Een wolf in schaapskleren.

Morgen ga ik naar België, met de auto, dus geen angsten, dank u. Een poosje terug toen ik deze auto kocht, schreef ik hier dat het de op een na snelste auto was die ik ooit had, ik moet dat nu waarschijnlijk gaan bijstellen, hij is de snelste. Hij is gechipt en heeft nu geen 180 maar 210-220 pk. Ik rij er gemiddeld 1 op 16 mee, met een beheerste rijstijl. De auto heeft vierwielbesturing, wat een zeldzaamheid is in autoland. Maar wat ook terug is van weggeweest is een hoogtemeter. Mijn eerste leaseauto had een hoogtemeter en ik verheugde me destijds op de reis naar Frankrijk, maar vlak voor die tijd moest van de leasemaatschappij de auto omgeruild worden voor een auto zonder hoogtemeter. Heel de vakantie naar de Filistijnen! Nu de onverwachte comeback van de hoogtemeter.

Hoe het gaat weet ik niet precies, want de auto geeft niet altijd op hetzelfde punt dezelfde hoogte aan. Het mag voor mij de pret niet drukken, de wetenschap heeft zich erover gebogen, en die heeft gezorgd dat ik van dit gemak -nutteloze gadget- voorzien ben. Ik zet trouwens toch steeds vaker vraagtekens bij de wetenschap. Niet dat ik twijfel aan hun wetenschap, maar wel aan wat het ons nu helemaal brengt. Als we niet uitkijken worden we straks 130 met een ellenlang en doodsaai einde van een jaar of vijftig. Wie zit daar nu op te wachten? Scheidsrechters worden vervangen door techniek, en geen scheidsrechterlijke dwaling, waardoor je als fan toch het verlies van je club kunt rechtvaardigen, komt straks nog voor. Is dat nu wat we willen? Een perfecte wereld?

Volgens Robbert Dijkgraaf is het te laat om het tij te keren en neemt de techniek het al langzaam over van de mens. Computers gaan zelf denken en uitvinden. Op lange termijn overleeft de mens niet, maar zal de techniek -robots, computers- overleven en zich steeds verder ontwikkelen. Totaal zinloos, dat wel, en wij mensen zullen door de techniek herinnerd worden als de hulpmiddelen die haar in het zadel hielp. Misschien dat ze een van ons bewaart voor in het museum.

Dijkgraaf praatte erover alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Terwijl bij mij alle alarmbellen rinkelen. Moeten de veiligheidsdiensten zich hier niet eens op richten, op dit ware gevaar voor de mensheid? Moeten we wetenschappers die aan kunstmatige intelligentie werken niet onmiddellijk omscholen? Dat ze gaan werken aan een onschuldige atoombom of zoiets? Het lijkt een grapje, maar volgens Dijkgraaf is het hier bittere ernst. Mijn auto laat zien dat hij gevaarlijk is, hij is felblauw, heeft dikke uitlaten, grote velgen, maar deze tak van wetenschap wordt gezien als een engel, maar is de duivel in vermomming.

Ondernuts

Ik fietste vandaag naar Epe, mijn kroost moest mij verplicht en met tegenzin vergezellen. Ik wist ook niets beters, maar als ik niet ingreep zat mijn kroost de hele dag achter de computer. De enige bestemming die ik kon bedenken was Hans toekomstige school, dan wist hij vast de weg. Tammar werd snel enthousiast, maar Hans zorgde dat hij steeds verder achterop raakte, zodat hij mij flink irriteerde.

Toen we aankwamen zei hij: “mooi, kunnen we dan nu terug?” Ja hoor, dan kunnen we terug. Ik maakte nog even een foto om aan het thuisfront te laten weten waar we waren -het thuisfront waardeert het erg als ik Hans de weg wijs- en op dat moment kwam er een stel met een hond en een kind aanlopen. Ik zag eerst de vrouw, natuurlijk, blond, slank en een zonnebril, en toen pas de man. Het mannetje. Ik dacht nog, hoe komt dat ventje nu weer aan zo’n vrouw, maar toen zag ik het. Het was een ex-international, ex-Ajacied en huidig technisch directeur van Ajax. Ik noem geen namen uit privacy overwegingen.

Ik zei tegen Hans: “dat is Marc Overmars, die ken je toch wel?” “Jawel, dat is toch de Marcel Brands van Ajax,” zei hij? Vanaf dat moment klaarde zijn humeur op. We gingen niet vragen om een foto of handtekening, want dat zou nergens op slaan, omdat wij altijd grapjes ten koste van Ajax maken. Dan kun je nu ook niet om een handtekening vragen, dat is een belangrijk principe. Tenminste, dat was het vroeger. In deze tijd kun je beter met alle winden meewaaien, dat brengt je veel verder.

Op de foto die ik maakte had ik per ongeluk het gezin Overmars vastgelegd. Heel in de verte en onherkenbaar. De laatste keer dat ik hem tegenkwam is 25 jaar geleden, in een disco, ook in Epe. Hij had toen al de mooiste meiden om hem heen. Allemaal hoopten ze in de gunst te komen van de jonge Ajacied. Maar er kon er maar een winnen. Die liep nu naast hem. Labrador en zoon erachter. In de zon. Gewoner kon het niet.

Mindfuck

Ooit sprak ik hem, Victor Mids, na afloop van een voorstelling, toen hij nog net iets minder bekend was en ik vroeg hem of hij een bepaalde truuk die ik op televisie had gezien, snapte. Het liefst had ik hem natuurlijk gevraagd of hij het even wilde uitleggen, maar ik weet dat je dat nooit aan een goochelaar, illusionist of mindfucker moet vragen. Hij zei dat hij wel een idee had hoe het ging, en hij vertelde me dat er een aantal basisprincipes waren in het goochelen, en dat alle truuks daarop zijn gebaseerd.

Dat hij de waarheid sprak bleek uit de volgende truuk. We moeten ons er maar bij neerleggen dat we het nooit te weten komen, maar het gaat er bij mij niet in dat je niet door diep na te denken tot een oplossing kan komen. Want als Victor bij Rutte op bezoek komt en hij geeft hem een cadeautje dat hij nog niet mag uitpakken, en vervolgens vraagt hij hem een willekeurige selectie te maken van zeven premiers uit alle premiers die Nederland ooit heeft gehad, en Rutte schrijft op Thorbecke, Den Uyl, Lubbers, Pierson, Drees, Van Agt, Schermerhorn, in die volgorde, hij pakt zijn cadeautje uit en er zit een das met daarop een tulp in, dan gaat bij mij het licht uit. T U L P D A S, voor als u het even niet meekreeg.

Dat hij daarna nog op de das een naam liet verschijnen van de nicht van Rutte, de persoon aan wie hij op dat moment dacht, was voor mij al bijzaak. Daar werden we gewoon belazerd zoals bij elke truuk, en ik wil één truuk tegelijk aanvliegen. Ik ga er eens heel diep over nadenken. Want de man (Victor) doet net of hij gedachten kan lezen en kan voorspellen. Nou, mooi niet.

Hodofobie

Nadat op mijn 17e de eerste angstaanvallen zich openbaarden, zijn ze eigenlijk nooit meer weggegaan. Een dozijn huisartsen en psychologen verder moet de conclusie zijn dat ze bij mij horen en niet meer weggaan. Vanaf mijn 17e ging ik dus ook vermijdingsgedrag vertonen en zo ben ik gaan doen wat ik ben gaan doen. Heel wat hartkloppingen en kalmeringspillen later ben ik nu 47, en had het afgelopen week weer. Totaal in de war, niet meer in staat tot normaal functioneren, slapeloosheid, een steen op mijn maag en de neiging tot overgeven. Reden, ik moest naar Londen.

Ik heb geen vliegangst, maar reisangst die zich pas de laatste jaren is gaan openbaren. Ik ben bang voor het vliegveld, voor treinen, voor hotels en voor het dagenlang met collega’s opgescheept zitten. Ik moet elke dag weer vechten om er weer door te komen, en ik tel de dagen af tot aan het einde. Heb het een paar keer moeten doen, maar beter wordt het er niet van, het wordt juist erger. En ik ben niet bang voor het in de trein zitten, ik heb geen vliegangst, en geen hotelangst, het is meer het vinden van de juiste trein, het vliegtuig, het je goed houden bij je collega’s terwijl je weg wilt, het is de angst voor de angst.

Ik was er klaar mee vanochtend na vanaf twee uur vannacht niet meer geslapen te hebben. Als een dood vogeltje lag ik in bed, te hopen dat de tijd vast liep. Ik vond de aanslag die ik pleegde op mezelf en mijn gezin te groot, en belde mijn manager en vertelde haar het probleem. Ik zei dat ik wel een andere baan ging zoeken, want ik kon niet een paar keer per jaar finaal uitgeschakeld worden alleen omdat ik bij een internationaal bedrijf terecht ben gekomen.

Terwijl ik nog niet eens echt ben begonnen in mijn nieuwe functie, gaat het nu al mis. Maar mijn manager smste later: it’s no showstopper for me, I am sure we’ll make a great team. Geen nieuwe baan dus. Wel 400 euro naar z’n grootje. Maar ja, ik doe het ook niet met opzet.

1869

Het programma Boer Zoekt Vrouw heb ik werkelijk nog nooit gezien. Ik kan het mij tenminste niet herinneren. Net had ik het even aanstaan, en gelijk begreep ik weer waarom ik het nooit kijk. Ik hou van liefdesverhalen, maar twee vrouwen bij één boer die aardig tegen elkaar doen maar eigenlijk hopen dat de ander ter plekke sterft, daar hou ik niet van. Genant gewoon. Ik zapte snel door, maar beter wordt het nergens.

Mag volgende week naar Londen, leuk. Maar niet heus. Het maakt me gestrest en het verontrust me. Ik heb het altijd met vliegreizen. Het is geen vliegangst, het is reisangst en een tikje heimwee. Zoals de huisarts wel eens tegen mij zei, als je honderd jaar eerder was geboren had je geen probleem gehad. 1869 zou dat dan zijn. Volgens mij heeft hij gelijk. Ik haatte het vroeger al als de school iets verzon waardoor ik de veiligheid van de route tussen huis en school moest verlaten. Het zat in me, en het lijkt erop alsof ik het niet heb doorgegeven aan Hans, want die wil wel op schoolkamp volgende week. Dat is in elk geval fijn. In deze tijd kun je beter een wereldburger zijn, in plaats van een conservatief nationalist als ik. Als het aan mij lag, bleef het hele dorp altijd in hetzelfde dorp wonen. Maar nee, zo is het niet. Als je ergens aan gewend bent, verandert het, dat is een tegenwoordige wet. Ik verzuchtte vandaag nog: waarom ben ik eigenlijk niet in de supermarkt blijven werken? Daar had ik het naar mijn zin, en de enige reden dat ik er wegging, was omdat de maatschappij dat van mij vroeg. Dus inderdaad, 1869, de tijd van Scrooge, Dik Trom en van de zeilschippers. Van brede rivieren en oneindig laagland.

Gelukkig was daar net Floortje Dessing, redster in nood. Ze ging op bezoek bij een jonge Amerikaanse vrouw die in Thailand leefde en 50 dollar per maand uitgaf. Een hutje, een matras een klamboe en wat boeken, meer was er niet. Desondanks glimlachte ze doorlopend. Zij was echter al haar hele leven avontuurlijk. Dus ik blijf in mijn rijtjeswoning. Tot 2069, minimaal.

Het is een mooi verhaal

Het is een mooi boek, het is een mooi verhaal. Het is een modern liefdesverhaal. Hij ging huiswaarts, naar boven naar de mist, en zij daalde af naar het zuiden. Ze troffen elkaar langs de weg, de weg naar het zuiden. Zonder twijfel een mooie dag. Ze hadden de hemel binnen handbereik, een geschenk van de voorzienigheid, dus waarom zou je aan morgen denken?

Ze hadden zich verstopt in een korenveld, lieten zich door de wind meevoeren. Ze vertelden elkaar hun levensverhaal, dat nu begon. Ze waren nog maar kinderen die elkaar hadden ontmoet langs de weg, de weg naar het zuiden. Het was zonder twijfel een prachtige dag die de hemel voor ze oogstte en hen die in handen gaf. Zoals men de voorzienigheid verzamelt, en weigert om aan de volgende dag te denken.

In de loop van de ochtend hadden ze elkaar weer verlaten, op de autoweg naar het zuiden, er was een einde gekomen aan deze gelukkige dag. Ze vervolgden ieder hun weg, zeiden dag tegen de voorzienigheid en zwaaiden naar elkaar. Hij is naar huis gegaan, hoog door de mist, en zij is naar het zuiden afgedaald. Het is een mooi verhaal.

Eng.

Ik heb een klein, acuut probleem. Ik laat het van mij afglijden, en waar ik normaal kleine acute problemen op FB zet, doe ik dat nu niet, omdat het niet grappig is en het mij raakt. En natuurlijk ga ik gelijk krijgen van het meerendeel, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat ik ermee geconfronteerd wordt.

Er werkt hier een zeer intelligente en goed op de hoogte van het nieuws zijnde jongeman, met een iets te rechtse kijk op het leven naar mijn smaak. Hij stemt geen PVV omdat die een te links programma hebben, is wat hij zegt. Maar zojuist kwam het onderwerp op de hongersnood in Afrika, en het enige wat hij zegt is dat ze zelf oorlog maken, dat ze meer vruchtbaar land hebben dan wij, en er zelf zo’n zootje van maken, dus dat wij ze niet moeten blijven helpen. In de komende tien jaar komen er zo’n half miljard mensen in Afrika bij, en als daar ook maar één procent van hier naartoe komt, hebben wij een dik probleem. Ik zei: “dat is nog steeds geen reden om die mensen niet te helpen.” Hij voerde aan dat hij niks met die mensen te maken had, en dat hij ze geen kwaad deed, dus het was niet zijn schuld.

Gadverdamme! Dat is wat ik zeg. Heb al vaker discussies met hem gevoerd die licht uit de hand liepen, en nu kapte ik het op tijd af, maar gadverdamme, wat een zwarte ziel. Al gelooft hij niet in zielen. Gelovigen zijn sowieso gek, zegt hij. Geen ruimte voor een andere mening, want meningen zijn niet gelijk aan elkaar. Die van hem is superieur. Ik heb wel eens de vergelijking met de nazi’s gemaakt naar hem, toen bood hij de volgende dag zijn excuses aan. Hij had niet het woord superieur mogen gebruiken, maar beter. Onze cultuur was beter, niet superieur. Het is langzaam in onze cultuur geslopen. Er is geen oplossing voor, ik kan het alleen van mij af laten glijden, naar buiten kijken, zien dat de zon schijnt, en weten dat het meerendeel niet zo is.

 

Stress

De manueel therapeut hoorde mijn klachten aan, en legde iets uit over de vicieuze cirkel van stress. Stress, verminderde weerbaarheid, spierspanning en op één of andere manier kwamen we weer uit bij stress. Nadat hij mijn nek gemanipuleerd had, mocht ik liggen en kreeg ik massage achter mijn oren. Het schijnt allemaal met mijn lage rugpijn te maken te hebben, en inderdaad, de klachten trokken weg in de dagen erna.

Die nek manipuleren kan ernstige bijwerkingen geven, bij tussen de 1 op 50.000 en de 1 op 5,8 miljoen manipulaties. Bij mij is het nu in totaal wel een keer of vijf, zes gedaan dus ik hoef me nog niet echt zorgen te maken. Bovendien schijnt het zo te zijn dat een bekwaam therapeut weet bij wie hij het niet moet doen. Na de manipulatie zit je nek ook losser. Je voelt je nog net geen Linda Blair, maar aangenaam is het wel. De eerste keer dat hij het deed, twee jaar geleden, kraakte mijn nek enorm hard, nu zijn het slechts lichte knakjes.

Tijdens de achter het oor massage vertelde hij hoe hij zelf zijn mentale klachten had weten aan te pakken. En hij voorspelde het verloop van mijn klachten. Het was maandag en ik zou donderdag naar een sollicitatie moeten. Aangezien ik naar de therapeut gebracht was omdat ik zelf niet meer kon rijden, maakte ik mij daar zorgen over. Hij zei: het is zaterdagmiddag begonnen, ik behandel je nu, doe rustig aan tot woensdag, dan kun je donderdag naar je sollicitatie rijden. En zo geschiedde. Helemaal pijnvrij was ik niet, maar tijdens de sollicitatie heb ik niks gevoeld van pijn. En nu is het zo goed als over.

De stress was me afgelopen maanden wat te veel. Ik maakte me enorm druk over mijn werk, mijn sollicitaties, en daardoor sliep ik ook geen nacht meer door. Tot de nacht van donderdag op vrijdag, toen heb ik doorgeslapen tot zeven uur zonder één keer wakker te worden. Mijn lichaam laat de stress in elk geval niet in zich. Het uit zich in de vorm van rugpijn of onrust, maar het blijft niet binnen. En ondanks dat ik nu weer iets rustiger ben, omdat ik weer gezien heb wat ik allemaal aankon, gaat dit volgende keer weer zo. Er mee omgaan, dat leer ik maar niet.

C’est ça

Mijn moeder had wat oude schoolboeken van mij gevonden. Franse les, vanaf Mavo 2. Ongelofelijk wat ik toen al leerde. Volzinnen in het Frans, ik zou het nu amper meer kunnen. Ik ben ze weer aan het lezen, avec plaisir deze keer, terwijl het vroeger een verplichting was. Een doffe ellende, dat Frans, hoewel ik er met name door de vakanties wel aardig bedreven in raakte.

Nu heb ik weer de kans het op te halen. Het irriteert mij al jaren dat het zo is weggezakt. Zeker als ik in Frankrijk mijn mond open doe, begin te praten en tot de ontdekking kom dat ik geen werkwoord meer weet te vervoegen. Als ik nu begin, ben ik nog op tijd voor van de zomer. Ik zal de boel eens even versteld doen staan over vier maanden. Als ze tenminste niet in het Engels terug gaan praten, zoals de Fransen de laatste jaren steeds meer doen als ze je gehakkel niet meer aan kunnen horen.

Had ik vroeger maar zoveel interesse gehad in schoolboeken, dan zou ik nu zeker drs. Mack geweest zijn. Maar nee, ik moest zo nodig alles afraffelen. Hoe sneller klaar, hoe beter en na het proefwerk gelijk alles weer vergeten. Mijn Engels is wel weer stukken beter geworden sinds mijn laatste baan. Ik heb zelfs een baan gehad waarin mijn Duits werd uitgedaagd, maar die baan hield ik maar een maand vol. En sinds ik blog is mijn Nederlands ook weer op orde. Dus dat blijf ik maar doen.

c'est ca

Stemming

Moedeloos begaf ik mij vanochtend naar het stembureau. Ik kan weer redelijk lopen, maar de pijn zit nog in de verte. Moedeloos geworden door de afgelopen maanden was de weerbaarheid ernstig gedaald. Ik had mijn keuze twee weken geleden gemaakt, maar op het laatste moment veranderde ik van gedachten. Ik las nog even na of mijn nieuwe keuze een verantwoorde zou zijn, en hoewel ik het op een belangrijk onderdeel oneens was, dacht ik: ach, dat loopt wel los. Coalities moeten gevormd worden, wisselgeld, u kent het wel, en ik was om. Het is tijd voor verandering, weet u?

Op weg naar het stembureau zwaaiden vanuit hun auto’s vier mensen naar me. Ik herkende ze niet door de laagstaande zon maar het wekte me op. Meerdere mensen maakten al vroeg de weg naar het stemlokaal en dat gaf toch weer hoop. Alsof die mensen net als ik het verschil wilde maken. Of misschien gewoon hun morele burgerplicht wilde vervullen wat ook prima is. Het voelde als vroeger. Als in betere tijden. Toen alles keurig voor elkaar kwam en de duistere zaakjes niet gelijk op straat lagen. De meneer van het stembureau herkende mijn naam als die van een ambachtsman van weleer, maar ik zei dat ik geen familie was. Maar de smid waarover hij het had was een begrip in dit dorp vlak voor de jaren tachtig. En zo voelde deze ochtend, alsof het de hoogtijdagen van weleer waren. Nu eens afwachten of er ook iets ten goede gaat veranderen.