Onvolledig

Ineens was ik gefascineerd door de onvolledigheidstelling van Kurt Gödel. Dat kun je soms hebben. Ik hem wel twintig keer opnieuw gelezen voordat ik hem snapte. Bleek ik ook slechts nog de vereenvoudigde versie te hebben. Ik pakte er een artikel van de UVA bij en dacht dat wel even te kraken. Geen kans. Wiskunde is van een totaal andere orde dan alle andere vakken. Natuurkunde? Simpel. Economie? Eitje. Duits? Niet te doen.

De onvolledigheidsstelling van Gödel is een stelling waarmee je kunt aantonen dat een computer, hoe geavanceerd ook, bepaalde logische stellingen die een mens kan beredeneren, nooit zal kunnen toetsen op waar of onwaar. In taal omgezet (want taal begrijpen wij bloggers) luidt de stelling: deze bewering valt niet te bewijzen. Een computer gaat daar nooit uitkomen en loopt vast in een oneindige reeks van logische afwegingen, maar een mens kan denken: hmmm…als die bewering niet waar is, dan valt de bewering dus wel te bewijzen, waardoor de stelling ineens waar wordt. We hebben hem immers net bewezen. Maar dat kan niet, want we hebben juist gesteld dat de bewering onwaar was. Dus als dat niet kan, moet de bewering waar zijn, en valt hij dus niet te bewijzen. Dus niet alles wat waar is, valt te bewijzen.

Natuurlijk, als ik het uitleg klinkt het ineens alsof elke wiskundige koekoek is, maar in het geval van Gödel was dat niet zo. De rest van de wereld was wel koekoek, maar hij niet. De man werkte samen met Einstein, en eerlijk gezegd snap ik beter waar Einstein het over heeft (of denk dat) dan Gödel. Gödel heeft zelfs wiskundig het bestaan van God aangetoond, alleen heeft hij dat nooit durven publiceren. Gödel is door verhongering aan zijn eind gekomen omdat hij dacht dat zijn eten vergiftigd werd. Het zou mij niet verbazen als hij die stelling ook had bewezen.

Einstein stelde in 1940 al niet meer zoveel voor. Natuurlijk, zijn werk is nog steeds van onschatbare waarde, alleen wat hij tegen die tijd deed, niet meer. Hij gaf ook zelf toe dat hij alleen nog naar Princeton kwam voor zijn wandelingetjes met Gödel. Eergisteren had ik nog nooit van de man gehoord. Nu schrijf ik een stukje over hem alsof ik hem al jaren ken.

godel

Calimero

Er was een tijd dat ik Ajax hartgrondig steunde in hun Europese strijd. Totdat ik merkte dat hun successen mij juist op veel hoongelach over mijn club kwam te staan. Ik was jong en naïef. Ik zit nu in de tussenfase. Ik moet er naartoe dat ik Ajax kan steunen en kan lachen om bijkomende arrogantie.

Gisterenavond tijdens Studio voetbal ging het vrijwel uitsluitend over Ajax. Terecht misschien, want het nieuws was het gelijke spel van Ajax en niet de winst van PSV. Maar toch. Na een half uur heb ik hem uitgezet omdat ze aan de overige wedstrijden begonnen zonder het over het kampioenschap van PSV te hebben gehad. Jan Mulder spande de kroon en sprak uitsluitend over Ajax. Maar, en nu komt het: hij vroeg zich af waar dat leedvermaak van de andere clubs toch vandaan kwam. Johan Derksen vanavond, vond het leedvermaak misplaatst. Hij vond dat de leedvermakers zich gedroegen als een stel provincialen. (Rotterdam? Eindhoven?)

Bij mij ben je dan aan het verkeerde adres. Hoewel ik het leedvermaak probeer te beperken tot het bedanken voor het cadeau van degenen die mij onlangs beschimpt hebben (ik weet echt wel hoe zeer zo iets doet) werd er door Derksen en Mulder met geen woord gerept over de spot en de hoon waar Ajax supporters toch ook niet om onbekend staan. (♪Als Heerenveen van Ajax wint, dan pas verlaat ik jou♫ )Ze lachen om de lege prijzenkast bij Feyenoord, de KNVB beker noemen ze een troostprijs, PSV vinden ze een provincieclubje dat met geld van Philips dure spelers koopt, en hun eigen falende beleid van eigen spelers opleiden en ze vervolgens klein houden wordt tot maatstaf verheven. Misschien moet daar eens naar gekeken worden? Een fatsoenlijk aankoopbeleid had wonderen gedaan. Misschien moeten ze eens hand in eigen boezem steken?

Natuurlijk, het wordt een Israël/Palestina verhaal, maar ik neem het toch even op voor de provincialen. Jarenlang hebben ze de spot moeten aanhoren van die superieure club uit de hoofdstad, ook dit jaar weer tot aan de laatste speelronde toe, is het dan heel raar als die arrogantie keihard op z’n muil gaat dat er om gelachen wordt? Nee, dat is niet raar en het zou op z’n minst benoemd kunnen worden. Dan kunnen de provincialen misschien eens denken: ach, laat ze maar. En de Amsterdammers op hun beurt: we jagen er best veel tegen ons in het harnas.

Nee, dat gaat niet gebeuren, dat weet ik ook wel. Dus zoals Gijp vanavond zei: ach, zolang ze elkaar niet op een weiland met fietskettingen te lijf gaan, is het allemaal niet zo erg.

PSV Landskampioen 2015/2016

PSV Kampioen

Ben de afgelopen weken tot het uiterste getergd door de Ajacied. Op het arrogante af. Vorig jaar stond PSV 17 punten voor, en verloor toen twee wedstrijden waardoor ik hem toch nog een beetje begon te knijpen. Waarom snap ik achteraf niet.

Na de verloren wedstrijd tegen Ajax kwamen de vernederingen. Wildvreemden maakten een nepaccount aan om mij pijn toe te wensen. Na de wedstrijd tegen Utrecht waar Ajax danzij een onterechte penalty nog net gelijk wist te maken, waren we verontwaardigd. Maar wij deden huilie huilie volgens de Ajacied. Toen kwam de wedstrijd tegen Cambuur waar PSV 6-2 uitpakte, maar Ajax met 4-0 terugsloeg. Denk je even uit te pakken tegen Cambuur, scoren wij er ook gewoon 4, stond er op mijn whatsapp te lezen. Irritant.

En vanochtend nog: statussen van Ajacieden: Goedemorgen, kampioensweekend! Een PSV shirtje met een nieuwe sponsor: Netnix. Al die vernederingen waren te veel en ik sloeg door. Ik heb er één geslagen. Nee, grapje. Ik voelde de vernederingen, en geloof me, dit waren er slechts een paar. Ik sliep er soms onrustig van. Ik zelf zou het dus niet durven, met zo weinig voorsprong, zo arrogant te doen. Zelfs een Ajax vedette als Klaassen wreef wat zout in de wonden, door te zeggen dat als je bij de beste club van Nederland speelde, dan bla bla bla. Heel anders dan die in mijn ogen immer correcte Luuk de Jong.

Toen het nog 8 minuten was deed ik schietgebedjes. Ik zat alleen in de tuin zonder de wedstrijd te zien. En ineens was daar op op mijn telefoon die melding -waar hij vandaan kwam, ik weet het niet- PSV landskampioen.

Ik heb gesprongen ik heb gejuicht, ik heb iedereen geknuffeld die ik tegenkwam. Ik heb Hans opgetild, die net zo blij was als ik. Het kwam zo onverwacht, en alle opgekropte vernederingen kwamen er uit. Ik heb niemand teruggepakt, zelfs niet degene die het nepaccount had aangemaakt en mij vernederde. Ik had zijn naam wel onthouden, want een maagd vergeet nooit als hem onrecht aan wordt gedaan.

En natuurlijk, ik laat mij te veel meeslepen. Ik heb dan ook diep respect voor de Ajacieden die vandaag de titel verspeelden maar sportief bleven en hun humeur niet lieten verpesten. Ik hoop dat ik dat ook ooit kan.

Waarom herdenken we?

Ik denk het belang van dodenherdenking te begrijpen. En ik hoop eigenlijk dat er een verband is tussen het herdenken van oorlogsslachtoffers en vrede. Wereldvrede is wat teveel gevraagd, maar met de vrede in West-Europa gaat het goed. Zo goed zelfs dat ik me wel eens afvraag of die vrede nog serieus bedreigd wordt. Een herhaling van WOII lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Op het gevaar af voor naïeveling te worden uitgemaakt zou ik niet weten wie in West-Europa voor een gevaar zou kunnen zorgen dat zou kunnen leiden tot een herhaling van de verschrikkingen die de nazi’s veroorzaakten.

Ik probeer het scenario te bedenken, maar mij lukt het niet. Het sterft een vroege dood. Het wordt in de kiem gesmoord. Iedereen houdt elkaar in de gaten. Er kan niets meer verborgen worden gehouden in deze moderne tijd. Een herhaling van WOII lijkt mij uitgesloten. Er worden geen burgerdoelen meer gebombardeerd door beschaafde landen. Alleen achterlijken zijn nog tot zoiets in staat, en wij lijken dat soort achterlijkheid wel voorbij. Misschien moeten we toch de voorzichtige conclusie trekken dat we op dit punt in elk geval beschaafd zijn geworden?

Doden herdenken we om verschillende redenen. Oorspronkelijk deden we het om de doden te laten weten dat we ze niet vergeten waren. Toen werd het element van de waarschuwing eraan toegevoegd. Opdat we het ons zullen herinneren. Maar wat misschien even belangrijk is als de twee genoemde redenen, is dat een ieder die herdenkt op 4 mei, meedoet met het saamhorigheidsgevoel. En dat dat gevoel niet bedreigd moet worden door mensen die terug willen in de tijd.

Last time to see me before I die

John Cleese trad gisteren op in Carré. Wij waren erbij. Het was de laatste keer dat we hem konden zien voor hij dood zou gaan. Zo heette zijn show. Ik was nog nooit in Carré geweest. Ook niet in het Amstelhotel trouwens. Ziet er geinig uit. Van buiten dan, van binnen heb ik het nog nooit gezien. Carré is erg mooi, maar toch had ik nog meer verwacht. Waarschijnlijk door alle artiesten die het erover hebben. Nou ja, het mocht de pret niet drukken. John Cleese is inmiddels een oude man, maar met nog dezelfde opvattingen als altijd. Hij vertelde over zijn leven en zijn carrière, voor de echte fan was er veel achtergrondinformatie. Ik ben geen fan van het eerste uur, ik heb bijvoorbeeld Monty Python’s Flying Circus compleet gemist. Ik geloof ook niet dat ik het in die tijd leuk gevonden zou hebben.

Maar daar stond toch wel even John Cleese op het podium. De man die door velen aangemerkt wordt als de koning van de absurde humor. En ik was erbij, ik heb hem gezien. Op een gedenksteen stond: John Cleese 1939-201? Hij gaat er kennelijk vanuit dat hij niet lang meer heeft. Ik zou het lot zo niet durven tarten, ik zou er 20?? van gemaakt hebben. Misschien wel 2??? Ik bedoel, er moet toch iemand de eerste zijn die 131 jaar wordt.

Lang leve de overbevolking.

Ik nam een pad in het bos dat ik nog nooit had genomen, tenminste, niet voor zover ik mij kon herinneren. Er zijn hier in het bos wat dingetjes gewijzigd qua afrastering, dus kon ik ineens edelherten zien op een plek waar vroeger alleen reetjes liepen. Ik wist het niet, maar ik zag er drie, direct aan de rand van het dorp. Ik wilde mijn telefoon pakken om ze te fotograferen, maar dat was al te laat. Ze sloegen op de vlucht.

Ik fietste door en een paar kilometer verder zocht ik toch mijn telefoon. Ik kon hem niet vinden. Misschien had ik hem toch niet meegenomen. Ik twijfelde. Ik was ervan overtuigd dat ik hem bij me had. Eenmaal thuis ging ik op zoek naar mijn telefoon. De handigste manier is dan te bellen om te horen waar hij ligt. “Met Karin,” hoorde ik. Dat is toch even schrikken. Karin’s zoontje had mijn telefoon gevonden, en hij was al blij dat hij een iPhone had, zei zijn moeder. Maar gelukkig had de moeder wel gezegd dat als er iemand voor belde dat hij hem dan niet kon houden. Ik heb hem opgehaald en aan het zoontje een vindersloon gegeven.

Dus op een maandagmiddag, op een pad waar ik nooit geweest was, drie kwartier na de vermissing was mijn telefoon al gevonden. Terwijl ik aan sommige mensen vertel dat de Veluwe onherbergzaam gebied is waar je kunt verdwalen en ze je binnen twee weken niet terugvinden. Dat gelooft dus ook niemand meer. Lang leve de overbevolking.

Een oude fiets

Ik heb mijn fiets een beurt laten geven. Tien jaar geleden kocht ik het ding tweedehands, en sindsdien is er niks aan gedaan. Heb in tien jaar nog geen lekke band gehad, maar ik heb ook niet veel gefietst. Maar de fiets begon herrie te maken, en ik vond het steeds gênanter worden. Na lang wikken en wegen besloot ik het ding naar de fietsenmaker te brengen, en sinds vrijdag heb ik hem terug. Wat een verschil!

Fietsen met een goede fiets is zoveel leuker. Het kostte 80 euro, maar dan heb je ook wat. Ik hoor weer die mooie tiktiktik als je rijdt en als ik vol in mijn remmen knijp, blokkeert het achterwiel weer, zoals het hoort. Natuurlijk, het is geen nieuwe, maar die kosten een vermogen en voor het beetje dat ik fiets is hij nog prima.

Ik heb al drie keer gefietst sinds vrijdag, zo blij ben ik er mee. Een oude fiets van ik denk een jaar of 20, alles kan een mens gelukkig maken. Wie döt mij wat vandage?

Zo’n opvoeding, hoe gaat dat nou eigenlijk?

Vroeger werd je wat harder opgevoed dan nu. Ik denk niet dat ik de plank erg missla als ik dat beweer. Ik werd zelf ook wat harder opgevoed. Niet hard, maar harder dan dat ik mijn kinderen opvoed. Kinderen kwamen niet op de eerste plaats. Kennelijk werd je voorbereid op militaire dienst en op je werk later. Kansloos. Mijn militaire dienst ging niet door en behalve mijn eerste baan bleek werk ook gewoon een plek van jij en jou te zijn waar gezeik over niks voorkwam en waar mensen aan de lopende band fouten maakten.

Ik hoefde er in elk geval niet op te rekenen dat mijn ouders naar mijn voetbalwedstrijden kwamen kijken. Of dat papa op zijn werk gebeld kon worden door ons, want werk was veel te belangrijk. Of dat mijn vader even vrij kon nemen omdat er een kind jarig was? Voel eens aan je hoofd!

Vanavond reed ik met mijn kinderen naar de Mediamarkt (eerste keer in mijn leven in een Mediamarkt geweest) omdat ik voor mijn zoontje eerder die avond een Playstation 3 van marktplaats had opgehaald die hij voor zijn verjaardag zou krijgen. Ik zou vroeger zonder enige twijfel ook echt tot mijn verjaardag hebben moeten wachten, want je moest leren om geduld te hebben. Welnee, dat kind heeft nu vakantie, hij moet leren dat hij straks op zijn verjaardag niks meer krijgt. Tenminste, niet van ons. Ik moest naar de Mediamarkt omdat er een kabeltje ontbrak. Ik snap dan die teleurstelling, dus ik ga wel weer. Terwijl hij ook morgenochtend even zelf op de fiets in het dorp zo’n kabeltje zou kunnen halen. Scart naar Hdmi, zo moeilijk is dat niet.

Blijkt niet te bestaan, zo’n kabeltje.Ik snap dan die teleurstelling. Hij heeft een oude tv op zijn kamer, en een oplossing was er eigenlijk niet. Ik zou vroeger waarschijnlijk pech hebben gehad, tenminste, wel die dag. Ze zouden het heus wel voor me opgelost hebben, maar later. Dus ik keek gelijk even rond in de Mediamarkt voor een nieuwe tv. De goedkoopste was € 179,- dus dat gingen we niet doen. Ik dacht 49 euro of zo. Ik snap dan nog steeds die teleurstelling, dus stelde ik voor om dan maar tijdelijk de tv van zijn zusje bij hem aan te sluiten, zodat ze samen op de Playstation konden.

Ik bouw dan die boel om op een donderdagavond. Want ik begrijp die teleurstelling als ze niet kunnen spelen morgenochtend. Ik vraag me af of ik ze niet teveel verwen. Want voor mijn gevoel werkt het twee kanten op. Zij lief, wij lief. Als ze zich als verwende ettertjes gaan gedragen, grijp ik in, zo neem ik me voor. Of is het dan juist te laat en moet ik ze nu al leren geduld op te brengen? Oh, ik hoop dat ik het niet fout doe. Ach, en anders is er altijd nog mevrouw Mack.

Oorlogszuchtig

Ik had nooit zo heel veel op met geschiedenis. Nog steeds niet. De Tweede Wereldoorlog vond ik wel interessant, omdat die voor mij enigszins begrijpelijk was. Tenminste, zoals het in het begin werd uitgelegd. Het was de schuld van de Duitsers, en dat konden mijn hersenen bevatten. Later bleek het nog stukken ingewikkelder en smeriger te zijn, maar het bleef de schuld van de Duitsers. Ik besloot op Wikipedia te kijken naar oorlogen waarbij Nederland in de geschiedenis betrokken was. Vanaf het jaar 0 gerekend zijn er zestig oorlogen geweest waar Nederland bij betrokken was. Zestig! We waren vrijwel altijd in oorlog, en sommige oorlogen overlapten elkaar in periode.

We hebben allemaal wel gehoord van de 80-jarige oorlog, en van de Eerste en de Tweede wereldoorlog, maar heeft u wel eens gehoord van de oorlog van Willem Kieft? (1643-1645) Of van de Atjeh-oorlog?(1873-1914) Of van de honderdjarige oorlog (1337-1453, ik zou dit persoonlijk de 116-jarige oorlog genoemd hebben) of, en die vond ik heel verrassend, de driehonderdvijfendertigjarige oorlog tussen de Republiek der Nederlanden en de Scilly eilanden(1651-1986)? We waren verdorie in mijn jeugd in oorlog en niemand vertelde mij iets! Het schijnt de langste oorlog in de geschiedenis van de oorlogen zijn geweest, de vrede werd pas in 1986 getekend. Wat me als laatste opviel aan de lijst, is dat we momenteel weer in oorlog zijn, namelijk met IS. Nu had ik dat wel eens gehoord, maar ik wist niet dat het officieel was. Zo gaat het natuurlijk gewoon door. En leest er in het jaar 2465 iemand op Wikipedia dat wij nu in oorlog waren met IS. En misschien leest iemand mijn weblog. En dat die dan denkt: “Goh, die Mack, in zijn leven heel wat oorlogen meegemaakt en allemaal overleefd!” “Die van 335 jaar, de Golfoorlog, de Irakoorlog, de Afghanistanoorlog, de opstand in Libië, en ook nog IS, nee, die man moet geen leuk leven hebben gehad. En dan toch nog zo gemotiveerd schrijven. Held.”

Evolutieleer.

Ik ben een boek aan het lezen over de evolutietheorie. Nou, laat dat theorie maar weg, volgens de schrijver is er geen theorie zo nauwkeurig als de evolutietheorie. Eigenlijk ben je een enorme dombo als je niet in de evolutietheorie gelooft, daar komt het op neer. Met het woord geloven doe je de voorstanders van de theorie al geweld aan. Eigenlijk moet je zeggen, zo is het en anders niet!

Nu ben ik daar niet zo van, van theorieën die als absolute waarheid verkondigd worden, maar dat levende wezens evolueren lijkt mij duidelijk. Ik leg de theorie even kort uit. We hadden de onverklaarbare start van ons heelal in de vorm van de oerknal. Daarbij ontstonden deeltjes. Na verloop van tijd klonterden die deeltjes samen en creëerden met behulp van de vier universele krachten, sterren en planeten en uiteindelijk leven. Hoe dit precies ging, wordt in het boek uitgelegd, en valt in grote lijnen wel te begrijpen. Alleen hoe de oerknal ontstond, en hoe dode atomen langzaam leven konden vormen, daar zitten wat pijnpuntjes.

Mijn grootste bezwaar is het gemak waarmee alles om ons heen verklaard wordt. Zien wij een vlieg met vleugels, dan had deze een evolutionair voordeel boven de vlieg met zwemvliezen, en daarom is de vlieg met zwemvliezen uitgestorven en de vlieg met vleugels niet. Een voordeel dat de evolutiewetenschap heeft is dat het eigenlijk altijd klopt. Het ging immers niet van vader op zoon, maar er waren miljarden jaren de tijd waarin alle scenario’s naar hartenlust de tijd hadden om uiteindelijk alles te maken wat we nu om ons heen zien. Al het leven ontstond uit de eencellige. Het is zoals het is.

Het mooiste voorbeeld dat de schrijver gaf, vond ik wel de theorie van het evolutionaire vreemdgaan. Vreemdgaan van de partner is voor een man veel erger dan voor een vrouw. Gaat een vrouw namelijk vreemd, dan zou het kunnen gebeuren dat de man niet zijn eigen kinderen opvoedt, en dus zijn eigen genen niet doorgeeft. Terwijl als een man vreemdgaat, hij alleen maar meer nakomelingen op de wereld zet, en dit voor hem een enorm voordeel is. Een man vindt het erg als een vrouw seksueel vreemdgaat om bovengenoemde reden, terwijl het voor een vrouw weer veel erger is als haar partner verliefd wordt op een ander, want dat zou de opvoeding van hun kinderen in gevaar kunnen brengen. En als ik het heb over erger, dan bedoel ik dat dit ergens in onze hersenen zit geprogrammeerd en wij hier onbewust naar handelen.

Mijn vrouw houdt nauwlettend in de gaten of ik niet verliefd wordt op een ander zodat ik mijn kroost ga verwaarlozen. Of ik ergens anders nog kroost heb dat ik niet verzorg, zal haar, evolutietechnisch gezien, een biet wezen. Terwijl mij het weer niet boeit of ze verliefd wordt op een andere man. Zolang ze het maar niet met hem doet. Want dan loop ik straks verkeerde genen groot te brengen. Ik probeer altijd de uiterlijke en innerlijke overeenkomsten tussen mijn kinderen en mij te spotten. Zodat ik weet dat het klopt. Mijn vrouw zegt het ook iets te vaak naar mijn zin, dat ze zoveel op me lijken. Alsof ze me vertrouwen wil geven. Één op de tien kinderen schijnt niet van man te zijn die denkt dat hij de vader is. Dat moet u eens bedenken als u van plan bent uw stamboom uit te pluizen.