Een jaar of zes geleden nam ik op dramatische wijze afscheid van een auto, mijn geliefde Fiat Punto GT. Het was wat over the top, maar er zat een kern van waarheid in. Vandaag moest ik de auto die mij het langst en het trouwst gediend heeft, vaarwel zeggen. Helemaal uit Zoetermeer kwam de koper. Hij kwam met zijn zoon, die de nieuwe berijder zou worden. Vader had een echt Alfahoofd en was ook in het bezit van meerdere Alfa’s. U denkt misschien dat ik een grapje maak over een Alfahoofd, maar dat is niet zo. Ik kan het slecht uitleggen, maar Alfarijders hebben specifieke gelaatstrekken die ik niet heb. Vaak hebben ze iets langer golvend haar, een beetje onverzorgd en dragen ze een stoppelbaardje. Een sigaret staat ze goed. Deze maakte het plaatje kompleet door een spijkerbroek met nette schoenen te dragen en daarbij een lange jas. Prima.
Wiebe, want zo heette hij, kocht hem zonder een proefrit te maken. Hij luisterde naar de motor, voelde met zijn vingers aan de olie, keek in de vulopening en beoordeelde het als oke. Hij maakte ter plaatse het geld over en samen reden we naar het postkantoor. Daar werd de overschrijving geregeld en ik mocht nog één keer terugrijden. Ik trapte het gas nog éénmaal diep in en voelde zijn kracht. Na een kopje koffie liep ik nog met ze mee om de laatste groet te brengen. De zoon maakte een telefoontje naar de verzekering, maar kreeg de auto niet verzekerd. Het vermogen was te hoog voor zijn jeugdige leeftijd. Ik sprak met ze af dat ik de auto dit weekend nog verzekerd zou houden zodat hij naar huis kon rijden en daar een andere verzekeringsmaatschappij kon zoeken. Ik gaf ze een hand, wenste ze veel rijplezier en daar reden ze weg. Mijn Alfa voorop, en hun meegebrachte Alfa er achteraan. Ik keek ze na tot ze uit het zicht waren en liep met een vreemd gevoel terug.
’s Avonds stond ik buiten met mijn schoonzus en weer zag ik wat ik een paar jaar geleden ook zag. Ufo’s boven Duiven. Het leken vogels, maar ze gaven licht. Het waren vijftien tot twintig lichtjes die in horizontale richting laag over de daken vlogen. De lampjes gingen aan en uit. Mijn schoonzus vroeg aan mij wat het waren, en ik antwoordde: ufo’s. Ze geloofde me niet, maar het was de waarheid. Ze stond er boven op, zag het met eigen ogen maar weigerde te geloven. Het was een eerbetoon van buitenaardsen aan mij en mijn Alfa. Dat moest wel.
Daarnet kwam er een mailtje van Wiebe dat de Alfa prima reed. Hij is in goede handen.