Ik maak mij een beetje zorgen, al weet ik niet goed waarom. Ik weet wel waarover, maar niet waarom. Het gaat namelijk over de codes rood en de weeralarmen. Mijn zoontje moest naar school maar gisterenavond waren wij al in rep en roer. Dus werd er groot alarm geslagen onder de ouders van de schoolkinderen en werd er gezorgd dat de arme schapen met de auto werden gebracht. Al snel kregen we een mailtje van de school dat de schapen eerder naar huis mochten, want het onheil zou om een uur of twee losbarsten.
Ik werkte thuis vandaag, want er was immers gewaarschuwd voor een landelijke ontwrichting. Nu werk ik tegenwoordig op maandag altijd thuis, maar toch. Het naderend onheil van twee uur maakte dat ik het zo plande dat ik voor die tijd de hond had uitgelaten, stel dat je overvallen wordt door de sneeuw, ze vinden je toch nooit meer terug? Ja, over driehonderd jaar als goed bewaard gebleven lijk. De man met hond van Vaassen, zo zal ik dan heten en mag ik een plekje naast de Tollund man en Otzi. Mij niet gezien.
In werkelijkheid erger ik mij kapot. Het sneeuwde een beetje vandaag. Een dun laagje ligt er. Mijn zoon en zijn klasgenootjes moesten gebracht en gehaald worden. En morgen weer! Ze hebben niet eens fatsoenlijk leren fietsen met hun opoefietsen met kratje. Wij achtervolgden elkaar op de fiets en al slippend reden we elkaar klem. We joegen door de modder en als er sneeuw lag gooiden we onze fietsen plat door de bocht als waren we Boet van Dulmen. En toch heeft onze generatie het toegelaten dat het nu zo geworden is. De winterbandengeneratie. Ik erger me aan de gewatteerde maatschappij, maar ik weet niet waarom. Waarschijnlijk omdat mijn generatie voor Jan Lul nog hard werd opgevoed.
