Uiterlijkheden

Vanochtend in het bos, het uitlaatgebied, liep ik op met een stel dat ik niet kende, en dat kon wel kloppen want ze liepen er voor het eerst. Ze hadden twee honden en vier kinderen waarover ik van alles te horen kreeg. Het hele rondje vertelden ze van alles, alsof ik ze al jaren kende. Dus ik vertelde hen ook gelijk maar alles wat er te vertellen viel. Aardige mensen, ik kon niet anders zeggen. Ik vertelde anekdotes van meer dan dertig jaar geleden. Over een hond die door het glas sprong, en dat de volgende dag nadat de ruit gerepareerd was, nog een keertje deed. Het was eenzelfde hond als zij hadden, vandaar. Zo lul je zo een half uurtje makkelijk vol. Ondertussen waren mijn hond en die van hen achter elkaar aan aan het rennen, dus ook die konden het goed vinden, al hadden ze wat aanloopproblemen.

Ik kom daar ook wel eens mensen tegen die ik liever mijd omdat ze ook onophoudelijk praten, maar dan interesseert het me niet zoveel. Eén man heeft een tactiek ontwikkeld om ergens te blijven wachten en als je dan langskomt gelijk over iets te beginnen zodat je wel moet antwoorden. Daar hou ik dus niet van. Zo kwam ik een keer aanlopen met iemand, hij stond op het pad te wachten en toen we langskwamen zei hij dat er kort geleden zwijnen waren geweest omdat je ze nog kon ruiken. Oh ja joh? Leuk voor je. Of die vrouw die je dan tegenkomt en die ongevraagd omkeert en met je meeloopt. En dat zijn nooit de Doutzens die dat doen hoor.

En volgens mij ligt het daar ook gewoon aan, want het stel dat met mij meeliep was van de vlotte terwijl die man die ik net beschreef zo mee zou kunnen in Debiteuren/Crediteuren en de vrouw die ongevraagd omkeert, loopt met haar armen te zwaaien alsof ze ze elk moment “de paden op de lanen in” kan inzetten. Als je niets van iemand weet dan moet je op het uiterlijk afgaan. Aan de hand daarvan maken we razendsnel een inschatting van iemands persoonlijkheid. Ons reptielenbrein werkt nog steeds.

Ik schrijf maar wat

Ik liep net een rondje met de hond(en) en ik zag dat iemand zijn kerstboom nog had staan. Terwijl ik vorige week dacht dat ik de laatste gespot had die werd opgeruimd. Ik vond het vorige week al veel te laat, nu verslikte ik me in mijn eigen speeksel. 19 januari en de kerstboom stond nog in de huiskamer! Ik moet er niet aan denken. Die van ons was 1 of 2 januari weg! Maar dat kwam ook omdat wij verder moesten in ons nieuwe huis. Ik zal u op de hoogte houden tot hoe lang de kerstboom er nog staat. Ik raak er een tikkeltje nerveus van, iemand die om deze tijd zijn kerstboom nog heeft staan. Daar is iets niet goed, denk ik dan. Goed, ik kende ook iemand die had in juli zijn kerstboom nog staan, die zei dat hij dat leuk vond, maar die verdacht ik ervan dat hij het vooral leuk vond om aan anderen te kunnen vertellen dat hij in juli zijn kerstboom nog had staan. Studentikoos.

Over studenten gesproken, ik heb er eentje in huis. Een puber op de Mavo. Ik ben ook een puber op de Mavo geweest, maar ik ben nu een man op leeftijd die al vindt dat hij de dingen veel beter begreep op school. Maar dat kan niet zo geweest zijn want ik leerde me ook snel door het eerste kwartier heen om daarna te kunnen lanterfanten. Daarna volgde een zesje en kon ik alles weer vergeten. Toen vond ik dat vergeten wel nuttig, nu vind ik het vooral zonde. Hij wil Frans laten vallen, de lapzwans. Een superbelangrijk vak vind ik. Eigenlijk het enige vak dat ik nog wel eens gebruik als ik op vakantie ga. Maar het is misschien maar goed ook, want in drie Mavo heb je kennelijk geen idee wat “voiture” betekent. Ook nooit gehad ook, dat woord. Vanavond hielp ik hem met wiskunde. En dat viel me dan weer mee. Goed, hij paste een formule toe zonder dat hij snapte wat hij aan het doen was (de coördinaten van de top van een parabool aan het berekenen) maar hij deed het wel goed! Nu hoop ik hem toch dat kleine zetje te hebben gegeven waardoor alles ineens op zijn plek valt. Zoals ik dat had toen ik na Havo handelswetenschappen en Meao bedrijfsadministratie ging werken en eindelijk begreep wat een grootboek was.

Over grootboek gesproken, we zijn hier door de ergste financiële crisis heen. Het oude huis is overgedragen, en de eerste maand zonder dubbele woonlasten komt eraan. Nu lijken de euro’s in mijn portemonnee door een supersterke elektromagneet te worden aangetrokken, want ik kan ze nog steeds niet op hun plek houden. Maar er is weer perspectief!

Over perspectief gesproken, ik zag iemand die zijn kerstboom nog had staan…

Rentenieren

Mijn toekomstplannen zijn danig in de war geschopt. Ik lag precies op schema, op mijn vijftigste zou ik gaan rentenieren. Ik had berekend dat ik met twee miljoen gulden makkelijk rond zou kunnen komen de rest van mijn leven. In 2001 kwam er die idiote euro die alles verpest heeft. Ik moest nu ineens 5 miljoen euro hebben om rond te komen, want alles werd twee keer zo duur. Daarbij, vroeger had ik op mijn 50e nog een levensverwachting van 25 jaar, nu is dat een paar jaar geleden ineens nog 900 jaar geworden. (de eerste mens die 1000 wordt is reeds onder ons)

En nu, nu ik die vijf miljoen eindelijk bij elkaar heb krijg ik ineens geen rente meer. Rentenieren betekent tegenwoordig terugbetalen aan de bank. Komt nog bij dat mijn eindloonregeling is gewijzigd naar een middelloonregeling, en het zit er dik in dat dat vlak voor de eindstreep nog wijzigt naar een beginloonregeling.

Kortom, onze overheid houdt zich niet aan mijn spelregels. Ik kan dus niet anders dan een staatsgreep plegen. En dan gaan we wat beleven, ha! Het eerste dat we doen is een no deal Nexit. Per direct. En dan sturen we troepen naar Amerika om ze te bevrijden van de bezetter. Dan is die rekening ook vereffend. En daarna fuseren we met Belgie en sturen Suriname een brief dat het gedonder afgelopen moet zijn of herkolonisatie volgt. Gesodemieter.

Klusser

Ik was in de kluswinkel zoals zo vaak de laatste tijd. Mijn schoonvader had een ophangsysteem gehaald, alleen was er nog maar één plankje terwijl we er twee nodig hadden. Gewoon een simpel plankje, wit, 30 x 120 cm. Niks aan de hand. Morgen zouden er weer twee binnenkomen (2!) Ter plekke zagen behoorde kennelijk ook niet tot de opties.

Voor ik verder ga moet ik even melden dat als je een beginnend klusser bent, zoals ik, het een prima winkel is. De gevorderde klusser (halve bouwvakker) heeft er echter niks te zoeken. Mijn broer vindt het er maar niks. Mijn schoonvader begreep mijn broer volkomen.

Vandaag stuurde ik mijn vrouw langs die winkel om het plankje op te halen. Ik wilde immers het rek aan de wand in gebruik nemen. Kreeg ik een appje dat het hout wat binnengekomen was nog niet was uitgepakt. Ik begreep het niet helemaal want ik zou denken, dan pak je het toch uit, maar zo was het kennelijk niet. Dus ik ging vanavond zelf naar de kluswinkel. Ik ging het niet vragen, ik liep recht op mijn doel af, maar het enige wat ik zag dat aan mijn wensen voldeed was een kar vol hout, onuitgepakt!

Een beetje pissig liep ik naar een medewerker en vertelde hem dat ik al twee eerdere pogingen tot het verkrijgen van een plankje had gedaan, maar tot dusver onsuccesvol. De medewerker vertelde me dat het nog niet uitgepakt was, want hij had een liesbreuk en mocht van de dokter nog niet tillen. Drie weken ziek thuis geweest, de lapzwans. Dus ik zeg: “dus?” Dus, ik kon het plankje vanavond niet meekrijgen. En als ik het er nu zelf af stapel? Ja, dat is veel werk, ik weet niet of je daar tijd voor hebt. Ja, dat had ik wel.

De man riep een jonge jongen om mij te helpen. Daar had ik dus helemaal niks aan. Die snapte nog niet hoe je plastic los moest snijden. Kon drie woorden zeggen. Hij bleef eerst al twee minuten weg om een duimstok te zoeken. Waar ze die slome types toch vandaan halen in een kluswinkel, het is mij een groot raadsel. Terwijl hij aan de totaal verkeerde kant in het plastic aan het snijden was, had ik het plankje al gelokaliseerd. Ergens onderop. Ik heb twee minuten hout af gestapeld, en toen had ik het al. Geen enkele zweetdruppel heeft het me gekost. Ik zei tegen liesbreuk dat me dat ook met een liesbreuk nog wel gelukt was.

Goed, nu vind ik het dus ook een ballentent. Ik ben nu immers een licht gevorderde klusser.

De baas der bazen

Ik kom tijd te kort de laatste tijd. Voor mijn gevoel moet ik nog zoveel doen in huis, dat twee dagen weekend veel te weinig is. Het is niet alleen dingen doen, het is ook rust nemen dat erbij inschiet. Dus val ik ’s avonds in slaap op de bank. Oudejaarsavond? Om één uur zat ik bij de visite op de bank te slapen.

Mijn baas had gezegd om het kalm aan te doen deze week. Volgende week moeten we er weer zijn. Afgelopen donderdag heb ik het programma waarmee ik werk vier keer opgestart, en vier keer heeft het zichzelf weer afgesloten wegens inactiviteit. Gisteren werkte ik thuis, maar ondertussen deed ik mijn privé administratie. Geen enkel probleem, we hebben genoeg gewerkt het afgelopen jaar. 2020 begint volgende week wat haar betreft en ik ben het daarmee eens.

Maar dan komt in mijn droom mijn eerste werkgever langs. Een oude registeraccountant aan wie ik veel te danken heb. Hij was niet boos, want dat werd hij nooit, hij was ook niet teleurgesteld, het was nog erger. Hij kon je op je plek zetten en je laten voelen dat je zojuist zwaar je taak verzuimd had. Dat je een nietsnut was waarmee je de oorlog niet kon winnen. En zonder dat hij dat benoemde, wist je dat hij dat bedoelde. En precies hij kwam langs in mijn droom om me duidelijk te maken dat wat ik de afgelopen twee dagen had gedaan, niet kon. In de hiërarchie staat hij ver boven mijn huidige baas, en ik weet niet eens zeker of hij nog wel leeft. Als hij nog leeft is hij nu ongeveer 90. Hij leerde mij na te denken over wat ik deed. Hij leerde mij op te houden met zomaar iets te doen.

Nu moet ik volgende week dus weer aan het werk van hem. Nauwkeurig, efficient en resultaatgericht. Op zo’n manier dat mijn huidige baas ook tevreden kan zijn. Weekenden en vrije dagen komen er nog genoeg.

2020

Ondanks een paar nare berichten in het nieuws, miljoenen dode dieren in Australië, dode apen door een brand in Duitsland, een vader en een zoon omgekomen bij een brand en talloze vernielingen door vuurwerk, zijn wij het nieuwe jaar goed begonnen. Milo is weer naar zijn baasjes -binnenkort komt hij weer een weekje- dus konden we uitslapen. Ons vuurwerk was gratis, net als mijn autoreparatie.

We hebben geen oudejaarsconferences gezien, geen schansspringen, geen nieuwjaarsconcert. We hebben verder opgeruimd in ons nieuwe huis, ik heb de hond uitgelaten in het bos, ik zit nu aan een La Chouffe biertje -lang niet meer gehad- en we hebben shoarma besteld.

Vuurwerk mag van mij per direct worden afgeschaft, geen enkel probleem, maar dat geldt niet voor het slimmere deel van de Nederlanders, die laten zich deze traditie niet afpakken. Ik vind overigens de hele jaarwisseling een beetje overtrokken. Jonge mensen op straat met champagne die het afgelopen decennium een geweldige Journey vonden, en die zin hebben in 2020. Och, wat verandert er eigenlijk? De tijd heeft een andere naam, dat is alles.

Ik wens jullie allemaal goede omstandigheden in 2020, dan kun je er zelf van maken wat je wilt.

Hondengedrag

Na drie honden te hebben gehad weet ik inmiddels het een en ander over hun ge- en misdragingen. Honden zijn sociale beesten, echter zijn hun sociale uitingen beduidend anders dan bij mensen. Zij handelen vanuit hun eerste ingeving, die vaak de beste is. De linker op de foto is Milo, die logeert hier elk jaar rond deze tijd. Milo is bij ons hond aan huis, en Randi trouwens bij Milo thuis ook. Milo is een ongecastreerde reu van 5 jaar die er indrukwekkend uitziet, gespierd en een dikke kop, maar is superlief. Wel irritant, maar goed, hij wil graag aandacht. Met Randi is hij beste maatjes, samen in het bos grommen ze vervaarlijk en happen naar elkaars nek tijdens het rennen. Spelen heet dat, maar het klinkt als vechten.

Vanochtend in het bos stond Milo even voor het hek te wachten tot ik eraan kwam. Aan de andere kant van het hek stonden een paar andere honden. Omdat de kleinere honden zich veilig voelden door het hek wat er tussen zat, gaven ze extra venijnig van zich af, en maakten Milo duidelijk dat hij beter rechtsomkeert kon maken als hij nog langer wilde leven. Echter, ik duwde de poort open, en Milo, normaal de vriendelijkheid zelve, dook er boven op om de misdragingen van de ander af te straffen. Dit valt nog steeds onder het sociaal hondengedrag.

Niet alle baasjes, de meesten niet, herkennen dit en denken dat hun hond aan stukken wordt gescheurd. Een hoop paniek, geschreeuw en boze blikken. In werkelijkheid laten de honden elkaar alleen hun wapens zien. Er wordt niet gebeten, het is puur het bepalen van de rangorde. Ik laat ze dan even uitrazen, na drie tellen is het meestal weer voorbij. De hond die het onderspit delft accepteert dat zonder morren en verder is het duidelijk wie er voorrang heeft. Omdat mijn eigen hond, een teef van zes, ook nog wel eens dominant gedrag vertoont zou het mij niet verbazen als ik bij sommige mensen bekend sta als die aso met die tyfushonden. Echter, andersom wordt die van mij ook wel eens op haar plaats gezet, ze geeft zich dan over en dan zie je de baas van de andere ook wat angstig kijken. Of ik niet boos ben. Nee, ik ben niet boos. Ik loop in een losloopgebied waar honden loslopen en waar ze zich gedragen volgens hun eigen sociale regels, niet volgens het sociale systeem van de westerse mens.

Alleen

Het was de eerste dag dat het bos weer opengesteld was. Het bos gaat op slot van 15 september tot 25 december vanwege de bronsttijd, tenminste dat zeggen ze. De werkelijke reden is dat het koninklijk huis dan heerlijk vrij kan jagen in die periode. In elk geval, ik ging erheen met de hond, ik hou ervan om er alleen rond te zwerven in de uitgestrekte kroondomeinen.

Op de parkeerplaats stonden 386 auto’s geparkeerd. Allemaal mensen die er ook van houden om in hun eentje in het bos rond te zwerven. Eerst liep ik een verharde weg langs die mij wat dieper in het bos bracht. De meeste mensen zullen niet zo ver van de parkeerplaats gaan, dus verderop zal het wel stil worden, aldus mijn gedachten. De eersten die ik tegenkwam waren een man, een vrouw en een jong kind. De man was met zijn kind aan het dollen en ik dacht: nou ja, dat heb je in het begin. Een kilometer verderop kwam een oudere vrouw de heuvel af met haar aan de rolstoel gekluisterde man voor zich uit duwend. Dat vond ik al irritant, ik was al zeker een kilometer aan het sjouwen, mijn hartslag ging al omhoog, komt zij gewoon naar beneden zetten. Ze moest dus ook haar man omhoog hebben geduwd.

Nou ja, ik liep er voorbij en ik had het bos voor mij alleen. Voor 30 seconden. Toen kwamen er twee schreeuwende mountainbikers de heuvel afzetten. Al het wild in een omtrek van drie kilometer was nu verjaagd. Ik nam een zijpaadje. Nu begon de grote wildernis. Na driehonderd meter komt er een hardloopster op me af. Ik dacht nog: nou ja, een hardloopster, dat kan, die leggen grotere afstanden af dan een wandelaar, al liep ze niet echt hard. Echter, vlak voor mij zwaaide ze, maakte een rondje en jogde de andere kant op. De andere kant op? Daar is helemaal niks, hoezo gaat ze de andere kant op? Waarnaartoe dan? Ik liep een stukje achter haar aan, zij ging ergens rechts, ik ging links, nog dieper het bos in.

Hier was ik alleen, op mezelf en afgesloten van de bewoonde wereld. Een man en een vrouw, beiden grijs, dus niet in staat tot het afleggen van zulke afstanden als de hond en ik, kwamen me tegemoet. Met hun hond. Irritant. Ik was al zeker drie kilometer van de auto. Ik nam weer een zijweg, nu moest het afgelopen zijn. Twee ruiters in galop stoven me voorbij, die mogen hier helemaal niet komen, dus dat telt niet. In de verte zag ik nog een mountainbiker, en nog verder in de verte kwam een hele groep wandelaars op me af.

Nu was ik er klaar mee, ik nam een afslag en daarna een vaag pad waarvan ik niet eens wist of ik er wel in mocht. Hier was ik eindelijk alleen. Het grote genieten kon beginnen. Ik liep over gevallen bladeren en stapte in een diepe plas die voor mij onzichtbaar was. Mijn schoen en sok waren helemaal nat, maar dat deerde niet, dit onbegaanbare pad was niet voor pussy’s. Ik volgde het pad dat door het bos kronkelde en keek eens om mij heen. Hier kende ik het niet. Waar was ik eigenlijk? Gevoelsmatig moest ik rechtdoor, in de richting waarin ik liep, maar volgens het kompas moest ik terug, de andere kant op. Daar snapte ik helemaal niks van. Mijn gevoel zei het tegengestelde van mijn kompas. Ik was compleet gedesoriënteerd. Ik had het gevoel dat ik in de Twilight Zone terecht was gekomen.

Ik appte naar huis dat ik verdwaald was, en deze keer echt, want ik moest links volgens mijn kompas, maar rechts volgens mijn gevoel. Het oosten lag in het westen, het westen lag in het oosten. Tot mijn verbazing kreeg ik gelijk een appje terug, dus ik had ontvangst! Ik keek op google maps en liet mij leiden. Ook google maps stuurde mij de andere kant op en ik dacht, laat ik nu eens niet eigenwijs doen en doen wat kompas en google zeggen. Nu kwam ik ineens niemand meer tegen aan wie ik het kon vragen. Volgens Google was ik nog slechts 1 km van mijn auto verwijderd. Het leek weer te landen in mijn hoofd. Mijn richtingsgevoel was toch goed, het kompas ook. Wat er fout ging is dat ik geheel onterecht dacht dat Vaassen in het westen lag, maar dat ligt natuurlijk in het oosten. Hoe kon ik zo dom zijn?

Ik appte naar huis dat ik het weer wist, en de eerste mensen die ik weer tegenkwam in dit dichtbevolkte bos waren mijn buren van het oude huis. Of ik de wolf nog gezien had, vroeg de buurvrouw. “De wolf,” vroeg ik achteloos. “Nee niet op gelet. ” Ik was lekker een stukje lopen met de hond nu het hier weer mag. Lekker rustig hier!

Gelijkspel

We zijn net op tijd verhuisd om nog de kerstborrel in de buurt mee te maken. Volgens de buurt is ons hofje de leukste buurt, maar welke buurt zegt dat niet van zichzelf? Wat wel vóór deze opvatting pleit is dat wij er zijn komen wonen. Wat er tegen pleit is dat mijn broer op het andere hofje woont. Wij wonen hemelsbreed nu zestig meter uit elkaar, alleen kun je er hemelsbreed niet komen, je moet dus zeker 150 meter lopen.

Wat ook voor de stelling pleit is dat wij het hondenhofje zijn, onze achterburen zijn het kattenhofje. Wij hebben nu wel een kat het hondenhofje binnengebracht, maar we hebben ook een hond meegenomen. Het moge duidelijk zijn dat honden leuker zijn dan katten. Er schijnen ook mensen te zijn die dat niet vinden, maar volgens mij neem je een kat alleen als je geen zin hebt om een hond uit te laten.

Wat tegen de stelling pleit is dat op ons hofje Ronnie Tober heeft gewoond, en in het huis naast mijn broer woonde Henk Wijngaard. Die laatste kwam ik nog wel eens tegen bij het uitlaten van de hond vroeger. Die eerste wel eens bij Albert Heijn. Nu ben ik geen uitgesproken fan van Henk Wijngaard, maar het lijkt me een uitgemaakte zaak dat die beter is dan Ronnie Tober. Die laatste had een stomme hit over Sandra, Henk had toch een paar leukere meezingers.

De tussenstand is dus een gelijkspel. Ik ben denk ik ook de enige die er een wedstrijd van maakt.

Ingewikkelde kwesties

Het nieuwe huis geeft nu al rust en dat gaat denk ik nog beter worden als het oude huis overdrachtsklaar is. Vandaag heb ik nog even flink mijn best gedaan om de laatste spullen eruit te sjouwen, morgen de allerlaatste. Ik heb tig keren de trap op en af gelopen, ik ben drie keer op de milieustraat geweest, en de vierde keer kwam ik eraan, maar hadden ze het hek al 1 minuut voor tijd dicht gedaan, zodat de ambtenaren op tijd voor hun warme prakkie waren, en ik met mijn overvolle auto weer terug kon en alles in de tuin moest achterlaten. Dan loop ik wel te vloeken overigens, ik haat die mentaliteit, maar goed, wat doe je er tegen?

Nu zijn het nog een paar kleine dingen, de gaatjes dichtsmeren en schoonmaken, maar dat laatste hoef ik niet zelf te doen. Ik heb maandag en dinsdag vrij genomen, en daar kijk ik nu ook veel meer naar uit dan naar de vrije dagen in het oude huis. Dat geeft toch te denken. Ik heb daar mijn dagen een beetje internettend versleten, hier liggen andere uitdagingen op me te wachten. Ik ben bang dat ik hier niet meer zoveel vrije dagen opbouw als in het oude huis. Ik vind het zelfs niet zo erg dat we dit jaar niet op vakantie kunnen, dat zou ik in het oude huis toch wel gevonden hebben. Ik zie me hier al zitten in de zomer, in de veranda met een boek. Geen probleem. Frankrijk ligt er in 2021 ook nog wel.

Nee, eerst baalde ik een beetje van Linda’s drang om naar een ander huis uit te zien, een jaar nadat we het oude hadden opnieuw hadden laten schilderen en behangen en vloerbedekking hadden laten leggen. Maar nu bleek ze het achteraf toch weer bij het rechte eind te hebben, zoals zo vaak als het gaat om de simpele maar belangrijke dingen in het leven. Bij ingewikkelde kwesties die er verder niet toe doen heb ik overigens wel altijd gelijk.