HSP

Ik werd gewezen op mogelijke hoog-sensitiviteit door een vrouw die het waarschijnlijk is, en bij wie het kwartje ineens viel toen ze erover las en aan mijn persoontje dacht. Ik deed de test en ja, volgens de test ben ik mogelijk HSP (high sensitive person). Nu hoef je er niets aan te laten doen, want het schijnt een aangeboren eigenschap te zijn, net zoals linkshandigheid. En ik scoorde ook niet maximaal, maar net twee punten over de HSP grens. Maar toch. Bij mij vielen ineens ook een hoop kwartjes.

Het is helemaal niet gek dat ik over de zeik ga van druk bellende verkopers. Van die keiharde decibellen komen er uit hun mond, en dat is wat mij betreft ook het enige. Voor de rest is het een hoop herhaling van wat er reeds gezegd is en ja, dat irriteert me en houdt mij van mijn werk. Ik kan zelfs over de zeik gaan van laagsensitieve mensen, zoals mijn vorige baas, die onverstoorbaar kon werken als de deur stond te klapperen. Nog meer van het feit dat hij die deur niet hoorde, dan dat ik die deur wel hoorde ging ik over de pis.

Nu ga ik niet ineens verder door het leven als HSP met wie rekening gehouden dient te worden, maar grappig vind ik het wel. Ook niet heel verrassend. Ik wilde té graag commando zijn. Commando’s zijn niet hoogsensitief. Toen ik jaren geleden tegen de betreffende vrouw mijn commandograpje voor het eerst maakte (toen ik bij de commando’s zat..) schoot ze gelijk in de lach. Want ze wist gelijk dat dat niet waar was, omdat ik allesbehalve een commandotype ben. En dat irriteerde me natuurlijk, maar goed, dat is mijn HSP stempel. Snel geïrriteerd.

Meer dan dertig jaar

Ik heb het hier niet heel vaak meer over mijn vader, terwijl ik er vroeger vaak over schreef. Begin ik wat afgestompt te raken of is het ergste leed geleden? Hij komt nog vaak voorbij in mijn gedachten en ik vraag me soms af of hij nog ergens is. Waarschijnlijk komt hier mijn interesse voor het ontstaan van het heelal vandaan, of wordt het in elk geval aangewakkerd. Feit is dat ik nu al zes jaar ouder ben dan hij is geworden, en hij nog steeds mijn vader blijft. Want vaders zijn ouder en verstandiger.

Ik kwam net een onbekende tegen tijdens het uitlaten van de hond en ik groette: “hallo”. Dan denk ik altijd aan mijn vader die altijd groette met  een waardig “dag”. Nooit gehaast, handen op z’n rug, lange jas, hij was mijn vader. En ik liep ernaast. Ik heb niet eens ooit een lange jas gehad. De tijd is ook anders. Vroeger werd ouderdom misschien meer gerespecteerd dan tegenwoordig, dus kleedde je als jongeling zo oud mogelijk. Nu wordt ouderdom een beetje als onvolwaardig gezien, dus daar wil je niet bij horen. Het is maar een theorie die zo in me opkomt.

Ik had de tijd wel willen vasthouden als dat kon. Zo ergens in de jaren zeventig in het toenmalig paradijs dat Nederland heette. Want het is nu meer dan dertig jaar geleden dat ik hem gezien heb. Daarna nooit meer. Hij moest alles achterlaten, zoals wij hem moesten achterlaten. En ik denk dat de wetenschap dat je je kinderen moet achterlaten erger is dan dat de wetenschap dat je je vader gaat verliezen, al is dat geen wedstrijd, maar alleen maar een gedachte om aan te geven hoe het voor hem geweest moet zijn.

De tijd hou je niet vast, die verstrijkt gewoon. Zeker voor gewone stervelingen. Voor gestorvenen verstrijkt er geen tijd. Zij zijn en zij waren. Als voor hen de tijd niet verstrijkt, hoeven zij niet lang te wachten. Alsof je in een zwart gat valt. Hoewel jij er gewoon in valt, lijkt het voor ons achterblijvers op aarde alsof je tot stilstand bent gekomen. Want niets bereikt ons meer. Al meer dan dertig jaar niet meer.

 

Lief kind

Ik lag vannacht te slapen toen ik een ijselijke gil hoorde. Ik herkende de gil onmiddellijk en kwam uit mijn slaap. Ik wist ook waar de gil vandaan kwam, uit de badkamer waar geen licht brandde. Ik was er in drie seconden. Mijn arme dochter zat op de wc en moest overgeven. Zo over de badkamervloer. Ik stond erbij en keer ernaar en kon niets anders doen dan wachten tot ze uitgespuugd was. Daarna heb ik haar onder de douche gezet, haar afgespoeld en de kots opgeruimd, samen met mevrouw Mack die inmiddels ook gearriveerd was.

Door het snelle opstaan voelde ik me ook wat misselijk en toen ik haar braaksel opruimde, ging ik zelf ook. Dat is nog een aandachtspuntje. Voor de rest heeft de evolutie/schepper prima werk afgeleverd. Mijn hersenen wisten in een fractie van een seconde wat er moest gebeuren om mijn kind te redden. Het was half drie toen ik mijn bed weer instapte. Het duurde nog wel een uurtje voor ik van de schrik bekomen was en de slaap weer kon vatten.

De volgende ochtend vertelde het arme meisje hoe het gegaan was. Dat ze buikpijn had, en het gevoel had dat ze moest spugen, dat ze het heel koud had, en dat ze er niks aan kon doen. Ik veegde nog wat vergeten spetters op de deur schoon. Een uurtje later kwam ik haar tegen, naast mama in de auto, ik reed naar mijn werk in mijn eigen auto en ze zwaaide zo enthousiast. Jammer dat ze ouder worden.

Johee, Johoo, Jo Fucking Hell

Steeds vaker hoor ik mijzelf naar vroeger verwijzen. Of ik spreek van “in mijn tijd”. Ik ben nu 46 en ik heb het gevoel dat het over is. Dit is geen normale midlifecrisis, want er is geen motor of cabrio die mij hier nog uit haalt. Het is ook mooi geweest. Het zijn alleen nog maar lichamelijke ongemakken zoals rugpijn, hielspoor en afnemende prostaties. Grijs en kalend zijn reeds daar, dus alle ingrediënten zijn aanwezig voor de laatste fase in mijn leven, die van winter. En het belooft een strenge, lange winter te worden.

Ongelofelijk, hoe dramatisch het klinkt, maar ik wil geen valse hoop meer bij mezelf wekken, ik ben een oude man. Afgeschreven en volgens de evolutie had ik er allang niet meer moeten zijn. Hoe zou ik nu nog eten kunnen vangen?  Maar goed, het is niet anders, ik pleit voor een verlaging van de pensioenleeftijd naar 46 jaar. En als ik dit laat lezen aan Rutte, dan moet hij het er toch mee eens zijn, deze vlotte, dancefeest bezoekende Toppersfan die nondejuu gewoon premier van dit land is! In mijn tijd zou dit nooit gebeurd zijn! Met z’n stomme lach.

Goh Mack, wat negatief toch allemaal! Ja, ik begrijp er toch ook allemaal niks meer van. Behalve de genoemde premier is er nog zo’n grijsaard die wel nog gewoon mee kan in deze maatschappij. Zijn naam is Olav Mol, al een paar jaar over de vijftig, en hij sprak zondag tijdens de GP overwinning van Max Verstappen de legendarische woorden: “Bizar! Fucking bizar! Johee, Johoo! Jo fucking hell wat bizar!” Hij had geschiedenis kunnen schrijven, zoals Herman Kuiphof of Jack van Gelder, maar nee, Johee, Johoo Jo Fucking hell. En half Nederland draagt hem op handen. Zou er nu nog een busje met een zwaailicht zijn komen aanrijden en Olav platgespoten hebben, dan had ik het nog begrepen. Maar nee, dit is het, zo schijnt het te moeten. Ja, dan houdt alles op. Het is dat ik nog geen categorie “Mack heeft het opgegeven” heb, anders kwam deze daarin.

Max Verstappen

max verstappen

Vandaag was aan mij. Sinds ik de F1 begon te volgen, eind jaren ’70, met vele hoogtepunten en en absoluut dieptepunt op 1 mei 1994, mocht ik vandaag getuige zijn van een historische overwinning. Nog nooit eerder won een Nederlander een Grand Prix, tot vandaag, toen Max Verstappen de GP van Spanje op zijn naam schreef. Ongekend. Dit was pas zijn derde dag in de auto van zijn nieuwe team. Ik zie lang niet meer elke race, maar deze zag ik van begin tot eind. Twee Mercedessen reden elkaar van de baan, en toen was de weg vrij voor kersverse Red Bull coureur Max, die ik vaak per ongeluk Jos noem. Omdat Jos, zijn vader, tot vandaag de succesvolste Nederlandse autocoureur was. Maar nu niet meer. Nu is het Max. En alles wijst erop dat hij zijn vader ver gaat overtreffen.

Twee maanden geleden stond hij nog op hetzelfde circuit met Nederlands grootste sportheld tot nu toe, Johan Cruijff. Was het een aflossing van de wacht? De legendarische nummer 14 is niet meer. Max is pas 18. Hij debuteerde als jongste F1 rijder ooit en is nu ook de jongste F1 winnaar ooit. Deze bescheiden jongeman is nu al groots.

max johan

Gek.

Ik moest daarnet lachen om een status op Facebook van een zekere Kim Kötter, die de pers bedankte voor hun terughoudendheid tijdens haar zwangerschap. Persoonlijk denk ik dat die hele pers geen idee heeft wie die mevrouw is, en dat ze aan waanvoorstellingen lijdt. Tegelijkertijd weet ik dat het aan mij ligt. Er bestaan inmiddels zoveel bekende Nederlanders die ik niet ken. Ik word bijna dagelijks met zo’n naam geconfronteerd.

Het deed me een beetje denken aan een wethouder, genaamd Elvira Sweet, die ooit eens van haar vakantieadres terugkeerde omdat er zich in haar stadsdeel in een paar weken een aantal schietincidenten hadden voorgedaan. Ik hoorde het op de radio en dacht nog: mens, was lekker op vakantie gebleven. Niemand kent je, dus het heeft ook geen zin om je vakantie af te breken.

Zo begint het natuurlijk wel met je carrière. Ik kan er wel lacherig over doen, maar dat soort mensen gaat zich gewoon vast beroemd gedragen, en hebben op zeker moment beet. Terwijl ik ze van binnen uitlach, maar aan de andere kant zie dat ik inmiddels zo oud ben geworden dat ik op mijn werk mijn bek moet gaan houden, omdat mijn carrière tot stilstand is gekomen en ik een zielige oudere werknemer word die bij de gratie Gods nog getolereerd wordt. Verantwoordelijkheden weg, ik ben door de recente overnames een nobody geworden die wereldwijd 13.000 bazen heeft. Salaris mocht ik houden, wat mij alleen maar kwetsbaarder maakt. Ik ga richting de 50, en na je 50e is het sowieso afgelopen op je werk, tenzij het je gelukt is op een hele hoge positie terecht te zijn gekomen. Vanaf nu bek houden en hopen dat je het haalt tot aan je pensioendatum.

Nee, misschien moet ik ook mijn komende vakantie eens afbreken als er een boom is omgevallen in ons dorp. Of een status plaatsen waarin ik de pers bedank voor het respecteren van mijn privacy. Ja, wie is er nu gek?

Onvolledig

Ineens was ik gefascineerd door de onvolledigheidstelling van Kurt Gödel. Dat kun je soms hebben. Ik hem wel twintig keer opnieuw gelezen voordat ik hem snapte. Bleek ik ook slechts nog de vereenvoudigde versie te hebben. Ik pakte er een artikel van de UVA bij en dacht dat wel even te kraken. Geen kans. Wiskunde is van een totaal andere orde dan alle andere vakken. Natuurkunde? Simpel. Economie? Eitje. Duits? Niet te doen.

De onvolledigheidsstelling van Gödel is een stelling waarmee je kunt aantonen dat een computer, hoe geavanceerd ook, bepaalde logische stellingen die een mens kan beredeneren, nooit zal kunnen toetsen op waar of onwaar. In taal omgezet (want taal begrijpen wij bloggers) luidt de stelling: deze bewering valt niet te bewijzen. Een computer gaat daar nooit uitkomen en loopt vast in een oneindige reeks van logische afwegingen, maar een mens kan denken: hmmm…als die bewering niet waar is, dan valt de bewering dus wel te bewijzen, waardoor de stelling ineens waar wordt. We hebben hem immers net bewezen. Maar dat kan niet, want we hebben juist gesteld dat de bewering onwaar was. Dus als dat niet kan, moet de bewering waar zijn, en valt hij dus niet te bewijzen. Dus niet alles wat waar is, valt te bewijzen.

Natuurlijk, als ik het uitleg klinkt het ineens alsof elke wiskundige koekoek is, maar in het geval van Gödel was dat niet zo. De rest van de wereld was wel koekoek, maar hij niet. De man werkte samen met Einstein, en eerlijk gezegd snap ik beter waar Einstein het over heeft (of denk dat) dan Gödel. Gödel heeft zelfs wiskundig het bestaan van God aangetoond, alleen heeft hij dat nooit durven publiceren. Gödel is door verhongering aan zijn eind gekomen omdat hij dacht dat zijn eten vergiftigd werd. Het zou mij niet verbazen als hij die stelling ook had bewezen.

Einstein stelde in 1940 al niet meer zoveel voor. Natuurlijk, zijn werk is nog steeds van onschatbare waarde, alleen wat hij tegen die tijd deed, niet meer. Hij gaf ook zelf toe dat hij alleen nog naar Princeton kwam voor zijn wandelingetjes met Gödel. Eergisteren had ik nog nooit van de man gehoord. Nu schrijf ik een stukje over hem alsof ik hem al jaren ken.

godel

Calimero

Er was een tijd dat ik Ajax hartgrondig steunde in hun Europese strijd. Totdat ik merkte dat hun successen mij juist op veel hoongelach over mijn club kwam te staan. Ik was jong en naïef. Ik zit nu in de tussenfase. Ik moet er naartoe dat ik Ajax kan steunen en kan lachen om bijkomende arrogantie.

Gisterenavond tijdens Studio voetbal ging het vrijwel uitsluitend over Ajax. Terecht misschien, want het nieuws was het gelijke spel van Ajax en niet de winst van PSV. Maar toch. Na een half uur heb ik hem uitgezet omdat ze aan de overige wedstrijden begonnen zonder het over het kampioenschap van PSV te hebben gehad. Jan Mulder spande de kroon en sprak uitsluitend over Ajax. Maar, en nu komt het: hij vroeg zich af waar dat leedvermaak van de andere clubs toch vandaan kwam. Johan Derksen vanavond, vond het leedvermaak misplaatst. Hij vond dat de leedvermakers zich gedroegen als een stel provincialen. (Rotterdam? Eindhoven?)

Bij mij ben je dan aan het verkeerde adres. Hoewel ik het leedvermaak probeer te beperken tot het bedanken voor het cadeau van degenen die mij onlangs beschimpt hebben (ik weet echt wel hoe zeer zo iets doet) werd er door Derksen en Mulder met geen woord gerept over de spot en de hoon waar Ajax supporters toch ook niet om onbekend staan. (♪Als Heerenveen van Ajax wint, dan pas verlaat ik jou♫ )Ze lachen om de lege prijzenkast bij Feyenoord, de KNVB beker noemen ze een troostprijs, PSV vinden ze een provincieclubje dat met geld van Philips dure spelers koopt, en hun eigen falende beleid van eigen spelers opleiden en ze vervolgens klein houden wordt tot maatstaf verheven. Misschien moet daar eens naar gekeken worden? Een fatsoenlijk aankoopbeleid had wonderen gedaan. Misschien moeten ze eens hand in eigen boezem steken?

Natuurlijk, het wordt een Israël/Palestina verhaal, maar ik neem het toch even op voor de provincialen. Jarenlang hebben ze de spot moeten aanhoren van die superieure club uit de hoofdstad, ook dit jaar weer tot aan de laatste speelronde toe, is het dan heel raar als die arrogantie keihard op z’n muil gaat dat er om gelachen wordt? Nee, dat is niet raar en het zou op z’n minst benoemd kunnen worden. Dan kunnen de provincialen misschien eens denken: ach, laat ze maar. En de Amsterdammers op hun beurt: we jagen er best veel tegen ons in het harnas.

Nee, dat gaat niet gebeuren, dat weet ik ook wel. Dus zoals Gijp vanavond zei: ach, zolang ze elkaar niet op een weiland met fietskettingen te lijf gaan, is het allemaal niet zo erg.

PSV Landskampioen 2015/2016

PSV Kampioen

Ben de afgelopen weken tot het uiterste getergd door de Ajacied. Op het arrogante af. Vorig jaar stond PSV 17 punten voor, en verloor toen twee wedstrijden waardoor ik hem toch nog een beetje begon te knijpen. Waarom snap ik achteraf niet.

Na de verloren wedstrijd tegen Ajax kwamen de vernederingen. Wildvreemden maakten een nepaccount aan om mij pijn toe te wensen. Na de wedstrijd tegen Utrecht waar Ajax danzij een onterechte penalty nog net gelijk wist te maken, waren we verontwaardigd. Maar wij deden huilie huilie volgens de Ajacied. Toen kwam de wedstrijd tegen Cambuur waar PSV 6-2 uitpakte, maar Ajax met 4-0 terugsloeg. Denk je even uit te pakken tegen Cambuur, scoren wij er ook gewoon 4, stond er op mijn whatsapp te lezen. Irritant.

En vanochtend nog: statussen van Ajacieden: Goedemorgen, kampioensweekend! Een PSV shirtje met een nieuwe sponsor: Netnix. Al die vernederingen waren te veel en ik sloeg door. Ik heb er één geslagen. Nee, grapje. Ik voelde de vernederingen, en geloof me, dit waren er slechts een paar. Ik sliep er soms onrustig van. Ik zelf zou het dus niet durven, met zo weinig voorsprong, zo arrogant te doen. Zelfs een Ajax vedette als Klaassen wreef wat zout in de wonden, door te zeggen dat als je bij de beste club van Nederland speelde, dan bla bla bla. Heel anders dan die in mijn ogen immer correcte Luuk de Jong.

Toen het nog 8 minuten was deed ik schietgebedjes. Ik zat alleen in de tuin zonder de wedstrijd te zien. En ineens was daar op op mijn telefoon die melding -waar hij vandaan kwam, ik weet het niet- PSV landskampioen.

Ik heb gesprongen ik heb gejuicht, ik heb iedereen geknuffeld die ik tegenkwam. Ik heb Hans opgetild, die net zo blij was als ik. Het kwam zo onverwacht, en alle opgekropte vernederingen kwamen er uit. Ik heb niemand teruggepakt, zelfs niet degene die het nepaccount had aangemaakt en mij vernederde. Ik had zijn naam wel onthouden, want een maagd vergeet nooit als hem onrecht aan wordt gedaan.

En natuurlijk, ik laat mij te veel meeslepen. Ik heb dan ook diep respect voor de Ajacieden die vandaag de titel verspeelden maar sportief bleven en hun humeur niet lieten verpesten. Ik hoop dat ik dat ook ooit kan.

Waarom herdenken we?

Ik denk het belang van dodenherdenking te begrijpen. En ik hoop eigenlijk dat er een verband is tussen het herdenken van oorlogsslachtoffers en vrede. Wereldvrede is wat teveel gevraagd, maar met de vrede in West-Europa gaat het goed. Zo goed zelfs dat ik me wel eens afvraag of die vrede nog serieus bedreigd wordt. Een herhaling van WOII lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Op het gevaar af voor naïeveling te worden uitgemaakt zou ik niet weten wie in West-Europa voor een gevaar zou kunnen zorgen dat zou kunnen leiden tot een herhaling van de verschrikkingen die de nazi’s veroorzaakten.

Ik probeer het scenario te bedenken, maar mij lukt het niet. Het sterft een vroege dood. Het wordt in de kiem gesmoord. Iedereen houdt elkaar in de gaten. Er kan niets meer verborgen worden gehouden in deze moderne tijd. Een herhaling van WOII lijkt mij uitgesloten. Er worden geen burgerdoelen meer gebombardeerd door beschaafde landen. Alleen achterlijken zijn nog tot zoiets in staat, en wij lijken dat soort achterlijkheid wel voorbij. Misschien moeten we toch de voorzichtige conclusie trekken dat we op dit punt in elk geval beschaafd zijn geworden?

Doden herdenken we om verschillende redenen. Oorspronkelijk deden we het om de doden te laten weten dat we ze niet vergeten waren. Toen werd het element van de waarschuwing eraan toegevoegd. Opdat we het ons zullen herinneren. Maar wat misschien even belangrijk is als de twee genoemde redenen, is dat een ieder die herdenkt op 4 mei, meedoet met het saamhorigheidsgevoel. En dat dat gevoel niet bedreigd moet worden door mensen die terug willen in de tijd.