Luchtmacht

Ik zat eens even mee te denken met het kabinet over de aanschaf van de JSF. Er is steeds minder geld, en steeds meer stemmen gaan op die zeggen dat het zonde van het geld is. Maar is dat wel zo? Ik vind wel dat een zichzelf respecterend land behoorlijk wat straaljagers behoort te hebben. Nederland kan momenteel dus wel met wat minder af, maar in de toekomst, als het zichzelf weer gaat respecteren, moeten we er wel een stuk of 100 hebben vind ik. Als een gemiddeld gezin tijdens haar bestaan toch 1,1 miljoen euro belasting betaalt, moeten een paar straaljagers er makkelijk af kunnen. De JSF schijnt dingen te kunnen die een Saab of een F16 niet kan. Ik geloof het gelijk, in het verleden gebruikte de politie ook drogredenen om de Porsche 911 aan te schaffen. Hij kon namelijk door zijn achterin geplaatste motor lang op de vluchtstrook achteruit rijden zonder te overhitten. In werkelijkheid vonden de politiemannen het natuurlijk gewoon een leuk speeltje om de hele dag in rond te scheuren. En het intimideerde ook wel, moet ik zeggen. Soms zie ik een VW Polo politieauto met één zwaailicht midden op het dak rijden en dan vraag ik me af waar het heen moet met de rechtsorde. Je kunt zo’n Tonka toch onmogelijk serieus nemen?

Iets dergelijks speelt er met de JSF ook. Stel dat we er 100 hadden, en af en toe kwam er eens eentje laag over scheren om geluk te bieden aan zowel de piloot als aan mij? Het was vroeger toch heel normaal dat je je soms rotschrok van het geluid van een plotseling laag overscherende straaljager die een halve minuut later weer uit het zicht en het gehoor was verdwenen? Bovendien, met 100 JSF’s tel je mee en bedenken de Russen zich in het vervolg wel een paar keer eer ze ons luchtruim schenden zoals ze nu geregeld doen. Ik bedoel, een Nederlands vliegtuig hoeft het ook niet te wagen even een hoekje boven Rusland af te snijden. En mocht u denken dat er geen gevaar meer is en de hele krijgsmacht kan worden afgeschaft, dan vind ik dat u eens goed moet nadenken over wat er twee landen verderop gebeurt. Daar is een machtswellusteling en ex-KGB chef de baas van het land en gaat nu een wet ondertekenen waarmee hij ongeveer alles onder hoogverraad kan scharen. Dus mocht iemand zich daar kritsch willen uitlaten over de staat, zoals ik nu doe, dan verdwijnt hij richting Siberië. Als Rusland terug wil in de tijd, dan moeten wij ook mee. Te wapen!

Elektricien

Toen ik thuis kwam ging ik naar boven om me om te kleden en drukte op de lichtschakelaar. Er gebeurde niks. Een kapotte lamp, dat gebeurt wel vaker. Maar bij nadere inspectie deden meer lampen het niet, en ook de wasmachine en de droger stonden zonder stroom. En dat was nog niet het ergste, er was ook geen verwarming of heet water meer. Ik ging op zoek naar de oorzaak, en waar kun je beter naar een oorzaak zoeken dan in de meterkast? De kinderen assisteerden mij door elke lichtschakelaar uit te proberen en mij te melden of hij het deed of niet. In het begin is dat leuk, maar veertig schakelaars later heb je toch liever dat ze even hun mond houden. Tammar had nog het beste advies, ik moest maar even naar de buurvrouw gaan om daar stroom te halen.

Ik zocht op internet en belde een servicebedrijf. Ik moest mijn naam en nummer inspreken en dan zouden ze terugbellen. Dat irriteerde me enigszins, want ik heb slechte ervaringen met mensen die beloven terug te bellen. Maar vijf minuten later werd ik al gebeld. De elektricien vroeg me een paar dingen en zei toen dat hij langs zou komen. Een half uur later kwam er een elektricien binnen die vertrouwen uitstraalde. Een grote man met grijze krullen en slechts gewapend met een schroevendraaier en een tang. Hij testte het een en ander in de meterkast maar kon de oorzaak niet vinden. Aangezien hij echt niets anders bij zich had -hij was met zijn eigen auto in plaats van met de bedrijfsbus- belde hij een collega die hier in de wijk bleek te wonen om te vragen of die een zogenaamde tester had. De elektricien haalde de tester op, maar ook daarmee kon hij het probleem niet vinden.

Maar deze elektricien was niet voor één gat te vangen. Hij ging naar boven en schatte in waar het probleem kon zitten. Ik lichtte hem bij, en de eerste de beste lamp die hij losschroefde kwam knetterend en vonkend naar beneden. Ik hoefde hem niet eens meer te assisteren met de zaklamp. Een draad bleek finaal doorgefikt waarop hij zei dat het beter was om daar een nieuwe draad in te laten zetten. Dat leek mij ook ja. Hij wilde het wel even provisorisch repareren, en zocht zijn zakken na of hij toevallig nog een stop had. Nee, die had hij niet, dus ging hij in zijn auto zoeken. Een paar minuten later kwam hij terug met de benodigde stop. Of ik de stroom er even af wilde halen, vroeg hij. Ik deed het maar zei hem wel dat ik niet zeker wist of ik de goede groep te pakken had. Het boeide hem niet zoveel en ging aan het werk. Even later vonkte de boel weer, waarop hij droog opmerkte dat ik niet de goede groep te pakken had. Alles doet het nu weer, morgen komt hij een nieuwe draad trekken. Ik dacht vroeger dat als er zo’n stroomdraad in je huis niet meer werkte, je dan je huis kon weggooien, maar dat bleek mee te vallen.

Maar zo zie ik de elektriciens graag. Hij had natuurlijk ingeschat aan mijn gestuntel aan de telefoon dat hij alleen maar een knopje hoefde om te zetten, dus kwam hij zonder gereedschap van betekenis. Maar als een ware MacGyver klaarde hij de klus. Een man zoals een man ooit bedoeld was. Ik neem er mijn pet diep voor af.

Virtuele gradaties

Op Linkedin laat ik iedereen toe. Ik krijg wekelijks uitnodigingen die ik ook accepteer, maar ik doe verder niks met Linkedin. Ik weet niet meer waarom ik het ooit heb aangemaakt en eerlijk gezegd huizen er ook vreemde kostgangers. Mensen vertellen er welke kunstjes ze geleerd hebben en als je het leest zou de indruk kunnen ontstaan dat je bent aanbeland in het paradijs der supersuccesvollen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk open sollicitaties van mensen die hopen dat ze herkend worden als die ultieme, dynamische werknemer wiens neus altijd in de juiste richting draait, zonder dat het ze uitmaakt welke kant dat dan op is.

Op Facebook is het al beter. In het begin was het even wennen voor veel mensen, omdat zij dachten dat je daar ook uitsluitend successtory’s mocht vertellen. Maar meer en meer groeit daar het besef dat er ook wel eens iets misgaat in een mensenleven, en dat het helemaal niet raar is als daar soms even naar wordt verwezen. Maar ook nog steeds een hoop vreemde kostgangers die voorgoed afstand genomen hebben van wie ze eigenlijk zijn. Op Facebook laat ik ook vrijwel iedereen toe, behalve collega’s. Die hebben niks op mijn facebook te zoeken, want ik doe daar raar. Bovendien krijgen zij hun dagelijkse portie droge hilariteit toch wel van me.

Dan zijn we aanbeland bij de crème de la crème. Weblog. Hier gebruik ik niet mijn eigen naam omdat ik niet wil dat iemand die oppervlakkig naar mij zoekt hier terecht komt. Geen zakelijke contacten en geen bloedverwanten verder verwijderd dan de eerste graad in de rechte lijn of de tweede graad in de zijlijn. Kortom, geen mensen die alleen nemen en nooit geven. Op weblog is iedereen zichzelf en zo niet, val je vroeg of laat door de mand.

Zit er eigenlijk nog maar één stapje boven en dat zou dan wat IRL genoemd wordt moeten zijn. Daar is vrijwel iedereen welkom, maar de achterdeur staat altijd open zodat u ook weer ongemerkt kunt verdwijnen. Want je wilt ook weer niet iedereen bewaren. Sommigen wil je bewaren maar die willen jou niet, en sommigen dringen zich op en begrijpen de hint van de openstaande achterdeur niet. Ingewikkeld allemaal, maar eigenlijk gaat het vanzelf. Het is komen en gaan, maar er kunnen er niet méér bij dan dat er stoelen in de huiskamer staan. Sommigen hebben hele grote huiskamers, die van mij is aan de overzichtelijke kant. Aan verjaardagen met volle huiskamers heb ik een hekel. Liefst maar een paar tegelijk in de huiskamer, zodat die dan ook een plaats op de bank hebben.

Waaghals

Weg ermee. Een moeizaam geschreven logje is geen logje. Zojuist heb ik drie kwartier van gezoek en gedraai gewist. Radicaal. Het moet gewoon vloeiend uit je toetsenbord komen, want anders laat maar. Kijk, als je dagelijks iets meemaakt, dan is het geen enkel probleem, dan schrijf je dat gewoon op. Maar niet als het een maandag zonder bijzonderheden was. Ja, ik heb wel lekker gewerkt moet ik zeggen. Aandacht erbij, geen gezeur aan mijn hoofd, heerlijk orde scheppen in de chaos. Want dat is wat de boekhouder doet, behalve geleende boeken niet teruggeven. Vrijdag heb ik de meest gewaagde actie uit mijn carrière gedaan. Men vroeg mij om toestemming om tussen de middag bij McDonalds eten te gaan halen, want het brood was nog niet ontdooid. Ik heb geweigerd. Ha. Keiharde bezuinigingen. Zijn ze niet gewend, maar mijn salaris moet ook betaald worden. Natuurlijk ging het niet zonder slag of stoot, maar toen ik dreigde met inhouding op de salarissen, droop men af. Zoiets is me thuis nu werkelijk nog nooit gelukt en in het geval van McDonalds heb ik de hoop ook lang geleden laten varen. Ik was dan ook verbaasd dat ik gewonnen had.

Geheel toevallig, maar niet geheel ongelegen kwam er een uur of twee daarna een mailtje van het opperhoofd in Zweden dat er beter op de kosten gelet moet worden. Daar hou ik van, zulke mailtjes. Ze komen wel altijd nadat het kwaad al is geschied, maar goed, je kunt niet alles hebben. Vlak daarvoor was er van het zelfde adres al een mailtje gekomen dat de omzet omhoog moest. Knap hè, zulke strategische inzichten? En dat ik gewoon dezelfde visie heb. Ik eindig nog een keer als CEO hier.

Zeven.

Tot beste DJ ter wereld is wederom uitgeroepen, Armin van Buuren. Ik merk dat mijn slapen terecht grijs beginnen te worden. In plaats van het blij te accepteren en mee te hossen, stel ik de kritische vraag wat nu eigenlijk de verdienste is van zo’n DJ, en dat heeft helemaal niks met het niet gunnen te maken. Ik vraag me gewoon af wat ze nu doen. Ik weet echt niet beter dan dat ze plaatjes aan elkaar draaien en dat middels vijftientriljoen watt een stadion in pompen. Eigenlijk wat Ben Liebrand vroeger al deed, maar dan met een minder wattage. En goed, eentje is daar het beste in van de hele wereld. Hulde.

Dat is het grootste probleem van ouder worden, of arroganter: “inzicht krijgen” , dat je dingen niet meer klakkeloos aanneemt. Ik vond het vroeger ook geweldig wat Ben Liebrand deed. Hoe meer hij aan elkaar mixte, hoe beter ik het vond. Maar in mijn geval, dat zal bij u ongetwijfeld anders zijn geweest, zat er een vleugje meeloopgedrag bij. Want het gaf aanzien in de klas, als je Ben Liebrand op je walkman had. Niet dat ik een walkman in de klas had, maar bij wijze van.

Neemt niet weg dat ik al vanaf mijn zestiende een probleem heb met ouder worden. Ik wilde toen zo snel mogelijk ouder worden. Het liefst wilde ik 23 zijn, zodat ik de schooltijd gelijk achter me kon laten en me met belangrijkere zaken kon bezig houden. Ik wist me toch geen raad met die leeftijd. Helaas kostte mij het zeven jaar om van zestien naar drieëntwintig te geraken. Maar ook toen voelde ik me zeven jaar ouder. Eigenlijk voel ik me altijd zeven jaar ouder dan dat ik ben. Misschien loop ik het verschil nog eens in. En anders noemt u me gewoon Fred Schuit. Aangenaam.

Direct

Echt, het punt dat ik nu ga maken is zeer onbelangrijk, maar ik doe het toch even. Ik kwam het alweer tegen, ditmaal in de berichtgeving over het overlijden van Silvia Kristel, die is overleden aan de gevolgen van kanker. De gevolgen van kanker. Dus niet aan kanker, nee, aan de gevolgen van kanker. Wat voegt dat toe? Wat is dat voor onzin? Je overlijdt aan een enorm slopende ziekte, maar benoem het gewoon. Alsof het beter is te overlijden aan de gevolgen van kanker dan aan kanker zelf. Het is al een rotwoord, maar waarom moet ik nadenken over wat de gevolgen zijn? Je overlijdt trouwens altijd aan de gevolgen van je doodsoorzaak. Als iemand een kogel door zijn kop krijgt, dan overlijdt hij door de gevolgen daarvan, niet door de kogel zelf. De oorzaak is al erg genoeg, ik begrijp ook wel dat een oorzaak een gevolg heeft. Zonder gevolg zouden we lachen om de oorzaak. Sorry hoor.

Ik ken Silvia Kristel niet zo goed, weet dat ze in Emanuelle gespeeld heeft, maar ik zie daar vanavond pas voor het eerst fragmenten van. Ik ken haar eigenlijk alleen van de gevolgen van interviews die ze wel eens gaf. Een mooie vrouw, maar die conclusie kunt u zelf ook trekken als gevolg van wat uw ogen zien. Nee, soms is het beter direct te zijn en over de gevolgen na te denken in plaats van indirect te zijn en de oorzaak te devalueren, is mijn gevolgtrekking. Maar goed, veel wijzer zijn we hier niet van geworden, maar u was gewaarschuwd. Had u maar over de gevolgen van de eerste zin na moeten denken. Dan ga ik nu slapen als gevolg van het feit dat het bijna twaalf uur is. Rust zacht, Silvia.

Het huis in de zon


Een mooi nummer vind ik, en een van de mooiste voorbeelden van een lied waaraan je, zonder dat je het weet, kan horen dat het door Frank Boeijen is geschreven, ook al werd het vertolkt door Rob de Nijs. Knap vind ik dat, als een artiest zo’n eigen stijl heeft dat zijn muziek als een handschrift is te herkennen. Als je het nummer even tot je door laat dringen, is het net of je Frank op de achtergrond hoort. Het Goede Doel kan het ook, getuige “Een Eigen Huis” van René Froger. Ook daar hoor je duidelijk dat geschreven is door de mannen van Het Goede Doel. U weet vast ook nog wel een paar voorbeelden.

Gezondheid

Maandagavond pakte ik tegen al mijn gewoontes in, de krant. Ik blader hem normaal gesproken alleen ’s ochtends door, en ik kijk even hoe het met PSV is, zo had ik ook deze maandagmorgen gedaan. Maar ik besloot hem nog een keer te pakken en mijn oog viel op een overlijdensadvertentie van een oud collega waar ik twintig jaar geleden veel mee omging, en die ik elk jaar wel een keertje ergens sprak in het dorp. Maar daar bleef het ook bij. De laatste keer dat ik hem zag was een paar maanden geleden. Hij was 50 en hij had de ongelijke strijd tegen de ziekte verloren stond er in de advertentie. Ik wist niet eens dat hij ziek was.

Vanavond kwam ik thuis en ik roerde het onderwerp aan, want ik vroeg mij af of ik niet naar de condoleance moest gaan. Zijn familie, of wat daar van over is, ken ik amper, zijn oudste zoon moet nu 23 zijn want die heb ik nog vastgehouden toen hij een baby was. Ik twijfelde zo erg dat Linda zei dat ik moest gaan. Ik ben gegaan. Ik had in de krant gezien dat het om zeven uur begon en het was inmiddels tien voor zeven, dus ik liep er met loodjes in mijn schoenen heen. Bij het uitvaartcentrum aangekomen, bleek alles donker. Geen levende ziel te bekennen. Ik haalde de advertentie terug in mijn hoofd. Nr. 91 had er gestaan, en dit was 93. Maar de buurman is een bakkerij dus iets klopte er niet. Ik pakte mijn telefoon en googelde tevergeefs op de rouwadvertenties. Plotseling herinnerde ik me de naam van het uitvaartcentrum en ik googelde. Andere straat. Veel dichter bij mijn huis.

Om half acht kwam ik aan en de rij was lang. Ik hoorde aan de gesprekken om me heen dat het kanker was geweest en dat het razendsnel was gegaan. Ik herkende hier en daar een gezicht, en ik zag nog twee oud collega’s. Toen ik binnenliep en mijn naam gezet had, liep ik het kamertje binnen waar hij opgebaard lag. Asgrauw en nog maar net te herkennen. Het is dat ik wist dat hij het was, anders had ik het niet gezien. Ik dacht bij mezelf: “jongen toch, wat is er met jou gebeurd?” Toen ik een minuut later het kamertje uitliep condoleerde ik zijn vrouw, die een blijk van herkenning gaf. Zijn schoonzus die ik ook nooit meer gesproken had, noemde mijn naam en bedankte me. Ik condoleerde de rest van de familie en ging toen weer huiswaarts. Het feit dat de schoonzus wist wie ik was, maakte het voor mij goed dat ik gegaan was. Maar jongen, wat kan een ziekte je slopen. Ik wens u allen gezondheid. De rest komt wel goed.

Bedrijfsevent

Vorige week heb ik gezien hoe je geld vernietigt. Je pompt het in een bedrijfsevent en je nodigt sprekers uit. De hoofdact van wie ik de naam niet ga noemen, was weggegooid geld. Kon je net zo goed in de put gooien, zelfde resultaat. De ander was ook weggegooid geld, maar bracht tenminste nog een leuke act. Hij deed een cabaretstukje en had de lachers op zijn hand. De hoofdact, een positiviteitsgoeroe, klaagde achteraf over een moeilijke zaal. De cabaretier had ze al in een te positieve sfeer gebracht en voor hem was er geen eer meer te behalen. Ik heb aan zijn tegenvaller meegewerkt door mijn hand op te steken op de vraag wie er nu niet 365 dagen per jaar succesvol wilde zijn. Alsjeblieft zeg, ik wil daar niet eens mee bezig zijn, bovendien is het een schrikkeljaar. En klagen over de zaal als je positiviteitsgoeroe bent, tja…dan versta je je vak niet.

Eigenlijk is het raar dat bedrijven hier geld aan mogen uitgeven zonder dat ze ter verantwoording worden geroepen. Je bent overgeleverd aan de grillen van de directeur die dergelijke uitgaven kan doen. Terwijl het ook naar een goed doel had gekund. Of desnoods zou de defensiebegroting ermee gedicht kunnen worden. Maar dit? Nou ja, je kunt het ook positief bekijken. Het geld is niet echt weg, het is alleen van eigenaar gewisseld. Die zou het alsnog aan een goed doel kunnen geven natuurlijk, maar gezien het durven vragen van een bedrag met drie nullen voor drie kwartier slap gelul, acht ik die kans klein.

Kind

De afgelopen weken waren nogal stressvol. Ik begon het te merken doordat ik elke ochtend om vijf uur wakker werd. En aangezien ik pas om half één slaap zijn de nachten dan behoorlijk kort. Maar ik geloof dat ik er doorheen ben. Ik werd vrijdag alweer wat later wakker en één goede nachtrust doet al wonderen. Vanochtend was ik na half negen nog aan het dromen, ik had een gesprek met mijn vader, hij was al die tijd niet ouder geworden en ik was mijn huidige zelf. Hij wilde onze relatie beter maken, maar ik wilde hem laten zoals-ie was, vader-kind.

Gisteren deed ik iets doms, over vader-kind gesproken. Ik was aan het stoeien met de kinderen en ik dreigde ze vast te binden. Doe ik wel vaker, niet voor straf maar omdat ze dat leuk vinden. Het heeft ook niets met “Vijftig Tinten” te maken. Ik pak dan de ceinturen van de ochtendjassen en bind die om hun polsen. Zodra ze dan los zijn hebben ze de grootste lol. Gisteren bond ik Hans aan handen en voeten. Maar hij stond op van de bank en ging springen. Totdat hij viel en hij zich dus niet met zijn armen kon opvangen, want die zaten achter zijn rug gebonden. Hij huilde heel hard en ik schrok me dood. Ik tilde hem snel op en legde hem op de bank, en haalde de knoop los. Hij bleef maar huilen en klaagde over pijn in zijn schouder en zijn wang. Een kwartier lang heeft hij me in de waan gelaten dat zijn schouder was gebroken. En dat zou mijn schuld geweest zijn. Hij had al zijn tanden uit zijn mond kunnen vallen. Kinderbescherming zou waarschijnlijk zijn ingeschakeld. Hoe dom kan een vader zijn? Of is dit zo dom dat het alleen de stomste overkomt? Ik was zo opgelucht dat hij uiteindelijk niks mankeerde. Je zult zoiets op je geweten hebben. Vanochtend in het zwembad drukte ik hem nog even stevig tegen me aan. Hij snapte niet waarom ik dat deed en probeerde zich los te wurmen. Ik liet hem snel gaan.