Toen ik vanmiddag na een race tegen de klok van half zes Tammar ophaalde bij de kinderopvang, kwam zij mij juichend tegemoet lopen. Ze stak beide armpjes omhoog en liep met hoog opgeheven handjes in mijn richting. Nog niet beïnvloed door levenservaring uitte zij haar blijdschap op deze authentieke manier. Natuurlijk is dat erg leuk voor een vader, maar ik wil het toch eens even hebben over het moderne juichen.
Kent u van die oude zwartwit foto’s van voetballers die net hebben gescoord? Je ziet ze op dezelfde manier als Tammar juichen. Beide armen hoog in de lucht rennen ze richting hun medespelers. En op diezelfde foto zie je de medespelers ook met beide armen gestrekt omhoog juichen. In combinatie met korte voetbalbroekjes en strakke shirtjes ziet het er vaak wat nichterig uit. Terwijl het bikkels waren hoor, die voetballers van vroeger.
Vandaag de dag is het andersom. De juichpose van een voetballer kent vele varianten, behalve die met twee armen gestrekt omhoog. De ene vreugdeuiting is nog origineler dan de andere. Met twee duimen naar het rugnummer wijzen, een vlakke hand achter het oor houden, een wiegend gebaar maken, een salto, een snoekduik, een boogschiet-imitatie, noem het maar op. Het ziet er allemaal veel stoerder uit dan vroeger. Maar dat is slechts het gevolg van het verschijnsel dat tegenwoordig iedereen zich probeert te onderscheiden, zonder dat daar kwaliteiten aan ten grondslag liggen die dat rechtvaardigen. Hoe oprechter de blijdschap, hoe hoger de handen.
