Ik lig ouderwets plat. Mijn rug staat al drie weken op afbreken en gisteren was het dan zover. Het moet haast stress zijn, want ik leef al maanden in stress. Ik werk niet zinvol, en dat geeft me stress. Mijn baan gaat ook ophouden binnenkort, nu we voor de derde keer in twee jaar verkocht gaan worden. Afgelopen donderdag reed ik naar Keulen voor een ontmoeting met mijn eventuele nieuwe manager. Ik kan een andere functie krijgen, en die heb ik voorlopig maar aanvaard. Geen finance, maar beter dan niks. Met pijn je rug naar Keulen, aankomende donderdag een sollicitatie bij een ander bedrijf, nu plat, erg stressbestendig ben ik niet.
Als me iets duidelijk is geworden is het wel dat ik de veiligheid van een vaste baan nodig heb. Een vast bureau, en dan kun je erop gooien wat je wilt, dan breekt mijn rug niet. Maar als ik een speelbal ben, bezwijk ik. Afgelopen maandag dreigde ik te bezwijken maar toen greep ik in door allerlei dingen te regelen die geregeld moesten worden. Het hielp me weer even om overeind te blijven. Het grote probleem is om het vertrouwen vast te houden.
Het zijn lastige tijden. Alles wat ik geleerd heb lijkt er niet meer toe te doen. Of het nu kennis of opvoeding betreft, het is een andere wereld geworden. Met jaloezie kijk ik programma’s over mensen die op de rem trappen. Carrière is waardeloos. Het brengt je niks, behalve geld en verkeerde omgang. Heel vroeger geloofde ik dat je het moest nastreven. Toen dacht ik dat als je goed je best deed, dat het wel zou komen. Nu weet ik het even niet. Alsof de maatschappij zich heeft aangepast nadat ik me altijd aangepast had aan de maatschappij. En toen ik zo was, veranderde hij. Flexibel is het toverwoord. Voor een rug, maar ook voor een geest. Die van mij zijn star. Dus moest ik wel breken.
