Mijn goede collega uit Noorwegen appte me vandaag. Hij gaat het bedrijf verlaten. Ik leerde hem kennen in 2013 en al snel had ik door dat ik te maken had met een groot talent, als je in het bedrijfsleven van talenten mag spreken. Hij had een universitaire opleiding, doorgrondde snel alle processen, snapte de financiele posities, sprak perfect Engels, eigenlijk had hij alles mee. Hij was ook nog eens tien jaar jonger dan ik. Toen ik een tijdje met hem omging en hem nog beter leerde kennen, vertelde hij me ook waar zijn zwakke punten lagen. Ik zag ze niet als zwak, maar meer als iets waar hij zelf last van had. Kortom, hij zou het heel ver gaan schoppen. Het enige wat hem in de weg kon gaan staan, was zijn vriendelijkheid.
Hij was vrijwel altijd bereikbaar, reisde de wereld over, en ik bewonderde hem op afstand. We verschilden nogal van karakter, maar ik kon het uitstekend met hem vinden. Alleen zijn liefde voor wijn vond ik een tikkeltje overdreven. Dan ging hij weer op vakantie naar Italië en keerde terug met 100 flessen wijn achter in zijn auto.
En toen werd hij vader. In Noorwegen kun je er vrij lang over doen om je kind een naam te geven, dus een half jaar later was de naam definitief bepaald. Hij ging ietsje minder werken, maar niet veel. Van 70 uur per week naar 55 schat ik. En door de verschillende overnames van ons bedrijf, voelde hij zich ook wat minder verbonden. Hij was inmiddels teammanager geworden, en ik geloof dat hij het wel relaxed vond. Nu hadden ze hem een baan aangeboden als director, maar hij had geweigerd. In de tussentijd had meneer in Toscane een wijngaard gekocht met twee huizen erop. En hij vertrekt nu met zijn gezin naar Italië om daar wijnboer te worden. Hij appte een fotootje en vroeg of ik eens kwam kijken.
Ik moest even iets wegslikken. Ik vond het een ongelofelijk mooie beslissing van hem en ik gunde hem dit van harte. Maar dat hij wegging deed me een beetje pijn, hoewel ik in onze nieuwe rollen toch vrijwel geen contact meer met hem had. En er verdwijnen om de haverklap collega’s tegenwoordig. Maar het meest werd ik geraakt door de confrontatie. Hij volgt zijn droom, en ik sukkel maar voort. Over twee dagen zal ik het wel weer wat nuchterder bekijken. Er moeten immers ook sukkels zijn, anders kunnen anderen niet floreren. Die rol neem ik dan maar op me.