Ik weet niet of rokjesdag al geweest is dit jaar omdat degene die daar het startschot voor gaf niet meer onder ons is. Maar ik verwacht van niet omdat het vandaag de dag van de witte katoenen broek was. Ik heb er maar liefst drie gezien. Twee van die drie dames die hem droegen, stond hem ook. Ik ben meer fan van de witte strakke broek dan van rokjes weet ik sinds vandaag. Maar ik neem aan dat de broek voor het rokje gaat, dus dat rokjesdag nog moet komen.
Herkenning van de blijde emotie
Toen ik vanmiddag na een race tegen de klok van half zes Tammar ophaalde bij de kinderopvang, kwam zij mij juichend tegemoet lopen. Ze stak beide armpjes omhoog en liep met hoog opgeheven handjes in mijn richting. Nog niet beïnvloed door levenservaring uitte zij haar blijdschap op deze authentieke manier. Natuurlijk is dat erg leuk voor een vader, maar ik wil het toch eens even hebben over het moderne juichen.
Kent u van die oude zwartwit foto’s van voetballers die net hebben gescoord? Je ziet ze op dezelfde manier als Tammar juichen. Beide armen hoog in de lucht rennen ze richting hun medespelers. En op diezelfde foto zie je de medespelers ook met beide armen gestrekt omhoog juichen. In combinatie met korte voetbalbroekjes en strakke shirtjes ziet het er vaak wat nichterig uit. Terwijl het bikkels waren hoor, die voetballers van vroeger.
Vandaag de dag is het andersom. De juichpose van een voetballer kent vele varianten, behalve die met twee armen gestrekt omhoog. De ene vreugdeuiting is nog origineler dan de andere. Met twee duimen naar het rugnummer wijzen, een vlakke hand achter het oor houden, een wiegend gebaar maken, een salto, een snoekduik, een boogschiet-imitatie, noem het maar op. Het ziet er allemaal veel stoerder uit dan vroeger. Maar dat is slechts het gevolg van het verschijnsel dat tegenwoordig iedereen zich probeert te onderscheiden, zonder dat daar kwaliteiten aan ten grondslag liggen die dat rechtvaardigen. Hoe oprechter de blijdschap, hoe hoger de handen.
Hoe weet de overheid dat?
Als ik op een tweebaansweg rij, waar je grotendeels niet mag inhalen (N344, Amersfoortse weg) vanwege een doorgetrokken streep, dan moet ik geduldig zijn tot aan de stukken waar de streep onderbroken is en waar je dus wel mag inhalen. Maar altijd -en nee, niet meestal- heb je precies op dat punt tegenliggers zodat je nog niet kunt inhalen. En altijd -en nee, niet meestal- als de laatste tegenligger voorbij is, begint de doorgetrokken streep weer. Wilt u eens op dit verschijnsel letten? U zult zien dat het altijd -en nee, niet meestal- opgaat.
Een zorgelijke ontwikkeling.
Het gebeurde mij gisteren voor de tweede keer in mijn leven, voorzover ik mij herinner tenminste. Ik werd gediscrimineerd. Saillant detail: ik ben blank. Ik was bij een echtpaar waarvan de man blank is en de vrouw zwart. Het kindje zou dan volgens natuurkundige kleurwetten grijs moeten zijn, maar het was lichtbruin. Toen ik wegging zei het tegen mij : "dag witte poeperd!" En ik kon er nog niks tegen doen ook. Want volgens Geert Wilders mag de waarheid gezegd worden en de waarheid is: mijn poeperd is wit. Tenminste, zolang we niet al te diep in detail treden.
De eerste keer dat het me gebeurde betrof het ook al een minderjarig, klein en onvolwassen kindje. En die verzinnen dat heus niet zelf. Die worden opgestookt door hun ouders. Donkere rassen kijken tegenwoordig op mij neer! Met andere woorden mensen, discriminatie is niet langer voorbehouden aan de voormalige, koloniale overheerser. En ook hier blijkt gelijk dat discriminatie hand in hand gaat met een vooroordeel, want dat kind heeft toch geen röntgenstralen?
Mack komt overal te laat achter (14)
Vandaag heb ik mij voor het eerst laten leiden door een goed navigatiesysteem in mijn auto. Ik moet zeggen, geweldig! Natuurlijk ben je als man sceptisch omdat er toch even aan je stoelpoten wordt gezaagd door zo’n tuthola die je de weg wijst. Maar ze had een Belgisch accent en bemoeide zich niet teveel met me. Bovendien, als ik anders reed dan dat zij voorschreef, bleef ze niet als een achterlijke herhalen dat ik moest keren, nee, ze had door wat ik van plan was en zij paste haar route aan. Daar hou ik nu van. Helaas, toen ik aankwam in Loenen aan de Vecht bleek dat ik niet goed in mijn agenda had gekeken want ik moest in Vleuten zijn. Maar geen paniek, geef het juiste adres in en kalm en relaxed werd ik naar het goede adres geloodst.
Mijn natuurlijke navigatiesysteem werkt niet optimaal. Ik weet altijd precies waar het noorden is, maar als je niet weet waar je zit heb je daar geen bal aan. Meestal kom ik er na een kilometer of vier rijden achter dat ik verkeerd zit, en moet ik eerst nog drie kilometer achter een opa aan rijden die met zestig kilometer per uur voortsukkelt voordat er een mogelijkheid is om te keren. Na die drie kilometer ben ik meestal oververhit. Ik heb dan een stuk stuur in mijn mond, een losgetrokken handrem in mijn hand, en ik stuif met 180 kilometer per uur dezelfde weg terug.
Dat is allemaal niet zo goed voor je bloeddruk, maar een navigatiesysteem wel. Op de terugweg liet ik het uit omdat ik het navigeren niet wil verleren. En ook dat ging beter. Ik dacht rustiger na waardoor ik nu eens een keer instinctief de juiste file pakte. Tenminste, dat gevoel had ik. Ik had zelfs nog tijd om een twee opdringerige BMW’s te zieken. Relax man!
De
Mijn overbuurman i lechthorend en lechtziend. Hij lijdt aan een yndroom dat helaa voortgaat, waardoor hij teed minder gaat zien en horen. Hij zei mij dat ik tot de peronen behoor die hij lecht vertaat. Want ik chijn de onduidelijk uit te preken. Hij kwam erop omdat ik hem vertelde dat ik een film had gezien over Ray Charle. Ik moet het drie keer herhalen voordat hij begreep over wie ik het had. En dat i voor het eert dat ik daar iemand over hoor. I dat één van u wel een opgevallen, dat ik de lecht uitpreek?
Vader….geschikt/ongeschikt
Een jaar of zes geleden, toen er grote druk op mij werd uitgeoefend om vader te willen worden, was ik onzeker. Ik maakte de beginnersfout te denken dat ik geen goede vader zou zijn. Dat ik mijn onzekerheden en angsten aan mijn kind zou doorgeven. Ja logisch, want ik had immers ook al mijn angsten en onzekerheden van mijn vader geërfd, vandaar dat ik nog steeds zo aan hem hang. Onzin dus, je kunt altijd wel redenen bedenken om niet aan kinderen te beginnen, maar als je daar wat dieper over nadenkt dan dicht je jezelf toch een grotere rol toe dan je speelt. Want de toekomst voorspellen moet je aan waarzegsters overlaten, niet aan aanstaande vaders.
Maar dat ik op een gegeven moment echt overtuigd was van het feit dat ik ze wél wilde, nee, dat is ook weer niet zo. Ik mis sowieso het gen dat je voor 100% achter een beslissing laat staan. Welnee, op een gegeven moment, met de belofte van Linda om mij te steunen, en met haar toezegging om haar eigen genen extra krachtig door te geven, heb ik toegegeven. Niet aan Linda, want in tegenstelling tot wat er in de eerste zin staat, oefende ze geen druk uit, maar was zij al overtuigd van mijn kwaliteiten als vader, dus hooguit moedigde ze me wat aan. Nee, ik gaf toe aan mezelf. Laat maar gebeuren dan. Iedere boerenlul kan het, zoiets heb ik gedacht. En niet veel later, nadat we op een ochtend een woordenwisseling hadden, werd de lucht geklaard door een opgewonden van de trap af rennende Linda, met in haar handen een predictortest die 11 graden aangaf.
En langzaam groei je in je toekomstige rol, het gaat geheel vanzelf en je bereid je voor op wat komen gaat. De angsten konden nu overboord gezet worden want het zaad was toch al geschied. Voor angsten was het te laat. En daarom dacht ik maar aan de leuke dingen. En, zo dacht ik destijds, het leukste aan een kind moest toch wel zijn dat het je vragen gaat stellen die je dan kunt beantwoorden. Hoever is de maan, hoe hard kan een paard lopen, wat is de grootste slang, gewoon van die vragen om je ego als vader lekker mee op te poetsen. Vandaag was het mijn vuurdoop. Hans stelde zijn eerste algemene kennisvraag van zoon tot vader. "Papa, waarom is Nederland eigenlijk zo’n klein landje?" "Ja, eh Hans, dat hebben de Duitsers…eh nee, ik weet het eigenlijk niet." Shit! Heb ik me daar al die jaren op verheugd, moet ik al op de eerste de beste vraag het antwoord schuldig blijven.
Onderzoek
Vanochtend in de krant stond een klein berichtje; mensen die makkelijk lachen voor de foto leven langer. Iemand had een foto onderzocht. De mensen die daarop stonden die natuurlijk glimlachten bleken gemiddeld langer te leven dan degenen die geforceerd of helemaal niet lachten. Ja, het geluk is met de dommen, zei mijn moeder altijd. Met mij dus, want ik ben rechtshandig, en rechtshandigen leven gemiddeld weer langer dan linkshandigen. Dus bent u depressief én linkshandig, wanhoop dan niet, de redding is nabij.
Wat had dat nu eigenlijk voor nut?
Net zoals iedereen van mijn leeftijd ben ik naar de maatstaven van nu stevig opgevoed. En in de ogen van de generatie boven mij, vrij zacht. Gisterenmiddag liep ik een rondje met een collega en werden we plotseling getrakteerd op ijs. Het was er niet echt weer voor, maar toch, in de vorm van die kleine, witte, uit de lucht vallende bolletjes voelde het ouderwets striemend en vertrouwd aan.
Toen ik op de middelbare school zat en gemiddeld 12 km moest fietsen voor ik er was, werd je op de terugweg regelmatig getrakteerd op hagel of ijskoude regen. Je voorhoofd deed er letterlijk pijn van. In geval van hagel kon je de klok erop gelijk zetten dat je ook tegenwind had. Elke trapbeweging kostte kracht en maar langzaam kwam je vooruit. Ik richtte me steeds op een punt voor me, zodat ik dat punt binnen kon hengelen en als ik er dan was pakte ik een nieuw punt, net zolang tot ik thuis was. Bikkels met de conditie van een paard waren we vroeger. Tenminste de dorpsjongens en -meisjes die ver van school woonden.
Ik moest op de fiets naar school, weer en wind, ik moest alles eten en ik moest op tijd naar bed. Maar wat heeft dat nu allemaal voor nut gehad? Ik fiets nu alleen nog als ik zin heb, wat we niet lusten komt ook nooit op tafel en ik maak zelf uit hoe laat ik naar bed ga. Een jaar of 18 discipline, om het daarna misschien wel 70 jaar anders te doen. Ik vat de logica niet helemaal. Misschien had het te maken met de militaire dienst maar dat roept de vraag op waarom meisjes ook moesten fietsen naar school. Volgens mij was het alleen maar om later te kunnen zeggen: "Vroeger, toen had je pas hagelstenen!"
IJzergieterij Vulcanus
In 1983 kwamen wij in Vaassen wonen als gevolg van het verschijnsel dat kinderen nog niks te vertellen hadden, vrouwen volgzaam waren en vaders de kost verdienden. En dat die kost in Vaassen werd verdiend, en mijn vader best van autorijden hield, maar elke dag tweeënhalf uur moest rijden zodat hij mijn kleine zusje alleen nog maar in het weekend zag, was de reden om te verhuizen van het vriendelijke Drunen naar het stuggere Vaassen. Mijn vader werkte als controller bij ijzergieterij Vulcanus. Soms liepen mijn broertje, zusje en ik naar de fabriek om hem op te halen en dan konden we weer mee terug naar huis rijden. Vonden we leuk.
Inmiddels is die hele ijzergieterij er niet meer, het monumentale fabriekspand werd gewoon gesloopt en is er op die plek een nieuwbouwwijk met de toepasselijke naam: Vulcanus. De straten zijn genoemd naar de diverse afdelingen in de fabriek, maar ik merk soms aan mensen dat ze geen idee hebben wat die straatnamen betekenen. Vormerij? Wie hef dat noe weer verzonn’n!
Het enige wat nog intact is, is de Vulcanusweg. Dat was de toegangsweg tot de fabriek. Aan het eind stond een hek en een stoplicht. Iets verderop was de hoofdingang, en vlak daarnaast het kantoor waar mijn vader zat. Nu woont er iemand op die plek. Ik liep daarnet over de Vulcanusweg en realiseerde me dat mijn vader daar vroeger elke dag reed. Een auto kwam me tegemoet. Een snel optrekkende Golf met dieselmotor. Zijn koplampen verblindden mij. Maar ondanks het licht kon de bestuurder mijn gedachten niet lezen, en bleef dus in het ongewisse over mijn persoonlijke geschiedenis van 27 jaar geleden.
