Een kat in het nauw

Ik hoorde katten die op het punt stonden elkaar in de haren te vliegen. We noemen het kattengejank, maar ik denk dat bedreigingen zijn. Het was vlak buiten onze tuin, en ik vermoedde dat onze kat een van de betrokkenen was. Omdat ik onze kat een handje wilde helpen, stuurde ik de hond de tuin in, die dan wel even orde op zaken stelt. Waar ik echter geen rekening mee had gehouden was dat het niet buiten, maar in onze tuin was.

De hond vloog er bovenop, onze kat smeerde hem, maar de andere was in een hoek gedreven. Ik heb nog nooit een kat zo zien vechten voor z’n leven. Hij stoof van links naar rechts, sprong omhoog en toen onze hond hem te pakken had sloeg hij als een leeuw van zich af. Ik bemoeide me er snel mee en dat was de redding van de kat, en tegelijkertijd kreeg de hond een pets. Ze jankte, maar ging toen weer door. In de seconde dat ik de afleiding was, schoot de kat een boom in en stuurde ik de hond, bloedend aan oren en neus, naar binnen.

Ik vreesde voor de kat, maar vijf minuten later klom hij de boom uit, hij leek ongehavend. Hij had zich met succes verdedigd. Dat was goed, want ik kende de kat, hij is van een buurvrouw en komt hier vaker, maar ik denk dat dit de laatste keer is dat hij in onze tuin was.

Allerzielen

Ik herinner me nog goed dat ik vandaag een jaar geleden bij mijn huisarts zat omdat ik depressieve klachten had en al weken in angst zat. Ik was al een paar keer bij zijn praktijkondersteuner geweest, maar dat ging eerder de verkeerde kant op dan de goede. Ze plande me toen in bij de huisarts met wie ik het erg goed kan vinden.

De man kent mij goed en trok wel een uur voor me uit. Hij zei de juiste dingen en had het over onverwerkt trauma, en wat dat bij mij dan kon zijn. Ik noemde het verlies van mijn vader, en ik meende te bespeuren dat hij zich stom voelde vanwege die vraag. Ik zag hem denken: “shit, dat wist ik natuurlijk!”

Hij herstelde zich razendsnel en ging door op het onderwerp en ik vertelde over de band met mijn vader. De afgelopen weken was al mijn zelfvertrouwen weggelopen, maar dit gesprek gaf me weer wat terug, gevoelsmatig genoeg om naar het volgende tankstation te rijden. Aan het eind, het was ver na zessen en inmiddels donker buiten, zei hij: “Allerzielen vandaag,” met een vanzelfsprekendheid die het toeval voorbij stak. Ik knikte. ‘s Avonds thuis brandde ik een kaarsje.

Vanochtend in de auto noemde ik ook ineens zijn naam. Papa, zei ik ineens, zonder dat ik me bewust was waarom. Ik herhaalde het nog een paar keer tot het weer normaal klonk, want zo noemde ik mijn vader, papa.

Een prettig gesprek

Op 1 april van dit jaar maakte ik een fout. Geen onherstelbare, want ik herstelde hem vandaag en bovendien wist ik toen nog niet dat het een fout was. Wat deed ik? Ik veranderde van papieren krant naar digitale omdat ik de papieren nauwelijks las. Het scheelde me meer dan 20 euro per maand.

De digitale krant las ik helemaal niet. In het begin nog wel, wat dwangmatig eigenlijk, maar het kostte me moeite en ik gaf het al snel op en betaalde voor niks 15 euro per maand. Omdat ik van een generatie ben waarvan sommigen het nog belangrijk vinden om een krant te hebben en omdat ik nog maar weinig in de auto zit om radio 1 te luisteren, vond ik dat die krant er weer moest komen, onder het motto: beter duurder en vluchtig lezen dan goedkoper en helemaal niet.

Het gesprek met de abonnementenverkoper verliep prettig. Hij had een prachtige naam die een Romeins veldheer niet zou misstaan. Ik vermoedde dat hij Surinaamse of Antilliaanse roots had en nadat hij de krant weer naar mijn wens had omgezet probeerde hij me nog een tijdschrift aan te smeren, en zodoende raakten we aan de praat over Formule 1. Hij vertelde dat hij dat al 25 jaar volgde, waardoor ik dacht: beginneling! Ik volg het al 45 jaar, en ik zei dat ik het tegenwoordig wat saai vond. Dat ik een groter fan van Jos was dan van Max ondanks het verschil in succes, en dat ik Hamilton ook wel een overwinning gunde, maar dat Senna mijn all time favorite was. Ik hoorde dat zijn collega er zich ook in mengde. Hij stelde wat vragen over Senna die ik uit mijn hoofd kon beantwoorden, en aan het eind bedankte hij mij voor het prettige gesprek, en ik hem andersom ook.

Ik ervaarde het als een beleefd gesprek uit vervlogen tijden, waarbij door beide partijen naar elkaar werd geluisterd, zonder te oordelen en zonder een onvertogen woord en zonder mijn gebruikelijke pogingen tot humor, wat in dit geval afbreuk zou hebben gedaan aan de ouderwetse sferen waarin ik verkeerde.

Sonja

Ik zag Sonja op televisie, 82 jaar inmiddels, een oudere maar montere vrouw die kennelijk de kunst van het ouder worden verstaat. Grijs en rimpelig maar nog altijd vlot om te zien, haar stem wat brozer maar met wat ze zegt verraadt ze haar levenservaring en zet je even fijntjes terug op je plek zonder dat je het gevoel kreeg dat je zojuist terug op je plek werd gezet.

Zo kwam Ischa Meijer ter sprake, als maat der dingen als het om interviews gaat, en de gebruikelijke bewieroking bleef niet uit. En zonder dat Sonja nu afbreuk deed aan Ischa merkte ze toch op dat je wel tegen zijn stijl van interviewen moest kunnen, omdat hij best een vervelend mannetje kon zijn.

En toen haar beroemde interview met Mick Jagger ter sprake kwam en er gezegd werd dat het een grote flirt tussen Sonja en Mick was, ontkrachtte ze dat door te zeggen dat de grote rockster nu niet bepaald haar type was, waarbij ze zijn dunne spillebeentjes in spijkerbroek beschreef, en dat dat haar nu niet bepaald in hoger sferen bracht. Bovendien vond ze het maar niks die dansende oude knarren en vroeg zich af of ze niet beter hun kleinkinderen konden gaan voorlezen of zo.

Een aantal jaren geleden kreeg ze het op tv aan de stok met Peter R. de Vries, ik weet niet meer waarover, maar ook toen won ze het eenvoudig met haar waardigheid.

Ze wist op tijd te stoppen met haar show, maar leuk dat ze zich heel af en toe nog eens laat zien.

Domtoren

Of er nog vragen waren, vroeg de jongedame die onze gids was tijdens de beklimming van de Dom, nadat ze uitleg had gegeven over de veertien klokken die hingen op de klokkenzolder. Het meisje was hooguit twintig, ik had de Domtoren al drie keer beklommen voordat zij geboren was. Niemand had vragen, dus stelde ik maar die vraag waar ik het antwoord eigenlijk al op wist, hoe ze die klokken van 8000 kilo omhoog hadden gekregen.

Ze vertelde dat er twee theorieën over waren, een was via binnenkant, de ander via de buitenkant. Klinkt als een klok en waarschijnlijk zat het goede antwoord erbij. Ik vroeg het niet om bijdehand te doen, maar staand op de klokkenzolder begrijp je er helemaal niks van. Alleen al de enorme balkenconstructie met balken van meer dan een halve meter dikte waaraan de klokken hangen, riep bij mij vraagtekens op. Het begint al met het feit hoe ze in die tijd zulke balken konden zagen. Hoe is het mogelijk dat die toren gebouwd is, en hoe kregen ze loodzware klokken naar veertig/vijftig meter hoogte getakeld?

Er zijn geen levende getuigen van de bouw, en kennelijk vond men het in de 13e eeuw niet zo’n probleem om te beginnen met bouwen in de wetenschap dat het hele gebouw, inclusief domkerk pas drie eeuwen later af zou zijn. Toen ik de bovenste trappen opliep, duizelde het me. Hoe konden ze zo’n gigantisch en indrukwekkend bouwwerk leveren? Er klopt iets niet. Het is dat ik met m’n eigen ogen zag dat de Dom er stond, anders zou ik het niet geloven.

Geboortegrond

Ik hou niet zo van team meetings, helemaal niet als je ervoor moet vliegen en nutteloos een paar dagen door moet brengen met je collega’s zodat de bazen een leuk uitje hebben. Ik druk me niet goed uit, ik haat het.

Alleen deze keer zijn het maar een paar collega’s, en is het in Utrecht, mijn geboortegrond. En we geven nu tenminste toe dat het een echt uitje is, en geen verkapt uitje want we hebben geen vergadering die de indruk moet wekken dat het allemaal erg nuttig is. We lopen wat door de stad, eten en drinken wat, en dat is het. Ik lig nu in een hotelkamer op de Mariaplaats, wat toch een magische klank voor mij heeft. Ik heb het raam opengezet zodat ik de geluiden van de stad hoor. Ik kijk uit op het conservatorium, ik ben vlak bij de Catherijnesingel, de Oudegracht en om de hoek staat de machtige Domtoren. In de steigers weliswaar, maar toch.

De straten hebben hier mooie namen, Zakkendragerssteeg, Hardebollenstraat, bakkerstraat, nog bezongen door Stealers Wheel frontman Gerry Rafferty. Op de heenweg kwam ik langs het oude academisch ziekenhuis, ooit beschreven door mijzelf op dit weblog, en herkende de plek van vroeger. Over deze weg reed ik ook met mijn opa en oma mee in de bruinrode stadsbussen op weg naar Hoog Catherijne. De bussen die als eindbestemming Hoograven hadden, tegenover het huis van mijn opa en oma, en die het mooiste dieselende geluid maakten dat er was. Als ik er logeerde hoorde ik ze ‘s ochtends vroeg al ronken.

Nu hoor ik alleen herriemakende jongeren. Thuis zou ik onmiddellijk uit mijn bed stappen om te zien welk tuig het waagde om zo laat nog de rust te verstoren, hier zet ik het raam er voor open. Geboortegrond zet alles in een ander perspectief.

Chansons II

Het succesvolle programma Chansons kreeg een vervolg en ook dat kijken we. Ik denk wel dat het het laatste seizoen is dat het programma gemaakt wordt, want op een gegeven moment ben je wel uitgepraat en heb je laten zien wat je wilde laten zien. Lijkt mij.

Nog steeds is het leuk, maar waar ik vorig seizoen verrukt was, (dat woord hoor je nooit meer) ben ik dat nu ietsje minder en moet ik wat vaker lachen om de twee hoofdrolspelers, Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps en vooral om hun wisselwerking. Iemand had ze moeten vertellen dat één van twee een andere kleur kleding had moeten aantrekken want nu lopen ze als twee parkeerwachters in het donkerblauw naast elkaar.

Matthijs is geboren om DWDD te presenteren maar in dit programma is zijn houterigheid wat moeizaam, vooral naast de veel spontanere Rob Kemps. Ze paraderen naast elkaar en bespreken dan de geschiedenis van het chanson. Daarbij herhalen ze elkaar veel en gooien ze hier en daar een Franse term naar de microfoon om hun gebrekkige Frans te verhullen.

Rob: het is 1962 en wie loopt hier, op deze plek?

Matthijs: Piaf!

Rob: Oui! Edith Piaf!

Matthijs: de mus.

Rob: inderdaad, en waarom noemde zij zich de mus? Die bijnaam kreeg ze van een nachtclub eigenaar omdat ze als een verlegen musje op het podium stond.

Matthijs: en we gaan haar graf bezoeken, want ze ligt hier op:

Matthijs en Rob kort achter elkaar: Père Lachaise.

Vervolgens komen ze nog in contact met een Fransman die hun een anekdote vertelt.

Rob: Bonjour! Comment allez-vous?

Matthijs: Bonjour! (Luid)

Vervolgens steekt de Fransman een verhaal af van enkele minuten, Matthijs staat naar de grond te kijken, armen over elkaar, aandachtig luisterend, knikt na elke zin ten teken dat hij het begrijpt en herhaalt soms vragend een woord. “Ici?” En wijst dan naar de plek voor zich.

Nou, dat vind ik nu best grappig allemaal. Drôle, Oui! Père Lachaise. On-y-va! Oui! Ik herken de stijl.

Vriendelijk

Afgelopen zondag ging ik ouderwets door mijn rug. Sindsdien heb ik pijn. Meestal zeurend, soms ondraaglijke pijnscheuten. Concentreren op mijn werk is veel moeilijker zo. Steevast om vijf uur hou ik er mee op, en vlucht naar de bank om te kunnen liggen.

Pijnstilling ben ik mee gestopt, het hielp niks. Donderdag bij de fysiotherapeut geweest, maar niet mijn favoriete, die was niet op korte termijn beschikbaar. Tussen de middag probeer ik even met de hond te lopen, maar ik kom amper de auto uit.

Omdat ik vandaag niet hoefde te zitten ging het iets beter, en reed ik weer met de hond naar het bos. De stille plek, waar ik laatst over schreef en waar ik zelden mensen tegenkom. Vandaag dus wel. Een oudere dame met een klein keffertje, dan ben ik genoodzaakt om mijn hond aan de riem te doen, want ze kan agressief doen, en als ik haar vastmaak helemaal.

Het bukken om haar vast te maken deed al pijn, toen ze het hondje in de gaten kreeg begon ze woest te trekken en te blaffen en in mijn staat krijg ik haar niet onder controle. Ik liep de bosjes in om de mevrouw en het keffertje voorbij te laten, met mijn lieve maar agressieve kreng dat mij extra pijn in mijn rug bezorgde door haar hysterische getrek. Tot overmaat van ramp bleef de vrouw staan en vroeg waar ik heen moest. Ik sta toch verdomme niet voor niks in de bosjes, mens, loop door! Ze riep en gebaarde nog een paar dingen die ik niet kon horen door die takkehond van mij, en ik verbeet mijn pijn. Toen liep ze eindelijk door en omdat ik zo ben opgevoed bleef ik pogingen doen om vriendelijk te kijken. Maar ik dacht: “sterf ter plekke, helleveeg, en je hond erbij!” Daarna had ik weer even tijd nodig om te herstellen en verliep het rondje zonder verdere noemenswaardige incidenten.

Julia

Wat Tammar niet door heeft, is dat wij gek op haar zijn, ondanks haar ontoelaatbare gedrag. Linda was met Hans naar de bioscoop, en omdat Tammar vanwege haar straf toch niks te doen had, keken wij ook een film. Ik zocht hem uit, het werd Notting Hill, die ik van naam kende maar nooit had gezien. Ik wist ook niet dat Julia Roberts er in speelde.

Ik denk dat er geen betere film bestaat in dit soort situaties. Dochter van veertien die haar telefoon kwijt is en zo haar leed iets dragelijker maakt, en vader van 53 die zich nooit goed gerealiseerd had hoe mooi Julia eigenlijk is. Haar glimlach is vele malen mooier dan die van Mona Lisa en haar ogen zouden een rots nog doen wankelen. Haar lippen zijn aanlokkelijk als Snapchat voor een pubermeisje en haar verdere imperfecties maken haar onweerstaanbaar.

Zo had ik haar nog nooit bekeken. En dan wordt ze in haar rol als een bekende filmster verliefd op een eenvoudige boekhandelaar, wat niet heel veel anders is dan boekhouder, wat ik toch ook geweest ben. Ik vond Hugh Grant, de boekhandelaar, toch nog vrij nuchter blijven, ondanks het onwaarschijnlijke dat hem overkwam. Ik was als inlever in de film al verder heen dan hij.

Er zijn liedjes over Julia. Dat ze zo schoon is. Dat zelfs haar naam mooi is. Dat ze bij mij hoort. En ik denk dat ik er ook eentje ga schrijven.

Alsof het gedrukt staat

Onze dochter geeft problemen en liegt. Ik wilde er niet aan en geloofde haar. Ik neigde naar haar kant in de strijd tussen Linda en haar. Ik vond dat Linda haar iets te veel op de huid zat. Er moest een andere verklaring zijn voor de aanwijzingen die er waren dat ze loog. Dat dacht ik.

Totdat Linda ineens het onomstotelijke bewijs leverde en dochter geen kant meer op kon. Terwijl ik kort daarvoor nog gezegd had dat ik haar geloofde maar dat als mocht blijken dat ze toch loog, er een groot probleem voor haar ontstond. Dan ga je toch niet blijven liegen, leek mij.

Ik ben er dus met beide benen ingegaan terwijl Linda al door had dat het niet klopte. Ze voorspelde nota bene al precies hoe ze haar kon betrappen, en exact op die manier gebeurde het. Ik voelde mij zwaar genaaid, en werd ook weer even met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik heb een dochter die keihard kan liegen. En die nu ze betrapt is, ons de schuld geeft van haar gedrag en niet vol berouw is. Ze is een ander kind dan ik was…