Ik voel mij niet lekker. Ik ben slecht gehumeurd, moe, heb het gevoel dat het leven geen verrassingen meer kent, hoor bijna alleen nog gezeik aan, en heb het gevoel dat 44 of 90 niet veel uitmaakt. Vooral dat laatste is ernstig, want ik weet dat het niet zo is, maar het voelt zo. Ik heb even gedacht aan een depressie, maar wil daar ook niet te snel van spreken. Ik ben er wat gevoelig voor maar het is geen depressie. Het is ook weer niet een gewone baaldag want het is er al een poosje. Ik heb nieuwe dromen nodig. Misschien niet eens nieuwe dromen, maar gewoon iets. Een nieuw huis, nieuw werk of een seizoenkaart voor het voetbal. Maar misschien is dat laatste niet zo’n goed idee dit jaar.
Eigenlijk is het probleem dat ik niet veel dromen heb gehad. Ik was al blij dat ik gewoon meekon met het leven. Wat later heb ik zelfs het gevoel gehad dat ik nog meer kon dan slechts meekomen. Nog steeds heb ik dat, het gevoel dat ik talenten heb. Een groot talent is fantasie. Ik zou me doodschamen als u allemaal zou weten wat ik me soms verbeeld. En wat ik allemaal zie of denk. Ik weet gelukkig dat dat niet kan, maar wat ik me wel soms afvraag, ziet men aan mij dat er dingen in mijn hoofd omgaan? Of zie ik eruit alsof een overlevingsinstinct het enige is dat mij drijft? Als ik ’s ochtends in de file sta, in een grijze Renault Megane, is dat niet gewoon heel triest? Of eigenlijk niet, omdat er honderdduizenden met mij in de file staan? Mannen zijn het meest triest, al hebben we geen idee. Auto en pak moet de aandacht afleiden van onze lelijkheid. Mannen zijn lelijke wezens. Ze stinken uit hun mond, hebben haar en eelt op onverwachte plekken, en niets maar dan ook niets doet denken aan hun oorsprong, de jager. Ze scheppen op maar niet over wie de dikste buik heeft. Vrouwen zijn veel dichter bij hun oorsprong gebleven, en zijn daarom ook veel mooier. Bovendien verbeelden ze zich niets, maar ze zijn zich bewust van hun invloed, en stralen dat uit. Alleen al het verschil in klank tussen de twee woorden. Mannen, vrouwen. “Mannen” kan klinken als mannen of als viezeriken. “Vrouwen” klinkt altijd hetzelfde.
Soms word ik geconfronteerd met meerdere tekortkomingen tegelijk en vind ik het een wonder dat er thuis nog mensen op me zitten te wachten, maar ik geloof in wonderen. Nee, mijn zelfbeeld blijft nooit lang hoog. Mijn eigen hersenen doorzien mij, en halen mij terug op aarde. En op aarde is het heus niet altijd leuk. Ik zou ook het liefst nog in een boom klimmen, ware het niet dat er bijna geen plekken zijn waar je zoiets ongezien kunt doen. Want hoe ga je verklaren wat je boven in een boom doet? Geheid dat als je er zit iemand langs komt. En diegene merkt je gegarandeerd op. Terwijl hij niet naar je om zou kijken als je op de grond stond.

