Sinterklaas

We hebben nu al jaren een zogenaamde pieten discussie. Al jaren ben ik het er niet mee eens dat zwarte piet racisme is. De eerste keer dat ik zwarte piet associeerde met een donkere huidskleur was toen de zwarte Pieten discussie begon. Ik dacht er simpelweg niet over na. En ik ging er vanuit dat dat bij anderen ook zo zou werken. Helaas. Afgelopen weekend werd een donkere voetballer racistisch bejegend en alsof dat al niet erg genoeg was, ook voor K-zwarte Piet uitgemaakt. Te treurig voor woorden, al heeft deze donkere voetballer uiterst goed gereageerd en veel aan sympathie gewonnen.

Als anderen nu toch beginnen om donkere mensen voor zwarte piet uit te maken, dan kan ik niet anders dan hopen dat het gauw gedaan is met de zwarte knecht van de Sint. Ik vond eigenlijk dat de anti zwarte piet demonstranten buiten proportioneel hard de discussie zijn aangegaan. Er was gelijk een vijandigheid gecreëerd die wel een vijandig tegengeluid moest krijgen. De nuance was meteen weg. En de voorstanders hadden het makkelijk kunnen winnen, door er niet op in te gaan, dan was het waarschijnlijk al doodgebloed. Maar als een groepje mensen, die waarschijnlijk geen systematische racisten zijn maar mensen die snel zwichten onder groepsdruk, een donkere voetballer uitmaken voor zwarte piet, ja, dan krijgen de anti’s alsnog gelijk.

Mijn kinderen geloven niet meer, ik ben er finaal klaar mee, van mij mag die hele Sint verdwijnen zodat beide kampen buitenspel worden gezet. Opdonderen Klaas, en neem je pieten mee! Ik ben je racisme zat! Bovendien houden we hier niet van Spanjaarden!

Opschepper

Net als velen ken ik ook het verschijnsel midlife crisis. Alleen bij mij openbaart het zich niet door middel van een motor of een snelle auto, maar door het zuinig zijn op mijn lichaam. Ik ben vijftig, en ook ik heb dat niet schadevrij doorstaan, maar ik sport nog en ik loop einden met de hond. En dus trap ik wel eens in een valkuil. Dat gebeurde een jaar of vijf geleden toen ik in een opschepperige bui beweerde dat ik de 100 meter nog wel in vijftien seconden kon lopen. Op de Havo liep ik de afstand immers in 12,9 seconden, maar daar is geen bewijs van, en misschien is mijn herinnering fout. Maar ik werd niet geloofd. En dus ging ik destijds een beetje trainen als ik de hond uitliet. Ik ging als de gesmeerde bliksem vond ik zelf, alleen binnen de kortste keren had ik hielspoor en was ik een maand of negen bezig om daarvan te herstellen.

Inmiddels sport ik weer, en deze week was er weer een dergelijke discussie en benoemde ik weer mijn Havo tijd. Dan zie je ze al kijken, die lult uit zijn nek. En dus zei ik ook dat ik het nog wel in 15 seconden zou kunnen. Dat zette helemaal kwaad bloed merkte ik, want opscheppen, daar houden mensen eenmaal niet van. Er werd al een stuk afgemeten van 100 meter, en mijn opschepperij werd achter mijn rug doorverteld aan andere collega’s. Men kan het eenmaal niet goed hebben als iemand van vijftig nog dergelijke dingen beweert, zelf zijn ze inmiddels behoorlijk uitgezakt. Maar goed, ik ga natuurlijk niet op een industrieterrein lopen en mezelf voor lul zetten, dat leek me wel rechtvaardig.

Maar ik voelde me toch niet op mijn gemak, dus vanochtend in het bos heb ik even een poging gewaagd. Met gewone kleren, jas, leesbril op, telefoon in mijn linkerhand en in de rechter de lange looplijn haalde ik twee keer 23/u en een keer 24/u, door Waze gemeten. Ik acht mijzelf dus niet kansloos met een hardloopoutfit en een weekje trainen. Maar ik riskeer blessures door mijn grote mond. En stel dat ik het nu wel bewijs, dan zet ik alleen maar meer kwaad bloed bij dat stelletje uitgezakten. Maar beter voortaan alleen claimen wat is gemeten.

Ballast

Nadat ik Michel Boerebach had gezien in DWDD, werd ik weer even terug op aarde gezet. Al mijn boosheid verdween als sneeuw voor de zon door zijn diep trieste verhaal dat ik niet eens kende. Ik schaamde mij een beetje voor mijn eigen sores en sprak dat ook uit op dat moment. Zelfs Hugo Borst, die ik normaal een arrogante lul vind, was ineens sympathiek doordat hij Boerebach had geholpen om verder te leven.

Het is niet dat mijn ogen ineens opengingen, zo gaat het namelijk altijd. Het gaat goed, en hoe langer het goed gaat, hoe dichterbij het moment komt dat het niet meer goed gaat, omdat je kennelijk niet meer in de gaten hebt wat er allemaal aan negatieve ballast aan je blijft plakken in je rush door het bestaan. Die ballast wordt steeds groter en zwaarder, als bij een tractor in trekkertrek. Wijze mensen nemen misschien af en toe een pauze om een last van zich af te werpen en om zich zo weer makkelijker voort te kunnen bewegen. Ik loop vast in de grond. En dan komt er altijd iemand, nu is het Boerebach, die ellende moest meemaken die je niemand gunt, en waarvan je je afvraagt waarom in hemelsnaam. Dat nemen van een pauze, dat is nog best lastig als je je niet moe voelt. Ik vrees dat ik in mijn team degene ben van wie het het langst geleden is dat hij een vrije dag heeft opgenomen.

Ik leer het ook niet. Ik ben even een week van de kaart, ik schud alle ballast van me af, en ik kan weer verder. Totdat ik me weer tegen die steen stoot, die heel in de verte al ligt te wachten. Over een poosje kan ik hem al zien, maar ik zal hem dan niet herkennen als dezelfde steen. Ik klap er zo weer bovenop. Het zou mooi zijn als ik dan zelf opkrabbel in plaats van dat ik daar iemands ellende voor nodig heb. Dan leer ik tenminste.

Moe in het najaar

Ik was er even helemaal klaar mee. Alles wordt te donker en te zwaar, behalve mijn werk, kennelijk kan ik daar mijn zinnen verzetten. Ik doe tegenwoordig ook nog wat aan vrijwilligerswerk voor de voetbalclub, maar dat is eigenbelang, want ik houd boek. Boekhouden is een vorm van therapie. Het is als schilderen of beeldhouwen, alleen wordt het niet als kunst erkend. Ik kan er uren zoet mee zijn, met het scheppen van orde in de chaos. Momenteel heb ik geen beroep. Ja, ik ben in loondienst en ik werk veertig uur, maar de job title klinkt zo belachelijk dat ik hem liever niet uitspreek. Ik werk voor een Amerikaans IT bedrijf zeg ik dan meestal, al denken mensen dan dat je IT’er bent. Wat IT’ers precies doen weet ik ook niet, maar voorwaarde om het te zijn is dat je op bepaalde gebieden kunt toveren met computers. Ik niet dus. Mijn werk houdt het midden tussen verkoop en administratie, maar ik duik het liefst diep in de systemen en de historie om de gegevens op te diepen die de klant wil zien. Ondertussen is aan mijn job title het woord “lead” toegevoegd, wat zoveel wil zeggen als dat anderen mij vragen stellen en ik die beantwoord. Want leiden doe ik niet. Ik moet er niet aan denken. Mijn manager, een Duitse, moet maar constant vechten tegen Amerikanen, zorgen dat de budgetten gehaald worden, en af en toe moet ze onzin verkopen. Zoals gisteren, toen er iets gebeurde dat ik een week geleden voorspelde, en waarvan zij toen zei dat we het niet zouden laten gebeuren. Ze liet het toch gebeuren onder druk van het budget. Ik zei er maar niks van, het lijkt me al lastig genoeg om zo’n abstracte baan te hebben.

Het is inmiddels zaterdag, de koper heeft zich nog niet bedacht binnen de wettelijke bedenktermijn, en ze pakt het adequaat aan, gezien het feit dat ze gisteren een taxateur op ons afstuurde. Ons huis is wel pas getaxeerd, maar het ene taxatierapport is het andere kennelijk niet, dus nu moet het weer opnieuw. Maar het ziet er allemaal goed uit. Vanavond gaan we ondanks de financiële misère weer een keer uit eten met z’n vieren. Vanochtend heb ik bijna tien kilometer gelopen met de hond, gewoon omdat hond en vooral ik ervan opknappen. Oktober en november, het zijn vaak geen makkelijke maanden, al weiger ik te geloven dat ik najaarsmoeheid heb. Ik ben dan wel moe en het is najaar, maar hallo zeg, wat een stress met die twee huizen.

Alarmbel

Het ziet er goed uit, qua verkoop van het huis. Wij hebben gisteren de koopovereenkomst getekend, de koper vandaag. Dus die is in elk geval komen opdagen. Nu moet ik haar eigenlijk bellen dat ze de komende drie dagen binnen blijft en geen nieuws bekijkt, zodat er niet iets gebeurt waardoor ze weer van gedachten verandert.

Het werd hoog tijd. Zo’n bank en makelaar hebben makkelijk praten achteraf, maar daar had ik vooraf bezwaar tegen moeten maken. Ik geloofde hen op hun blauwe ogen toen ze zeiden dat we ons huis zo kwijt waren en dat we die dubbele lasten makkelijk een jaar vol konden houden. Ik realiseerde me niet wat dat eigenlijk inhield, dubbele lasten. Als je het uitspreekt is het gauw gezegd, en denk je dat je maandelijks een extra huis moet betalen. Maar dat is niet zo. Je moet namelijk maandelijks een extra huis betalen! Dat klinkt hetzelfde, maar let eens op dat uitroepteken. Dat uitroepteken, dat miste er in mijn hoofd. Een uitroepteken is een alarmbel, een punt is een feit dat je voor waar aanneemt.

De eerste maand ging het nog wel, toen ging alleen de extra rente lopen, maar de tweede maand kwam daar de extra aflossing bij. Ik ben nu al bezig een huis af te lossen wat ik nog niet eens bewoon. Ik heb mijn hoogste baas al gebeld om te vragen hoe hij denkt dit probleem voor me te gaan oplossen. En als je dan bekomen bent van de schrik, komt daar nog een autoreparatie achteraan en tevens het besef dat je je volgende maand weer kunt schrap zetten om een linkse directe van de bank te incasseren.

Dus wij mogen toch hopen dat deze koopster zich niet bedenkt, dat haar niks overkomt, en dat ze de financiering rond krijgt. Want anders weet ik het even niet meer. Dus voor iedereen die graag een huis wil kopen: eerst dat huidige huis eruit, wat iedereen ook zegt! Tenzij je natuurlijk voor driehonderd euro per maand woont, zoals genoeg mensen die jaren geleden gekocht hebben. Of tenzij je je nieuwe huis heel graag wilt hebben, dan doe gerust als ons. Maar zeg niet dat je niet gewaarschuwd bent.

Nog twee maanden….

Voorrang

Ik werd vrijdag tijdens de terugweg van mijn werk door twee vrachtwagenchauffeurs terecht gewezen. De eerste stond in een file op de snelweg, ik reed hem op de oprit voorbij en voegde een meter of twintig voor hem in. Dat kwam mij te staan op een salvo van zijn verstralers. Waarom deze man de verkeersregels niet kent is mij onduidelijk. Je moet toch de hele oprit gebruiken om in te voegen.

De ander reed op de rechterbaan, een meter of twintig achter de volgende vrachtwagen. De weg was driebaans, ik haalde de vrachtwagen in op de middelste baan. Ik zag dat hij wilde inhalen omdat hij zijn richtingaanwijzer naar links aanzette, maar ik ging niet een baan verder naar links, maar haalde hem met een constant snelheidsverschil in, dus hij moest denk ik even inhouden, hoewel de afstand tot zijn voorganger nog steeds tien meter was. Toen ik voorbij was, ging hij naar links en trakteerde mij op een lichtsalvo. Want hij vond kennelijk dat zodra hij zijn richtingaanwijzer aanzette, ik moest uitwijken. Ik ben ooit eens voor terecht gewezen door mijn rijinstructrice omdat ik ruimte wilde maken voor een invoegende auto. De regel is echter dat als je een bijzondere verrichting verricht, je al het overige verkeer voorrang moet geven.

Nu gaf hij mij wel voorrang, hij had immers simpel naar links kunnen komen en mij van de baan af kunnen drukken, zoals ook regelmatig gebeurt, maar waarom ik nu dat lichtsalvo kreeg? Omdat ik zijn voorrang verlening accepteerde? Het is ook niet gauw goed. Ik bleef echter rustig. Hoewel ik in gedachten wel al bezig was om hem te vragen of hij de verkeersregels eigenlijk wel kent.

Koper

Het is nog niet definitief, maar er heeft zich een koper gemeld. Geen kijker, maar een koper. Hij (vader) is enorm traag. De dochter is de koper, maar vader handelt alles af. De man maakt nergens haast mee, we hebben hem hier op de openhuizendag voor het eerst gezien. Vorige week donderdag deed hij pas een bod, een dag later waren we eruit. Ik dacht dat zijn traagheid diende om niet te geïnteresseerd over te komen, maar ook na deze mondelinge overeenkomst verloopt het nogal traag. A.s. dinsdag wordt er als het goed is getekend, dan gaan er drie dagen bedenktijd in, dus die verloopt om vrijdag middernacht, en dan is er nog het financieringsvoorbehoud.

We zijn blij uiteraard, vandaag werd er hier een gigantisch bedrag aan vaste lasten afgeschreven waar we nog van moeten bekomen. Kwam er ook een rekening voor mijn auto bij die vier keer hoger uitviel dan ik verwachtte, dus we liggen nu de tien seconden rust af te wachten die de scheids ons geeft om overeind te krabbelen.

U hoeft geen medelijden met ons te hebben, we hebben het goed, maar we gaan hard door de reserves heen. Dus we zijn erg blij met de voorlopige koper.

Agressieprobleem.

Het vorige logje had geen leuke aanleiding. Een knallende ruzie hier vanwege mijn agressieprobleem dat ik ineens schijn te hebben. Het is inderdaad waar dat er soms een hoop boosheid naar buiten komt. Soms ook in de auto, terwijl ik altijd een snelle, maar niet agressieve of gevaarlijke rijstijl had. Tegenwoordig zou ik, als mij onrecht wordt aangedaan, in staat zijn om dat onrecht terug te betalen met een bewuste aanrijding. Nou ja, ik denk het niet hoor, ik denk dat ik niet minder dan een halve meter op mijn belager zou zitten.

Als het te lang goed gaat, dan bouwt zich spanning op, en die moet ontladen worden. Dus komt er een keer een ruzie. Dan doe je dingen die niet handig zijn, en neem je beslissingen die je woede koelen, en dat voelt heerlijk. Alleen later, als het over is, blijken het niet de beste beslissingen uit je leven. Pas als je die weer hebt rechtgezet, straalt de herfst je weer tegemoet. Iedereen ziet het ook aan je, dat die last van je schouders is. Dan maak je ineens weer een praatje met een vreemde, of je blijft even staan kijken naar een specht die zit te timmeren. Van daaruit kun je weer opbouwen. Tot je weer die arrogante vent bent die anderen weer pijn doet en daar later weer spijt van heeft.

Ik heb ook helemaal niet de illusie dat ik een eigen mening heb. Die mening wordt gewoon gevormd door mijn omgeving, en ik weet zeker dat ze mij er met wat vrouwelijke charme, druk of mindfuck hele andere meningen op na kunnen laten houden. En dat bewustzijn maakt me agressief.

Zelfdestructie

Ik ben vijftig. Dan zou je zeggen, doe eens rustig. Maar ik kan eenmaal niet tegen onrecht, al bestaat dat wellicht alleen in mijn ogen. Als ik baal van een verliespartij van PSV, dan lijd ik, en dat probeer ik alleen te doen. Maar ik ben chagrijnig en op jennende Ajacieden zit ik dan niet te wachten. Hoe dicht ze ook bij mij staan, dat maakt op zo’n moment niks uit, het liefst sloeg ik ze neer. En als het nu alleen kwam door slecht spel, dan was het tot daar aan toe, maar als er wekelijks op cruciale momenten een nadelige scheidsrechterlijke beslissing is, dan maakt me dat pissig. Goed, dat zullen sommigen Calimero of huilie huilie vinden, dat is dan jammer. Als ik ongelijk heb hoor ik de argumentatie wel.

In elk geval, ook thuis wordt de sfeer er niet beter op. Ik ben al niet te genieten maar als Linda dan nog partij kiest voor de verkeerde ga ik door het lint. Dat doet ze in de auto ook vaak als ik loop te schelden op een medeweggebruiker die een lul is. In dit geval stapte ik uit een groepsapp waar de teringlijer zich in bevond. Optyven! Handig is het niet hoor, dat geef ik toe, beter zou het zijn om voor de makkelijke weg te gaan en sportief te doen. Dat zit er bij mij niet in helaas. Ik barst liever dan dat ik buig. You’ll be sorry when I’m dead, and all this guilt will be on your head. Dat ongeveer. Sting begrijpt het tenminste. Maar die was jong toen hij het schreef. Ik ben hier veel te oud voor.

Julia en Rachel

Vroeger ging ik vaak naar het Veluwemeer om te surfen. We deden dat met een vast clubje van jongens en meisjes, ik heb daar mooie herinneringen aan. Ik kom er nooit meer, maar vandaag moest ik er zijn, want ik zou Hans en z’n vriendje en twee vriendinnen naar Walibi brengen. Hij is al veertien, en zijn vriendinnen waren al vijftien. Nog leuke meiden ook als je het mij vraagt. Bij allebei de vriendinnen moest ik nadat ze ingestapt waren na vijftig meter weer terug omdat de één haar telefoon en de ander haar entreekaart was vergeten. De andere jongen in het gezelschap was vergeten z’n telefoon op te laden. De goed voorbereide generatie.

Julia en Rachel. Ergens was ik wat jaloers op Hans. Er komen nu vrienden en vriendinnen ten tonele die waarschijnlijk de komende jaren deel van zijn leven gaan uitmaken. Ik had op mijn veertiende nog nooit een meisje van dichtbij gezien, maar deze twee achter in mijn auto leken al geen halffabricaten meer. Vooral Rachel was een zogenaamd verlegen meisje dat steeds nerveus lachte. Je zal er maar een dag mee in Walibi mogen rondbrengen. Hans is dan ook een coole dude.

De weg naar Walibi was dezelfde als die naar het Veluwemeer. Ik kom er nooit meer, maar de kilometers lange dijk had nog dezelfde klinkers waardoor je hele auto rammelde destijds. (Fiat Panda) Nu zoefde ik er iets makkelijker overheen. Onderweg zag ik nog een aantal punten die er vroeger al waren. De kazerne boven op de knobbel, de discotheek waar de militairen uitgingen, de haven van Elburg en de dijk. Het is jammer dat mijn auto net stuk ging, en ik niet meer mag rijden van de garage, anders had ik ze vanavond nog opgehaald.