Fietjepietje

En ineens heb je een ontroostbaar jongetje in je armen. Hij vroeg nog opgetogen of hij mee mocht naar de dierenarts met de twee katten voor hun jaarlijkse inenting. Nu had Linda al wel door dat er iets niet goed was met Sophie. Ze mauwde veel en werd mager. Ik vond haar vooral vervelend de laatste tijd, je kon niet gaan zitten of liggen of ze zat bij je. Gelijk maar even melden bij de dierenarts, die constateerde dat ze een grote tumor in haar achterlijf heeft. Inentingen hadden geen zin meer. Ik heb haar vaak vervloekt als ik weer een vis kwijt was, of als ze weer met een dood of levend beest het huis in kwam, maar daar bleef het bij. Ik ben ook degene geweest die haar niet weg wilde doen toen iemand haar heel graag wilde hebben en Linda dat voorstelde. Ik vind, je hebt een huisdier, dan neem je je verantwoordelijkheid en zorg je ervoor tot het einde. Maar ik had niks met haar.

Ik weet nog dat ze kwam, ik wist van niks, ik kwam op een dag thuis, Linda was even weg en er stond een grote doos op tafel. Uit de doos kwam gemiauw en er bleek een onoverlegde grijze kitten in te zitten. Een prachtig poesje als van de Whiskas reclame.  Wij hadden Mack (de echte) nog, die was destijds de baas. Sophie werd op haar plaats gezet door Mack. Toen Mack doodging werd ze brutaler. Ze mauwde luid als het haar iets niet zinde, gedrag dat door Mack onmiddellijk met een charge werd afgestraft. Maar toen haar bovengeschikte er niet meer was, greep ze de macht. Ik heb haar vaak “onze huisnazi” genoemd. Later kwam Bob erbij, een rode kater, een goedzak en veel liever dan Sophie. Bob was ouder, we weten niet hoe oud precies, maar het ziet er nu naar uit dat Bob haar gaat overleven.

Hoe erg het precies is dat Sophie dood gaat weet ik niet. Ik weet wel dat Hans bijna ontroostbaar was. Tammar sliep al en weet het nog niet, maar Hans lijkt wat gevoeliger voor dit soort dingen. Sophie was er natuurlijk al toen hij geboren werd en vaak sliep ze bij hem op bed. Ik had Hans in mijn armen toen ik hem naar bed bracht en hij huilde onophoudelijk. Ik weet inmiddels dat het voorbijgaand verdriet is, maar ik zei het niet. Ik probeerde niet de dingen te zeggen die vaders in boeken altijd zeggen. “We kopen wel een nieuwe kat”, “beter Sophie dan een van ons”, dat soort dingen die mij vroeger ook niet hielpen. Ik zei tegen Hans dat we in elk geval in de gaten gaan houden dat ze geen pijn heeft. Maar dat ze niet meer beter wordt en doodgaat. Mijn parkietje ging dood en ik was ontroostbaar. Voor een dag. Daarna ging het snel weer beter. Ik heb er een paar gehad en ik weet niet eens meer hoe ze heetten. Maar dat doet er niet toe. Er is geen vergelijk. Nu is het erg voor Hans, en weet ik niet hoe hem te troosten.

hans sophie

De NSA leest met u mee.

Ik heb een hekel aan betweters, maar dat zou betekenen dat ik er vanuit ga dat ik dat zelf niet ben en ik wel gelijk heb. En natuurlijk vind ik dat ik gelijk heb. Het grootste geval van een betweter in de afgelopen jaren vind ik Alexander Klopping, die echter omarmd wordt door DWDD. Vanavond hoorde ik er eentje bij DIDD. (Dit is de dag) Frank Bosman is zijn naam en die krijgt van mij gelijk het predicaat betweter. Het onderwerp was privacy op internet en Frank was op de hand van de NSA. Of eigenlijk op de handen van Facebook en Google.

Mensen klagen over hun privacy maar zetten wel elke scheet op Facebook was zijn argument. En hoe naïef kun je zijn door te denken dat Facebook en Google gratis zijn? Als mensen op Google zoeken worden hun gegevens doorverkocht aan de NSA en dat is de prijs die ze betalen voor Google. We willen wel dat we alles snel kunnen opzoeken op internet maar we willen daarentegen ook dat onze privacy gewaarborgd blijft. En dat kan niet. Sterker nog, we kiezen daar zelf voor door gebruik te maken van Google en Facebook, dus moeten we niet achteraf gaan lopen janken.

Heeft de man een punt? Ongetwijfeld, zal hij zelf denken. Maar nee, ik vind van niet. Of misschien wel een punt, maar dan een hele stompe. Want wat ik op Facebook zet, zet ik daar neer uit vrije wil. Mijn profiel is niet openbaar dus ik wil niet dat anderen behalve vrienden daar kunnen kijken. Dat dat toch gebeurt is een schande. Google, ik wil daar gebruik van maken en ik wil niet dat mijn gegevens nagetrokken worden. Wat zegt u, dan kan Google niet meer gratis zijn? Dat stond niet in de voorwaarden. Moeten ze dan, zoals Frank opperde, maar een tekst opnemen op Google waarin gewaarschuwd wordt dat de gegevens doorverkocht worden aan de NSA? Ja, dat zouden ze kunnen doen, en dan gaan we op zoek naar een nieuwe zoekmachine die de privacy niet verkwanselt. Want toen Google begon was dat toch niet het verdienmodel van Google B.V. En nu achteraf, als iedereen aan Google een secundaire levensbehoefte heeft, eventjes de spelregels veranderen, ja zo werkt dat misschien in Noord Korea, maar hier niet! Als Google of Facebook niet van hun reclame-inkomsten kunnen leven dan gaan ze maar geld vragen voor hun diensten, eens kijken wat er dan nog van overblijft.

Ik zie al dat ik uw belastingaangifte gratis en in vertrouwen kom doen en later alle informatie doorspeel aan uw buurman die mij daarvoor betaalt. En dat ik dan zeg: hoe naïef kun je zijn zeg! Nee, er is iets grondig mis met de woorden “eer”, “waardigheid” en “trots”. Er is een wat negatieve bijklank aan die woorden komen te hangen, en ik ben bang dat Rita Verdonk er medeschuldig aan is. Maar de woorden hebben geen politieke kleur, iedereen zou ze hoog in het vaandel moeten hebben. Tenzij je natuurlijk stinkend rijk wilt worden, dan staan ze je in de weg.

Schedelfragment

De wetenschap blijft mij mateloos boeien. Ik heb zelf ook wetenschap gestudeerd, onder andere handelswetenschappen op de Havo. Maar daar is het helaas bij gebleven. Latere studies waren van geen wetenschappelijke betekenis. En dat is jammer want wetenschap is de enige manier om geschiedenis te schrijven. Als een wetenschapper iets constateert, dan is het zo. Alexander de Grote kon veroveren wat hij wilde, als de wetenschap ons niet over hem had verteld, wisten wij niks van hem. Laatst is er een stukje schedel onderzocht dat gevonden was op de Maasvlakte. Het bleek om een schedelfragment van de homo sapiens te gaan en de ouderdom bedroeg 9600 jaar. De vondst bewijst dat er 9600 jaar geleden al mensen aanwezig waren in het westelijk gebied van Nederland, wat nu overigens onder water ligt.

Onmiddellijk roept het bij mij de vraag op: hoe weet men zo zeker dat het stukje bot van een homo sapiens komt en niet van een witte haai? Vraag twee is, waarom bewijst het, als het al een mensenrest was, dat er toen mensen leefden in Nederland? Ik bedoel maar, laatst werd er een complete wolf gevonden in Luttelgeest, met kogelgaten door zijn vacht, daar werden toch wat vreemde conclusies over getrokken. Eerst ging men bekijken of het wel een wolf was, iedere leek zag dat al, en toen men dat had vastgesteld concludeerde men dat het beest naar Nederland was gekomen en hier was doodgereden. Maar een paar kogelgaten in zijn hoofd werden weken lang niet gezien. En nu, op basis van een stukje bot weet men dat het van een mens is, dat het 9600 jaar oud is, en dat er rond die tijd mensen leefden op de zeebodem.

Als ik zo’n stukje bot had gevonden had ik het niet herkend als bot. Ik had de zee in gescheerd om te kijken hoe vaak het zou stuiteren op het water, of ik had het meegenomen in de veronderstelling dat het een schelp was. Misschien liggen er tussen mijn schelpenverzameling bestaande uit één schelp, wel botsplinters van homo sapiens van 300.000 jaar oud. Destijds opgevreten door een witte haai voor de kust van Afrika en hier voor de kust van Scheveningen uitgekotst. Je weet het niet. Dan zou de conclusie geweest zijn dat er hier 300.000 jaar geleden al mensen leefden op de zeebodem.

Kijk, dat ze ondertussen kunnen bepalen hoe oud iets is, soit! Maar om dan maar gelijk te concluderen dat op basis van één stukje bot, het om een homo sapiens gaat en dat die hier destijds leefde, ik vind het nogal voorbarig. Maar goed, ik kan niet met tegenbewijs komen. Ik kan alleen vaststellen dat wetenschappers alles mogen concluderen wat overeenkomt met waarnemingen en dat mocht een volgende waarneming anders zijn, zonder verlies van geloofwaardigheid overgestapt mag worden op de nieuwe vaststelling. En dat men oneindig vaak van theorie mag veranderen. En dat je dus nooit weet hoe het nou echt zit.

Doorbijten

Ik heb toch een beetje doorgebeten in het boek waar ik niet doorheen kwam, en ik ben er doorheen. Ik weet nu een kleine geschiedenis van bijna alles. Tenminste, half, want ik ben op de helft. Vrolijk wordt een mens daar niet van. Er schijnt zoveel lood in onze atmosfeer gepompt te zijn de afgelopen 80 jaar, dat het zichtbaar is in ons bloed. Wij vragen ons maar af waar al die ziektes tegenwoordig toch vandaan komen, maar dit is een oorzaakje. Gelukkig is het lood inmiddels uit de benzine, maar dit effect ijlt nog honderden jaren na. Het verklaart tevens waarom wij gemiddeld overgewicht hebben. Lood in het bloed, dat daar nooit iemand eerder op gekomen is.

Verder, het magnetisme van de aarde is met 6% afgenomen ten opzichte van nog helemaal niet zo lang geleden. Ik heb de cijfers niet paraat, maar ik dacht sinds 2000. Ik weet ook niet meer waar magnetisme voor dient, maar zonder magnetisme is er geen leven mogelijk, dat staat vast. Het zou kunnen dat de polen aan het draaien zijn, dat schijnt regelmatig voor te komen in de geschiedenis van de aarde, en dan is er vast niks aan de hand. Voor mij verklaart het waarom de Noordpool smelt en het ijs op Antartica toeneemt. Hoe dat in zijn werk gaat, ik heb geen idee, maar vroeger barstte het ook van de spreekwoorden, gezegdes en aannames waarvan men geen idee had hoe het kon, maar waar een kern van waarheid in zat. Dus daarom.

Tokyo zal weggevaagd worden van de kaart. De vraag is niet of het zal gebeuren, maar wanneer. De laatste grote aardbeving daar was 80 jaar geleden, (kan er 50 jaar naast zitten) en het ligt op de grens van drie tectonische of platonische, iets met sonische in elk geval, platen. Die platen bouwen zo’n druk op dat één ervan een keer barst. Bam! Weg Tokyo. Ik zou vanavond nog iedereen laten evacueren.

Meest verontrustende: de allesvernietigende meteoriet. Ik dacht altijd (teveel films gezien) dat ze die jaren van te voren zouden zien aankomen en er een atoombom heen zouden sturen, maar nee. We zien hem hooguit een seconde voor inslag aankomen. Een rots met het volume van een flinke berg ramt zich met 90.000 km/u in de aarde en het is direct gedaan met een miljard mensen en de rest volgt in de maanden daarna. Waarschijnlijk slaat hij niet in Tokyo in want dat zou één ramp schelen. Eens in de miljoen jaar slaat zo’n gevaarte in op aarde. De laatste keer dat het gebeurde, gebeurde het in Mexico. Alle Mexicaanse springbonen nog aan toe! De hele wereld zat honderd jaar in het donker.

Een positief bericht: mensen die een gelukkige jeugd hadden hebben meer kans om depressief te worden dan mensen die een rampzalige jeugd hadden. Dit omdat het latere leven toch wat tegen kan vallen waar het leek dat vroeger alles vanzelf ging. Dit komt overigens niet uit het boek, maar ik hoorde het vanochtend op de radio. Aangezien er tegenwoordig veel mensen een nare jeugd hebben zal depressiviteit straks tot het verleden behoren. Verder wil ik benadrukken dat geen van de genoemde cijfers kloppen. Ik heb gewoon geen zin om het na te zoeken. Straks loop ik naar beneden en valt er ineens een meteoriet op aarde. Zou zonde van de inspanning zijn geweest. Maar wat men wel kan leren van dit logje is dat het echt niet altijd goed is om door te bijten.

De macholanden

Dit is nu de tweede avond achter elkaar dat ik een logje wis. Het was een logje met mijn mening over een politieke zaak, en ik ben erachter dat ik niet geschikt ben om er een politieke mening op na te houden. Er klopt namelijk geen zak van. Ja, natuurlijk, er zitten zeker dingen in die veel mensen zullen aanspreken, maar er zitten ook dingen in die veel mensen tegen de borst zullen stuiten. En als ik nu politicus was dan nam ik dat op de koop toe, maar nu heb ik slechts een mening over een ver land waar ik nooit geweest ben, waar ik de cultuur niet van begrijp en waarvan ik vind dat ze maar net zo moeten denken als ik. Nee, dat schiet weinig op, bovendien wordt de Sotsji discussie al volop door anderen gevoerd. En aan het eind hoort Poetin mij toch niet.

Ik bemoei me vooral met mijn werk momenteel. Mijn titel is finance manager, maar ik ben nog steeds boekhouder. Want dat is wat ik voornamelijk doe. Ons moederbedrijf heeft dochterondernemingen in 17 landen geloof ik, en allemaal hebben ze hun eigen finance manager, misschien enkele net van de grond gekomen vestigingen uitgezonderd. Vandaag kwam mij ter ore dat mijn Deense collega een andere baan heeft en vervangen wordt door een vrouw. Ik moet nu even diep nadenken maar ik geloof dat ik alleen nog in Brazilië, Chili en Engeland een mannelijke collega heb. (De macholanden) Alle andere landen hebben vrouwen in dienst als finance manager. Waarmee is aangetoond dat ik een vrouwelijk beroep uitoefen. De oerdegelijke boekhouder, het betrouwbare geweten van het bedrijf, het is een vrouwenberoep geworden. Misschien moet ik mij maar laten omscholen tot verpleger of zo. Ach nee, ik kon altijd al goed met vrouwen opschieten. Misschien heb ik veel dezelfde kwaliteiten. Kan ik ook twee dingen tegelijk. Ben ik heel goed in commentaar leveren. En ben ik slecht met gereedschap.  Maar ik heb ook echt mannelijke eigenschappen. Ik hou van grote honden. Ik weet niet hoe met baby’s om te gaan. Ik hou van snelle auto’s. Sloof me graag uit. Eigenlijk ben ik het beste van twee werelden.

Assistente

Vanochtend in de auto kreeg ik een sms-je. Ik was net onderweg maar er zat al een hete accountant op me te wachten, stond er. Nu heb ik dat een aantal jaren geleden ook al eens meegemaakt en gezien haar naam dacht ik dat het dezelfde was. Een ouderwetse oerhollandse naam. Steunbeer zou een prima achternaam zijn. Maar ze was het niet. Het was een andere, niet blond maar donker en kon er alleszins mee door. Enige probleem was dat ze een jaar of twintig was, en net kwam kijken in de boze wereld van de grote accountskantoren. Vreemd dat ze het niet was, trouwens. Hoe groot is de kans dat je bezocht wordt door een knappe assistent accountant gezegend met een ouderwetse naam? Niet groot. Maar als het lot je toch welgevallig was, hoe groot is dan de kans dat er nóg een knappe assistent accountant met dezelfde naam op je wordt afgestuurd? Miniem lijkt mij. Het is uitermate vreemd dat ik nog niet door de bliksem ben getroffen.

Goed, verder heb ik er weinig over te melden. Het waren meer mijn collega’s die nieuwsgierige blikken kwamen werpen. Ik ben natuurlijk 44, en je hoort je te gedragen naar je leeftijd. Dus flirt ik alleen met vrouwen van mijn eigen leeftijd die je keihard kunt terugpakken mochten ze je aanvallen op kaalheid, rughaar of overgewicht. Aan de andere kant vind ik het ook weer onbeleefd om niet met haar te flirten want ja, ze kan zich natuurlijk zomaar beledigd voelen. Ik ken dat gevoel, ik ben ook beledigd als er niet met me geflirt wordt, en dat is echt niet grappig. Laatst gebeurde het me nog, ik ben dan een week van slag. Maar dat had u al gemerkt natuurlijk.

Nou ja, flauwe smoes om te vergoeilijken dat er een week geen logje stond. Ik weet niet meer hoe mijn eigen blogwet 2011 in elkaar zat. Maar de allerdrukste periode op mijn werk lijkt langzaam aan een eind te komen dus ik haal weer adem. Misschien dat andere dingen me dan weer op gaan vallen zodat ik er over kan schrijven. Want dat was het probleem, ik pikte niks meer op behalve werk gerelateerde zaken. Wat natuurlijk niet helemaal goed is. Of misschien is er ook helemaal niks bijzonders gebeurd de afgelopen twee maanden. Iemand nog iets gehoord over hoe het afgelopen is met Mandela? Is-ie weer het ziekenhuis uit?

Changeakter

Misschien komt het omdat ik bij een Softwareleverancier werk, maar wij hebben twee soorten werknemers. Technische en snelle. En ik. Tussen de middag zitten wij gezamenlijk aan een snelle lunch, met pesto, rucola, krabsalade, filet americain, crackers, optimel en potverdorie als ik dit zo opsom lijkt het wel of ik met een stel homo’s aan tafel zit! Ik heb ook uitdrukkelijk verzocht om spikkeltjesworst, bruin brood en karnemelk. In elk geval, de gesprekken zijn van hetzelfde laken een pak. Ik versta hun taal niet. Hockey, sales, en games. Nu dacht ik altijd dat gamen voor jongens was maar nee, mijn collega’s doen het ook. Ze hebben zelfs racestuurtjes en racestoelen en zonder gêne vertellen ze erover.

Vanmiddag hadden ze het over televisies en wat er allemaal mogelijk is en ik kon het in geen velden of wegen volgen. Ik kan het niet eens navertellen. Netflix, Apple-tv, ultra hd, films kijken op je iPad en weet ik het allemaal. Utopia, daar hadden ze het ook over. Toevallig had ik op radio 1 gehoord dat het een programma van John de Mol was, maar dat had ik niet gezien, dus ook daar kon ik niet over meepraten. Wij hebben nog een televisie uit de jaren ’80 van de vorige eeuw en dat vinden ze op zich wel weer grappig. Maar toch besloot ik me in het gesprek te mengen. Ik vertelde over de nieuwste dienst van KPN die wij hadden afgenomen en daarmee kreeg ik de aandacht. Changeakter heet het, maar niemand kende het. Nee logisch, want ik verzon het ter plekke. Wat of dat wel niet mocht zijn. “Nou,” legde ik uit, “soms kijk je een film die op zich wel goed is, maar waarbij je je ergert aan een bepaald acteur. Met Changeakter kun je dan opgeven dat je een bepaald acteur kunt laten vervangen door een andere. Laatst bijvoorbeeld, ik keek naar Meet de Fockers, maar ik kan die Ben Stiller niet uitstaan. Nou, dan geef je gewoon op dat je Greg Focker door John Travolta laat spelen. Ergernis weg! Je kunt alleen geen acteur instellen die op dat moment al een andere rol heeft in de film. Mooi hoor!”

Tijdens de uitleg zitten ze je wat glazig aan te kijken. Maar gelukkig schieten ze toch wel weer in de lach om die collega uit Vaassen waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. In een vorige werkkring dachten ze dat je na negenen Vaassen niet meer in kon omdat de slagbomen dan dicht gingen. Ach ja, zo vermaak ik me. Met het in stand houden van mythes en het verzinnen van onzin.  Ik ben daar erg goed in, al zeg ik het zelf.

Waar gaat het over?

Zo, de rugpijn is bijna weg, anderhalve week deed mijn lichaam erover, daarbij nog dwarsgezeten door een eigenwijze eigenaar van dat lichaam die gewoon hele dagen werkte en amper heeft gelopen, dé therapie die hij anderen met rugpijn altijd aanleunt. Maar goed, anderhalve week en dat zonder behandeling van een peut. Ik kan natuurlijk wel trots doen, maar feit is wel dat als ik in het holenmenstijdperk had geleefd, ik nu dood was. Want ik zou anderhalve week geen eten hebben kunnen vangen en empathie was nog niet uitgevonden dus niemand zou met mij gedeeld hebben. Maar misschien zouden een paar planten mij in leven hebben gehouden of had ik makkelijk anderhalve week zonder eten gekund. Misschien zou ik wel helemaal geen rugpijn gehad hebben omdat ik niet 9 uur per dag achter mijn laptop zat, de avonden nog even niet meegerekend.  Misschien bestonden er geen holenmensen omdat Adam en Eva  de eersten waren. Maar dat lijkt me ook weer onwaarschijnlijk gezien de opgravingen die in de loop der tijd gedaan zijn.

Ik ben trouwens een boek aan het lezen waar ik al eens eerder in begonnen ben maar destijds niet doorheen kwam. Een kleine geschiedenis van bijna alles van Bill Bryson. En wat er precies aan de hand is weet ik niet, maar ik ben nu op bladzijde 100 en heb eigenlijk geen idee waar het over gaat. Hij gaat van wetenschapper naar wetenschapper, de ene nog onbekender dan de ander en allemaal hebben ze een kleine uitvinding gedaan. Of misschien wel een grote, dat is wat lastig inschatten, maar ineens valt me de naam van zo’n wetenschapper op en op dat moment weet ik bij God niet wie dat was. Heb ik dus niet goed opgelet in het boek, maar ik heb ook geen zin om terug te gaan zoeken. Vreemd genoeg leest het wel lekker, maar misschien heb ik wel het vermogen om ook telefoonboeken uit te kunnen lezen.

Toch zou ik er wel iets meer van op willen steken. Toen ik a brief history of time van Hawking las, had ik wel het gevoel dat ik opschoot. Niet dat ik het allemaal snapte, maar het werd mij ongeveer duidelijk wat Hawking nu wel en wat hij niet snapte. Vervolgens weet ik dat ik me moet concentreren op wat hij wel snapt, want wat hij al niet snapt hoef ik helemaal niet aan te beginnen. Van Bryson krijg ik geen hoogte van wat hij nu wel en wat hij nu niet snapt. Ik heb een collega, die snapt alles. Het probleem is alleen, als ik hem iets vraag, duurt het een half uur voordat hij het uitgelegd heeft. En die tijd heb ik niet. En als ik iets denk te weten, of nee, ik weet het zeker, dat heeft hij net de meeste recente theorieën gedownload die zeggen dat het toch weer anders zat. Waarom ik toch zo op zoek ben naar hoe het zit weet ik ook niet. Want als er iets is dat ik met zekerheid kan zeggen is het wel dat ik daar tijdens mijn leven toch niet achter kom. Ik heb nog drie boeken van Jo Nesbø liggen. En anders nog een Zweedse puzzel.

Nog drie.

Ik had vannacht een nachtmerrie. Een echte waarbij je, als je een acteur zou zijn, schreeuwend wakker wordt. Bij mij was het slechts een ademstoot. Ik weet niet meer precies wat er gebeurde, maar het had te maken met de film paranormal activity. Dat waar ik niet meer in geloof, maar waar ik vroeger best bang voor was. Deze droom speelde ook vroeger, in het oude huis maar ik kan me verder niet meer herinneren waar ik bang voor was. Ik keek op de wekker en zag dat het iets na vieren was. Ik stapte uit mijn bed en ging naar de wc. De angst zat nog in mijn lijf, maar mijn ratio won het. Daarna stapte ik weer in bed en droomde ik verder. Weer was ik in het oude huis, maar ditmaal was het geen nachtmerrie maar een frustatie, die het in leven houden van vissen betreft.

Vroeger, op mijn oude kamer had ik een tropisch aquarium. Het stond er nu weer alleen zaten mijn huidige vissen erin. Guppen. Verwarming erin, filtertje, water verversen, u kent het misschien. Aan de andere kant van mijn kamer stond een bak met water met daarin één geisoleerde gup. Die kreeg verder geen verzorging. De guppen in de bak waar ik voor zorgde hadden het zwaar. Er zaten nauwelijks leven in, ze zagen er grauw en lusteloos uit. De gup in de bak die geen verzorging kreeg deed het prima. Die had inmiddels kleine guppen voortgebracht en zelfs nog andere soorten. De bak die ik verzorgde was enorm, zeker twee meter hoog en tien meter lang. Ik was aan het overwegen om de guppen die ik verzorgde te gooien bij de vissen die ik niet verzorgde en het maar te laten. Daar eindigde het ergens.

Mijn echte guppen leven niet lang. Ik kan nieuwe halen en ze verzorgen wat ik wil, ze gaan steeds dood. Iets gaat er fout. Waarschijnlijk ben ik niet gemaakt om een schepper van een wereld te zijn en moet ik me daar niet in mengen. Toen ik beneden kwam lag er weer eentje dood op de bodem. Nog drie te gaan.

Een echte vent

Onlangs zei iemand tegen mij dat echte mannen zouden stoppen met roken op 1 januari 2014. Nu ben ik het daar niet mee eens, want niet voor niets is het gezegde: “het is geen man, die niet roken kan”, maar het bracht mij toch op een idee. En zonder dat ik me mentaal voorbereidde, bewust afscheid nam of hele goede redenen zocht om er mee te stoppen, zit ik hier op mijn eerste rookvrije dag met wat meer energie dan anders. Nu rookte ik wel schandalig weinig, maar toch. Ik kende wel twee momenten vandaag dat ik wel erg veel trek in een sigaret kreeg, maar ik heb ze weerstaan. Maar dat is allemaal het moeilijkste niet. Het moeilijkste is het op de lange termijn weerstaan, in vakanties, op feestjes, weet ik het. Want ik ben iemand die makkelijk een dag zonder kan dus het gevoel heeft dat hij niet echt verslaafd is. Die eigenlijk ook vindt dat drie á vier sigaretten per dag weinig kwaad kunnen.

Maar ik dacht maar aan die stinkadem en mijn stinkvingers als ik gerookt heb. Het eerste wat ik deed was mijn handen wassen na het roken. En roken stinkt tegenwoordig eenmaal. Vroeger niet, toen rook het gewoon naar rook. Ook ga ik angstvallig de weegschaal in de gaten houden. Mocht blijken dat mijn gewicht omhoog gaat, dan begin ik onmiddellijk weer met roken. Want we weten allemaal dat overgewicht niet goed is. Nee, het is allemaal wat vrijblijvend gegaan,  dat stoppen met roken. Ik sta er niet zo enorm achter, dus het is gedoemd te mislukken. Aan de andere kant ben ik nu een dag op weg, en ik ben eerder eens een paar jaar gestopt, dat was helemaal niet het einde van de wereld, al denk je dat vlak vóór en vlak nadat je stopt. Vrij snel is de behoefte weg, maar het duurt iets langer voor de kick van het stoppen weg is, en dát is het moment waarop je moet volhouden. En misschien zit daar wel mijn voordeel, die kick van het stoppen is er niet, dus ik moet nu gelijk al volhouden.

Nou ja, we zullen eens zien. Ik ben altijd zo gek dat ik mij laat opjutten door iemand die zegt dat je geen echte vent bent als je niet stopt met roken. Een echte sportman stopt met roken, dat wel natuurlijk. Of begint met sporten. Hoewel, een rokende sportman die ineens stopt is dat een echte sportman? Of iemand die begint met sporten is een echte sportman? Nee, beide stellingen zijn onjuist. Een echte niet-roker is iemand die nooit rookt. Een echte vent is een vent die zijn figuurlijke ballen toont. Niet zijn letterlijke natuurlijk, want dan eindig je in een politiecel. In die zin kunnen vrouwen ook prima een echte vent zijn. Ze hadden gewoon nooit moeten ontdekken dat roken slecht was voor je gezondheid, want toen die kennis er nog niet was was het ook heel gezond. Jean Louise Calment kwam er op haar 117e jaar achter dat het niet gezond was en is onmiddellijk gestopt. Gelukkig was ze er op tijd bij, anders was ze met 122 jaar nooit de oudste mens ooit geworden.