Lege huls

Toen ik mijn jaarlijkse statistieken tot mij door liet dringen, schrok ik een beetje. Niet zozeer van de teruglopende bezoekersaantallen, want de hoogtijdagen zijn wel geweest, maar meer van mijn langste serie van blogberichten. Drie slechts! Terwijl ene Rob een serie van 110 maakte. Nu ga ik die niet proberen te evenaren, maar drie valt me gewoon wat tegen. Terwijl, als je het realistisch bekijkt, er niets mis mee is. Drie dagen en dan even een dagje niet. Maar 99 logjes in een jaar vond ik ook wat weinig. Had me dan even gewaarschuwd, dan had ik er honderd van gemaakt.

Gisteren lag ik voor pampus op de bank. Van tien tot kwart voor twaalf heb ik geslapen volgens mijn gezin, dat horen ze aan gesnurk. Terwijl ik voor mijn gevoel niet geslapen heb. Feit is wel dat ik doodmoe was en dat ik het niet meer trok. En dat baarde me ook wel weer wat zorgen, dat ik ’s avonds zo moe ben. Ik was altijd duidelijk een avondmens maar nu ben ik niet meer een specifiek mens. Geen ochtend-, geen middag- en geen avondmens. Blijft nachtmens over en daar schrijf ik ook niet over naar huis. Ik slaap te weinig, maar dat ligt niet aan te laat naar bed gaan. Dat ligt aan slecht slapen en vroeg wakker worden, een teken dat er iets niet goed is. Ik kan heel goed tegen weinig slaap, op mijn werk word ik binnen de normale werkuren nooit moe, maar misschien komt het wel door de zes flessen wijn die in mijn kerstpakket zaten. Ik hoorde dat Youp het in zijn oudejaarsconference nog had over de wine-app, dat je daarmee kunt bepalen of je de wijn lekker vindt. Ik vind dat ding ook irritant, het laat de geboren dubbeltjes denken dat ze kwartjes zijn geworden. Ik mag Youp graag en vooral de boodschap die hij uitdraagt. Ik lach niet meer uitbundig omdat je zijn grappen wel zo’n beetje kent, maar hij verveelt me nooit. Maar meer nog hang ik aan de lippen van Finkers, een tot de rand gevulde huls. Finkers gaat volgend jaar de oudejaarsconference doen, en moet vanaf vandaag gaan bijhouden wat er in de wereld gebeurt. Iets wat wij, bloggers, natuurlijk al jaren doen. Met humor is het lastiger om geen lege huls te zijn dan met verdriet. Te veel geluk in je leven is niet goed voor je inspiratie. Een beetje ellende levert vaak mooiere muziek op dan wintersport. Ze zeggen dan wel dat antidepressiva de gevoelens van mensen afvlakken, maar ik beschuldig eerder de wine-app.

2014 herzien

Het gaat hard achteruit hier qua bezoekersaantallen, views, reacties. Maar wat kun je ook verwachten met slechts 99 logjes in een jaar? Het moet wat mij betreft weer beter worden, al heb ik dat vorig jaar misschien ook al gezegd. Gelukkig nieuwjaar allemaal.

Hier is een fragment:

In de concertzaal in het Sydney Opera House passen 2.700 mensen. Deze blog werd in 2014 ongeveer 25.000 keer bekeken. Als je blog een concert zou zijn in het Sydney Opera House, zou het ongeveer 9 uitverkochte optredens nodig hebben voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Als iets te mooi is om waar te zijn, ….

Ik zag gisteren de film/documentaire “De Nieuwe Wildernis” over voornamelijk de grote grazers van de Oostvaardersplassen. De film is ingesproken door Harry Piekema, de vroeger leuke, maar inmiddels irritant geworden supermarktmanager. Grappig detail. Hoewel ik het vooraf niet had gedacht, slaagde de film mij er toch in mij verrast en trots te laten zijn op deze wildernis in Nederland. Er zijn, op een kort fragment van twee schaatsers na, geen menselijke invloeden in te zien. Geen hek, geen windmolens, geen wegen, geen trein, niks. Nou ja, een karrespoor dan. Een oneindige vlakte die je warempel laat denken dat dit gebied een echte wildernis is, vergelijkbaar met de steppes van Afrika of de toendra’s van Rusland. Het is absoluut een uniek natuurgebied met de grootste populatie wilde paarden en edelherten van Europa. De vos jaagt er overdag, iets wat zelden waargenomen wordt. Ik kreeg onmiddellijk het gevoel dat er wolven zaten. Maar die zitten er niet.

En al dat moois heeft een keerzijde. In de korte documentaire “De Nieuwe Wildernix” wordt die getoond. Nu zie je dezelfde vlakte maar aan het eind zie je een snelweg. Je ziet een edelhert bij een hek staan dat van de honger aan een boomschors knaagt. Je ziet grote grazers als verminkte, magere scharminkels rondlopen. Je ziet vele kadavers liggen, iets wat andere beesten weer ten goede komt. Maar anders dan op de Veluwe is er in de Oostvaardersplassen alleen in de vroege zomer voldoende voedsel. In de rest van het jaar is er onvoldoende tot niks. Waardoor de beesten de hele winter op hun reserves moeten leven en velen redden dat niet. De hele natuur is door overbegrazing kaalgevreten en de beesten kunnen er niet uit en worden niet bijgevoerd.

Twee kanten aan een verhaal, en de keerzijde doet je ineens beseffen dat beheer van de wildstand toch niet zo’n slecht idee is. Of misschien de terugkeer van de wolf, waar ik al jaren een voorstander van ben. Want beter is het als de zwaksten gedood worden door een troep wolven, dan dat ze een winter lang honger en kou lijden om uiteindelijk ergens te gaan liggen en dood te vriezen.

De tas met verloren voorwerpen

Mijn dochter Tammar zei laatst iets waarvan ik dacht dat het iemand als H.C. Andersen wel eens geïnspireerd zou kunnen hebben, zou zij het tegen hem gezegd hebben. In haar oneindige goedheid had ze de tafel opgeruimd en alles wat erop lag, in een tas gedaan. Hans was iets kwijt, en Tammar zei toen: als iemand iets kwijt is zit het in deze tas! Het gaf mij een troostend gevoel. Een tas waarin je alles terugvindt wat je kwijt bent geraakt. Ik ben in mijn leven al zoveel kwijtgeraakt dat zo’n tas wel handig zou zijn. Het belangrijkste was wel een platte, vierkante zwarte steen die ik ooit vond in het bos. Het was een bewerkte steen waarop voelbare teksten stonden. Het vierkant was verdeeld in negen kleinere vierkantjes waarop tekens stonden. Het was geen prutswerk, maar bijna machinale perfectie.

Mijn vader kon de tekens niet lezen maar raadde mij aan ermee naar ome Joop te gaan. Ome Joop was zijn collega die bekend stond om zijn grote kennis en intelligentie. Hij veegde de tekens met een beetje spuug schoon, maar kon ze ook niet ontcijferen. Ik heb de steen mee naar school genomen om hem te laten zien, mijn klasgenootjes dachten dat het een schatkaart moest zijn. Kort daarop ben ik de steen kwijtgeraakt, de steen met de onbekende boodschap. Misschien heeft een klasgenootje hem gepikt en had ik dat in mijn oneindige naïviteit niet in de gaten. Dat gebeurde ook eens met twee Tonka autootjes die bij een vrachtwagen hoorde, en die ik later op een rommelmarkt terugzag en bijna teruggekocht had, ware het niet dat er een mevrouw mij voor was.

Het raadsel van de steen zal altijd onopgelost blijven, maar nu hij is kwijtgeraakt kan ik ook makkelijk volhouden dat het een steen uit de ruimte was met een boodschap voor de vinder. Misschien als ik heel diep in de tas van Tammar zoek, dat ik hem weer vind. Samen met andere stoffelijke zaken waarvan ik alleen nog de herinnering heb.

Techniek

De vraag die ik heb is of we er nu op vooruit zijn gegaan met internet en al zijn mogelijkheden of juist niet. Ik benut de mogelijkheden niet ten volle, want ik heb geen wijnbeoordelings-app en geen hardloop-app. Tevens doe ik niet aan streamen en downloaden. Het is al heel wat dat ik digitale televisie heb. Omdat ik die ook niet ten volle gebruik vraag ik me af wat daar nu precies het voordeel van is. Wat duidelijk is, is dat ik een programma even kan stilzetten. Erg handig. Maar daar staat tegenover dat als ik snel de tv aan wil zetten omdat ik iets wil zien, dat niet zomaar gaat. Vroeger toen er nog geen afstandsbediening was klikte ik op de aan- en uitknop en de tv stond aan. Toen er afstandsbediening kwam moest ik eerst op de standbye knop drukken en vervolgens op een zender, en de tv stond aan. Nu lukt het me serieus niet om de tv aan te krijgen. Ik druk op een knop en dan maakt de tv een geluid. Dan druk ik op nog een knop en komt er in beeld: druk op x op de ontvanger aan te zetten. Geheel onduidelijk welke knop met x bedoeld wordt. Als ik op wat ik denk dat x is, druk, gaat de tv of de ontvanger weer uit. Ben gisteren vijf minuten bezig geweest om de tv aan te krijgen en dat deed me denken aan de thuissituatie van een vriendje vroeger. Bij hem hadden ze zwart-wit tv die moest opwarmen. Dat duurde een paar minuten. Maar wel met slechts 1 knop en je had zekerheid dat er over een paar minuten iets begon. Ik heb dat niet. Ik moet twee keer klikken voordat een knop reageert, en vervolgens moet ik vijf keer twee keer klikken om op de stand HDMI te komen, daar waar iets te zien valt. En als ik dan zie wat ik wil zien en ik wil zappen, duurt het twee seconden voordat er overgeschakeld is, hetzelfde kunstje ging in de jaren tachtig en negentig vele malen sneller.

Goed, ik ben niet de meest handige jongen maar bovenstaande regels zouden net zo goed door een bejaarde geschreven kunnen zijn. Ik ben 45 en ik heb er soms zo de balen van dat ik (door wie eigenlijk) gedwongen wordt om mee te gaan met technologie die niks toevoegt. Als je het me op de man af zou vragen dan zou ik antwoorden dat het een groot onrecht is dat ik niet alles mag bepalen in deze wereld. Het zou er stukken van opknappen. De autoradio, die werkt nog wel net zo als vroeger. Hoewel die van mij niet direct aangaat, eerst moet ik allerlei welkomstboodschappen en veiligheidswaarschuwingen zien, eer ik bij de gratie Renault’s mag luisteren. Vanochtend op Radio tien gold (top 4000) hoorde ik Frank Sinatra met My Way. Eigenlijk zegt dat het allemaal. Veel beter werd er daarna niet meer gezongen.

Hoe leest men een boek?

De angst die ik heb voor een terugval is een angst in mijn hoofd, geen angst die ik voel. Ik voel me wel redelijk, ben alleen moe ’s avonds en ik ga al maanden vroeg naar bed. Dan lees ik boeken van Jo Nesbø, over een rechercheur , Harry Hole, die wel wat gelijkenissen met mij vertoont. Harry heeft een hekel aan mensen die zich niet bewust zijn van het feit dat ze blaten als een schaap. Bij het lezen heb ik een trucje nodig want meneer Nesbø gebruikt zoveel Noorse namen (allemaal eindigend op -sen) dat ik op een zeker moment, al ver gevorderd in het boek, over iemand aan het lezen ben waarvan ik geen idee heb wie het is. Dus nu, op het moment dat ik een nieuwe naam tegen kom, schrijf ik die op met een hele korte aanduiding erachter. Ik heb zeker al 30 namen opgeschreven en het leest wat langzamer, maar ik blijf het verhaal nu volgen. Soms lees ik tot het boek uit mijn handen valt en op dat moment heb ik de laatste anderhalve bladzijde niet meer meegekregen, dus sla ik die ook even terug eer ik verder ga.

Op mijn werk gebeuren vreemde dingen. Terwijl ik laatst dacht dat ik de handdoek in de ring ging gooien, krijg ik steeds meer waardering. En misschien heeft de EMDR sessie toch effect gehad, al merkte ik er niks van. De psycholoog was in elk geval erg tevreden over mijn vorderingen, ongeacht waar die vandaan kwamen. Veel tevredener dan ikzelf, maar daar moet ik het nog eens met hem over hebben. Wat ik ook wel positief vind is dat ik dit jaar waar voor mijn eigen risico heb gekregen. Het volledige eigen risico is opgegaan aan mijn rug, maar volgens het schema van de afgelopen jaren had ik nu met veel uitstralingspijn in mijn been moeten rondlopen. Ook dat doe ik niet. De correctie in van mijn nekwervels kan het zijn geweest, de oefeningen die ik deed maar inmiddels bijna niet meer, of het feit dat ik vier keer per week ’s ochtends vroeg opsta voor een lange wandeling met de hond. Misschien wel omdat ik niet meer elke avond achter mijn pc zit. Hoe het ook zij, er zijn veranderingen ingezet. Een mooie contradictio in terminis: veranderingen om weer de oude te worden. Een verbeterde versie van mezelf, dat zou mooi zijn, maar gewoon kunnen blijven functioneren zou al mooi zijn.

Overigens, het is heel lang geleden dat ik uit school kwam fietsen en de pijn voelde van de koude regen die je voorhoofd geselde, maar deze week heb ik die pijn alweer drie keer gevoeld. Vandaag was het zelfs hagel die mijn voorhoofd striemde. Het is de schuld van de hond, maar door haar ben ik weer in beweging.

Conflicten

In de tussentijd, toen ik even niet keek, is er hier wederom een beest naar binnengehaald. Een kitten, haar naam is Kiwi. Niet dat ik haar ooit zo genoemd heb of ga noemen, maar de kinderen hebben beslist. Voor een kitten valt ze mee, al stoort ze mij nog wel eens in mijn slaap. Voor beesten lijk ik een aantrekkelijk persoon te zijn, waarschijnlijk door mijn inbundigheid dat ze me vertrouwen. Inbundigheid is geen bestaand woord, maar ik bedoel er uiteraard het tegengestelde van uitbundigheid mee. Ingetogenheid was wellicht beter. Nu is het vreemde dat ik in mijn hoofd juist niet ingetogen ben, en daar zal het interne conflict ontstaan denk ik wel eens. Ik sta niet graag in het middelpunt, maar ik wil ook niet aan de zijlijn staan. Eigenlijk wil ik juist graag in het middelpunt staan, maar durf daar niet goed te staan omdat ik het middelpunt niet kan waarmaken. Niet altijd tenminste, ik heb ook wel eens totaal niks zinnigs te vertellen en juist op die momenten zou je je schaamte moeten kunnen uitschakelen, wat mij tot een perfecte manager zou maken. Wat vervolgens weer tot het volgende conflict leidt want ik wil geen perfecte manager zijn, want een bedrijf leiden is geen hoog levensdoel.

Een levensdoel is een goede vader zijn, en bijna altijd probeer ik dat te zijn. Behalve als er teveel conflicten in mijn hoofd zijn waardoor ik blokkeer, en ik mij er op dat moment van bewust ben dat ik een waardeloze vader ben. Maar er is mijn omgeving die het tegenspreekt en als je heel diep in mijn hart kijkt spreek ik het zelf ook tegen als het even niet lukt. Want mislukken is nog niet hetzelfde als er met de pet naar gooien of egoïstisch zijn. Maar ik moet meer levensdoelen hebben, denk ik tenminste, maar ik geloof niet dat ik ooit tevreden ben. Ik ben alleen tevreden tijdens het klimmen. Niet tijdens het bereiken van de top en niet tijdens het afdalen. Het is pure zelfkastijding, wat weer in conflict komt met mijn luie aard die graag op de bank ligt. Eigenlijk is het een wonder dat ik niet knettergek ben.

Geen houden aan.

Het vermogen om te lachen is er niet en het depressiespook huist nog in mij, maar ook dat zorgt weer voor komische situaties. Want ik acteer op de automatische piloot en ik neem alles waar. Behalve dan dat ik zaterdag toen ik vroeg op moest om Hans naar voetbal te brengen niet in de gaten had dat ik per ongeluk een slaappil had genomen in plaats van het lachmedicijn. Na 20 minuten begon het zijn versuffende werk te doen en kreeg ik in de gaten wat er aan de hand was. Gelukkig was Linda ook opgestaan anders was het misschien minder grappig afgelopen. Want ik dacht dat ik wel sterker zou zijn dan het medicijn en volledig versuft wilde ik naar mijn auto om Hans weg te brengen. Ondertussen had Linda het ook door en regelde dat Hans met iemand anders mee mocht. Ik werd naar bed gestuurd maar ik heb de bank gehaald, de bank waarop ik drie uur later wakker werd. Ik was de vorige avond al om negen uur in slaap gevallen, dus dat ik het nou echt nodig had…nee, maar er was gewoon geen houden aan.

Seriously uncool

Het gaat iets beter omdat de tijd alle wonden heelt, maar overal zijn valkuilen. Ben er simpelweg niet meer ingevallen. Ik schijn een erg negatief zelfbeeld te hebben, wat als voordeel heeft dat je me zelden hoort opscheppen (tenzij overduidelijk blijkt dat het opscheppen is) maar wat als nadeel heeft dat ik mijn eigen goede kanten niet zie. Een opdracht van de psycholoog is de dingen die goed gingen in een week aan hem rapporteren. Het is lastig want goed betekent bij mij goed en niet ‘gewoon’ of ‘vanzelfsprekend’. Dus ik rapporteer wekelijks een kort lijstje. Verder heb ik EMDR therapie gehad, maar ben nog niet overtuigd van de werking. De psycholoog zei dat ik de komende dagen wel wat zou gaan merken, maar ik merk weinig. Misschien is het feit dat ik dit logje schrijf een bewijs. Dat ik de werking ervan niet merkte veroorzaakte weer een kortstondige wanhoop, omdat ik kennelijk niet te helpen ben en het zelf maar moet uitzoeken. En zo is het natuurlijk ook, net als iedereen moet ik het uiteindelijk zelf doen. Volgens mijn huisarts had ik waarschijnlijk geen problemen gekend als ik 100 jaar terug leefde, en dat was ik met hem eens. Niet dat ik wat aan die constatering had, maar toch. Ik heb een maand niet gelachen en dus een maand niet geleefd maar overleefd. Vandaag maakte ik mijn eerste grap op mijn werk weer. Ik durfde simpelweg niet meer. Want grappen maken betekent dat je je goed voelt, dat je cool bent, en ik was verre van allebei. Maar misschien past ‘cool’ helemaal niet bij me. Misschien moet ik juist eens iets enorm uncools doen. Ik slaap al met een pyjama, maar misschien moet ik eens een stakingslied maken. Als ik dat zag op tv, zingende vakbondsvrouwen in een fabriekskantine die een tekst over meer loon hadden gemaakt op “daar in dat kleine café,” kwam elke vezel in mijn lijf in opstand. Dat nooit! Nou, van die opstand, daar moet ik dus vanaf. Mensen in hun waarde laten is belangrijk. Maar tevens een schier onmogelijke opgave, want elke vezel komt in opstand en probeert indruk op de mensheid te maken. En dat terwijl ik een behoorlijk betekenisloos leven leid. Tenminste, zonder mij zou Nederland het ook gewoon doen. Nou, daar gaat het dus om. Ik moet leren dat het prima is dat Nederland ook zonder mij kan. Ik ben tenslotte Cruijff niet.

Overtreding blogwet 2011, art 1.

Ik was even een tijdje niet in staat tot bloggen en de vraag is of ik het al ben. Ik ben inmiddels onder behandeling van iemand die ervoor geleerd heeft in de hoop dat die me weer op weg helpt. Zonder dat ik al te veel in detail wil treden, denk aan een angststoornis en een terugval in het opgewassen zijn tegen het leven. Alsof ik weer aan het begin van mijn leven sta en mijn moeder me naar school moet brengen, met het verschil dat als je 45 bent het om moedeloos van te worden is als je niet alleen naar school durft. Niet dat ik nog op school zit, maar het geeft een indicatie van wat er speelt. Ben vandaag op eigen verzoek en op advies van mijn huisarts bij de Arbo arts geweest om mijn probleem uit te leggen. Niet dat ik langer dan een dag thuis ben gebleven van mijn werk, want ik werk eenmaal praktisch altijd door, omdat thuis zitten somberen me nu eenmaal niet helpt. Het verbaasde me een beetje dat de Arbo arts vroeg of ik me soms een poosje ziek wilde melden, maar dat is waarschijnlijk mijn achterhaalde standpunt over bedrijfsartsen als boemannen. Ik mocht dus thuisblijven als ik wilde, wat voor mij een bevestiging is dat het kennelijk toch enigszins serieus is wat ik momenteel mankeer. En daar ligt gelijk de kern van het probleem, dat ik bevestiging van anderen nodig heb om te zien dat het klopt wat ik denk. Ik sliep slecht en voelde me depressief en maakte me ernstig zorgen over de toekomst. Zeker over het gedeelte waarin ik als vader en als man moet functioneren. Ernstig zorgen is niet de juiste formulering, want dan lijkt het alsof je nog logisch nadenkt. De logica en de ratio waren volledig weg en veel meer dan een dood vogeltje op de bank was ik eventjes niet. Zo kwetsbaar ben ik kennelijk. Zoals Tom Hanks in Saving Private Ryan toen hij in tranen uitbarstte maar dat niet wilde laten zien aan zijn mannen. Dus gaf hij zichzelf twintig seconden en vermande zich weer. Het vermannen, daar schort het aan. Maar het gaat weer goed komen, dat is zo goed als zeker. Omdat alles nu eenmaal goed komt aan het eind, en zo niet, ben je niet bij het eind, zei John Lennon. Maar aan de wetenschap dat het goed gaat komen heb je nu niks, je hebt er nu alleen iets aan als je ook gelooft dat het goed gaat komen. Waarmee ik misschien aantoon dat geloof sterker is dan wetenschap, maar ik heb er niet veel aan want mijn geloof is momenteel zwak.