Julien Clerc trad op in Carré en wij waren erbij. Een zanger van de oude stempel uit de tijd dat je nog moest kunnen zingen om door te breken. En hij kon het nog. Zijn zang was hard, helder en zuiver. Hij was knap, slank, donker en nog steeds vitaal. Het publiek was gemiddeld wat ouder dan wij, en aan het eind werd het een beetje gênant. Overrijpe vrouwen spoedden zich richting de bühne om daar hun danskunsten te tonen aan Julien, die ze overigens perfect negeerde door de zaal in te blijven kijken. Aan het einde had hij nog wel een handje over voor de bijna in katzwijm vallende dames.
Maar…wat zingt die man mooi. Al zijn liedjes zitten vol met liefde en pijn, daarvoor hoef je geen Frans te verstaan. En vanachter zijn piano keek hij steeds lachend de zaal in, met zijn pretogen. Zijn laatste verovering is de dertig jaar jongere Hélène, die hoop ik niks te maken heeft met zijn hit Hélène uit 1987. Dat zal wel gewoon toeval zijn. Of een voorgevoel. Of hij trekt zoveel vrouwen aan dat het onvermijdelijk was dat er eentje Hélène zou heten.
Een paar jaar geleden zei ik eens tijdens het ontbijt dat ik nog nooit een slang had gezien in het wild. Diezelfde ochtend kruiste er eentje mijn pad. Van de week zei ik dat ik nog nooit een das had gezien in het wild, vanavond stond ik oog in oog met eentje. Een prachtig beest, zo’n das, en niet zo schuw. Toevallig? Ik denk het niet. Ik ben opgehouden te geloven in toeval. Dat heeft geen enkele zin. Dit duidt eerder op een gave die ik verder moet uitbouwen.Aan de andere kant, ik zag vandaag ook voor het eerst twee vuursalamanders in het wild, en daar had ik niet van te voren op gezinspeeld. Nou ja, het is wat hier op de Veluwe. Er zit hier van alles. Zwijnen, herten, vossen, dassen, reeën, slangen, noem maar op. Alleen de wolf, die heb ik nooit gezien.