Massagetal

Ik liep vanochtend in Vierhouten in het bos, op een voor mij nog niet eerder betrede plek. Ik vind dat mooi, want ik ben eigenlijk ontdekkingsreiziger. Wel eentje die een hekel heeft aan verre reizen, maar in de buurt kan het mij niet ver genoeg. Ik liep over heuvels en kwam op mijn hele ronde niemand tegen, behalve een hertje. De hond was blij want ze is er weken niet goed uitgeweest vanwege een blessure. Ze rende bijna aan een stuk voor zover dat mogelijk was aan de lange lijn. Een blije hond opent alle harten behalve die van hondenhaters.

‘s Avonds moest ik mijn dochter helpen met scheikunde. En dat is razendknap van mij want ik snap niks van scheikunde. Tenminste op school snapte ik er helemaal niks van. Één jaar heb ik moeten afzien met scheikunde alvorens ik het kon laten vallen om mij te wijden aan de avontuurlijke economische richting, die ook beter paste bij mijn avontuurlijke inslag en de latente ontdekkingsreiziger in mij.

Nu weet ik wat isotopen zijn. Snap ik wat atoomnummers zijn. En wat radioactiviteit betekent. En natuurlijk het massagetal van het atoom. Dat is anders dan het massagetal van een masseur. Die geeft er gauw vier op een dag.

Grazie Mille

Non so cosa avrei fatto durante questo periodo senza il tuo supporto. Averti come collega è per me una grande fortuna e mi sta consentendo di andare avanti in questo difficile momento. Se non è così facile trovare persone generose e disponibili come te nella vita, lo è ancora di meno nel mondo lavorativo. Grazie dal profondo del mio cuore.

Mooie taal hè? Dat kreeg ik vanavond toegestuurd van een van mijn Italiaanse collega’s. Google translate in het Nederlands maakte er iets heel vreemds van, maar in het Engels werd het ineens logisch. Ik heb de afgelopen weken keihard gewerkt, voornamelijk om collega’s van de figuurlijke verdrinkingsdood te redden. Sommigen zien dat als vanzelfsprekend, anderen uiten hun waardering. Zoals Laura.

Positieve geluiden

Op woensdag ga ik meestal naar kantoor in dit tijdperk van thuiswerken. Dan zit ik in de auto en luister ik radio 1. Vroeger deed ik dat dagelijks maar toen was ik ook veel beter geïnformeerd. Vandaag de dag weet ik niet veel meer.

In elk geval, het was een noemenswaardig uurtje. Ik was Vaassen nog niet uit of ik hoorde een mij onbekend nummer, in de stijl van Queen. De zanger was naar mijn mening de nieuwe Freddy Mercury en ik wilde al naar huis bellen om het grote nieuws te vertellen. Totdat Astrid Kersseboom zei dat het ook daadwerkelijk Queen was.

Even later, ik reed op de A50 bij Apeldoorn kwam er een item dat mij trots op Nederland maakte, en dat maak ik niet vaak meer mee. Het ging over Oekraïense vrouwen die hier in het ziekenhuis bevielen. (Ik moest deze vervoeging even checken en realiseerde me dat “hij bevalt” in deze betekenis een overbodige vervoeging is.) De vrouwen kregen zorg, aandacht en eten, als ze waren bevallen kregen ze een aparte kamer, waardoor ze hun zorg uitspraken of ze dat wel konden betalen. Daar hoefden ze zich geen zorgen over te maken want dat werd allemaal geregeld. Als je in die contreien in het ziekenhuis belandt, krijg je de hoognodige medische hulp, een hele vieze maaltijd en kun je je eigen bestek meenemen. Ondanks dat wij zelf tegen een uitgekleed zorgstelsel aankijken, zien ze dat vanuit andere landen anders.

Daarna kwam er nog een item over een vrouw die voedsel bereidde voor armen, en haar barmhartigheid raakte me. Ze was van oorsprong Marokkaanse en wist hoe het was om geen geld te hebben. Ze werkte nu als vrijwilliger, en ze maakte samen met anderen, 350 maaltijden per dag. En het mooiste vond ik dat ze zei, dat als de laatste maaltijd was weggegeven en er kwam nog iemand, dat ze dan nog even snel naar Albert Heijn ging om nog een paar dingen te halen. We sturen niemand zonder eten naar huis, zei ze. Prachtig.

FC-100

Ik had vroeger een rekenmachine, dat was een beest. De keizer onder de rekenmachines. Ik kocht hem toen ik begin twintig was en ik als assistent-accountant werkte op een klein accountantskantoor in Bilthoven. Op school hadden we een Casio FX-82, ook een goed ding maar deze was beter. Een Casio FC-100. Het ding kon alles wat ik niet nodig had. Ik kon er indrukwekkend snel optellingen mee maken, met zeker 5 aanslagen per seconde, en dat was een nuttige vaardigheid in die tijd. Zo verspilde ik weinig tijd bij het controleren van een kolommenbalans.

Het ding had wel zes geheugenplaatsen en het kon annuïteiten en future values berekenen en ik had mij allemaal eigen gemaakt hoe dat moest. Je kon eenvoudig het aantal dagen berekenen dat tussen twee datums lag. Machtsverheffen was geen enkel probleem en mijn rekenmachine en ik waren een gelukkig koppel.

Op een kwade dag ben ik hem verloren. Ik ging op de fiets naar mijn werk en had hem in een plastic zak op de bagagedrager onder de snelbinders gedaan. Ik ben nog terug gefietst maar het mocht niet meer baten, iemand anders moet hem hebben meegenomen.

Ik heb nooit meer zo’n goede rekenmachine gehad daarna. Ik kocht een HP10BII terug, die misschien nog wel meer kon, maar het gevoel was niet hetzelfde. De toetsen hadden een hele andere “touch” en ik ben er nooit heel blij mee geworden.

Tegenwoordig heb ik van die goedkope rekenmachines met grote toetsen maar ik was vroeger sneller op de kleine. Ik hoef ook niet meer heel veel getallen op te tellen en meestal doet Excel dat voor me, maar nog steeds gebruik ik de calculator dagelijks. Ik zit er zelfs aan te denken om weer op zoek te gaan naar een mooie, die heel veel kan, gewoon voor de heb. Meer dan een paar optellingen en een enkelvoudige prijsverhoging bereken ik niet meer, maar daar gaat het niet om. Het gaat hier om mijn eerste serieuze liefde.

Lisa-Marie

Alsof een ver familielid is overleden, zo voelt het. Ik heb over haar geschreven hier, het zelfs zo gedraaid dat ze stiekem mijn zus was. Goed, ik was toen een stuk minder grijs en had nog praatjes. Maar leuke verhaaltjes waren het wel onder de titel “calling Elvis”

Ik schrok van het nieuws vanochtend. Ze is een jaartje ouder dan ik, ik wilde vroeger met haar trouwen. Niet heel serieus, want de volgende dag had Karin weer mijn aandacht, maar het geeft maar aan dat ik goed bewust was van haar bestaan.

Gisterenmiddag kreeg ik ineens een ingeving en wilde weten wat “How great thou art” betekende. Ik had er nooit bij stilgestaan want dat deed ik immers nooit bij songteksten, en voor mij betekende het iets als: hoe groot door kunst. Deze gospelplaat van Elvis kwam op een of andere manier in me op toen ik in het bos liep. Nu ik wat beter Engels kan, dacht ik ineens, “hoe groot hoewel kunst, dat slaat toch nergens op” en eenmaal thuis zocht ik het op. “Hoe groot gij zijt,” is het en dat maakte het ineens logisch. Ik luisterde een aantal gospelnummers van the king en hervatte toen mijn werk.

‘s Avonds kwam het bericht dat ze naar het ziekenhuis was gebracht, maar ik zag de ernst niet in. Vanochtend bleek ze overleden en zag ik het eerste bericht van een fan met daaronder de tekst: how great thou art.

Rust zacht Lisa. 1968-2023

Hartjes

Ik lever een bovenmackse prestatie deze week. Mijn baas is er niet, en een van mijn collega’s is ziek. Ik help anderen met hun werk maar krijg daar amper tijd voor, zoveel vragen belanden in mijn e-mail. Ik werk van ‘s ochtends tot ‘s avonds en ik was onrustig. Bijna geen tijd om adem te halen. Ik sliep de eerste nacht slecht, maar de tweede al beter omdat ik iets onder controle leek te krijgen.

De twee moeilijkste projecten, die me beide twee dagen hebben gekost om ze te doorgronden en op te lossen, kwamen vandaag kort na elkaar tot een succesvol eind. Ik was er verbaasd over dat het gelukt lijkt, eerlijk gezegd.

Ik ben mij bewust dat ik tot grote hoogten kan stijgen, maar ik ben geen snelle denker. Ik heb luie hersenen die in eerste instantie het probleem proberen te negeren. Het kost me moeite en ik hou dit ook alleen vol in de wetenschap dat ik maandag op de grond kan gaan liggen huilen. Overigens kun je dit allemaal voorkomen door gewoon nee te zeggen tegen klanten, collega’s en bazen. Maar dat heb ik dan weer niet geleerd. Eigenlijk ben ik er te ijdel voor, nee zeggen. Mijn eer te na. Mijn team bestaat voornamelijk uit vrouwen. Dat zit al helemaal niet in mijn systeem om die teleur te stellen. Ik krijg dan ook veel hartjes in de chat. Vroeger dacht ik dat dat over mij ging, maar het gaat over mijn prestatie. Lever ik die niet, dan ook geen hartjes. Het is een harde wereld.

Blauwe vinkjes

Terwijl het buiten stormt, slaapt Hans ergens in Drenthe in het bos. Als je dat slapen kunt noemen natuurlijk, want de wacht zal ook gehouden moeten worden. Hij heeft geen telefoon en hij weet dus ook niet hoe het met PSV is. Ik heb hem het wedstrijdverloop wel geappt, zoals we dat altijd doen als een van de twee niet kan kijken.

Dus ondanks dat de teksten verschoond blijven van een dubbel vinkje, laat staan een blauw dubbel vinkje, heb ik hem laten weten dat het een stuk beter ging dan zaterdag, dat van Nistelrooy voortaan altijd met Guti en Ramalho in de basis moet starten en dat de analisten in de rust weer uit hun nek kletsten. En dat die verdomde Drommel weer een fout maakte waardoor Sparta in de wedstrijd kwam terwijl ze nog niet in de buurt van het strafschopgebied waren geweest. Dat Luuk gewisseld werd en Xavi ook, en dat die Drommel in de laatste minuut een geweldige redding had. Altijd al gezegd, een topper, die keeper.

Die tekst hangt nu ergens in een zendmast en zal naar schatting pas donderdagochtend worden gelezen door hem. Als alles weer rustig is en hij het land met succes heeft verdedigd tegen de invallende vijand. Daar ga ik tenminste maar vanuit. Nee, het is donker en eenzaam werk, maar iemand moet het doen. Ik ga maar slapen, als hij dan toch de wacht houdt.

Glaswaan

Op het gebied van geschiedenis ben ik een twee. Net geen nul. Het interesseerde me niks en ik beschouwde het als verplichte ballast op school. Ik heb geen idee of dat wat ik weet, ik op school heb geleerd of dat ik het zelf gelezen heb.

Als je dan eens een boek leest over vervlogen tijden dan komen daar volkeren in voor waar ik nog nooit van heb gehoord. Merovingen bijvoorbeeld. Ik weet nu alweer niet wie dat waren. Of de onnoemelijk vele koningen die er zijn geweest, wiens bloedlijn altijd maar beschermd moest worden, als wespen die hun koningin verdedigen. Doordat er zoveel koningen waren, waren er ook zoveel oorlogen omdat je als koning wel wat grondgebied moest hebben voor het aanzien. En vervolgens beland ik weer bij een veldslag waar ik nooit van heb gehoord. Die van Westrozebeke bijvoorbeeld.

Wat ik wel weer interessant vind om te lezen is dat het Engelse woord voor ridder is afgeleid van ons woord “knecht” (van de koning) terwijl het Franse woord voor ridder meer de nadruk legt op het te paard gaan (chevalier) net als het onze, ridder, rijder.

Of dat er vroeger een ziekte bestond die glaswaan heette, en waarbij de patiënt dacht dat hij (gedeeltelijk) van glas was gemaakt en dus makkelijk kon breken. Of dat er 1500 jaar lang door medici werd gedacht dat een mens uit vier lichaamssappen bestond, bloed, slijm, zwarte gal en gele gal, en dat een geestestoestand werd veroorzaakt door een teveel van een van deze vloeistoffen. Iemand die glaswaan had, was vaak ook depressief, of melancholisch, wat uit het Grieks komt en zwartgallig betekent. Melancholie heeft de laatste eeuwen een wat positievere bijklank gekregen maar het was oorspronkelijk een depressie. Zwartgalligheid heeft juist een negatieve bijklank, en duidt meer op onwil om iets leuk te vinden. Wat ik heb met een programma van Linda de Mol bijvoorbeeld. Depressie tenslotte klinkt als iets wat je overkomt en waar je geen invloed op hebt.

Dat van die lichaamssappen is bedacht door een of andere knappe Claudius uit de oudheid, wiens theorie 1500 jaar lang de medische wetenschap gedomineerd heeft, maar die het uiteindelijk helemaal fout bleek te hebben. Vandaar ook dat die mensen nu allemaal dood zijn natuurlijk.

Het aantal gevallen van glaswaan is na 1850 spectaculair afgenomen al was er begin deze eeuw een opleving en geloofden hordes mensen dat Arjen Robben van glas was. Tegenwoordig komt het vrijwel niet meer voor, waarschijnlijk is het glaswaanvirus, dat hiervoor verantwoordelijk is, uitgestorven. Het aantal gevallen van eigenwaan is wel spectaculair toegenomen. Ooit zal men dat virus er ook een keer onderkrijgen.

De lift

Vanavond was de film “de lift” op televisie, net als “Soldaat van oranje” een film die ik nog nooit in z’n geheel had gezien. Ik herkende wel de scène met de onthoofding maar waarschijnlijk heb ik dat bij Simonskoop gezien. Ik denk niet dat ik in 1983 naar zulke horror durfde te kijken. Zelfs nu was er een moment dat ik schrok.

De cast van de film is grotendeels dood. Niet eens door ongevallen in een lift, maar door het verstrijken van de tijd. Piet Römer, Pieter Lutz, Gerard Thoolen, Manfred de Graaf, Peer Mascini en Cor Witschge, om de bekendsten te noemen. Waarom de naam Cor Witschge me zo bekend voorkwam ontdekte ik toen ik hem nazocht. Sapperdeflap!

Verder las ik een grapje van Dick Maas, de regisseur. In de clip “when the lady smiles” die hij in hetzelfde jaar opnam, zit een scène van een vluchtende secretaresse die achterna wordt gezeten door Barry Hay. Ze probeert een lift in te komen en op hetzelfde moment komt liftmonteur Huub Stapel uit de andere lift zetten. Ik heb de clip nagekeken en het klopt. Dat was mij nog nooit opgevallen. Ook wel logisch want ik wist niet eens dat Huub de hoofdrol had in “De lift.”

Huub is er gelukkig nog wel. Morgen wordt die andere uitgezonden. Amsterdamned. Deels opgenomen in Utrecht. Met een klein bijrolletje voor Bert Haanstra, Simon van Collem en Carmiggelt. Van die leuke weetjes.

De eerste van het jaar.

Waar ik last van heb als blogger zijn twee dingen. Een is dat je niet schrijft wat er op je hart ligt uit angst voor de opinie. Ik had bijvoorbeeld een stukje over wat ik echt vond, maar twijfel dan ineens of ik dat wel echt vind. Of lul ik gewoon maar wat en zou ik in de door mij geschetste situatie terecht gekomen, ook anders reageren?

Ik weet inmiddels dat ik moeite heb om mensen langdurig te kwetsen. Dat lijkt misschien goed, maar het betekent eigenlijk dat je nergens voor staat. En dat is mijn probleem, ik vind niks voor 100%.

Het andere waar ik last van heb, en wat me vaak gebeurt, is dat ik te laat begin aan een logje, en dat ik het niet kan afmaken doordat ik te moe ben. En dat ik dan denk dat ik het morgen wel doe. Maar morgen is mijn stemming anders, en is het ijzer niet meer heet. Laat maar dan. Bovendien ben ik dan toch aan het zoeken, het beste schrijf ik waargebeurde anekdotes die een beetje door mij zijn opgeleukt.

Ik schrijf dus hele verhalen aan mezelf. In de concepten staat wie ik ben. Maar die worden pas over 100 jaar gepubliceerd, zo heb ik ingesteld. Misschien moet ik er vijftig jaar van maken. Dan ben ik 103. Dan zal het me inmiddels allemaal wel aan mijn reet roesten toch?

Een voorspoedig 2023 gewenst, allemaal!