Dak

Vanavond reed ik iets anders terug dan normaal omdat ik Hans moest oppikken van het voetbal, en reed door de weilanden waar ik vroeger op uit keek als ik op de nok van het dak zat. Ik bracht geregeld tijden door op de nok van het dak, zonder dat mijn moeder daar van wist. Mijn vader was net overleden, en dat was voor dit aspect maar goed ook, want zou hij erachter zijn gekomen dat ik mij op het dak bevond dan zou er wat gezwaaid hebben. Maar misschien zou ik er anders niet gezeten hebben, je weet het niet. Mijn kamer was op zolder, en via het raam van het dakkapel klom ik op het dak en ging op het dakkapel zitten. Omdat ons huis precies aan de rand van het dorp stond, keek je prachtig uit over de weilanden. Het zal zomer zijn geweest, ik kan me toch niet voorstellen dat ik daar in de winter ook zat, hoewel ik het ook niet helemaal uitsluit, en ik kon me precies weer achter de nok verschuilen als er mensen door de straat liepen. Eigenlijk was het levensgevaarlijk, maar op een of andere manier was ik op mijn zestiende zo flexibel dat ik inschatte zo’n val wel aan te kunnen.

Ik heb ook wel eens met het stofzuiger op het dak een wespennest belaagd, en dat ging vrij goed, maar toch wist een enkele wesp aan de zuigkracht te ontsnappen en mij te steken. Held die ik toen was, raakte ik niet in paniek maar liet mij steken en ging door met het werk dat gedaan moest worden. Levensgevaarlijk. Als ik erover nadenk heb ik best veel dingen gedaan vroeger die ik nu niet meer zou durven. Mijn gevoel van onkwetsbaarheid is verdwenen, maar soms laat het weer van zich spreken en ik dan kan ik het niet negeren. Dat loopt meestal uit in iets dat kneust maar leren doe ik er niet van.

Waarschijnlijk om tot rust te komen en om het gevoel te hebben op een plek te zijn waar nooit iemand komt, begaf ik mij op het dak met uitzicht over de weilanden. Totdat de achterbuurvrouw mij zag en het aan mijn moeder rapporteerde. Ik moest bekennen omdat het eenmaal onwaarschijnlijk was dat het Sinterklaas was die op het dak zat. Straf kreeg ik niet voor zover ik mij herinner, ik geloof niet dat ik ooit nog straf kreeg vanaf het moment dat mijn vader overleed. Misschien was ik er te oud voor, misschien had het geen zin meer of misschien was ik al gestraft. In elk geval, ik ben er nog! Een stuk ouder een wijzer.

Terug

Op de radio zei iemand: “naar die tijd moeten we terug.” Ik dacht dat het iets met normvervaging te maken had, maar ik was net iets teveel in gevecht met een stoplicht dat op rood dreigde te springen om het goed door te laten dringen. En zonder dat ik wist waar het over ging had ik er toch een mening over. Want volgens mij moet je nooit terug naar een oude situatie willen. Natuurlijk, er zijn best uitzonderingen. Zo wilde je gedurende de oorlog terug naar de situatie van voor de oorlog, toen de Duitsers nog aan de goede kant van de grens woonden. Velen streefden dat na en toen het was gerealiseerd bleek dat het een goed streven was. Maar verder kun je volgens mij beter niet terug naar een oude situatie als die situatie inmiddels veranderd is. Anders is het als de nieuwe situatie er nog niet is, dan kan het wel goed zijn om tegen te werken want in tegenstelling tot wat men ons graag wil laten geloven is een verandering niet vaak een verbetering. Maar als de veranderde situatie eenmaal is opgetreden is het beter om de nadelen ervan ongedaan te maken en de voordelen te behouden. Situatie 2.0

Wat kunt u hier nu mee? Nou ja, niet zoveel, behalve mijn ongelijk aantonen met een voorbeeld. Maar volgens mij had dit door Cruijff geschreven kunnen zijn, zo logisch zit het in elkaar. Met de wijsheden van Cruijff kunnen we in de praktijk ook niks, maar zo zijn ze ook niet bedoeld. Ze zijn bedoeld om u terug te laten denken aan de basis. Omdat de maatschappij daar inmiddels behoorlijk van weggedreven is en degenen die terug proberen te roeien een hart onder de riem te steken. Ach, je komt vanzelf ergens uit en dan is daar situatie 2.1.

Een nieuwe kans

Vannacht droomde ik dat ik wakker was. En dat is heel verwarrend want je raakt licht in paniek omdat je de volgende dag weer moet presteren. Nu deed ik al niet echt vroeg het licht uit, en kennelijk had ik dat in mijn droom onthouden, hetgeen weer bijdroeg aan de druk om te moeten slapen. Achteraf weet ik zeker dat ik niet echt wakker was, zoals u misschien denkt, en zoals ik in deze droom ook zeker wist, want ik zou vandaag namelijk een examen hebben. Ik moest een boek lezen getiteld “Dood Spoor” en ik kwam er met geen mogelijkheid doorheen. Ik realiseerde me dat ik het had gelezen maar ook dat ik van de inhoud geen letter had onthouden. Dus deed ik het licht aan en ging weer verder in het boek dat in één nacht uit moest. En er was nog iets ellendigs maar dat ben ik echt vergeten. Soms heb je zo’n droom waarin je iets hebt uitgevreten waarvan je geen idee hebt hoe je alleen al op het idee bent gekomen om het te doen, maar je hebt het toch gedaan en je moet er de rest van je leven voor boeten. Het depressieve gevoel wat je in zo’n droom krijgt is levensecht. Maar hoe groot is de opluchting als je wakker wordt, er eerst nog wat in blijft hangen, maar dat langzaam de mist verdwijnt en het steeds duidelijker wordt dat het allemaal niet echt was? Groot genoeg om Goddank te zeggen. Zo moet het voelen als de tijd even wordt teruggedraaid en je een nieuwe kans krijgt. Beter kan Blue Monday niet beginnen.

Maarschalkse

Het moet ongeveer 35 jaar geleden zijn, dat ik het voor het laatst speelde. Stratego. Op een of andere manier had een speldoos de reis naar de toekomst overleefd. Ik wist dat het op zolder stond, maar de doos was al die tijd onaangeroerd. Vandaag pakte ik het ineens en speelde het met mijn kinderen. Alleen de spelregels ontbraken, maar die waren zo op te zoeken op internet. Al snel had ik het weer onder de knie. Ik keek naar het deksel met daarop de tekening met soldaten uit Napoleon’s tijd. En op de speelstukken stonden die vertrouwde tekeningen die ik al die tijd niet meer had gezien. De sergeant, met z’n wat ouwe kop en z’n grote snor, de luitenant, een knappe jongeman, de spion met z’n hoge hoed en de mineur, met z’n Duitse helm. Een prachtig spel eigenlijk waarvan ik me alleen kan herinneren dat ik het ’s zomers in de tuin speelde, aan een blauw inklaptafeltje.

Het is nog best een lastig spel, want je kunt je eigen bewegingsvrijheid onbedoeld beperken als je teveel bommen vooraan plaatst. En als je de bommen teveel om je vlag plaatst, weet de tegenstander al gauw waar de vlag zich bevindt. Het is als schaken, maar dan met vrije beginposities. In de moderne versie van Stratego is de spion een vrouw geworden, een soort Mata Hari. Nu ken ik geen spionnen, tenminste niet in hun hoedanigheid als spion, maar ergens is het wel logisch dat alleen een vrouw de hoogste in rang kan verslaan. Maar alleen als die laatste er niet op is bedacht. Want als de maarschalk de spion aanvalt, dan wint de maarschalk. Maarschalk en spion zijn toevallig ook de enige rangen die tevens een vrouwelijke uitgang hebben. Maarschalkse en spionne. In de geschiedenis schijnt er maar één maarschalkse geweest te zijn en meerdere spionnes. Tegen een maarschalkse is de spionne kansloos. Maar ik vind het wel een vreemd woord, maarschalkse. Alsof ze wulps is.

Namen

Ik loop net door de lijst met jongens- en meisjesnamen van de SVB, en ik sta op het punt om een staatsgreep te plegen. 4789 verschillende meisjesnamen zijn er gegeven in 2014 en 4277 verschillende jongensnamen. Omdat er compleet belachelijke namen bij zitten, maar ook gewoon fout gespelde namen, al geeft men dat niet toe (Zynedine) vind ik dat er een regel moet komen dat je per geslacht nog maar uit twee namen mag kiezen. Voor jongens wordt het dan Gerrit en Klaas en voor meisjes wordt het Geertje en Marietje. Ja sorry, maar het loopt compleet de spuigaten uit. De top 10 namen gaan nog wel, maar zijn onderhand wel uitgekauwd. Maar achteraan kom je de meest belachelijke namen tegen. Ik ga ze niet eens noemen want de kinderen kunnen er ook niks aan doen en er komt een moment dat ze hun naam gaan googlen, als Google dan nog bestaat. Lord-Seven-Angel, welke volledig voor zijn vak ongeschikte ambtenaar keurt dat goed? Wat denken die ouders nu, dat hun kind een excentrieke artiest wordt of zo? Nou, waarschijnlijk wordt hij gewoon ambtenaar van de burgerlijke stand of iets dergelijks, de heer LSA Kleiboer.

De belofte en een warm bad

Ik moet eerlijk bekennen dat het voor mij ook de eerste keer in het Philips Stadion was vanavond. Nieuwjaarsreceptie waarin vooruitgekeken werd op 2015 door Philip Cocu, Gini Wijnaldum, Marcel Brands en Toon Gerbrands, gepresenteerd door Humberto Tan. De entree voelde als een warm bad zonder dat ik dat uit kan leggen, al zal ik een poging doen. Toen ik 30 jaar geleden verhuisde had ik niet zoveel op met Brabant. Ik was 13 en keek vooruit. Ik diende zo snel mogelijk mijn zachte G af te leren, want daar werd ik mee gepest. In een week of twee had ik het al voor elkaar, en daarna volgde een lastige tijd van overleven op de Veluwe. Nog maar een aantal jaren geleden kwam ik tot inkeer en besefte dat Brabant the place to be is. De meisjes kijken er niet strak voor zich uit, de taal klinkt vertrouwd en lieflijk, de mensen zijn opener en willen je vriend zijn. Kortom, een warm bad als je die koude maas bent overgezwommen. Maar het zal ongetwijfeld ook te maken hebben met het feit dat ik al meer dan 30 jaar voor PSV ben.

En dan kom je het Philips Stadion binnen. Het is klein vergeleken bij de Arena, en ook oud. En niet overdekt. Maar onder de overkappingen hangen honderden straalkachels die hun warmte jouw kant op stralen. De stewards hebben plezier in hun werk. De tribunes staan direct aan het veld. En dan klinkt Coldplay, A Sky Full of Stars. Niet zachtjes, maar keihard. En ondertussen draait men filmpjes uit het PSV verleden. Je ziet Gullit, Koeman, Romario, Nilis, Ronaldo. Er hebben zich heel wat mooie dingen afgespeeld daar aan de Frederiklaan in Eindhoven. Hans vond het geweldig. Ik had hem een half uurtje eerder uit school opgehaald en we zijn naar Eindhoven gereden. Aan het begin van het seizoen heb ik hem beloofd dat PSV kampioen zou worden, en dat is misschien niet zo’n slimme belofte, maar het zou wel weer eens tijd worden.
Jeroen Zoet, keeper

Olie

Ben de laatste tijd goed bezig. Dat vinden zowel de psycholoog, mijn werkgever, als mijn vrouw. Dan moet je toch wel van hele goede huize komen als je dat nog onderuit gaat halen, maar dat kom ik ook. Waarmee ik bedoel dat ik het zelf nog wel onderuit zou kunnen halen. Vroeger toen ik voor de Havo was geslaagd vond men ook dat ik goed bezig was. Ikzelf vond het eigenlijk geen prestatie, want het kwam zoals het kwam en echt veel had ik er nu ook weer niet voor gedaan. Bovendien, zesjes. Maar deze keer is het anders. Ik vind het zelf ook wel, dat ik aardig bezig ben. Het begint bijvoorbeeld met de hond uitlaten. Dit doe ik tegenwoordig praktisch elke ochtend, ik loop in alle vroegte een half uur met haar, en bewijs zowel de hond, Linda als mijn rug een enorme dienst. En ik ben in het weekend wat actiever. Ik doe kleine voorzichtige klusjes. Een computer aansluiten, een stukje plint vervangen, en vandaag vroeg ze me te kijken naar een stroef slot. Sinds twee maanden ben ik de trotse eigenaar van een heuse bus WD-40 oliespray, dus dat betekende een koud kunstje, bovendien had ik er vorige week al een stroef slot mee geolied. Maar dit slot liep helemaal niet stroef. Geen enkel punt om de sleutel erin te krijgen.

Nu ik toch bij de voordeur stond, dat slot irriteerde mij al jaren. Het valt namelijk niet dicht en je moet dus de sleutel erin steken en omdraaien om de voordeur dicht te krijgen. De schilder had het een paar jaar geleden ineens opgelost, hij zei toen dat er verf op zat of iets dergelijks. Je kon de voordeur weer achter je dicht trekken. Maar al vrij snel ging dat niet meer en ik ergerde me altijd kapot aan de enorme klappen waarmee Tammar het toch bleef proberen om die deur zonder sleutel dicht te krijgen. KLABAM! En dat zeker vier keer voordat ik bij haar was en naar haar hoofd kon schreeuwen dat ze toch ook wel in de gaten had dat dat niet ging? Nu kwam ik vandaag op het lumineuze idee om een paar druppeltjes olie naar binnen te sprayen. Als een zonnetje! De deur viel weer in het slot met een weerstand als een rad van fortuin. Ik heb Linda erbij gehaald om haar het wereldwonder te tonen. Daarna heb ik de deur zeker nog tien keer zachtjes in het slot gegooid. Welk een victorie viel mij ten deel! Later toen Tammar naar bed ging heb ik het haar ook nog even laten zien, zo trots was ik. Een simpel drupje olie lost een al jaren durend, schitterend probleem op. Misschien moet ik wel voor mezelf beginnen, compleet met bestelwagen en slogan. Mack-olie, voor al uw wrijvingen.

In koelen bloede

De beelden van het in koelen bloede doodschieten van een gewonde agent brachten mij in opperste verwarring. Was dit echt? Was dit in Parijs? De koelbloedigheid waarmee het gebeurde, het afwerende gebaar van de agent en de Jihadist die hem vermoordde met een schot door het hoofd. Het geluid van de schoten. Wat zich kort daarvoor binnen heeft afgespeeld laat zich raden. Moorden gebeuren dagelijks en terroristische aanslagen ook. Maar dit kwam gevaarlijk dichtbij. Anders dan andere keren voelde ik machteloosheid en angst in plaats van mededogen met de slachtoffers. Normaal erger ik me er dood aan als iemand op tv staat te vertellen net nadat er iets ernstigs is gebeurd, dat hij ook het slachtoffer had kunnen zijn maar het gelukkig niet was. En nu had ik een beetje van hetzelfde. Ik dacht aan mijn gezin dat ook niet op genade van extremisten hoeft te rekenen, mochten zij door een ongelukkig toeval net hun pad kruisen. En het is niet eens angst voor de kans dat het gebeurt, want die is klein, maar voor het feit dat er zulke extremisten rondlopen die er niet voor terug zullen deinzen een onschuldige dood te schieten.

Alsof ik dat niet allang wist. Het dossier van de Bende van Nijvel verjaart dit jaar. Een bomscherf vliegt niet in een boogje om een onschuldig persoon heen. Maar om nu op beelden te zien dat er mensen zijn die zo weldoordacht een meervoudige moord plegen vond ik toch wel schokkend. Meer nog dan het fatale schot was ik geschrokken van hun reacties erna. Het zag er zo eng koelbloedig uit. Ze riepen iets, ze renden een beetje, en ze reden vrij rustig weg. Als je hun pad op het verkeerde moment kruist ben je er geweest. De politieman kan niet eens hun echte vijand zijn geweest. Die had de profeet tenslotte niet beledigd. Maar hij was het wel die nu als laatste moest boeten en dat werd zodanig in beeld gebracht dat deze aanslag sterker herinnerd zal worden dan andere waarbij nog meer slachtoffers vielen. Althans, bij mij.

Schijt

Ben een beetje opgefokt door een mail die ik zojuist kreeg van de directeur. Volgens hem heb ik iets fout gedaan maar volgens mij is dat z’n eigen schuld. Hij schreef met hoofdletters, ik antwoordde in kleine met als laatste zin “en schreeuw niet zo!” Vaak zou ik daar een smiley achterzetten, maar nu niet. Ik ben al weken druk met de (voorbereiding van de) jaarafsluiting, en net nu ik bijna klaar ben, gaat hij ineens dingen regelen die al gedaan hadden moeten zijn, maar waardoor ik de cijfers moet veranderen.

Het zou mooi zijn als ik dit soort dingen glimlachend naast me neer kon leggen. Maar kan dat nog niet. Zeker niet omdat ik als ik me in zijn vraag had verdiept wel een ander antwoord had gegeven, maar nu ik daar geen tijd voor had gaf ik antwoord op wat hij vroeg, alleen zijn vraagstelling was niet goed. Dus nu is het afwachten of ik morgenochtend een nog kwaaier mailtje heb of niet. Zou ik hier glimlachend op reageren, zou ik het misschien ook veel verder geschopt hebben in dit vak. De vraag is of als ik morgen een pilletje kon krijgen waardoor ik alle kwaliteiten die ik niet denk te hebben ineens wel zou hebben, ik dat pilletje dan zou nemen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet. Ik zou er erg door veranderen en ik ben toch wel erg gehecht aan mezelf zoals ik ben, al lijk ik het soms wat lastiger te hebben dan gemiddeld. Eigenlijk moet ik er evengoed dikke, vette schijt aan hebben. Ik denk dat ik dat, in elk geval tot morgenochtend, ook maar eens even ga hebben.

Verhaal.

Sinds alweer bijna een jaar hebben we op mijn werk versterking gekregen van een drietal jonge collega’s. Een meisje doet de marketing maar ik heb weinig met klantknuffelen. Echter, het meisje is begin twintig en ik vind haar niet het typische marketeerstype. Ze is van Rotterdamse afkomst en tussen het Amsterdams gerichte bedrijf dat wij zijn vind ik haar een verademing. Goed, ze is nu nog jong en moet nog veel luisteren naar opschepperij en vieze praat, ze lacht er wat onwennig om maar laat zich niet uit de tent lokken. Vandaag waren zij en ik de enigen die aanwezig waren en tussen de middag liepen we een rondje. Ze vertelde mij dat ze vroeger bij Feyenoord werkte en aanwezig was in het Maasgebouw toen dat werd bestormd door woedende Feyenoord hooligans. Ik herinnerde me de beelden nog van angstige agenten die met getrokken pistolen de menigte buiten de deur probeerden te houden. Een uiterst bedreigende situatie.

Waarom vertel ik dit? Tja. Het viel mij op dat dit meisje dit verhaal nu pas vertelde. Een echt verhaal en ze vertelt het zo terloops. Terwijl ik altijd slappe verhalen van de mannen moet aanhoren, die op zo’n hoge toon verteld worden dat je denkt dat ze in hun eentje Duitsland hebben verslagen. Maar er gebeurt niets! Ze geven een keer een rondje met de creditcard van de zaak, zoiets. Of ze zijn in de bananenbar geweest en dat hoor je dan voor de vijftigste keer. Terwijl ze waarschijnlijk angstig een een hoekje stonden en het stil houden voor hun vrouw. Dit meisje had een echt verhaal en vertelt dat nu pas. Terwijl ze ondertussen wel kon weten dat ik gek ben op echte verhalen, want mensen met verhalen zijn er al te weinig. Ik zelf vertel verhalen meestal wel gelijk, maar dan gebeurt er tenminste nog iets in. Zoals dit verhaal.