Op zijn plaats

We zijn inmiddels over, en ik geloof wel tot grote tevredenheid. Ik heb hier een heel ander gevoel in dit huis. Ik vind het lastig uit te leggen, maar het is alsof het huis op me heeft staan wachten al die jaren zonder dat dat wederzijds was. Maar nu ik er weer ben snap ik pas wat ik gemist heb. Vrijwel alles klopt ineens. Het is 25 jaar geleden dat ik uit deze wijk vertrok, en nu ben ik terug. Ik liep al dezelfde ronde met de hond die ik vroeger met onze hond liep, en ik kwam al een mevrouw tegen die ik vroeger ook tegenkwam. Vroeger had ze een Rottweiler, Boris volgens mij, nu een labrador. Ik liet geen herkenning blijken, zo goed kende ik haar nu ook weer niet, maar apart was het wel. Er is niet eens zo heel veel veranderd hier, op het eerste gezicht.

Ik heb de eerste nachten geslapen als een roos, het is hier veel stiller. Dat geldt ook voor mijn werkkamer. Dat het er stil is, niet dat ik er slaap als een roos. Er wonen hier wat stillere mensen, maar dat was vroeger ook al zo. Als ik in ons oude huis in bed lag hoorde je toch vaak ’s avonds laat nog luid pratende mensen op straat, ik vroeg me dan wel eens af wat er in die koppen om ging.

Als ik er nu kom om nog wat zaken af te handelen heb ik al gelijk niet meer het gevoel van een thuis. Dat kan snel gaan. De kat denkt er volgens mij al net zo over, die ligt hier rustig in huis te slapen, over een poosje mag ze naar buiten. Dit huis heeft rust over zich, dat had het andere niet, door welke oorzaak dan ook. Misschien voelt iedereen het. Het oude huis, ik moet er ineens niet meer aan denken. Kennelijk waren we hier toch meer aan toe dan we dachten.

Ik heb ook slecht nieuws gehad vorige week, het betreft de gezondheid van een familielid, dat knaagt ook wel. Liever zou ik dat niet hier melden, maar ik heb dan het gevoel dat ik iets achter hou, en ik niet vrijuit schrijf. En een oplettende lezer zou dat misschien kunnen oppikken en niet begrijpen waarom ik wat gereserveerd ben. Vandaar.

Laatste nacht

Morgen verhuizen we. Ik lig nu voor de laatste keer op onze oude slaapkamer. Stemt dat mij droef? Neen. We hebben hier fijn gewoond maar het werd nu eens tijd om onze laatste bescheiden woonwensen te vervullen. Een mooiere tuin en een beetje groter. Zomervakantie zit er deze keer denk ik niet in, maar we hebben nu een mooie veranda, dat is al een soort vakantie. Ik hoef dus niet Willeke Alberti’s hit over het oude huis te draaien want we zijn er ook wel klaar mee. Mooi geweest hier.

Als u nog een miljoen heeft liggen, er staat een pracht van een huis te koop een kilometer verderop. In Amsterdam mag je daar dan een rijtjeshuis voor krijgen, dit is prachtig, vrijstaand, in het bos, reeën in de tuin, een plaatje. Mocht ik ooit nog eens een hele slechte plaat uitbrengen, dan koop ik het met de opbrengst.

Maar voorlopig niet. Ben er even klaar mee, met dat verhuizen.

Chromebook

Mijn dochter had gespaard voor een chromebook. Om het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen deed ze klusjes. Kinderarbeid, zo u wilt. Zaterdag heb ik er samen met haar eentje besteld, vandaag kwam hij binnen. Ik werk thuis op maandag, dus ik mocht het ding in ontvangst nemen. Ik richtte hem in volgens de regels van Google, en binnen de kortste keren was alles geblokkeerd. Je kon alleen nog inloggen en dan moest je vervolgens een code ingeven die er niet was. Ik wist wel hoe dat kwam, maar zo was de situatie. Er kon niks meer.

Ik resette hem, en heb nu gelogen tegen google over haar leeftijd. Nu lukte het wel. Als je het eerlijk deed, moest je een onbegrijpelijke familie link inschakelen waarmee je je kind in de gaten kunt houden. Die app blokkeerde ongeveer alles. Ik kreeg het ook niet goed ingesteld. Dus weg ermee. Op het gevaar af dat ze me nu financieel ruïneert of op sites komt waar ze niks te zoeken heeft, kan ze nu overal bij. Ze is nu acht jaar ouder dan ze is. Alles voor je dochter die zo uitgekeken heeft naar haar chromebook. Zelfs mijn badmintonavond liet ik gaan om dit recht te krijgen. Dat deed me best zeer, maar ik kon toch moeilijk haar nieuwe chromebook zo laten dat ze er niks meer mee kon? Maanden voor gespaard, dochter, vader, opofferingen. Ik geloof niet dat het anders gekund had.

Kluizenaar

Er was iets met een banaan die aan de muur was bevestigd met ducttape. Dat was best grappig. Je moet er maar opkomen. Maar om het kunst te noemen, dat gaat mij wat ver, maar ik ga daar niet over. In elk geval, iemand had 130.000 euro neergeteld voor deze flauwekul. Ik ben heel benieuwd naar die iemand. Volgens mij ben je dan labiel en niet meer in staat om eigen keuzes te maken. Gelukkig was er ook iemand die de banaan had opgegeten. Weg 130.000 euro. Hij noemde deze opeet actie ook een kunstwerk, dat vind ik dan weer terecht. Ik vind dat kunstwerk zeker 140.000 euro waard, en als ik het had zou ik het zeker kopen, die opgegeten banaan.

Gelukkig zijn er ook nog normale mensen, al zien we ze steeds minder. Ikzelf bijvoorbeeld laat mij steeds minder zien. Gisteren was ik uitgenodigd voor een housewarming party, maar ik weet niet wat zo iemand denkt, dat ik op zaterdagavond na een dag zwoegen nog zin heb om me tussen anderen te begeven en sociaal wenselijk gedrag ga vertonen? Ik was kapot! Ik was blij dat ik samen met zoon en ook dochter de wedstrijd van PSV kon kijken. Dat is wat me blij maakt, die high fives die we elkaar na een doelpunt geven. Linda was wel naar de housewarming, het arme kind.

Ze is wel bang dat ik langzaam een kluizenaar word, en helemaal ongegrond is die angst niet. Ik hou niet van gezelligheid, tenzij ik het zelf gezellig vind. Ik heb een beetje geklust gisteren en vandaag, en ook dat vind ik wel leuk. Ik ben er niet heel goed in, maar ik kan een uurtje liggend voor een keukenkastje doorbrengen om uit te vinden waar en waarom de draaideur vastloopt. Ik ben meer denker dan doener. Ik wil eerst de situatie overzien en mij langzaam naar de oplossing toe werken. Als ik mijn zoon overhoor dan druk ik hem op het hart dat hij moet nadenken in plaats van klakkeloos leren. Als ze de vraag net anders stellen dan het in het boek staat, gaat het al mis. Alsof ik mijn vader hoor praten. Die kon er ook wanhopig van worden. Hij was ook een huismus trouwens. Zijn gezin, vakantie in Frankrijk, auto, werk, het bos, dat waren wel de belangrijkste dingen in zijn leven. Goh.

Clubliefde

Ik zette vandaag twee Ikea kasten in elkaar, en voor het eerst deed ik het niet volgens de instructies. De laatste keer dat ik het volgens de instructies deed was ik 11 uur lang bezig, met m’n handschroevendraaier. Nu ging ik dus een stuk sneller, maar daar staat tegenover dat ik een paar dingen opnieuw moest doen, en ik een kleine beschadiging heb veroorzaakt, die ik niet veroorzaakt zou hebben als ik het boekje had gevolgd. Maar ja, dan was ik nu nog bezig.

Nu kon ik PSV kijken, en constateren dat voetbal niet alleen draait om goede resultaten. Ja, natuurlijk, daar draait het in eerste instantie om, maar als die resultaten er niet zijn, en je wint eindelijk weer eens makkelijk, dan zijn de interviews met de spelers en de trainer ook mooi om te zien. Zo heeft PSV een paar grote talenten in de selectie, waaronder Mohammed Ihattaren, sinds vandaag de jongste speler ooit die op de Nederlandse eredivisievelden een penalty benutte. Hij volgt daarmee Ronald Koeman op, en dat alleen al is een aanwijzing dat dit een grote gaat worden. Mo is pas 17 en onlangs is zijn vader overleden. Hij moest huilen toen hij scoorde en ook achteraf tijdens het interview.

En dan hebben we Malen, die uiterst bescheiden maar op elke vraag intelligent antwoordend, de interviewer te woord staat. Af en toe een klein glimlachje. En Dumfries die lachend zijn aanvoerdersband afstond aan Affelay, de 33-jarige ex-international die eindelijk weer mocht voetballen. Het hele stadion scandeerde zijn naam, en iedereen was uitzinnig dat hij mocht invallen. Zelfs Jeroen Zoet, die toch een vervelende periode doormaakt, lachte.

En dan is er onze trainer, Marc van Bommel, die als trainer verantwoordelijk is voor de povere resultaten van de laatste tijd. Van Bommel vindt men over het algemeen arrogant, maar ik vind dat niet. Goed, hij is niet nederig, hij heeft een beetje hetzelfde over zich als Cruijff, alleen was Cruijff onaantastbaar. Glimlachen op de juiste momenten, en geen antwoord geven op de vraag als je dat niet wilt.

Een van de analisten was Marco van Basten, een man die ik zeer hoog heb zitten, als voetballer, als trainer en als mens. Hij is 55 maar heeft nog steeds een guitige kop. Hij is onpartijdig en geeft prettig commentaar. Hij is nooit zo negatief als anderen over PSV maar ook nooit zo euforisch.

Ik heb het allemaal tot mij genomen. Ik hou van deze club, en vanavond was een lichtpuntje. Daar kon zelfs de andere analist, zure haring en anti-PSV’er Hugo Borst vanavond helemaal niets aan veranderen.

Tastbaar

Laatst kwam ik via Wiki bij de paus terecht, ik moest opzoeken hoe hij ook alweer heette, want ik was zijn naam vergeten. Dit naar aanleiding van een Netflix film waarin Anthony Hopkins paus Benedictus speelt. Benedictus dus, en de huidige heet Fransiscus. Ik kon er even niet opkomen. Daar had ik bij Johannes Paulus II toch nooit moeite mee. En als ik het niet wist dan zei ik: Woytila.

Maar wat ik fascinerend vond was je dat je op zijn voorganger kon klikken. En vervolgens op die van hem, en die van hem, enzovoort, enzovoort. Zo ging ik anderhalve eeuw terug, totdat ik de eerste paus tegenkwam waarvan geen foto bestond, en ik scrolde door de middeleeuwen via de pausen Hilarius, Bonifatius en Urbanus, totdat de geboortedatums van de pausen niet meer bekend waren. Ik ging ruim 260 pausen terug in de tijd, totdat ik aanbeland was in de periode 67-76, waar de tweede paus, de bisschop van Rome, de Heilige Linus aantrad. Linus kwam uit Toscane, en stelde 15 bisschoppen aan. In de bijbel werd hij genoemd door Paulus.

En dat fascineerde me. Want Linus werd aangesteld door zijn voorganger, de eerste paus, Petrus, die u allemaal wel kent omdat hij de sleutels van de hemelpoort zou hebben, en anders kent u hem van de haan die drie keer kraaide. Ineens was ik terug bij Petrus via een chronologische lijst.

Het Vaticaan heeft dus een lijst liggen van pausen die teruggaat tot in de tijd van Jezus, of net daarna. Ik moest er even over denken. En dat doe ik nog steeds. Het is de andere kant op, van nu naar toen in plaats van de richting die de tijd volgt, van toen naar nu. Als je terug in de tijd wilt, en betrouwbaar wilt blijven, zal het verhaal op rails moeten worden gezet. Alleen dan kun je achteruit zonder van de koers af te wijken. Een locomotief met wagons kan zonder rails alleen vooruit. Achteruit wordt het een zooitje en zal de locomotief op een gegeven moment verder terug zijn dan de laatste wagon. Hoever de rails gelegd is, ik heb geen idee.

Don’t give up

Ik hoorde “don’t give up” van Peter Gabriel en Kate Bush. Mijn gedachten suisden in een seconde terug naar 1986, toen het een hit was. Mijn vader was dat jaar ervoor overleden, en ik had het lastig. Ik was onzeker en angstig maar moest die gevoelens onderdrukken en mee met de opgroeiende meute. Ik klampte mij vast aan elk baken dat ik had en één daarvan was “don’t give up”. Op de zolderkamer waar ik huisde had ik warmte, een bureau en een stereo, en het enige raam bood uitzicht op onze bosrijke achtertuin, ver van de school en de stad. Als de volgende dag nog ver was, was ik veilig. Dj’s vertelden me met hun populaire radiostemmen dat het nummer over werkloosheid ging, maar zoals Kate Bush me toezong, had ik eerder het idee dat het aan mij persoonlijk gericht was. De negativiteit verdween voor even en mijn kamer werd met geluk gevuld.

Vandaag was ik weer even op die zolderkamer. In ons nieuwe huis, dat identiek is aan en vlak bij ons vroegere huis staat. Hier keek ik ook uit op een bosrijke tuin, vogels en een eekhoorn waren er druk in de weer. Zelfs in de herfst is het er mooi. Doordat de begroeiing nu wat dunner was, keek ik op de straat waar vroeger altijd een Renault 4 stond, en waarvan de eigenaar er altijd aan lag te sleutelen. Ik praatte vaak met hem over de auto, ter hoogte van waar nu mijn achtertuin aan grenst. Dat zou ik toch ook nooit gedacht hebben vroeger. De zolderkamer wordt niet voor mij, die wordt voor Hans. Maar ik zal er wel eens uit het raam staan te kijken, schat ik zo in. Opgeven was gelukkig nooit een optie.

Reden

Mensen die mijn blogjes vaker lezen weten dat ik een gloeiende hekel heb aan reizen voor je werk. Ieder jaar is er in Las Vegas een sales-achtige bijeenkomst, men heeft het dan steevast over Vegas. Ik zie je in Vegas! En ondanks dat Las Vegas een Elvis stad is, moet ik er niet aan denken, maar ik hoef er niet heen. Mijn collega moet er wel ieder jaar heen, maar hem begint het ook wat tegen te staan. Waarom ga je dan, was mijn vraag. (degenen die mijn blogjes vaker lezen weten dat dit een hele rare vraag is uit mijn mond.) Hij zei dat het verplicht was en dat je een hele goede reden moest hebben om niet te gaan. Ik gaf hem de reden. “nou, ik ben nu een keer of vijf geweest en het heeft me niets gebracht. Ik ben er als klapvee voor het management en als we nu met z’n allen zoveel CO2 moeten uitstoten, dan wel graag voor iets nuttigs.”

De goede reden zat hier niet bij, en dus boekte hij zijn vliegtuig. Volgens policy mogen ze ook niet bij elkaar in het vliegtuig zitten, want als er eentje neerstort dan zou je gelijk een hele afdeling kwijt zijn. Pertinente onzin, het Nederlands Elftal vliegt ook met elkaar, dat zou pas een ramp zijn als dat neerstort. In ons geval mis je een paar sales mensen, die kun je zo vervangen. Dat bedoel ik niet minderwaardig, het gebeurt al om de haverklap. Ik durf te beweren dat dergelijke sessies geen enkele zin hebben. En aangezien wij niet het enige bedrijf zijn dat aan zulke jaarlijkse flauwekul doet, is het theoretisch heel eenvoudig om heel veel milieuwinst te behalen. In de praktijk onmogelijk, want de grote bazen hoeven zich niet te verantwoorden. Die beweren gewoon dat zo’n kick-off noodzakelijk is en daar is geen enkel argument tegen in te brengen. Tenminste niet een waar ze vatbaar voor zijn. Dat gebeurt pas als de publieke opinie zich tegen hen keert. Dan worden het ineens milieuridders. Dus dat dat maar snel mag gebeuren.

Overeenkomsten

Dit schreef ik gisteren, onvolledig dus nog niet geplaatst.

En toen riep Marco van Basten bij wijze van grap, Sieg Heil op televisie. En toen stond het land op zijn kop. Want jonge jonge, we hebben te maken met een onvervalste nazi hoor, Van Basten, daar moest het hele internet wel over vallen. Dat het niet handig is op tv, dat hoeft geen betoog, maar kunnen we nu helemaal niets meer relativeren? Van Basten maakte gelijk zijn excuses en legde uit waarom hij dat riep. Om het niveau van de beheersing van de Duitse taal van Hans Kraaij belachelijk te maken. Sieg Heil niveau, zoiets. Die grapjes maakten we vroeger zo vaak, big deal. We kunnen geen grap meer van ernst onderscheiden helaas. Kranten pikten het op en in het buitenland doen ze dat nog helemaal verkeerd ook, zodat ze daar denken dat Van Basten er kennelijk nazi-sympathie op nahoudt, en dat wat allemaal in shock zijn.

Idioot gewoon. En dan moet heel Twitter weer laten zien hoe verontwaardigd ze zijn door Nederlands beste voetballer ooit even op zijn plek te zetten. Ik word er wel wat wanhopig van, eerlijk gezegd. Mag iemand nog een foutje maken hier? Van Basten zou het zeker niet geroepen hebben als hij zich op dat moment realiseerde wie er allemaal mee luisterden. Maar dat deed hij niet, hij maakte een grapje, zoals dat vroeger zo vaak gebeurde. Theo Maassen noemde Hitler de man van zes miljoen, de hele zaal lag dubbel, inclusief ondergetekende. Maar ja, binnen de muren van de cabaretzaal is het kunst, dus dan hoor je er niemand over.

Niemand snapt straks meer hoe belangrijk humor is. Straks zitten we alleen nog maar naar politiek correctie flauwe grappen te luisteren waarin niemand meer gekwetst wordt. Dat is pas een gevaarlijke ontwikkeling.

Dit schreef Hugo Borst vanochtend

Ik zag Theo Maassen recent in het Nieuwe Luxor. In zijn laatste show, Situatie Gewijzigd, speelt de cabaretier met zijn leven. Een karrenvracht aan seksistische grappen passeert, en al die mensen in de zaal maar lachen. Ik had ook aandrang, maar ik durfde niet zo goed, het is tegenwoordig immers verboden om politiek incorrect te zijn. Nou, Theo Maassen was dus de sjaak. In een recensie in de Volkskrant schreef een inquisiteur dat de ironie er niet dik genoeg bovenop lag en dat zijn verhaal nu niet verteld dient te worden.

Marco van Bastens ‘Sieg Heil’ was een loze of ‘Allo Allo’-achtige opmerking, niet bestemd voor andermans oren. Maar, oei, het werd gehoord. Er volgde, op zijn aandrang, meteen een excuus, maar het was al te laat. Zoiets wordt anno 2019 een inktvlek. De microfoons stonden open en zo reikte het tot aan Berlijn en Londen en New York, alsof het luid geschreeuwd was – wat niet zo was.

Elke donderdagavond zit ik met twee vrienden die beschikken over zelfspot en gevoel voor humor foute grappen uit te wisselen. Een Suri, een Marokkaan en ik-zei-de-bleekscheet vertellen ze fluisterend. Voor je het weet hoort iemand het, word je verklikt en word je in een kerker gegooid. Het is zonde, want het zijn heel goede foute grappen, we zouden ze zo graag delen met andere mensen die een beetje kunnen relativeren. Maar we kijken wel uit. We leven in verwarrende tijden. Zelfs maandverband moet tegenwoordig genderneutraal zijn.

Enfin. Hoe redden we Marco na zijn foute opmerking? Een optie is: het is allemaal de schuld van Hans Kraay junior. Met zijn mavo-Duits-interviewtje heeft hij Marco van Basten er gewoon in geluisd. Als we Kraay junior ontslaan dan kunnen we voetbalicoon Van Basten behouden door hem een taakstraf te geven. Ik denk aan vier geschiedenislessen van Maarten van Rossem. Dat zal ’m leren.

Wie denkt dat ik Marco niet hard aanpak: echt wel. Hij weet dat ik vind dat-ie Poetin nooit een hand had moeten geven. Onvergeeflijk!

Wie Marco van Basten echt wil leren kennen moet zijn boek Basta lezen. Dat komt volgende week uit. Het is ontroerend, niet-rancuneus en zeer zelfkritisch.

Wat zijn faux pas betreft: ik ben blij met Hanna Luden van Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Zij zorgde voor context. Die twee misplaatste woorden van Van Basten, zei ze, zijn ‘laakbaar, maar laten we er geen olifant van maken.’


Een kanttekening over racisme

Volgens de heersende definities mag ik mijzelf zowel racist als seksist noemen. Ik, blanke man, zie namelijk direct of iemand een andere huidskleur heeft of of iemand een man of vrouw is. In het geval van de donkere huidskleur maak ik geen onderscheid, tenzij diegene mij benadeelt, dan vergroot ik die donkere kleur uit en zou ik hem wel eens een racistisch scheldwoord kunnen toewerpen. Ik geloof niet dat ik het ooit gedaan heb, maar ik sluit het ook niet uit. Hetzelfde zou ik doen met een kaal persoon. Zou deze mij benadelen, dan zou ik hem zeker biljartbal noemen. Ik denk wel dat het ooit gebeurd is, want de drempel om iemand die kaal is te beledigen is lager dan om dat te doen bij iemand met een andere huidskleur. Maar is er wel een wezenlijk verschil? Waarom vinden we het prima als een vol voetbalstadion iep iep roept als Vanenburg aan de bal is (zijn hoge stem) of zingen ze over de neus van Rene Eijkelkamp, of Sylvie is de hoer van Amsterdam, maar zodra er een oerwoudgeluid is te horen wordt de wedstrijd stil gelegd? Ik vind het maar discriminatie eerlijk gezegd. Maar dit terzijde. Dat zouden ze in alle gevallen moeten doen waar één speler het doelwit is van de volle tribune.

Bij vrouwen wordt het nog erger. Ik behandel vrouwen namelijk anders dan dat ik mannen behandel. Gewoonlijk ben ik vriendelijker tegen een vrouw. Hoe aantrekkelijker, hoe vriendelijker. Seksisme pur sang, als je het mij vraagt. Maar als ze mij benadeelt, dan zou het zomaar eens kunnen zijn dat ik haar “wijf” noem. Of “mens!” Dat zou ik bij een man nooit doen. Aan de andere kant ben ik ook wel eens uitgescholden voor homo, blanda en bleekscheet.

Ik weet niet of ik hiermee naar de dokter moet. Of u allemaal wel een roomblanke (haha) ziel heeft en dergelijke verschillen nooit opmerkt. Ik geloof niet dat je gelijk een slecht mens bent, mocht je je een keer laten gaan. Ik denk zelfs dat we dit doen omdat we niet helemaal tevreden over onszelf zijn en zo een beter gevoel over onszelf te krijgen. Maar leer ervan. Ik weet dat alle mensen gelijke rechten moeten hebben en dat we iedereen die vriendelijk tegen ons is, vriendelijk terug moeten behandelen. En dat is wat ik probeer te doen. Maar vraag niet van me om verschillen niet meer te zien. Dat gaat niet. Soms zijn die verschillen zelfs mooi in het voordeel van de ander. Zolang je op de voetbaltribune maar wel je bek houdt. Tegen donkere spelers, tegen de scheidsrechter en tegen de tegenstander in het algemeen. En wegwerpgebaren moet je ook niet maken. Ten eerste is dat onbeleefd, en ten tweede als je ze maakt moet het ook een wegwerpgebaar zijn, en geen Hitlergroet.