Last time to see me before I die

John Cleese trad gisteren op in Carré. Wij waren erbij. Het was de laatste keer dat we hem konden zien voor hij dood zou gaan. Zo heette zijn show. Ik was nog nooit in Carré geweest. Ook niet in het Amstelhotel trouwens. Ziet er geinig uit. Van buiten dan, van binnen heb ik het nog nooit gezien. Carré is erg mooi, maar toch had ik nog meer verwacht. Waarschijnlijk door alle artiesten die het erover hebben. Nou ja, het mocht de pret niet drukken. John Cleese is inmiddels een oude man, maar met nog dezelfde opvattingen als altijd. Hij vertelde over zijn leven en zijn carrière, voor de echte fan was er veel achtergrondinformatie. Ik ben geen fan van het eerste uur, ik heb bijvoorbeeld Monty Python’s Flying Circus compleet gemist. Ik geloof ook niet dat ik het in die tijd leuk gevonden zou hebben.

Maar daar stond toch wel even John Cleese op het podium. De man die door velen aangemerkt wordt als de koning van de absurde humor. En ik was erbij, ik heb hem gezien. Op een gedenksteen stond: John Cleese 1939-201? Hij gaat er kennelijk vanuit dat hij niet lang meer heeft. Ik zou het lot zo niet durven tarten, ik zou er 20?? van gemaakt hebben. Misschien wel 2??? Ik bedoel, er moet toch iemand de eerste zijn die 131 jaar wordt.

Lang leve de overbevolking.

Ik nam een pad in het bos dat ik nog nooit had genomen, tenminste, niet voor zover ik mij kon herinneren. Er zijn hier in het bos wat dingetjes gewijzigd qua afrastering, dus kon ik ineens edelherten zien op een plek waar vroeger alleen reetjes liepen. Ik wist het niet, maar ik zag er drie, direct aan de rand van het dorp. Ik wilde mijn telefoon pakken om ze te fotograferen, maar dat was al te laat. Ze sloegen op de vlucht.

Ik fietste door en een paar kilometer verder zocht ik toch mijn telefoon. Ik kon hem niet vinden. Misschien had ik hem toch niet meegenomen. Ik twijfelde. Ik was ervan overtuigd dat ik hem bij me had. Eenmaal thuis ging ik op zoek naar mijn telefoon. De handigste manier is dan te bellen om te horen waar hij ligt. “Met Karin,” hoorde ik. Dat is toch even schrikken. Karin’s zoontje had mijn telefoon gevonden, en hij was al blij dat hij een iPhone had, zei zijn moeder. Maar gelukkig had de moeder wel gezegd dat als er iemand voor belde dat hij hem dan niet kon houden. Ik heb hem opgehaald en aan het zoontje een vindersloon gegeven.

Dus op een maandagmiddag, op een pad waar ik nooit geweest was, drie kwartier na de vermissing was mijn telefoon al gevonden. Terwijl ik aan sommige mensen vertel dat de Veluwe onherbergzaam gebied is waar je kunt verdwalen en ze je binnen twee weken niet terugvinden. Dat gelooft dus ook niemand meer. Lang leve de overbevolking.

Een oude fiets

Ik heb mijn fiets een beurt laten geven. Tien jaar geleden kocht ik het ding tweedehands, en sindsdien is er niks aan gedaan. Heb in tien jaar nog geen lekke band gehad, maar ik heb ook niet veel gefietst. Maar de fiets begon herrie te maken, en ik vond het steeds gênanter worden. Na lang wikken en wegen besloot ik het ding naar de fietsenmaker te brengen, en sinds vrijdag heb ik hem terug. Wat een verschil!

Fietsen met een goede fiets is zoveel leuker. Het kostte 80 euro, maar dan heb je ook wat. Ik hoor weer die mooie tiktiktik als je rijdt en als ik vol in mijn remmen knijp, blokkeert het achterwiel weer, zoals het hoort. Natuurlijk, het is geen nieuwe, maar die kosten een vermogen en voor het beetje dat ik fiets is hij nog prima.

Ik heb al drie keer gefietst sinds vrijdag, zo blij ben ik er mee. Een oude fiets van ik denk een jaar of 20, alles kan een mens gelukkig maken. Wie döt mij wat vandage?

Zo’n opvoeding, hoe gaat dat nou eigenlijk?

Vroeger werd je wat harder opgevoed dan nu. Ik denk niet dat ik de plank erg missla als ik dat beweer. Ik werd zelf ook wat harder opgevoed. Niet hard, maar harder dan dat ik mijn kinderen opvoed. Kinderen kwamen niet op de eerste plaats. Kennelijk werd je voorbereid op militaire dienst en op je werk later. Kansloos. Mijn militaire dienst ging niet door en behalve mijn eerste baan bleek werk ook gewoon een plek van jij en jou te zijn waar gezeik over niks voorkwam en waar mensen aan de lopende band fouten maakten.

Ik hoefde er in elk geval niet op te rekenen dat mijn ouders naar mijn voetbalwedstrijden kwamen kijken. Of dat papa op zijn werk gebeld kon worden door ons, want werk was veel te belangrijk. Of dat mijn vader even vrij kon nemen omdat er een kind jarig was? Voel eens aan je hoofd!

Vanavond reed ik met mijn kinderen naar de Mediamarkt (eerste keer in mijn leven in een Mediamarkt geweest) omdat ik voor mijn zoontje eerder die avond een Playstation 3 van marktplaats had opgehaald die hij voor zijn verjaardag zou krijgen. Ik zou vroeger zonder enige twijfel ook echt tot mijn verjaardag hebben moeten wachten, want je moest leren om geduld te hebben. Welnee, dat kind heeft nu vakantie, hij moet leren dat hij straks op zijn verjaardag niks meer krijgt. Tenminste, niet van ons. Ik moest naar de Mediamarkt omdat er een kabeltje ontbrak. Ik snap dan die teleurstelling, dus ik ga wel weer. Terwijl hij ook morgenochtend even zelf op de fiets in het dorp zo’n kabeltje zou kunnen halen. Scart naar Hdmi, zo moeilijk is dat niet.

Blijkt niet te bestaan, zo’n kabeltje.Ik snap dan die teleurstelling. Hij heeft een oude tv op zijn kamer, en een oplossing was er eigenlijk niet. Ik zou vroeger waarschijnlijk pech hebben gehad, tenminste, wel die dag. Ze zouden het heus wel voor me opgelost hebben, maar later. Dus ik keek gelijk even rond in de Mediamarkt voor een nieuwe tv. De goedkoopste was € 179,- dus dat gingen we niet doen. Ik dacht 49 euro of zo. Ik snap dan nog steeds die teleurstelling, dus stelde ik voor om dan maar tijdelijk de tv van zijn zusje bij hem aan te sluiten, zodat ze samen op de Playstation konden.

Ik bouw dan die boel om op een donderdagavond. Want ik begrijp die teleurstelling als ze niet kunnen spelen morgenochtend. Ik vraag me af of ik ze niet teveel verwen. Want voor mijn gevoel werkt het twee kanten op. Zij lief, wij lief. Als ze zich als verwende ettertjes gaan gedragen, grijp ik in, zo neem ik me voor. Of is het dan juist te laat en moet ik ze nu al leren geduld op te brengen? Oh, ik hoop dat ik het niet fout doe. Ach, en anders is er altijd nog mevrouw Mack.

Oorlogszuchtig

Ik had nooit zo heel veel op met geschiedenis. Nog steeds niet. De Tweede Wereldoorlog vond ik wel interessant, omdat die voor mij enigszins begrijpelijk was. Tenminste, zoals het in het begin werd uitgelegd. Het was de schuld van de Duitsers, en dat konden mijn hersenen bevatten. Later bleek het nog stukken ingewikkelder en smeriger te zijn, maar het bleef de schuld van de Duitsers. Ik besloot op Wikipedia te kijken naar oorlogen waarbij Nederland in de geschiedenis betrokken was. Vanaf het jaar 0 gerekend zijn er zestig oorlogen geweest waar Nederland bij betrokken was. Zestig! We waren vrijwel altijd in oorlog, en sommige oorlogen overlapten elkaar in periode.

We hebben allemaal wel gehoord van de 80-jarige oorlog, en van de Eerste en de Tweede wereldoorlog, maar heeft u wel eens gehoord van de oorlog van Willem Kieft? (1643-1645) Of van de Atjeh-oorlog?(1873-1914) Of van de honderdjarige oorlog (1337-1453, ik zou dit persoonlijk de 116-jarige oorlog genoemd hebben) of, en die vond ik heel verrassend, de driehonderdvijfendertigjarige oorlog tussen de Republiek der Nederlanden en de Scilly eilanden(1651-1986)? We waren verdorie in mijn jeugd in oorlog en niemand vertelde mij iets! Het schijnt de langste oorlog in de geschiedenis van de oorlogen zijn geweest, de vrede werd pas in 1986 getekend. Wat me als laatste opviel aan de lijst, is dat we momenteel weer in oorlog zijn, namelijk met IS. Nu had ik dat wel eens gehoord, maar ik wist niet dat het officieel was. Zo gaat het natuurlijk gewoon door. En leest er in het jaar 2465 iemand op Wikipedia dat wij nu in oorlog waren met IS. En misschien leest iemand mijn weblog. En dat die dan denkt: “Goh, die Mack, in zijn leven heel wat oorlogen meegemaakt en allemaal overleefd!” “Die van 335 jaar, de Golfoorlog, de Irakoorlog, de Afghanistanoorlog, de opstand in Libië, en ook nog IS, nee, die man moet geen leuk leven hebben gehad. En dan toch nog zo gemotiveerd schrijven. Held.”

Evolutieleer.

Ik ben een boek aan het lezen over de evolutietheorie. Nou, laat dat theorie maar weg, volgens de schrijver is er geen theorie zo nauwkeurig als de evolutietheorie. Eigenlijk ben je een enorme dombo als je niet in de evolutietheorie gelooft, daar komt het op neer. Met het woord geloven doe je de voorstanders van de theorie al geweld aan. Eigenlijk moet je zeggen, zo is het en anders niet!

Nu ben ik daar niet zo van, van theorieën die als absolute waarheid verkondigd worden, maar dat levende wezens evolueren lijkt mij duidelijk. Ik leg de theorie even kort uit. We hadden de onverklaarbare start van ons heelal in de vorm van de oerknal. Daarbij ontstonden deeltjes. Na verloop van tijd klonterden die deeltjes samen en creëerden met behulp van de vier universele krachten, sterren en planeten en uiteindelijk leven. Hoe dit precies ging, wordt in het boek uitgelegd, en valt in grote lijnen wel te begrijpen. Alleen hoe de oerknal ontstond, en hoe dode atomen langzaam leven konden vormen, daar zitten wat pijnpuntjes.

Mijn grootste bezwaar is het gemak waarmee alles om ons heen verklaard wordt. Zien wij een vlieg met vleugels, dan had deze een evolutionair voordeel boven de vlieg met zwemvliezen, en daarom is de vlieg met zwemvliezen uitgestorven en de vlieg met vleugels niet. Een voordeel dat de evolutiewetenschap heeft is dat het eigenlijk altijd klopt. Het ging immers niet van vader op zoon, maar er waren miljarden jaren de tijd waarin alle scenario’s naar hartenlust de tijd hadden om uiteindelijk alles te maken wat we nu om ons heen zien. Al het leven ontstond uit de eencellige. Het is zoals het is.

Het mooiste voorbeeld dat de schrijver gaf, vond ik wel de theorie van het evolutionaire vreemdgaan. Vreemdgaan van de partner is voor een man veel erger dan voor een vrouw. Gaat een vrouw namelijk vreemd, dan zou het kunnen gebeuren dat de man niet zijn eigen kinderen opvoedt, en dus zijn eigen genen niet doorgeeft. Terwijl als een man vreemdgaat, hij alleen maar meer nakomelingen op de wereld zet, en dit voor hem een enorm voordeel is. Een man vindt het erg als een vrouw seksueel vreemdgaat om bovengenoemde reden, terwijl het voor een vrouw weer veel erger is als haar partner verliefd wordt op een ander, want dat zou de opvoeding van hun kinderen in gevaar kunnen brengen. En als ik het heb over erger, dan bedoel ik dat dit ergens in onze hersenen zit geprogrammeerd en wij hier onbewust naar handelen.

Mijn vrouw houdt nauwlettend in de gaten of ik niet verliefd wordt op een ander zodat ik mijn kroost ga verwaarlozen. Of ik ergens anders nog kroost heb dat ik niet verzorg, zal haar, evolutietechnisch gezien, een biet wezen. Terwijl mij het weer niet boeit of ze verliefd wordt op een andere man. Zolang ze het maar niet met hem doet. Want dan loop ik straks verkeerde genen groot te brengen. Ik probeer altijd de uiterlijke en innerlijke overeenkomsten tussen mijn kinderen en mij te spotten. Zodat ik weet dat het klopt. Mijn vrouw zegt het ook iets te vaak naar mijn zin, dat ze zoveel op me lijken. Alsof ze me vertrouwen wil geven. Één op de tien kinderen schijnt niet van man te zijn die denkt dat hij de vader is. Dat moet u eens bedenken als u van plan bent uw stamboom uit te pluizen.

Twee pijnen

Op voorhand maak ik mijn excuses voor de inhoud van dit logje, want u zult zich afvragen wat er loos met me is. Ik vraag me dat namelijk zelf ook af. Ik raak namelijk gefrustreerd van het feit dat het PSV niet lukt om Ajax in te halen. Zondag bijna, en gisteren zag het er ook een tijd goed uit, maar het lukte maar niet. En wat doe je dan? Dan geef je de scheidsrechters de schuld. Want je moet je indekken tegen de hoon die volgt op je whatsapp van je Ajax collega’s die je op dat moment iets ernstigs toewenst. Ik was gisterenavond teleurgesteld. Verdrietig eigenlijk. Ik wilde er met mijn vrouw over praten, maar die sliep al. En ik had zo graag vanochtend aan mijn zoontje verteld dat het gelukt was. Maar dat was het niet. Hij vroeg er naar en zei alleen: oh, jammer. Hij wel. Mijn vrouw zei dat ik niet bij haar hoefde te komen voor zulke onzin. En ik voel ook de waanzin hiervan, dat dit zo’n impact op mijn dag had.

En toen overleed Prince. Iedereen van mijn leeftijd in shock. Overal op FB werden berichten gedeeld en in DWDD werd het nieuws live gebracht. En mij doet het niks. Hij was geen held van me, maar ik erken wel zijn grote invloed in de muziek. Ik voelde andere pijn. Kennelijk is er geen ruimte voor twee verschillende pijnen. Voor de Princepijn zal begrip op gebracht moeten worden. Ik zal naar mijn vrouw moeten luisteren als ze erover wil praten, want deze Princepijn is echt. Die PSV wond, waar ook nog even zout in werd gegooid door een waardeloze nieuwe shirtsponsor, dat is aanstellerij. Ik weet het. Auw. Het is al over.

Freek in DWDD

Ik hoorde zulke wijze woorden van Freek vanavond, dat ik er een logje aan gewijd had. Maar zojuist wiste ik de tekst ervan en begon opnieuw. Omdat het namelijk geen zin heeft om Freeks woorden op te schrijven. Ik plaats het stukje gewoon even hier.

Freek zegt dat hij niet al te veel kon toevoegen aan de discussie, maar dat zegt Finkers ook altijd, en vervolgens hang je aan z’n lippen. Voor mij staan beide komieken op eenzaam hoog niveau. Ook nu de frequentie van hun grappen wat minder wordt en ze het vaker over serieuze onderwerpen hebben. Freek heeft het hier over de vrijheid van meningsuiting die niet in het geding is, over de verfijning van de beschaving en over het mensenrecht je beledigd te voelen. Iedereen is vrij om te bepalen welke woorden hij wijs vindt, maar deze woorden van Freek vond ik wijs.

Freek DWDD Böhmermann

Wij waren erbij

In de geschiedenis van de mensheid duurde het slechts een oogwenk of het was alweer voorbij. En dan hadden wij nog het geluk dat we van al die miljarden mensen er eventjes deel van mochten uitmaken. Het best kon je geboren worden tussen 1930 en 1950 om het maximaal te beleven. Het was de verzorgingsstaat die in Nederland werd opgebouwd. Precies in die tijd kon het uit, maar we hebben hem zorgvuldig om zeep geholpen. Er waren een aantal factoren exact goed afgestemd zodat de verzorgingsstaat zijn entree kon maken.

De wederopbouw na de oorlog, men kon zuinig leven en er golden andere normen en waarden. Mensen waren wat minder mondig en verschillen tussen oud en jong, baas en knecht, en man en vrouw waren algemeen geaccepteerd. Hard werken was een deugd en God lette op ons. Er was harmonie tussen een aantal factoren waardoor precies op dit stukje wereld, precies in die tijd dat wij er waren, we het genoegen mochten smaken.

Het heeft echt bestaan, en ik verlang er vaak naar terug. Hoewel ik ook wel snap dat de omstandigheden niet meer ideaal zijn en dit gedachtegoed voorgoed tot het verleden behoort. Je moet ervoor in een opbouwfase zitten, in een overgangsfase van het éne tijdperk (een kort en hard leven vóór 1900) naar het andere. (een lui en zinloos bestaan na 2000)

Het was slechts een kantlijn in de geschiedenis, maar we waren erbij. We gingen van ieder voor zich en God voor ons allen, via de verzorgingsstaat naar ieder voor zich. Dat laatste noemen we de participatiemaatschappij. Dat is de maatschappij die volgt op de verzorgingsstaat, waarbij het de bedoeling is dat je actief en positief bijdraagt aan je naaste en dus aan de maatschappij. Vooral ook omdat de verzorgingsstaat te duur werd. Opoffering van jezelf ten gunste van de staat dus. Forget it but, zou mijn wiskundeleraar gezegd hebben. Het zijn praatjes van leiders die geen leiding geven aan hun falende bevolking, en ook hun eigen falen willen verdoezelen.

Triljard

Ik heb een haat-liefde verhouding met lezen. Ik hield ervan, op de middelbare school ging ik het haten, en inmiddels hou ik er weer van, mits het functioneel is. Dus liever geen romans. Ik lees en leer liever tegelijk. Niet dat het iets uithaalt, want alles wat ik lees over het heelal, over onze hersenen of welk wetenschappelijk onderwerp ook, vergeet ik toch weer. De hele grote lijnen hou ik wel vast, maar die kun je ook op Wikipedia lezen. Dat scheelt enorm veel tijd die ik ook zou kunnen besteden aan een roman bijvoorbeeld. Mits je daar iets mee opschoot.

In elk geval, ik las gisteren over een triljard. Er zijn naar schatting zo’n 300 triljard sterren in het waarneembare heelal. Da’s een 3 met 23 nullen. En dat is nog niet eens zo veel, want de aarde weegt meer kilo’s dan er sterren in het heelal zijn. Ik kan me er eigenlijk niks bij voorstellen.

Vanochtend in de auto probeerde ik me voor te stellen hoeveel een miljoen nu is. Waar heb ik er ergens een miljoen van? Nergens van. Dus moest ik het op een andere manier bedenken. Als je nu op elke centimeter langs mijn route een euro zou plaatsen, dan zou je na een kilometer of 12 bij de miljoenste komen. Dat is me verdorie een eind! Geen wonder dat ik geen miljoen heb. Je praat wel eens over miljoenen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar dan vergeet je de details van een miljoen, namelijk de losse euro’s.

Er zijn ook berekeningen van het aantal elementaire deeltjes in het heelal. Het viel mij nog mee. Iets van een 1 met 80 nullen. En dan is er nog een snaartheorie waarbij men zegt dat één snaar zich tot een atoom verhoudt als een atoom tot ons zonnestelsel. Nou, voor mij is een atoom al ver voorbij mijn begrip. 200, da’s het hoogste getal dat ik begrijp.

Ik vind het dus razend interessant allemaal, dat heelal, maar ik begrijp er geen sikkepit van. Desalniettemin zal ik doorlezen, ook wat ik niet begrijp. In de hoop dat het een keer valt. Dat een van mijn 100 miljard neuronen het oppikt. Eigenlijk is dat een enorme kans. Lukt het de eerste niet, dan de 100 miljardste wel.