor de honden die hier samenschoolden, alleen niet voor hun baasjes. Er stonden er een paar met een trainingsbroek en een bomberjack aan die volgens mij niet in Berg en Bos woonden. Ze hadden nog behoorlijk knappe vriendinnen bij zich. Ik gebruik het woordje ‘nog’ omdat het verval in korte tijd exponentieel toeneemt bij dergelijke types.

Ineens sloeg de vlam in de pan. Een hondje dat niet ééns groot was viel zo’n Stafford aan en de bange Stafford ging gelijk op zijn rug liggen ter overgave. Het hondje ging nog even door met zijn aanval, en de nog behoorlijke knappe vriendinnen die exponentieel verval in korte tijd te wachten stond, gilden. De trainingsbroek kon de vernedering niet aanzien en schopte de aanvaller weg. Het dier sloeg op de vlucht en de trainingsbroek rende erachter aan. Het hondje schoot tussen de mensen door, met de trainingsbroek nog immer achter hem aan. Op zich is het niet gek, een rennende trainingsbroek, maar dat bomberjack erbij, dat zag er niet uit. Het hondje sprong het zwembad in en toen moest de trainingsbroek zich gewonnen geven. “Vuile kankerhond, kanker op!!”, brulde hij terwijl hij terug rende en nog een vrouw tegen de grond drukte. Ik dacht eerst dat hij zelf op zijn muil gleed, maar dat scheen toch een vrouw te zijn. Het vrouwtje van de op de vlucht geslagen hond kwam nog even verhaal halen en zei dat hij z’n gemak moest houden, maar zij moest haar kankerhond bij zich houden, schreeuwde hij.

Dit soort idioten mag helaas nog vrij rondlopen in Nederland. Ze mogen er nog een onderdanige vriendin op na houden ook. Het heerschap stond alweer te lachen. Hij had ze toch maar mooi de waarheid verteld. Dat hij maar kanker in z’n trainingsbroek mag ontwikkelen.

Discipline

Ik ben te goed. Dat is de treurige conclusie die ik moet trekken nadat ik een week of vier geleden begon met hardlopen. Inmiddels ben ik al twee weken geblesseerd aan mijn knie. Hardlopen dient opgebouwd te worden, maar ik dacht dat ik die uitzondering zou zijn, met mijn 93 kilo. En ik liep te hard van stapel, keihard de valkuil in waar al velen in zijn gevallen. Want ik liep, en ik liep, ik liep om de drie dagen. En ik perste er na twee weken al een hele aardige tijd uit op zes kilometer.

En ik trok mij niks aan van de hardloopmode, ik liep nog gewoon in mijn oude outfit en op mijn oude schoenen waar de demping uit is volgens velen, maar dat schijnt ook weer niet zo belangrijk te zijn volgens deskundigen. Maar ik overbelastte mijn knie, en die doet nu zeer. Ik kan er op lopen, maar niet hard. Ik werd keihard teruggefloten, want ik was alweer op weg naar records, daarbij in mijn achterhoofd wat tijden van collega’s, want zo ben ik. Mijn verstand zet ik uit en mijn bewijsdrang voert de boventoon. Om te hardlopen moet je gedisciplineerd zijn en dat ben ik niet. Je moet je niet laten verleiden om harder, verder of langer te lopen dan een voorzichtig schema, tenzij je natuurlijk een jongeling bent, maar dat ben ik niet met mijn bijna 46 jaar. Ik had de discipline moeten opbrengen om te stoppen na een kilometer of drie, in plaats van door te gaan wat veel gemakkelijker is. En ik had die laatste keer niet moeten gaan lopen, want tijdens het inlopen voelde ik al dat er iets niet goed was.

Dinsdag word ik 46. En nog steeds verbeeld ik mijzelf dingen. Terwijl de wijsheid ondertussen toch eens moet gaan komen. Het verstand is er al heel lang. Mijn hersenen begrijpen best veel. Maar wijsheid, dat is handelen naar je verstand, dat is een totaal andere discipline. Want dan moet je een ander het laatste woord gunnen, en minzaam kunnen glimlachen als je uitgedaagd wordt. Tegen dat soort mensen kijk ik op. Want een tegenpool trekt aan je.

Aan het eind van de dag

Vanochtend reed ik op de A50 en op een brug over de weg stonden in de stromende regen een moeder en haar kind. Eigenlijk stond het kind en de moeder zat er op haar hurken achter. Ondanks de regen keek de moeder vrolijk en samen zwaaiden ze naar het tegemoetkomende verkeer. Ik ben dan de beroerdste niet en toeter even en ik zwaai terug. Want ja, zo heb ik ook vaak gestaan met Hansie. En als de auto’s toeterden, seinden, zwaaiden of een Alfa Romeo waren dan kon dat gevierd worden.

Ik had laatst een moment met Tammar waarbij ik dacht: dit is dus geluk. Geluk is een situatie die je je later met een glimlach zult herinneren. Het was niks bijzonders, een dagelijks ritueel maar de veiligheid was in huis en de boze buitenwereld was ver weg. Ik ervoer het als kind ook vaak, momenten van vertrouwde gevoelens. Tegenwoordig heb ik het door Fox Sports. Iets simpels als een voetbalwedstrijd kijken samen met je zoon, er kan voor mij weinig tegenop. Geen Sail, geen golfclinic, geen sterrenrestaurant of andere dingen waar ik collega’s soms razend enthousiast over hoor vertellen. Routine en controle maken mij gelukkig. Haal mij uit mijn routine, ook door sommigen wel aangeduid als comfortzone, en er ontstaan geheid problemen. Het is iets in mijn hersenen, niks ernstigs. En paar neuronen die niet helemaal goed contact maken of zo. Geen doorslaande stoppen, maar genoeg om het vrije denken te blokkeren. Soms geeft dat problemen maar die worden wel weer opgelost en daarna zodanig gearchiveerd dat ze lastig te raadplegen zijn, zou je dat al willen.

In de tussentijd bouw ik aan herinneringen met een glimlach. Zowel bij mij als bij mijn gezinsleden. De herinneringen die je uit je geheugen raadpleegt bepalen wie je bent, aan het eind van de dag.

Asiel zoeker

Ik begin mij hoe langer hoe meer te ergeren aan Facebook. En ergernissen zijn niet goed. Zie ik vanochtend iemand die het volgende plaatje deelt.
asielzoeker
En het gaat me niet eens om degene die het plaatje deelt, maar om degene die het plaatje de eerste keer plaatste. Dat is een mevrouw uit Rotterdam die Pim Fortuyn vereert als een heilige, terwijl hij natuurlijk gewoon een landverrader was. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om het makkelijke scoren dat men met zo’n plaatje doet. Men schrijft het woord asielzoeker verkeerd en haalt daarna een zielige bejaarde aan. Alsof er -hartgrondige vloek- ook maar iemand die zo’n plaatje deelt of liked een zielige bejaarde in huis neemt! Niemand toch? Er moet alleen even gescoord worden in de wedstrijd zonder scheidsrechter.

En dat is precies wat er mis is met dit al 70 jaar in vrijheid verkerend land. Ik zag daarnet een programma over Rusland, daar verkeert men pas een jaar of 25 in vrijheid. Daar houden ze niet van homo’s en niet van drugs maar, zo zei iemand, wij bemoeien ons niet met het westen. Maar het westen wel met ons, omdat mensen in het westen vinden dat zij de enige juiste manier van samenleven hebben uitgevonden en dat ook willen opdringen aan de rest van de wereld. Daar zit wat in. Het riep zoveel vragen in mij op dat ik er onmiddellijk van in de war raakte. Ik zag iemand die op Facebook een religieus statement maakte en daar was half facebookend Nederland alweer om hem belachelijk te maken. Want de vrijheid van meningsuiting is één, maar het respecteren van een afwijkende mening is iets heel anders.

Ik hecht teveel aan sommige contacten om Facebook te verwijderen. En misschien ben ik ook wel verslaafd aan likes, zoals in de krant stond. Misschien hecht ik teveel aan het verleden en misschien heb ik mijn hoop op de verkeerde dingen gevestigd. Misschien verwacht ik wel te veel en misschien moet ik mij eens wat minder bemoeien met zaken waar ik toch geen invloed op heb. Ik neem geen asielzoeker in huis en ook geen bejaarde. Het is hier geen oorlog tenslotte. Tenminste, als je de vrijheid van meningsuitingsoorlog even niet meetelt.

Lisdodden

Zoals u misschien weet, en anders vertel ik het nu, loop ik elke ochtend om half zeven met de hond langs velden en langs wegen. ’s Winters is dat geen pretje want het is dan koud maar vooral donker. De hond heeft dan een lichtgevende halsband en die halsband zie ik dan in de verte over de akker zweven. Dus ik deed een hoeraatje toen de lente begon en het licht werd. De sloot waarlangs ik liep werd langzaam groen, er verschenen lisdodden (ik heb het even opgezocht, maar dat zijn rietsigaren) langs de kant, eendjes met jongen zochten er hun beschutting en zelfs een enkel visje zag ik soms zwemmen. Je kunt je ’s zomers niet voorstellen dat al dat groen eens weer gaat wijken voor de winter.

En dan de boerenzwaluw. Zwaluwen zijn de mooiste vogels die er zijn. Rank, sierlijk en donkerblauw. Ze zwermden om mijn hoofd, en als ik er eentje een openstaande boerenschuur in zag vliegen, wist ik dat het goed was. Vele zwaluwen maken de zomer zoals u weet. Maar de zwaluwen zijn er niet meer. Hoewel, vorige week zag ik ze nog even. Maar het wordt kouder en nog even en ik loop weer in het donker. Direct na de vakantie wordt de overgang naar de herfst al weer zichtbaar. Het is al niet meer zo heel lang licht en er hangen alweer mistflarden. Overdag kan het nog wel warm zijn, maar het gevoel van de naderende zomer, of dat van de zomer op zijn hoogtepunt, dat moment dat niemand je nog kwaad kan doen ontglipt je al. Maar gelukkig is er dan nog altijd die boerensloot met zijn donkerbruine lisdodden.

Tot mijn grote ergernis merkte ik vanochtend dat de gemeente de zijkant van de sloot in zijn geheel had gekortwiekt. Al het groen was weg en een paar eenden zwommen nu in het kale water. Waar bemoeit zo’n gemeente zich in godsnaam mee, vraag ik me dan af. Waarom hebben zij het recht om mijn sloot te kortwieken, en waarom? Wat is dit voor zinloos geweld? Dat zomergevoel zou veel langer kunnen aanhouden als de overheid zich er eens even niet mee bemoeide. Het zou mij niet verbazen als ze ook een zwaluwverjaagmachine op de activalijst hebben staan.

De staatsman

Gisteren en vanavond keek ik Andere Tijden over de staatsman Wim Kok. We zijn nu dertien jaar na zijn aftreden aanbeland, en ik ben er trots op dat ik de staatsman herkende toen ik moest stemmen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik me een stuk drukker maak om de man dan om de partij. Dat komt omdat ik nog steeds durf te vertrouwen op mijn intuïtie, en mijn intuïtie herkent echt en onecht.

Omdat Wim Kok echt was, vraag ik me nog steeds af hoe hij zich door verkiezingsperioden heeft heengeslagen. Ik herinner het me niet, maar het kan niet anders dan dat de man zich op de inhoud heeft geconcentreerd en niet op hoe hij overkwam. Tegenstrijdig met het vak van politicus lijkt dat, maar door zich te focussen op de inhoud kwam daar als vanzelf die integere, wijze, bijna vaderlijke uitstraling die ik zo graag zie bij oudere mannen. In mijn ogen is hij de beste minister president die we hebben gehad, zonder anderen te kort te willen doen. Maar hij was de vader des vaderlands, de statige man met het prachtige haar die zijn emoties onder controle had, maar nooit wist te verbergen.

En natuurlijk maakte hij fouten. Maar hij was een leider. Geen leider door krachtige optredens of meeslepende speeches, maar door rust en natuurlijk respect. Eenmaal heb ik de man van dichtbij gezien, bij de opnames van een TV programma in Amsterdam. Ik kon hem gewoon aanraken maar deed het maar niet. Ik aanbid hem niet, maar ik heb ontzag voor de manier waarop hij altijd in de eerste plaats de belangen van het vaderland diende, en in de tweede plaats die van zijn partij, en in de laatste plaats zijn ego. Die volgorde is bij de meeste politici omgekeerd, en daarom worden zij nooit staatsman.