Van die perioden…

Met dochterlief heb ik wel wat te stellen. Wiskunde, elke avond, en elke avond maakt ze weer dezelfde fout ten teken dat ze het niet begrepen heeft. Als ik haar wijs op het feit dat we gisteren precies hetzelfde hadden, wordt ze recalcitrant. “Ja, maar dat verandert niks aan het feit dat ik het nu niet snap,” zegt ze dan. Terwijl ik vind dat ze wat dieper in haar geheugen moet graven om het probleem te zien. Laatst was ze haar rekenmachine kwijt. Haar passer. Haar potlood. Gisteren nog had ze een potlood, vandaag was het weg. “Ik denk dat het op school ligt,” zegt ze dan. Ik word dan boos omdat ze gewoon niks mag verliezen. “Ik verloor vroeger nooit dingen,” zei ik. “Ja, vroeger was alles beter, Jack,” zegt ze dan. Het irriteert me dat ze haar spullen niet op orde heeft.

“Oh ja, en kun je even naar mijn fiets kijken? De ketting ligt eraf en het dashboard is kapot.” Ik vrees dat dit aan ons ligt, want Hans had dezelfde soort opmerkingen. Zijn hele voorband lag aan flarden en dan vroeg hij of ik even kon kijken wat het mandje voorop rammelde nogal. Ik was de keuken aan het opruimen en maakte een sopje. “Je was zeker weer met vriendinnen allerlei dingen op je fiets aan het doen, dat hij kapot is?” Dan is ze nog verontwaardigd dat je dat veronderstelt ook. “Nou leg eens uit,” vroeg ik, en we liepen vanuit de keuken naar de garage. Haar ketting lag er helemaal niet af, en het dashboard was de kettingkast, die was inderdaad kapot. Die moest naar de fietsenmaker.

We liepen terug naar de keuken en de hele vloer was overstroomd. Ik had de kraan laten lopen voor mijn sopje, en de gaatjes die bedoeld zijn om een overstroming tegen te gaan, waren kennelijk te klein. Het water gutste over het aanrecht op de vloer. Nondejuu. Ik gaf Tammar de schuld, want, zo redeneer ik, als ze haar fiets niet kapot had gemaakt, dan had ik de kraan op tijd uitgezet. Oorzaak en gevolg, causaal verband. Daar was ze het dan niet mee eens. Ik had de kraan niet uitgezet, dat was de oorzaak van het gevolg. Nou ja. Ik had toch al niks te doen, nu Linda door haar rug is.

Charisma

De laatste tijd kijk ik op YouTube vaak naar interviews van een Britse professor genaamd Brian Cox. Hij is van mijn leeftijd, ziet er niet uit als een professor, tenminste als je het beeld van Barabas voor je ziet. Brian Cox is natuurkundige die veel van het heelal afweet. Afgezien van mijn interesse in het heelal boeit Brian Cox ook door zijn charisma en door zijn bescheidenheid. We don’t know, zegt hij vaak, doelend op de vele mysteries die er nog zijn.

Vanavond was er op televisie een arts microbioloog met ook een dergelijk charisma. Ik luisterde geboeid. Ik bedacht ineens hoe belangrijk charisma eigenlijk is, tenminste als je een boodschap moet overbrengen. En dat eigenlijk maar weinig mensen iets dergelijks bezitten, die desondanks toch belangrijke boodschappen proberen over te brengen. Hugo en Mark bijvoorbeeld, wie luistert daar nog naar? Zijn ze ook nog zo stom om hun boodschap al te lekken zodat het wat minder hard aankomt op het moment dat zij er mee komen. Het gevolg is eerder dat niemand ze nog serieus neemt.

Ik geloof niet dat charisma aan te leren is. Ik heb het ook bij hele jonge mensen gezien dus het is ook geen kwestie van leeftijd of ervaring. Het is een manier van naar de wereld kijken, van naar jezelf kijken, onbevreesd maar niet overmoedig. Zelfverzekerd met geaccepteerde tekortkomingen. Het is een nauwelijks waarneembare glimlach die je altijd bij je draagt. Het is een oeverloos vertrouwen in de goede afloop.

Only love

Op radio 5 is momenteel de top 1000 bezig. Een welkome top tussen de toppen met net iets andere muziek dan de top 2000. Er is wel overloop, maar je hoort er veel nummers die je niet vaak meer hoort. “Misschien wordt het morgen beter, maar het wordt toch nooit goed,” van Cornelis Vreeswijk bijvoorbeeld. Geen topper, maar als je hem zelden hoort, word je er toch blij van.

Vandaag hoorde ik Only Love van Nana Mouskouri. Mijn gedachten vlogen terug naar 1985, toen het een hit was. Het was destijds de titelsong van een serie die ik me niet meer kan herinneren. Mistral’s Daughter heette het, maar ik heb geen idee waar dat over ging. Als je het mij vraagt over een schilder. Ik vond het destijds ook al een prachtig nummer, maar dat kon je niet toegeven op die leeftijd, Nana Mouskouri was belachelijk. Dat vond tenminste mijn buurjongen. Maar dat was ze niet. Ze zong een prachtig lied waar wij thuis blij van werden. Misschien wel omdat mijn moeder haar ellende even kon vergeten als het klonk.

Toen ik het vanmiddag hoorde bracht het zelfs mijn gevoel van die tijd terug. Of dat klopte weet ik niet, want ik voelde me gelukkig, terwijl het een moeilijke tijd was. Havo 4, ik was er niet thuis, en toch verlangde ik er even naar terug. De wiskundeleraar was ook gek op het nummer. “Only luv,” zei hij dan. Die en “Is that all there is” van Peggy Lee waren zijn favorieten. Het laatste nummer kende ik destijds niet, en kon ik ook niet zomaar opzoeken. Toen ik het later eens hoorde, vond ik het een beetje tegenvallen. Zo niet Nana. Only love can make a memory. Misschien is dat wel waar.

Only love, can make a memory, only love can make a moment last

Gedachten aan de haal.

Het ging wat beter dit weekend, ik had niet meer die knoop al is het oppassen. Ik lag net in mijn eentje op de bank een programma te kijken over jonge succesvolle mensen. En niet succesvol in de zin van dat ze veel geld verdienen, want vaak bevestigen die het idee dat ik al had: blijf uit hun buurt. Nee, dit waren studenten die iets nuttigs deden. Klimaatverbeteraars. Ik voelde me gelijk weer minder goed. Waarom heb ik de wereld niet verbeterd? Waarom ben ik niet gaan studeren en heb ik niet gewerkt aan een belangrijk project? Het enige dat ik gedaan heb is meewerken aan de winsten van de aandeelhouders. Totaal betekenisloos werkte ik aan de maandcijfers, zodat de aandeelhouders konden zien wat ze allang vermoedden, namelijk dat ze weer winst hadden gemaakt.

Ziet u waar het misgaat in mijn hoofd? Ik zie het zelf wel. Ik kan er alleen niks aan doen. Zo gaat dat denk ik met depressiviteit. Je oordeelt onredelijk hard over jezelf en komt dan altijd tot de conclusie dat je niets voorstelt. Nu moet iemand mij van dat idee gaan afhelpen. Wat een hele opgave gaat worden. Zoals Youp van ‘t Hek ooit vertelde dat hij het knap vond van Emile Ratelband om een zaal vol boerenlullen met een hondenkop te laten zeggen: “ik ben geen boerenlul, ik heb geen hondenkop!”

Een last van mijn schouders

Ik kwam een vrouw tegen in het bos die ik al bijna veertig jaar ken. Ik ken haar niet heel goed, maar ze woont al die tijd in de wijk waar ik woonde en wederom woon. Soms kwam ik haar tegen bij gezamenlijke kennissen en ook waren we een tijdje lid van dezelfde badmintonclub. Haar zoon heeft de mijne keeperstraining gegeven en zo loop je elkaar af en toe tegen het lijf.

Ik zwaaide naar haar en ze zwaaide terug. Toen ik dichterbij was zei ze dat ze me aan mijn houding al herkende. Ik vroeg of ik soms raar liep, maar nee, dat maakte ik er zelf van. (Ik benader het graag van de negatieve kant, bovendien werd er vroeger altijd gezegd dat ik rechtop moest lopen.) Ze zei juist dat ik zo rechtop liep en dat dat haar opviel, omdat ze het een mooie houding vond. Ik zei haar dat me dat verbaasde omdat ik vroeger vaak te horen kreeg dat ik mijn schouders naar voren had hangen. Ze beaamde dat ik dat vroeger deed. Maar nu liep ik mooi en dat moest ik zo houden. Toevallig drie weken terug was ik ook aan de praat met haar en noemde ik mijn leeftijd. Ze dacht dat ik jonger was. Deze vrouw is scheutig met complimenten. Mocht u een compliment willen, zal ik haar langs sturen.

In elk geval, ze komt me tegen op een moment dat ik de wereld nog lang niet aan kan, maar dit vertelt ze me wel. Ik loop rechtop. Er is kennelijk een last van mijn schouders gevallen in de loop der tijd.

Rode baret

We keken een informatiefilm over de luchtmobiele brigade. Hans denkt er sterk over om die opleiding te gaan volgen. Geen kinderachtige jongens. Hij herkende al veel vanuit zijn huidige opleiding zoals opdrukken, voorligsteun, hardlopen en overal maar weinig tijd voor krijgen. Warempel als ik hem zie is hij al een hele vent en het zal niet lang meer duren eer ik het onderspit delf.

Momenteel daag ik hem niet uit, mijn geestelijke toestand laat dat niet toe en ik ben al moe als ik eraan denk met hem te moeten stoeien. Als ik de jongens in die opleiding bezig zie snap ik niet waar ze de energie en het doorzettingsvermogen vandaan halen. De mijne zijn op. Toch was ik ook altijd bezig met kracht en uithoudingsvermogen. Tot niet zo heel lang geleden deed ik ook nog aan opdrukken voor ik naar bed ging. Wilde ik vroeger graag enigszins gespierd zijn, nu wil ik alleen nog op gewicht zijn. Voor de rest wil ik vooral rust.

De jongens van de luchtmobiele brigade sprongen in vrachtwagens en werden God mag weten waar naartoe gebracht met hun zware tassen, de instructeurs staan ‘s ochtends op de deuren te bonken en roepen “reveille!” Wat doe je jezelf aan? Elke keer zeg ik tegen hem, “Hans, het is nog niet te laat voor Havo met Frans.” Het zal de leeftijd zijn…

Herstellende

Mijn toestand is er een van rust, gelatenheid. Mijn gevoel lijkt weg, maar niet mijn humor. Nog steeds zie ik razendsnel een grap die ik kan maken, maar ik doe het niet. Ik voel geen vreugde, maar ook geen ellende of angst. In mij is een bom afgegaan en nu ben ik herstellende. Ik ben ver weg van waar het gebeurde en herstel nu rustig ergens in een blokhut ver van de bewoonde wereld. Het is vredig, en ik heb de wapens opgeborgen. Het innerlijke vuur is slechts een waakvlam.

Ik moest snel in een call, ik was het vergeten. Ik had nog een paar minuten. Ik typte op teams aan mijn collega, “ik haal snel koffie en ik moet nog naar de wc.” Ik wilde eigenlijk zeggen, “ik moet nog pissen,” want zo zeg je dat tegen je collega waar je dagelijks mee omgaat. Maar ik zei: “naar de wc”, want pissen zeg je alleen als je onverschrokken bent, als je je de baas voelt over de situatie. In mijn geval zou je zelfs van overmoedig kunnen spreken, want pissen past eigenlijk niet bij me.

Over een tijdje, dan ben ik weer terug, stresslevel weer naar het oude normaal, maak ik weer grapjes, en ben ik soms overmoedig. Maar welke van de twee ben ik nu echt? De normale die soms overmoedig wordt en pissen zegt, of degene die ik nu ben, die zich bewust is van het hellende vlak en zijn grapjes achterhoudt? Die laatste voelt ook wel goed. Maar die is tijdelijk. Die wil straks weer meer.

Werkgevers

Het gaat weer een klein beetje beter. Tot overmaat van ramp had ik maandag een sollicitatiegesprek. De hele nacht niet geslapen en ik moest me erheen slepen. Dat ene uur moest ik meer energie hebben dan de hele week ervoor. Het lukte, maar ik denk niet dat het iets gaat worden. Kon niet genoeg acteren dat ik de baan graag wilde en bovendien werd ik doorgezaagd over mijn hele cv en kreeg ik parate kennisvragen waarop ik het antwoord schuldig moest blijven.

Toen de vraag kwam wat ik in mijn vrije tijd deed, gaf ik aan dat ik graag schreef. “Ik schrijf op mijn weblog,” verduidelijkte ik. Dat vonden de heren interessant. Een van hen ging al klaar zitten om het adres op te schrijven. “Maar ik ga jullie het adres niet geven,” zei ik. Dat verbaasde hem kennelijk. “Een weblog is toch openbaar?” “Jazeker,” zei ik, “maar ook anoniem,” “en zeker voor werkgevers,” dacht ik erachteraan.

Ik heb ooit eens dit weblog opgepakt en verhuisd omdat ik erachter kwam dat op de computer van mijn baas mijn weblog onder zijn recente bezochte sites stond. Die man had dus ineens kennis over mij waarvan ik niet wilde dat hij die had. Ik zette mijn virtuele dood in scène, en stopte. Maar ik leefde stiekem door, net als Elvis.

Knoop

Het is inmiddels november en ik zit in de put. Angstig, rusteloos, knoop in mijn maag, doodmoe. Toch is het dieptepunt al geweest. Dat hoop ik tenminste. Kon gelukkig terecht bij mijn eigen huisarts die even de tijd voor me nam. Ik denk dat hij precies de goede vragen stelde over hoe het nu komt dat op mijn 52e nog zo loop te klooien. In elk geval had hij vertrouwen in me, wat mij ook weer wat houvast gaf.

Omdat ik moe ben kan ik haast mijn bed niet uitkomen en om vijf uur stop ik ermee. Ik werk thuis omdat naar kantoor gaan nu te belastend is. Ik denk na over mijn ellende. Wat maakt nu dat veranderingen mij zo kunnen ontregelen? Waarom ben ik niet gewoon als mijn opa, werk je hele leven bij de PTT, en doe gewoon wat je moet doen zonder stress.

We keken samen oude afleveringen van Friends. De hele avond. Gordijnen dicht en ik moest lachen. Ik beet Linda toe dat ik wel lachte maar dat ze niet moet denken dat het al over was. Ze had niet anders verwacht. Door het lachen raakte ik de knoop in m’n maag tenminste even kwijt.

Goh, hoe zou het leven zijn zonder angsten? Moet toch een feest zijn als je zo overal op af stapt? Ik raakte aan de praat met een vrouwelijke collega. Het zijn vrijwel altijd vrouwen als ik aan de praat raak. Zij heeft mijn angsten niet. Toch vertelde ze me dat ze elke week bij een psychiater zat. Ik vroeg haar of ze me wilde proberen uit te leggen waarom. Dat deed ze. En ik dacht: goh, dat had ik nu nooit gedacht van haar. De wereld lijkt aan haar voeten te liggen en totaal in de knoop met haar gedachten. Ik stuurde haar ‘s avonds een lange mail. Ik bleek het goed begrepen te hebben. Ja, natuurlijk. Zo ben ik. Ik begrijp een ander precies. Kan alleen mijn eigen sores niet aan.

En zo heeft elk leven zijn eigen pijn. Soms zichtbaar, soms niet.

Oktober

Ik dacht al een paar keer, het gaat goed. Maar oktober is altijd gevaarlijk. En nu is hij bijna voorbij en lijkt het mis te gaan. Ik wil niet somber of negatief zijn, maar ik ben negatief en somber. Op zo’n moment twijfel ik aan alles wat ik kan. Ik vind het lastig om het over depressie te hebben, maar ik zit er tegenaan. Ik ben niet zo leuk dan, en alleen met mezelf bezig. Geen tijd voor anderen.

Het zal wel niet toevallig zijn, maar ik ben al een poosje aan het afbouwen met de medicatie die ik daarvoor heb. Dit in samenwerking met de huisarts. Ik denk dat het project mislukt is. Hoewel, ik heb me altijd al afgevraagd hoe effectief het spul is. Ik hoor sommige mensen die het halleluja vinden, en zich gelijk beter gaan voelen. Zodra ze hun pilletje vergeten zijn ze niet meer in staat tot functioneren. Bij mij is dat niet zo. Er is in elk geval niet zo’n direct verband.

Ik heb hier helaas ervaring mee, en ik geloof niet dat een depressie iets te maken heeft met een stofje in je hersenen, zoals ze wel eens zeggen. Natuurlijk zullen veel mensen de gedachten die ik heb niet toelaten, of er anders mee omgaan, maar mijn hersenen vinden het heerlijk om mij in de luren te leggen. Ze gaan liegen over alles, en ik geloof ze. Ze schetsen mij een slechte toekomst voor, ze laten me al mijn kwaliteiten vergeten, en geven mij vooral het gevoel dat ik niks voorstel. En uiteraard gaan deze dingen niet vanzelf, er zijn altijd aanleidingen. Gebeurtenissen. Waarom die dan altijd in oktober plaatsvinden, is me nog niet duidelijk. Najaarsmoeheid, zeggen sommigen. Ik sliep in elk geval als een roos vannacht.