Een end van huis

Ik liep zojuist het laatste rondje van de dag met de hond, en ik hoorde in de verte een gekrijs. Een kwaad kind dacht ik eerst, tot ik dichter in de buurt kwam. Het was een jonge vrouw die uitviel tegen een andere vrouw, die iets ouder klonk. Ze viel uit op een hysterische manier, zoals je dat zelden meemaakt. De hond stond te luisteren naar het vreemde geluid, en ik ving een paar woorden op, maar spoorde de hond aan om door te lopen, omdat zulke trieste dingen eenmaal gebeuren.

Want ja, ik vind het triest als een volwassene zo buiten zinnen kan raken. Ik heb dat zelf nooit meegemaakt en hou in elke situatie enige vorm van controle. Maar dit was een hysterisch geschreeuw waarbij elke remming weg was. Of ze nu niet in de gaten had dat haar geschreeuw tot ver in de omtrek te horen was, of dat het haar niet kon schelen. Als het dat laatste was, dan is het triest dat het zover heeft kunnen komen met iemand, want dan schat ik in dat je een eind van huis bent.

Toen ik een jaar of vijftien was en de Apeldoornse Courant bezorgde in Vaassen, stond een mevrouw een Mercedes in elkaar te rammen met een zwabber. Heel even dacht ik dat ze de ruiten aan het schoonmaken was, tot de eerste ruit bezweek. En systematisch werkte ze zich rondom de auto, net zolang tot alle ruiten aan diggelen lagen. Een groepje mensen waaronder ik stond wat verbluft te kijken. Ze ging naar binnen, kwam weer naar buiten en riep in onze richting of er iemand kon komen. Niemand leek zich geroepen te voelen, en ik zie nog steeds de wanhoop in haar ogen toen niemand reageerde. Ik voelde me wel enigszins geroepen, maar er stonden volwassenen tussen die dat klusje beter hadden kunnen klaren. Niet veel later kwam de politie en nam de man des huizes mee, die ik hoorde zeggen dat ze ineens buiten zinnen raakte.

Hoe het verder afliep of wat de aanleiding was weet ik niet, maar het kan een indruk maken. Als de vrouw geweten had dat ik me dit dertig jaar later nog zou herinneren, zou ze misschien iets rustiger hebben gedaan. Hoewel, waarschijnlijk ook niet. Als de geest uit de fles is, zie hem dan maar eens terug te krijgen.

De waterskiester

In 2011 schreef ik over Willy Stähle, naar aanleiding van een uitzending van Andere Tijden Sport. Het bericht haalde een record aantal reacties. Ik was zo gefascineerd door het fenomeen waarvan ik nooit eerder had gehoord, dat ik alles over haar opzocht. Ik maakte zelfs een google alert aan voor als iemand haar zou noemen op internet. Mijn eerste en enige google alert. En in al die tijd schreef er niemand over haar. Tot vanavond. 61 jaar werd ze, waarvan ze er meer dan dertig in een rolstoel doorbracht en de laatste 10 jaar een teruggetrokken leven leefde. Rust zacht Willy.

1954-2015
1954-2015

Het is tenslotte al augustus.

Als in Nederland een zwarte zich beledigd voelt omdat een kind hem zwarte piet noemt, dan is dat hier de schuld van zwarte piet. Terwijl er vijf partijen in het geding zijn, dus waarom zou zwarte piet de hoofdschuldige zijn? Nou, vast omdat het de kleinste aanpassing vergt om hem blank te vegen. Niemand die het in zijn hoofd haalt de zwarte te schuld te geven want die kan er eenmaal ook niks aan doen dat hij zwart is. Zwart zijn ligt in Nederland gevoelig en is helemaal niet leuk, dat zie je ook aan de lading die het woord “zwarte” heeft. Maar volgens Wikipedia is het beter om het woord zwarte te gebruiken dan het woord neger. Als ik het over en blanke heb bedoel ik daarmee een bleekscheet. Een bleekneus. Tja, wij blanken zijn eenmaal lelijke witte inteeltkoppen dus waarom zouden we ons superieur voelen? De enige reden daarvoor is omdat we hier in de meerderheid zijn. En ik kan natuurlijk gewoon zeggen dat wij lelijke witte inteeltkoppen zijn, want ja, ik ben immers zelf blank. Met het aanduiden van zwarten moet ik duidelijk voorzichtiger zijn. Zij en wij, het zullen over een aantal jaren verboden woorden zijn omdat het steeds minder geaccepteerd wordt dat je jezelf of anderen tot een groep rekent. Tenminste, als het zover komt dat zwarte piet ons land niet meer bezoekt.

Het mag misschien de makkelijkste aanpassing lijken om zwarte piet af te schaffen, maar is dat ook zo? Lost het iets op van het gevoel van discriminatie dat een zwarte ervaart? Welnee, in een veilig en overvloedig land dat zelden op CNN genoemd wordt, moet men blijven zoeken naar dingen die niet kloppen, anders lost het gevoel van eigenwaarde op. Anders wordt Nederland een soort Luxemburg, het land waar niks gebeurt en waarover niemand iets weet. Maar buiten dat, houdt de zwarte wel genoeg rekening met de blanke? Die laatste moet immers zo maar even zijn vaderlandse trots aan de kant zetten omdat de zwarte wellicht beledigd is. Weigert hij dat, dan volgen er al snel verdachtmakingen. Hij zou wel eens een sympathisant van foute ideologieën kunnen zijn. Terwijl hij slechts hunkert naar de tijd toen Sinterklaas een feest was waarvan het hele land gelukkig werd. En nu staat de verjaardag van de goedheiligman onder druk. Wie garandeert mij dat de blanke niet verbitterd wegkwijnt in het verleden en een zondebok zoekt? Moet daar dan geen rekening mee worden gehouden?

Zou het misschien kunnen dat in plaats van bij Zwarte Piet, de schuld bij het beledigende kind gezocht moet worden? Ook dat ligt gevoelig. Een kind kan immers aan niet zoveel dingen iets doen. Hij ziet een zwarte, associeert zijn huidskleur met zwarte piet en zegt: “hee, zwarte piet!” Zo doen kinderen dat eenmaal. De mijne ook hoor, elke dag gebeurt het wel een keer. Ikzelf deed het vroeger ook aan de lopende band. Bij elke zwarte die ik zag riep ik: “hee Zwarte Piet!” Kan me voorstellen dat dat op een gegeven moment gaat irriteren. En zeker in deze tijd waarin je kinderen geen draai meer om hun oren mag geven voor zo’n opmerking. Als vierde betrokken partij komen de ouders van het kind aan bod. Zij gaan toch ook niet vrijuit. Zij behoren immers hun kind te corrigeren maar in plaats daarvan schamen ze zich dood als de situatie zich voordoet en lopen met een rood hoofd door met hun winkelkarretje. Maar wat is er nu makkelijker dan om in het bijzijn van de zwarte, het kleine kind duidelijk te maken dat de meneer of mevrouw in kwestie geen zwarte piet is maar slechts een man of vrouw met een donkere huidskleur, en dat hij of zij zeker geen pepernoten bij zich heeft?

De vijfde partij, en zeer zeker medeschuldig aan de hele discussie zijn de opruiende sociale media. Wat zouden westerse landen een stuk beter af zijn zonder hen. Door hen zit Nederland vol met olifanten die eerst muggen waren. Misschien is er zelfs nog wel een zesde schuldige. En is dat degene of datgene die of dat er voor gezorgd heeft dat wij verschillen zien. In één oogopslag stellen wij het ras vast van de ander. Wit, zwart, geel, rood. Instinctief wordt ons ingegeven dat het voor de overlevingskansen handiger is als je begeeft onder hen die het meest op je lijken. Het racisme als overlevingsinstinct. Al willen we niet, onze hersenen maken onderscheid. Dat onderkennen van verschillen is er nog lang niet uitgeëvolueerd. Kennelijk biedt het een evolutionair voordeel om te discrimineren, zo zou men, niet geheel vrij van cynisme, kunnen stellen.

Het zou mooi zijn als we het niet meer zouden zien, zoals mijn hond het niet uitmaakt of hij een zwarte, een witte of een gevlekte soortgenoot tegenkomt. Zolang het maar een kwispelende soortgenoot is. Met enige trots kan ik zeggen dat ik het steeds minder zie. Vroeger zag ik het als collega’s een kleurtje hadden of als een voetbalelftal uit veel donkere spelers bestond. En net nu ik dat amper meer in de gaten heb, loopt Dafne Schippers de 200 meter in een wereldtijd en legt iedereen er de nadruk op dat ze blank is. Er zijn in de Zwarte Pietendiscussie vele verdachten. Ik heb al zes mogelijke daders in kaart gebracht. Het was nog maar augustus toen de discussie weer oplaaide. Ik weet niet of ik er nog zin in heb in december.

Uilen.

Ziet u wel eens een uil in het wild? Ik zie ze uiterst zelden, de laatste keer is alweer een paar jaar geleden. Het grappige is wel dat als je er een ziet in het donker, je gelijk weet dat het een uil is. Hoe dat komt? Uilen zijn apart. Uilen zijn kille jagers met superkrachten. Ten eerste gaat geen enkele andere vogel ’s nachts vliegen, dus dat is al een indicatie dat je met een uil te maken hebt. En ten tweede heeft een uil een kenmerkende langzame vlucht. Hij klapwiekt minder vaak met zijn vleugels dan andere vogels. Niet alleen minder dan een kolibrie, maar ook minder dan een gans.

Zijn vleugels zijn relatief groot en bol van boven zodat de lucht sneller langs de bovenkant moet dan langs de onderkant. Dit creëert een drukverschil en opwaartse kracht voor de uil. Het basisprincipe van de vliegtuigvleugel. Daarbij heeft de uil stille veren. Geluiddempende veren welteverstaan. Hij zal zonder dat je het hoort vlak langs je heen kunnen vliegen. Een uil is een Stealth jachtbommenwerper, al ver voordat er Stealth jachtbommenwerpers waren uitgevonden.

Verder kan de uil verticaal opstijgen. Zoals een Hawker Harrier. Hij kan stil boven de grond blijven hangen op zoek naar een prooi. Zoals een Airwolf supersonische militaire helikopter. Alsof het nog niet genoeg is kan de uil in het donker zien. Niet als een kat, maar nog veel beter. Als een infrarood camera. Grote ogen en extreem gevoelige oogzenuwen zorgen dat een uil in het donker een muis op de grond ziet lopen.

Een van de mooiste supereigenschappen vind ik het gehoor van de uil. Nog in het ei hoort het uilskuiken zijn moeder al en trekt haar aandacht met een kreet. De oren van de uil bevinden zich links en rechts op verschillende hoogten zodat hij weet dat als het geluid zijn linkeroor eerder bereikte, het van beneden kwam en als het zijn rechteroor eerder bereikte, het van boven kwam. Technisch vernuft van de bovenste plank. Dan heeft hij ook nog een kop die de vorm heeft van een radiotelescoop. Ik heb me in Westerbork wel eens verbaasd over afstand waarover zo’n vorm nog geluiden opvangt. De uil kan er een muis die onder de sneeuw loopt mee lokaliseren. Dan draait hij zijn kop ook nog moeiteloos 270 graden om zijn zintuigen maximaal te benutten. Speciaal ontwikkelde bloedvaten zorgen ook dan nog voor bloedtoevoer naar de hersenen.

Als de uil deze militaire wapens allemaal heeft ingezet en zijn prooi heeft gelokaliseerd, stort hij zich met een noodgang op de ongelukkige die door de impact op zijn minst gedesoriënteerd is, maar meestal gelijk dood.

De BBC zond het allemaal uit vanavond, en ik toen ik de vorm van de kop zag en dacht aan mijn verbazing in Westerbork verloor ik mijn geloof in de evolutietheorie. Tenminste, als enige verklaring voor het ontstaan der soorten. Hoe het dan wel gegaan is, ik heb geen idee, maar het kan toch niet zo zijn dat er een duif was die trek in vlees kreeg en daarom in een uil transformeerde? En daarbij bedacht dat het misschien handig zou zijn om zijn oren op verschillende hoogten te laten groeien om zo razendsnel geluid te kunnen lokaliseren. De uil is met militaire precisie ontwikkeld, geschapen, misschien wel geëvolueerd Deo Volente, dusdanig dat hij een set unieke jachteigenschappen heeft dat geen ander beest bezit. Eén klein ontwikkelingsfoutje heeft hij maar. Hij kan niet functioneren in de regen. Stille vederen kunnen niet waterdicht zijn, luidt een oude natuurkundige wet. Regen is zijn Waterloo, zijn Kryptonite. Maar iedereen heeft een zwakke plek.
kerkuil

Conditie

Ik heb mij een jaar geestelijk voorbereid op vanavond. Elke dag dacht ik eraan. Heel vaak was ik er dicht bij, maar nooit zette ik mij ertoe. Ik voelde me lichamelijk steeds sterker en soms tijdens het uitlaten van de hond, rende ik een stukje als niemand het zag. Maar verder dan 100 meter was het niet. Vanavond rende ik vier kilometer. Gewoon omdat ik daar aan toe was. Al zeker twee jaar hoor ik de hardloophype aan. Iedereen installeert runkeeper, iedereen koopt een hardloopoutfit en een paar prachtige nieuwe hardloopschoenen, bij voorkeur in een hardloopwinkel. Ik wist niet eens dat ze bestonden. Sportzaken ja, die ken ik, maar speciale hardloopwinkels, het moet toch niet gekker worden. Vaak werd er aan mij gevraagd of ik niet moest hardlopen, omdat ik vroeger wel periodes heb gehad dat ik liep. Maar dan antwoordde ik meestal dat ik even wachtte tot de hardloophype over was.

Meestal na de zomer is het weer over en staat iedereen weer met beide benen op de grond. Nu nog niet. Mensen die er geen bal van kunnen adviseren mij over mijn schoeisel, en ik hoor het aan. Ze zeggen dat je een speciale band om je arm kunt kopen waar je iPhone in kan en je op die manier muziek kunt luisteren en de hardloopapp kunt laten registreren wat je aan het doen bent. Dan kun je het daarna op facebook zetten.

Ik pakte mijn 15 jaar oude hardloopschoenen, blauwe sokken, een korte broek en een t-shirt en ik ging. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij wel een beetje voor lul voelde lopen toen ik collega hardlopers tegenkwam in lichtgevende kleuren. Maar ik dacht: het gaat niet om het materiaal, het gaat om de loper. En ik liep. En ik liep het rondje dat ik in gedachten had uit. Ik ben dik tevreden. Ik bouw het snel op. Zeer binnenkort snoer ik mijn collega’s met hun flitsende pakjes de mond.

Out of the box

Terwijl ik naar buiten kijk zie ik een bloedmaan. Ik kan me niet herinneren dat ik de maan ooit eerder zo rood zag. De wetenschap begrijpt hoe de maan rood kan kleuren, ik eerlijk gezegd niet, maar ik twijfel in dit geval niet aan de wetenschap. Onheilsprofeten echter, zien een bloedmaan als een aankondiging van het einde der tijden vanwege bijbelboek Joel: “De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat die grote en ontzagwekkende dag van de Here aanbreekt.”

Ik ben eerlijk gezegd niet zo bang voor de dag des Heren, ik begreep altijd dat dat een ander woord voor Zondag is. En Zondagen maak ik zeer regelmatig mee. Als het over de dag des onheils gaat, tja, dan weet ik het zo net nog niet. Waarom zouden we van de dag des onheils spreken als Jezus terugkomt? Dat is de negatieve benadering. Zo’n dag zit vol met opportunities, om maar eens wat moderne termen te gebruiken.

Ik krijg nogal wat van die termen naar mijn hoofd geslingerd tegenwoordig. Ik ben tenslotte uit 1969, en twintig jaar ouder dan een collega van sales, met wie ik het goed kan vinden. Hij vindt mij echter wat halsstarrig en dwars, terwijl ik hem op mijn beurt wat meelopend en goedgelovig vind. Volgens hem moet ik ook eens out of the box denken, maar volgens mij moet hij out of the box denken niet verwarren met zwammen. Hij stuurde mij vandaag een testje met wat vragen en daar zou dan uitkomen wat voor type mens ik ben. Handig als je verkoper bent om te weten met wie je te maken hebt, probleem is alleen dat een potentiële klant die lijst niet invult, maar dat zijn verder onbelangrijke details. Het gaat erom dat je out of the box denkt. Ik bekeek het testje en mailde hem terug dat hokjesdenken zo hopeloos achterhaald is en dat het misschien goed voor hem zou zijn als hij eens van die gebaande salespaden stapte en eens wat meer out of the box ging denken.

Ik gebruikte zijn eigen theorie tegen hem en het werkte want hij liep vast. Out of the box denken is verzonnen door een linkmiechel die er brood in zag. Verkoop ze een praatje waarvan ze denken dat ze het begrijpen en vraag er geld voor. Een ander doel dient het niet. Je kunt mensen helaas niet out of the box leren denken. Laten we even aannemen dat out of the box betekent dat je andere wegen bewandelt. Columbus, die kon dat. Da Vinci en Galilei, die konden dat. Cruijff en Hennie van de Most, die denken out of the box. Ze zien mogelijkheden die anderen niet zagen omdat ze of intelligent waren of heel goed hun boerenverstand gebruikten. Dat noemen we out of the box.

Zou je nu tegen een willekeurige werknemer zeggen dat hij out of the box moet denken, dan vraag je hem eigenlijk om het bedrijfskundige equivalent van Hotel California te componeren. Om een tweede “Das Kapital” te schrijven of om met schaken te winnen van Deep Blue. Je vraagt hem om iets te doen wat hij niet kan omdat zijn brein te beperkt is. En het is helemaal niet erg om een te beperkt brein te hebben, want dat hebben we bijna allemaal. Zouden we briljante geesten zijn, en dus echt out of the box kunnen denken, dan zouden we niet naar zo’n stomvervelend verhaal hoeven luisteren omdat we dan eenmaal niet op een duffe afdeling sales zouden werken.

En niet dat het erg is om op duffe afdelingen te werken, dat doe we praktisch allemaal, maar erken gewoon dat je op een duffe afdeling werkt en er zal een wereld voor je dichtgaan. Waarschijnlijk kom je tot nog betere resultaten. Je hoeft je aandacht immers niet meer te richten op gezwam. In reclameboodschappen kunnen ze er ook wat van. Een businessschool heeft het eerst over kinderen die hun aandacht nergens bij houden, overal doorheen praten en die ronduit etterig gedrag vertonen, om die vervolgens als talent aan te duiden waar het bedrijfsleven om staat te springen. Dat is niet out of the box denken, dat is het stimuleren van lui en etterig gedrag voor eigen geldelijk gewin, om vervolgens de maatschappij op te laten draaien voor de schade die die etters later gaan aanbrengen.

Nee, the box bestaat helemaal niet. Het enige doel dat gediend wordt als je je salesafdeling laat luisteren naar een out-of-the-box-stimulator, is dat er wat aan zelfvertrouwen wordt gewonnen. En dat is goed. Want hoe meer zelfvertrouwen, hoe minder angst voor de dag des oordeels.

Zij die vroeger leefden…

Als je tientallen jaren geleden bent gestorven, dan leefde je in het verleden. Maar dat verleden was jouw heden. Je had geen idee van wat zou komen, je hebt het allemaal gemist. Maar daar stond je niet bij stil, want jij maakte het juist mee. In jouw tijd was er nog geen internet, hoe zou je kunnen weten dat er misschien nog wel eens een artikel met je foto online zou komen te staan? In een vloek en een zucht was je leven voorbij, al werd je tachtig jaar. Al die bekende en onbekende mensen die ons zijn ontvallen, die is ook veel bespaard gebleven.

Ze wisten van de oorlog, net als wij, alleen waren zij erbij. Ergens in de jaren zeventig of tachtig zijn hun lichamen tot stof vergaan. Nooit hebben ze gehoord van Al-Qaida of van Isis. De financiële crisis, De Bijlmerramp, de aanslag op Pim Fortuyn, ze weten het allemaal niet. Tevens weten ze niet van Facebook en Twitter, laat staan van Linkedin, de online catalogus waarin slaven zichzelf aanprijzen. 100 miljoen voor een voetballer? Ze zouden er niks van begrijpen.

Ze hebben misschien ooit eens een bedrijf opgericht dat nog steeds bestaat, of ze waren in loondienst, ze waren schrijver of artiest, maar allemaal weten ze niet beter. Ze weten slechts van hun eigen tijd, van zomers en winters, van dagen en nachten. Ze leven daar nog steeds, in een tijd die voor ons voorbij is. Wij kunnen ze niet bereiken maar zij zijn daar nog steeds en hebben geen probleem met digitale televisie of zijn zojuist geflitst. Ze zitten aan de keukentafel, drinken koffie en lezen de krant.

Ze zouden ons willen waarschuwen voor wat wij niet meer zien omdat het geleidelijk is gegaan, maar zij zien het wel. De vluchtigheid, de onverschilligheid en de vanzelfsprekendheid die in ons leven is geslopen. We sluiten alle gevaren buiten en we worden gewaarschuwd met een weeralarm, maar als er eens iets mis gaat is er niemand die nog echt huilt. Weinigen die nog echt van streek zijn. We zijn niet harder geworden dan vroeger, juist niet. We zoeken slechts een schuldige. We kunnen nergens meer tegen en daarom sluiten we alles buiten. Zij die vroeger leefden weten het. Zij zien het. Wij hebben geen idee. We merken het wel, maar begrijpen niet wat er aan scheelt.

Wachtgeld voor bloggers

Jammer, ik schreef daarnet weer een stuk dat het niet verder dan concept brengt. Het bevatte info over mijn werk, en aangezien je soms niet weet hoe een koe een haas vangt besloot ik het toch maar niet te plaatsen. Straks herkent iemand het en ik had de poppen toch al aan het dansen vandaag. Werk gaat dus wel ten koste van je onafhankelijkheid als blogger en dat is een kwalijke zaak. In de politiek is het allemaal redelijk goed geregeld, al zijn de wachtgeldregelingen ook niet meer wat ze waren. Maar in elk geval, in de politiek moet je kunnen zeggen wat je wilt, zozeer zelfs dat als je iets gezegd hebt dat niet bij je partijgenoten in de smaak valt en ze je eruit willen zetten, je het dan in elk geval niet terug hoeft te nemen omdat je ineens zonder inkomen dreigt komen te zitten. Je kunt minimaal een paar jaar vooruit.

Zo zou het met bloggers ook moeten zijn. Een wachtgeldregeling. Het gaat schitterende verhalen opleveren. Ongecensureerd en rauw. Ik geloof zelfs dat in arbeidscontracten tegenwoordig al iets staat over social media, en ik heb ook een akkoord moeten geven op een gedragscode die ik moest lezen en accorderen, omdat een andere mogelijkheid er niet was. Als je niet voor een bepaalde datum op akkoord klikt, krijg je HR in je nek dus het is allemaal wat dictatoriaal. Het enige wat ik als verzetsdaad heb kunnen doen is aangeven dat ik ongelezen op akkoord heb gedrukt omdat als er geen keus is, het ook geen zin heeft om de gedragscode te lezen. Zal hen boeien, door mijn akkoord is er weer aan een zinloze procedure voldaan en de accountant, die uiteindelijk de baas is, is weer tevreden.

Vroeger waren accountants echte ambachtslieden. Kundige serieuze mensen die fraude konden opsporen en die konden hoofdrekenen. Met veertienkolommenpapier, een vulpotlood en een telmachine waren ze gewapend. Ze hadden hetzelfde respect als de Porsche-brigade van de rijkspolitie. Maar tegenwoordig zijn het zeikerds. Ze controleren niks meer maar doen aan damage control. Zetten alles dicht met procedures, en zolang ze maar niet van de lekken horen, zijn ze tevreden en geven ze de vereiste verklaring dat het allemaal klopt. Want zonder zo’n verklaring kom je als bedrijf nergens. Terwijl de goedkeurende verklaring van de accountant een formaliteit is. Het zegt niks behalve dat er in theorie is voldaan aan de vereiste procedures. En daarom, een wachtgeldregeling voor bloggers! Pas als die er is en er verschijnt geen negatieve publiciteit over je bedrijf, dan pas heb je zekerheid dat de cijfers kloppen.

Het nieuwe kijken

Wat een mens in een jaar of vijftien verzamelt aan Experiaboxen, digitennes, splitters, kabels en digitale tv toebehoren is haast niet te bevatten. Ik geloof dat ik hier op zolder wel vijf digitale tv kastjes van KPN heb staan, en zeker vier mobiele telefoons. Het zit vaak nog in het plastic, kennelijk heb je het nog allemaal niet nodig ook. KPN moet gigantische winsten maken gezien het feit dat ze die troep allemaal “gratis” bij mij afleveren.

Nu zullen al die kastjes wel ergens in China worden gemaakt tegen een kostprijs die lager is dan de verzendkosten ervan hier in Nederland, maar toch. Ik heb zeker een kilometer aan ongebruikte kabels en snoeren liggen hier. Het is allemaal waardeloos spul, maar ongebruikt kun je het haast niet weggooien. Kan altijd nog van pas komen, denk ik dan. En inderdaad, vandaag was zo’n dag. Draadloos digitale tv aangesloten op de kamer van Hans, maar je staat nog versteld van hoeveel draad er nog komt kijken bij draadloos. Mevrouw Mack had op Weggeefhoek een pracht van een DVD-speler gescoord, er zat alleen geen scartkabel bij. Scartkabel, daar was ik ongeveer gebleven toen ik er mee ophield 18 jaar geleden. Daarvoor had je nog van die antennestekkers die eigenlijk heel handig en simpel waren. Maar scart was in opkomst, ik had geen idee van het voordeel ervan, maar het was ook simpel zij het wel iets lastiger te bevestigen dan die tulpstekkers of de antennestekkers van daarvoor. Zo is het eigenlijk steeds maar doorgegaan. Er kwam steeds iets onduidelijks bij, waardoor de hoeveelheid elektronica in onze meterkast nu gelijk is aan die van een flinke patchkast uit de jaren ’90. En ik heb eigenlijk geen idee waar het allemaal voor is. Ik heb nog steeds telefoon, televisie en internet. Dat had ik ook al voordat die snoerjungle in mijn meterkast werd aangelegd, maar soit. Het verschil is wel dat ik nu lang moet wachten voor de tv is opgestart en voor hij van zender wisselt als ik zap, maar ik doe nu wel aan het nieuwe kijken.

Op zolder stond nog een tv van 18 jaar geleden. Al vijftien jaar staan hij werkloos en we hadden eigenlijk het plan om de 20 jaar oude televisie die wij twee jaar geleden nog hadden ermee te vervangen in het geval die ermee uitscheed. Maar dat deed hij niet en inmiddels werden de eerste flatscreens ook al weer gratis weggegeven door wanhopige mensen die alweer het nieuwste model hadden. Dus wij hebben sinds ruim een jaar ook een flatscreen. De oude, maar in nieuwstaat verkerende kubusvormige tv die nog boven stond hebben we nu op Hans zijn kamer gezet. Daar zit echter geen HDMI op, dus moest die met een scartkabel worden aangesloten. En moet u eens raden wie die nog op voorraad had liggen?

Mijn domein.

Als ik in een zwembad ben, gedraag ik mij enigszins uitsloverig. Dat komt zo, ik zat vroeger bij de plaatselijke zwemclub en heb daar de nodige kilometers afgelegd. Schoolslag, borstcrawl, rugslag en vlinderslag. Om nu de vlinderslag en de rugslag in een campingzwembad te gaan doen vind ik overdreven, maar borstcrawl doe ik graag even. Plat in het water, ademen onder mijn rechterarm door, en in drie slagen ben je meestal aan de overkant. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Nu wilde laatst het geval dat er nog een opschepper in het zwembad was. Een Franse opschepper. Een zogenaamde vantard. Zwom gewoon in een perfecte stijl het zwembad over, deed zelfs een poging tot vlinderslag. Ik zag het met lede ogen aan. Deze man moest even op zijn plaats gezet worden. Dus ik ging ook over tot de borstcrawl en maakte een onderwaterkeerpuntrol zoals Pieter van den Hoogenband in zijn beste dagen. En daarna nog een keer! Dat leerde hem. Hij zwom gelijk een stuk bescheidener door het zwembad.