Geduld

Vanochtend was ik gelijk als eerste aan de beurt bij de fysiotherapeut. Hij zei al vaker dat ik meer moest gaan lopen, maar ik kon niet lopen, dus dat was gauw klaar. Vanmiddag probeerde ik het weer en ik kwam wel 100 meter ver. En dan moet ik ook nog terug. De 100 meter terug voel ik in mijn bovenbeen en in mijn scheenbeen. Ik heb de neiging om mijn broekspijp omhoog te trekken om te kijken of er geen bloedende wond op mijn scheen zit, want het voelt vochtig. Mijn bovenbeen protesteert al helemaal tegen zo’n behandeling en vindt dat ik het zelf maar uit moet zoeken. Ik ben nu drie weken en 80 meter verder. Ik vind het niet leuk meer, voor zover ik dat al vond. Het overheerst momenteel alles en ik twijfel een beetje of dit wel uit mijn rug komt. Maar volgens de fysiotherapeut was dat wel zo en was het sleutelwoord “geduld”. Geduld en lopen. Nog drie weken heeft de huisarts gezegd. Ik wens mijzelf een spoedig herstel toe in 2013. U wens ik altijd al het beste.

Ware opoffering

Wij versturen al jaren geen kerstkaarten meer maar maken het geld dat we daarmee uitsparen over aan een goed doel. Eigenlijk heb ik daar geen enkele stem in, want zodra ik zeg dat we wel kerstkaarten moeten versturen wenst Linda me succes en geeft ze me het adressenboekje. Dus ja, dan toch maar dat goede doel. Waarmee gelijk het hoe en waarom van deze als nobel vermomde daad onthuld wordt. Het is niet anders dan aan de postcodeloterij meedoen. Eigen belang.

Zodra er opoffering gevraagd wordt voor een goed doel wordt het denk ik anders. In Lukas 21:1-4 staat het verhaal van het penninkse der weduwe. De vrouw die gaf van haar armoede en niet van haar rijkdom, het toonbeeld van de ware opoffering. Daarom denk ik niet dat een oproep om in plaats van vuurwerk af te steken, het bespaarde geld aan een goed doel te geven, erg succesvol zal worden omdat er dan een opoffering van de man gevraagd wordt, en dat ligt toch wat lastig. Kom niet aan zijn speeltjes. Blijf af van vuurwerk, bier, auto’s, games, barbecues en sport op tv. Wij hebben al geen legale vuurwapens of limietloze autosnelwegen, dus het is hier al behelpen.

Zelf steek ik al jaren geen vuurwerk meer af, dus ik heb makkelijk praten. Dat bespaarde geld overmaken naar een goed doel, dat is andere koek. Misschien moet ik volgend jaar toch gewoon weer eens kerstkaarten gaan schrijven. Want ik moet er niet aan denken, een december zonder kerstkaarten en gestreste postbodes.
penninkse

Lijmen

Ik ben niet zo goed met mankementen. Ik loop nu bijna twee weken te klooien met pijn in mijn been en ik weet er niet goed raad mee. Ik kan nu ook niet zomaar over iets anders bloggen, omdat dit overheerst. Het is geen pijn waarbij je het uitschreeuwt, maar ik word er ’s nachts wel wakker van en als ik een stukje loop gaat het steeds zeerder doen. Het lijkt wel uit mijn rug te komen want als ik mijn rug strek voel ik de pijn erin schieten. Aan de andere kant lijkt het wel alsof er een bloedvat afknelt, al weet ik niet hoe dat voelt. Ik word er best een beetje moedeloos van omdat het niet opschiet. Als ik zou weten dat het volgende week over zou zijn, zou ik er een stuk vrolijker onder zijn.

Vandaag is in het ziekenhuis de pin die in mijn pink zat eruit geschroefd door een vreemde dokter. Toen ik de pleister eraf haalde schrok hij en riep: “So!” Waarop ik vroeg wat er aan de hand was, maar hij deed het uitsluitend om mij aan het schrikken te maken. Hij zei dat hij ook wel eens zei: “Wie heeft dát gedaan?” Vervolgens vroeg hij of ik het zelf wilde doen, en of ik nog een laatste wens had. En dat het misschien wat pijn kon doen, en terwijl hij de pin eruit schroefde en vroeg of het ging, deelde hij mij mee dat het vanuit zijn kant fantastisch ging. Dat soort grapjes. Best wel een droogkloot voor een arts. Hoogervorst was zijn naam, dan weet u dat.

Volgens hem stond de breuk mooi recht maar mijn pink nog niet echt vind ik. Ook daarover twijfel ik of het nog goedkomt. Maar ja, aan de andere kant, ik ben 43 geworden zonder noemenswaardige schade en mag je dan klagen? Neen. Ik moet me er nu bij gaan neerleggen dat het tijdperk van mijn looks definitief voorbij is, maar ik weet nu al dat ik dat niet ga doen. Daar ben ik te onzeker voor. Net nog, Linda zei dat ze zo blij met me was en het eerste wat ik dan zeg is dat ik ook wel een soort Richard Gere ben. Twee seconden zag ik dat ze haar gezicht in de plooi probeerde te houden, maar bij het eerste oogcontact barstte ze in lachen uit. Ik lach dan wel mee, maar eigenlijk is het niet de reactie die je wilt. Maar goed, we doen het er maar weer mee. Als mijn been over is, ga ik me maar eens meer naar mijn leeftijd gedragen. Grmpff.

Het been.

Sinds vorige week woensdag is er iets mis. Het begon als ik opstond van mijn stoel, dan voelde ik een waarschuwing in mijn rug waarvan ik dacht: oppassen. De pijn in mijn rug verdween snel, maar ik kan nu niet fatsoenlijk meer lopen. Een loopje naar de brievenbus die zich 50 meter verder op bevindt heb ik halverwege opgegeven onder het motto: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Echt heel veel pijn in mijn linkerbeen. Twee huisartsen en een fysiotherapheut hebben er inmiddels naar gekeken, en bij geen van allen zijn er alarmbellen gaan rinkelen. Het woord hernia is wel gevallen, maar, werd er gezegd, al is het een hernia, wat ze niet denken, dan doen ze daar praktisch nooit meer wat aan. In beweging blijven en rustig aan doen. Het duurt vier tot zes weken, tot ziens.

Oh ja, morfine, dat heb ik gekregen. Tictac volgens mij. Ik merk niks. Geen verminderde pijn, geen sufheid, niks. Nu, een week verder, is er nog geen enkele verbetering. Ik kan thuis werken, want zitten is het meest pijnloos. In volgorde van pijn is het lopen, staan, liggen, zitten, fietsen. Maar je kunt eenmaal niet de hele dag fietsen. Zelf heb ik het vermoeden dat het niet de klassieke lage rugpijn is, maar misschien wel een hernia. Maar dat baseer ik alleen op de pijn in mijn been en het feit dat er nog geen verbetering is. Hoevaak ik te horen krijg dat ik terug moet naar de dokter. Goed bedoeld, maar de de dokter ziet me na vijf dagen aankomen terwijl hij gezegd had dat het vier weken zou duren. Naar een andere arts gaan, heb ik ook te horen gekregen. Maar ik ben daar niet van. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat mijn huisarts zijn vak niet verstaat en daarbij heb ik een aangeboren moeite om het beter te weten dan iemand die er voor heeft geleerd en dagelijks zijn beroep uitoefent. Maar goed, dat gold ook voor Jansen-Steur, dus helemaal waterdicht zit dat niet.

In elk geval, ik kijk het nog even aan. Als u nog adviezen of tips hebt, ook al is het naar een andere arts gaan, dan hoor ik die graag, want ik zoek altijd naar het meest gegeven advies. Ik maak er een soort gemiddelde van. Ondertussen ploeter ik voort.

Visie

Tijden veranderen. In mijn huidige werk heb ik veel te maken met Engelse commerciële termen. Tien jaar geleden zou ik elke term vertaald hebben naar het Nederlands, maar nu is de overmacht te groot en het zit teveel in de cultuur van dit bedrijf. Zo weet ik nu een beetje van leads, opportunities, prospects, QBR’s en meer van die meuk. Ik heb nog een lange weg te gaan eer ik alles begrijp en op niveau mee kan praten. Maar ik hoor het glimlachend aan en als ik iets niet begrijp, vraag ik het. Tot nu toe zijn het allemaal kinderlijk eenvoudige begrippen. Als het al begrippen zijn, want toen die termen nog niet bestonden werd er ook gewoon winst gemaakt. Meetings, ook zoiets. Ik onderga ze gelaten, protesteer zelden, maar ik hang nog steeds dezelfde mening aan die ik altijd aanhing: overbodig tijdverdrijf en oeverloos gezwam. Laatst zei iemand in een meeting dat we allemaal wel wisten waarin wij ons als bedrijf onderscheidden. Eerlijk gezegd had ik het antwoord niet direct paraat, dus ik vroeg het nog maar even. Het antwoord was dat het onderscheid ten opzichte van de concurrentie steeds minder duidelijk werd. Waarmee volgens mij maar gezegd is dat het een nutteloze opmerking was. Geeft niks hoor, het is eenmaal zo, maar ik kan me in mijn ruim twintigjarige carrière geen vergadering herinneren waarvan ik achteraf dacht: zo, da’s maar goed dat ik die niet gemist heb.

Het enige positieve van meetings (vergadering is écht niet meer van deze tijd) is dat het de onderlinge sfeer ten goede kan komen. Maar, denk ik dan, stuur even een kort mailtje in het rond met twee hoofdpunten en ga een dagje survivallen op de Veluwe. Ook goed voor de werksfeer. De werksfeer is wel uiterst belangrijk, dat zie ik inmiddels wel in. Vroeger hing ik toch meer het idee aan dat je op een dag binnenkwam, veertig jaar achter hetzelfde bureau bleef zitten, op de dag van je pensionering zou je niet voor vijven stoppen om vervolgens je collega’s een hand te geven en tot ziens te zeggen. Dat werkte altijd prima, maar ja, tijden veranderen.

Nee, ik ben weer aan het studeren. Dit maal niet uit boeken maar uit de praktijk. Ik studeer Engelse commerciële termen. Op een gegeven moment zal ik weer precies begrijpen wat er tijdens een meeting gezegd wordt, en zal ik aan het eind alles even kort kunnen samenvatten in het Nederlands. Om het voor iedereen, maar vooral voor mij begrijpelijk te houden. En om geen mensen te laten ontsporen in hun spraakwaterval. Dat ze zelf ook geen termen door elkaar gaan halen, want het is natuurlijk allemaal al ingewikkeld genoeg. Soms krijg ik van de verkoper lachend een klap op mijn schouder. Dan zegt hij: je bent ook zo lekker gewoon gebleven hè?

Niet eerder lezen dan over zes dagen.

Als u dit leest is het 22 december en is de wereld niet vergaan. De Inca’s hebben het niet bij het rechte eind gehad en eigenlijk vermoedde u dat al wel. Maar toch, helemaal lekker zat het niet. Elk jaar is er wel een onheilsprofeet die de aandacht naar zich toe trekt met een einde van de wereld voorspelling. Des te vaker je het hoort, des te minder aandacht je eraan besteedt. Maar deze keer waren het wel de Inca’s en zonder dat we weten waarom moest daar toch wat meer geloof aan gehecht worden dan aan een nog levende sekteleider. Want een uitgestorven indianenstam, zo is ons ingeprent, had meer kennis dan wij voor mogelijk houden. Is absoluut niet zo hoor, het waren gewoon primitieve bijgelovigen, die Inca’s. Waren het de Maya’s geweest dan was het een heel ander verhaal.

Ik ben ook bijgelovig geweest. Best wel behoorlijk zelfs. Maar meer zoals een voetballer dat is. Zo had ik een ongeluksonderbroek. In plaats van hem weg te gooien liet ik hem altijd ongebruikt in de kast liggen. Ik had een gelukssteen die me ongelukkig maakte omdat ik afhankelijk van dat ding werd. Op een nuchtere dag heb ik hem 100 meter ver weg gekeild. Ik nam bepaalde routes om het gevaar te bezweren. Op vrijdag de dertiende durfde ik geen vrij te nemen uit angst dat ze mijn bijgeloof zouden doorzien, maar liefst had ik het wel gedaan. En verder had ik nog enkele “if then” constructies bedacht.

Overigens is bijgeloof maatschappelijk geaccepteerd. Het komt overal voor. Neem een thuisvoetballende ploeg. Iedereen gelooft, of weet eigenlijk zeker, dat thuis voetballen een voordeel oplevert. Niemand weet hoe het precies werkt, maar de statistieken tonen aan dat het werkt. De tegenstander is kennelijk geïntimideerd en komt niet tot zijn beste prestatie. Zo hebben de Duitsers ons in 1974 van de wereldtitel beroofd, en hebben ze in 1945 verloren, omdat ze uit speelden.

Als u denkt dat ik wartaal uitsla, dan kan dat kloppen. Ik heb vandaag morfine in lichte dosis voorgeschreven gekregen wegens rugpijn met uitstraling naar mijn linkerbeen. Al twee nachten slecht geslapen en nu hallucineer ik waarschijnlijk een beetje. Neemt u mij vooral niet kwalijk. Maar misschien merkt u geen enkel verschil, en ontbreekt de samenhang als altijd. Ook in dat geval heet ik u welkom in de nieuwe tijd.

12-12-12-12-12

Zo, en nu is het afgelopen met die datum flauwekul. Wat een geluk dat een jaar maar 12 maanden heeft, anders ging het nog een poosje door met stelletjes die trouwen op een datum die een mooi symetrisch getal geeft. 12-12-12, het is wel makkelijk te onthouden, dat wel. Ik ben zelf getrouwd op 27-01-05. Tel je dat bij elkaar op, dan krijg je 33. Deel 33 door mijn geboortedatum 22-09-69 (100) en je krijgt 0.33. Ha! Zo vergeet ik mijn trouwdatum nooit.

Het tijdstip van 12 over 12 is volledig langs mij heen gegaan vandaag. Ik zag later op facebook dat anderen er wel aan hadden gedacht, dus ik moet nu wachten tot 1 januari 2101 voordat ik weer zo’n magisch moment mee kan beleven. 131 hoef ik maar te worden. Voor iemand uit 1969 die elke dag appels gegeten heeft moet dat toch makkelijk te doen zijn. Vroeger kreeg ik vitamine c-pillen, fluorbehandelingen en ik heb mijn hele jeugd aan sport gedaan. Nu is het dus een kwestie van wachten en niet onder een auto komen.

Er stond in de krant dat een man van 103 zijn rijbewijs weer voor vijf jaar verlengd had. Reed al 80 jaar schadevrij en op zijn negentigste nog in zijn eentje naar Parijs. Een typische laatbloeier. Ik deed dat onlangs nog en toen was ik pas 43. En heeft u er iets over in de krant gelezen? Nee, dacht het niet. Maar 103 en je rijbewijs nog voor vijf jaar verlengd krijgen? Grote klasse, dan spreken we van Vitaal. Met een grote V. Wat zijn geheim was stond er helaas niet bij. Het is waarschijnlijk een kwestie van altijd op het juiste moment op de goede plaats zijn. Let maar op, Parijs is de goede plaats. Als u zorgt dat u daar bent op 01-01-01, dan zult u zien dat u ook zo oud wordt.

De nooduitgang

Ik las dat in 2011 215 mensen zich voor een aanstormende trein wierpen. Dat betekent dat het bijna elke dag ergens gebeurt. In totaal pleegden in dat jaar meer dan 1600 mensen zelfmoord. Iedereen kent wel iemand van ver of dichtbij die zelfmoord pleegde. Laatst liep ik tegen een schoolfoto aan van iemand die ik niet kende, maar waarvan ik wist dat hij zelfmoord had gepleegd. Ik bekeek de jongen extra goed om toen al een signaal te bespeuren van zijn latere daad. Maar dat is er natuurlijk niet op slechts een foto. Naïef als ik ben dacht ik het te kunnen zien. Ik vraag mij af of iemand die zelfmoord pleegde, zich in zijn vroege jeugd al iets kon voorstellen bij zo’n daad. Misschien konden zij zich net als ik helemaal niks voorstellen bij zelfdoding en kan zoiets toch omslaan.

Als jonge mensen besluiten niet verder te leven is dat triester dan als ouderen dat doen. De jongere ziet aan het eind van een lange weg het doolhof voor zich, stapt erin en geeft het zoeken op, terwijl de oudere zich, na lang dolen, realiseert dat hij de uitgang niet meer gaat vinden. Zoiets. Ik heb geen oordeel over het plegen van zelfmoord, behalve dat het triest is. Soms triest omdat niet op tijd hulp werd gevonden en soms omdat iemand niet meer geholpen kón worden en we ons erbij moeten neerleggen. Ik hoorde eens een filosoof zeggen dat zelfmoord geen oplossing was voor je probleem, omdat na de zelfmoord de opluchting niet komt. Je kunt niet meer zeggen of denken: “hè hè, daar ben ik vanaf!” Zit wat in, maar zeker is het niet. Bovendien makkelijk filosoferen. Vertel dat aan de krijgsgevangene in een concentratiekamp die zo mishandeld werd dat hij verkoos orders niet op te volgen om zo door een Duitse mitrailleur neergemaaid te worden.

Een aanstormende trein, ik kan me er niks bij voorstellen. Maar dat kan waarschijnlijk niemand die niet ondraaglijk lijdt. Tijdens of na een zelfdoding zullen er één of meerdere getuigen zijn die waarschijnlijk ook de schrik van hun leven krijgen. Waarschijnlijk heeft het slachtoffer wel iets anders aan zijn hoofd dan daar over na te denken. Het kenmerk van een nooduitgang: als je hem gebruikt, hoop je op redding, maar het is niet zo dat je er ongemerkt doorheen komt. Wat er aan de andere kant is weet je niet, maar het zal je een zorg zijn, als je maar weg kunt.

Sans famille

In het begin van de 80-jarige oorlog, ook wel de jaren ’80 genoemd, speelde er op televisie een tekenfilm die ik en velen niet licht zullen vergeten. “Alleen op de wereld” heette het, en het verhaal ging over een jongen genaamd Remi, die ongeveer iedereen van wie hij hield, verloor. Hij was een vondeling en hij werd opgevangen door Vitalis, een rondtrekkend artiest die hem aan zijn zorgen toevertrouwde. Vitalis was in het gezelschap van een paar honden en van Joli Coeur, het aapje. Alles ging goed en alles ging fout. Net als Remi dacht dat hij gelukkig was, ging er iemand dood. De honden werden verscheurd door de wolven, het aapje ging dood aan een longontsteking en uiteindelijk, tijdens een ijzig koude nacht konden Vitalis en Remi geen onderdak vinden en vielen ze in slaap in de sneeuw, waarbij Vitalis Remi beschermde tegen de kou door hem in stro te leggen en er zelf boven op te gaan liggen. Vitalis vroor dood, en Remi was weer alleen op de wereld.

De blinkende tranen in de serie, elke keer kwamen die terug. Ik moet een jaar of elf zijn geweest en ik vraag me af of het destijds wel zo verantwoord was zo’n verhaal op televisie te brengen. Het was echt verdriet wat je als kind had als er weer iets gebeurde waarvan een kind, als het het mee zou maken, grote psychische schade zou oplopen. Misschien was ik overgevoelig, maar het was een emotionele kernaanval. Ik wil het dan ook nooit meer zien.

Ja, daar dacht ik aan toen ik vanmiddag het konijnenhok stond schoon te maken. Ik had er gisteren al een dekbed en een stuk zeil overheen gelegd en er extra hooi en stro in gelegd, in de hoop dat het konijn zich warm kon houden. Nu ligt er zoveel stro en hooi in dat hij een gang moet graven om bij zijn voerbak te komen. Hij heeft het in elk geval warm nu. Er slaapt ook een zwerfkat bij ons in het klompenhok. Vind ik ook allemaal goed tijdens deze kou. Als een van onze eigen katten ’s nachts buiten is, ga ik er nog een keer uit om te kijken of hij al voor de deur zit. Waarschijnlijk allemaal omdat ik vroeger Remi heb gezien.
remi