Ach welnee, hij is nog helemaal geen vijf. Dat wordt hij dinsdag pas. Maar als voorschot daarop hebben we vandaag zijn verjaardag gevierd. Het viel mij niet eens echt tegen, zoals het verlopen is. Normaal word ik gelijk gek als de visite allemaal tegelijk binnenstroomt, maar nu ging het redelijk gedoseerd. Ik heb een poging gedaan de verwennerij binnen de perken te houden maar het is mislukt. Je moet je er ook gewoon maar bij neerleggen dat de tijden van bescheidenheid definitief voorbij zijn. Playmobil, playmobil en nog eens playmobil. Ikzelf was vroeger meer in mijn nopjes met Lego omdat je dan van alles kon bouwen, maar ik ben bij elkaar ook wel een uurtje of drie bezig geweest om al het playmobil dat hij kreeg in elkaar te zetten. Dus wat dat betreft is playmobil een stuk lastiger dan vroeger. En Hans was erg in zijn nopjes met zijn nieuwe Mega-Tobypak. Maar ik hoop wel dat hij daar snel uitgroeit.
Onverschilligheid
Het was zaterdag vandaag en dat betekent zwemlesdag. Ik geloof het wel met die zwemles hoor. Hans doet lekker mee en het interesseert hem geen bal of ik wel of niet voor het raam sta te kijken. Als hij me ziet gaat hij toch rare bekken trekken. Dus ik zit gezellig aan de koffie met een paar moeders. Helaas komt er altijd wel een opgewonden standje om ons te roepen dat de groep nu naar het diepe gaat en dat ze door het gat moeten zwemmen. Paniek, paniek, peeuw, peeuw.
Nou ja, verveeld hijs ik me uit mijn stoel en ga dan staan kijken naar het groepje van Hans dat dingen gaat doen die Hans vorig jaar in Frankrijk al kon. Vandaag had ik Tammar ook bij me en ik had haar op mijn arm. Om het wat beter te kunnen zien ging ik net om een hoekje staan waarbij ik net een andere invalshoek had dan de tien die eersterangs stonden. Ik keek vanuit de lengterichting over het zwembad, zij vanuit de breedterichting. Ik kon dus zien dat een klein jongetje dat vlak bij de kant zwom, op zich een hele goeie techniek had, zij het dat hij een decimeter te diep zwom. Hoe hij ook spartelde, zijn mond en neus kwamen niet boven water uit. Badjuffrouw Marije (haar naam staat achter op haar badjas) zag het ook en sprong met T-shirt en al het water in om het jochie weer boven te krijgen. Niks aan de hand, het jochie ging gewoon verder met de les.
Maar, al die zogenaamd geïnteresseerde ouders hadden dit niet gezien omdat ze niet vlak achter die rand konden kijken. En toen ik het zei, geloofden ze me eigenlijk niet. Nee, die juffrouw springt voor de lol met haar T-shirt het water in, nou goed! En zo zie je maar, in het leven is niets wat het lijkt. Een onverschillig lijkend persoon kan alles in de gaten hebben en iemand die interesse lijkt te tonen, kan wel eens niet door hebben dat u voor zijn neus verzuipt.
De laatste rustplaats.
Vandaag gingen wij naar een uitvaartdienst en een crematie. Het betrof een man van 84 die geroemd werd door zijn vier dochters dus dan heb je niet veel meer te wensen. Bij het crematorium was ook de begraafplaats waar Linda’s opa en oma begraven liggen. Linda had een speciale band met haar opa dus gingen wij op zoek naar zijn graf. We waren met z’n vieren en ieder ging een andere kant op om zo efficiënter te kunnen zoeken.
Het valt nog niet mee om één overledene te vinden tussen weet ik hoeveel doden. Maar het zoeken was niet erg. Ik liep langs de graven en speurde naar die ene naam, Augustijn. Terwijl ik stelselmatig de paden afliep realiseerde ik me pas dat ik in mijn leven slechts één keer en begrafenis heb bijgewoond. De andere keren betrof het crematies. Een vredig gevoel maakte zich van mij meester toen ik langs de graven liep. Vogeltjes floten en konijntjes huppelden rond. Om te rusten een prima plaats. Ik bekeek de stenen en besefte hoeveel mooier dan cremeren ik begraven eigenlijk vind. Mijn vader is gecremeerd maar wat wilde ik vanmiddag ineens graag dat hij begraven was. Zodat er een plekje voor hem was en een steen met zijn naam erop. Zodat mensen af en toe langs hem konden lopen en zijn naam zouden zien. En zich misschien zouden realiseren hoe kort zijn leven was.
Ik liep langs de plek waar kinderen begraven lagen en het vredige gevoel trok uit me weg. Onwillekeurig las ik hun namen, hun leeftijd en keek ik naar wat hun ouders op hun grafje hadden gezet. Een tractor, een beertje, bloemen en een spreuk. Het voelde niet eerlijk dat er hier jonge, onschuldige kinderen lagen. Iemand die op zijn veertigste doodgaat heeft nog een leven gehad, maar een kindje? Ter plekke voelde ik een vleugje van het verdriet dat hun familieleden gehad moeten hebben.
Na bijna een uur zoeken hadden we opa gevonden. Zijn graf lag er niet heel mooi bij maar bij navraag bleek dat te maken te hebben met onderhoud. Het vredige gevoel was er weer. Vanaf vandaag ben ik eruit; ik wil begraven worden.
Oude volkswijsheden
Ik keek net de documentaire "the truth about food" waarin de combinatie van voedsel en mensen met een MRI-scan werd onderzocht. Een echtpaar van samen 250 kilo probeerde met behulp van een diëtiste blijvend af te vallen. Het leverde een paar nuttige tips op.
Bijvoorbeeld dat soep en zuivel je kunnen helpen bij het afvallen. Dat de snelheid waarmee je van stof wisselt niet zo’n rol speelt. En dat een glas water niet lang helpt tegen het onderdrukken van een hongergevoel. Maar de eindconclusies waren gelijk aan wat je boerenverstand je altijd al vertelde, namelijk: ‘elk pondje gaat door het mondje’ en ‘zijn ogen waren groter dan zijn maag.’ Maar dan onderbouwd met een duur MRI-scan apparaat. Het kost wat, maar dan heb je ook bewijs voor een oude volkswijsheid.
Muiterij
Laten we vooropstellen dat Linda hier in huis doorgaans de strenge opvoeder is en ik de zachte. Maar dat we wel als één blok optreden tegen muitende kinderen. En dat dat doorgaans goed lijkt te werken zonder dat één ouder de boeman is en de ander de heilige. Alhoewel Hans natuurlijk wel feilloos in de gaten heeft dat met mij te sollen valt en met Linda niet. En Tammar spreekt ronduit haar voorkeur voor haar vader uit, maar dat houden we maar even op haar jeugdige leeftijd.
Maar vanavond viel ik uit mijn rol als geduldige opvoeder met wie je een grapje kunt maken. Hans was nog even mee naar beneden omdat hij morgen niet naar school hoeft. Toen hij naar de wc was geweest riep hij Linda om zijn billen af te vegen. Meneer is aardslui, en laat graag anderen voor zich werken. Ik herken die eigenschap, al kan ik het niet helemaal thuisbrengen. Maar omdat Hans al bijna vijf is, zijn we hem al een hele poos aan het duidelijk maken dat áls hij vijf is, hij zelf zijn billen moet afvegen en we hem niet meer helpen. Hans vat dat op zoals ik dat ook zou opvatten. Dus tot en met 17 mei 23:59 uur worden mijn billen wél afgevogen.
Het gedram en geroep vanaf de wc werd steeds luider. En hoe harder hij begon te drammen, hoe meer Linda hem negeerde. Op een gegeven moment (En un momento….eh laat maar) was ik zijn luidruchtigheid zat, en tegen de afspraken in liep ik naar de wc, pakte papier, haalde dat in één wilde veeg door zijn billen, trok zijn pyjamabroek omhoog en trok door. Hans liep doodleuk naar de huiskamer maar daar stak ik een hardhandig stokje voor. Ik draaide hem in de richting van de trap en joeg hem naar boven.
Maar wat een karakter! Ik moest hem per drie treden tegelijk de trap op gooien omdat hij weigerde een stap te zetten. En toen ik hem in zijn bed gekwakt had, snikte hij woedend: "Ik…hou…niet….meer…van….jou!" Prima, weltrusten, en ik deed de deur dicht. Toen ik de deur beneden achter mij dicht deed kwam hij al krijsend te trap af rennen en claimde zijn recht om nog even beneden te mogen zijn. Ik herhaalde met gevaar voor eigen rug het kunstje van het hem hardhandig naar boven werken en het hem in zijn bed kwakken. Ditmaal bleef hij onder luid protest boven maar dat verstomde al vrij snel. Maar een minuut later riep hij me alweer snikkend dat hij nog geen verhaaltje had gehad. "Ben jij wel wijs Hans, denk je nu echt dat ik een verhaaltje ga lezen? Morgen, als je lief bent krijg je weer een verhaaltje. En nu wil ik je niet meer horen."
Vrij snel daarna sliep hij. Ikzelf denk/hoop dat hij is geschrokken van een uit z’n slof schietende vader. Het werd een keertje tijd. Maar gelukkig was ik wel gecontroleerd kwaad. Dus ook tijdens het kwaad zijn was ik nog even gek op hem als altijd, en ik wil wedden, hij morgen ook weer op mij.
Benelux
Jort Kelder zei vanavond in DWDD: "We zijn keihard belazerd door de politiek." Dit naar aanleiding van alle beloftes dat het goed was om lid te worden van Din(g)flofbips, en omdat we nu met z’n allen armer gaan worden dan dat we waren, doordat de Grieken graag op hun 53e met pensioen willen blijven gaan. Het zij ze gegund die Grieken, want als je met pensioen gaat dan komt de dood gemiddeld binnen veertien jaar. Daar denken ze dan helemaal niet over na in die zuidelijke landen.
Maar toch ben ik het niet met Jort eens. Ik huldig namelijk het standpunt dat je alleen belazerd kunt worden door mensen die je vertrouwt. Als je je belazerd voelt door politici, dan ben je gewoon naïef. En dat is niet wrang, dat is een proces van acceptatie. Ik ben inmiddels zover dat ik trouw ga stemmen ondanks dat ik weet dat er allemaal niks terecht gaat komen van verkiezingsbeloftes. Als je dat nu maar in je hoofd houdt, dan is het best vermakelijk in Nederland. Er is vrijheid, er is eten, er is internet en er is één keer in de twee jaar een belangrijk voetbaltoernooi. En verder gaat het nergens over.
Als ik dictator ben, dan is het eerste wat ik doe België en Luxemburg terugveroveren. Het Koninkrijk der Nederlanden gaat verdwijnen en we wonen met z’n allen in de Benelux. Langzaam maak ik er wel weer wat van. Obama is op de hoogte van mijn plannen. Het leek me wel zo netjes om hem dat te laten weten.
Straatje…
Bij ons achter is een straatje dat qua huizen niet helemaal past bij de rest van de wijk. Deze wijk is van halverwege de jaren 80, maar in dat straatje zijn de huizen ouder. Ook veel mooier want ze zijn vrijstaand en hebben een leuk stukje grond. Dus eigenlijk zou het beter zijn te zeggen dat de rest van de wijk niet in dat straatje past. Ik loop er wel eens met Hans of Tammar en kijk dan bij de mensen naar binnen. Daar hou ik van, bij mensen naar binnen kijken. Vanavond liep ik er alleen en ineens viel mij op dat de huizen daar namen hebben. Mij kan dat niet zo bekoren. Wie geeft zijn huis nu een naam? Vroeger, onze overbuurman uit het westen kwam zijn pensioen op de Veluwe opmaken en had een bordje op zijn huis geplakt met "Staodzaot" Daar moest je dan uit afleiden dat hij de stad zat was. Ja, misbruik op de Veluwe kent vele varianten.
Vanavond liep ik langs "Hieris’t" en "Noarmienzin." En ik moet toegeven, ik zou best in "Hieris’t" of in "Noarmienzin" wilen wonen. Maar het eerste wat ik zou doen nadat de financiering rond was, was dat bordje met een grote klauwhamer naar beneden batsen. Ik vind het al overdreven dat je een kat een naam geeft, maar dat is een algemeen geaccepteerd gebruik. Maar een huis?
Mack komt overal te laat achter (16)
Laatst staat hier een deeveedeef van Hans aan, Asterix en de Olympische spelen. Ik heb geen idee hoe hij aan die deeveedeef komt, maar hij vindt de film wel grappig, al kan hij natuurlijk nooit die verfijnde humor doorgronden, zoals zijn vader dat wel kan. Maar goed, die deeveedeef heeft hier al heel vaak aangestaan en ik herkende inmiddels stukjes uit het begin van de film. Maar laatst, toen de film een keer aanstond en ik een beetje therapeutisch lag te liggen op de bank, heb ik de hele film meegekeken. Op een gegeven moment (en un momento dado, zou J.C. gezegd hebben) denk ik bij mezelf: "Hee, die acteur lijkt Jean Todt wel!" Nog geen twee seconden later denk ik: "Huh, dat lijkt Michael Schumacher wel!" Ik kom overeind en wie schetsen mijn verbazing: Jean Todt en Michael Schumacher! Spelen gewoon mee in de film! Michael speelt een wagenmenner die zijn rode paardenwagen door vier paardenkrachten laat voortrekken in een arena, en Jean Todt meet zijn rondetijden met een zandloper. Nog later in de film speelt Zinedine Zidane ook nog een rolletje met een voetbal. Kijk, dat is nu van die verfijnde humor die Hans niet begrijpt, en zijn vader wel, zij het aan de late kant.
J.C.
Hebt u eigenlijk een held? Of had u er eentje in uw jeugd? Misschien had u er wel meerdere of een heleboel. Ik zelf heb mijn helden verdeeld in categoriën. De buitencategorie, en de 1e t/m 4e categorie. Wie éénmaal in de buitencategorie zit (Elvis, Cruijff, Senna) raakt daar niet meer uit en ik zal zonder te twijfelen mijn leven geven voor één van hen. Wie kwaad over hen spreekt zal ik moeten doden volgens mijn heilige geschrift der heldenverering. Gelukkig is het maar drie mensen gelukt om in de buitencategorie te komen.
Zelf ben ik geen held dus rest mij slechts de rol van vereerder. Maar die rol speel ik dan ook wel vrij goed, al zeg ik het zelf. Dat betekent dus dat ik al hun muziek moet hebben, en ik het geval van Cruijff was het nog best lastig om aan het singeltje "Oei-Oei-Oei, dat was me weer een loei" te komen.
Maar alle gekheid op een stokje, ik heb van de week weer eens de dvd "En un momento dado" gekeken en ondanks dat ik de film al twee keer heb gezien, blijft hij boeien. Nederland heeft de beste voetballer ooit voortgebracht in de persoon van Johan Cruijff. Zijn initialen J.C. zijn niet toevallig zo. Hij wordt in Catalonië de verlosser genoemd omdat hij de Catalanen bevrijdde van hun minderwaardigheidscomplex. Hij versloeg de ploeg van de vijand met 5-0. Het hoogtepunt van zijn roem is alweer 35 jaar geleden, maar nog steeds zijn er duizenden Catalanen die met tranen in hun ogen zeggen dat ze Cruijff eeuwige dank verschuldigd zijn voor wat hij heeft gedaan.
In Nederland begrijpen we dat minder. Terwijl Cruijff ook voor de Nederlanders van onschatbare waarde is geweest. Tenminste, voor het mannelijk deel. Vrouwen hebben als het goed is geen idee waarom de eigenwaarde van een doorsnee man uit Nederland omhoog gaat als ze mogen zeggen dat ze een landgenoot van Cruijff zijn. Terwijl het volkomen logisch is. Een moderne man mag wettelijk gezien niet meer een andere moderne man met een knuppel op z’n kop slaan om zo toe te kunnen geven aan het testosteronhormoon. Daarom is voetbal uitgevonden. Zodat Cruijff onoverwinnelijk kon worden en ons allemaal onoverwinnelijk maakte.
Ex-collega
Ik heb een ex-collega, die hier af en toe reageert onder de naam Boris. Nu heb ik veel ex-collega’s, maar Boris behoort beslist tot de beste ex-collega’s. En dat heeft verschillende redenen. Allereerst kon ik goed met hem samenwerken want wij dachten op dezelfde golflengte. Daarbij waren wij goed op elkaar ingespeeld want ik stuurde hem een mailtje, en tien seconden later hoorde ik een bulderende lach door de muur heen. Verder hielden we beiden van dezelfde muziek en snapten we de emotie van een Italiaanse auto. En last but not least, als er een flitsextremist langs de snelweg stond, dan seinden we elkaar via sms in. Als ik hem onderweg op de A28 vóór mij zag, dan gaf ik volgas om hem zo hard mogelijk voorbij te rijden em hem achteraf te vertellen dat ik hem helemaal niet gezien had. Ondanks dat wij beiden een Brabantse achtergrond hebben, botsten wij op één punt. Hij hield van carnaval en ik niet. Maar wát een collega. Hier is een foto van hem. Ja, op één of andere manier hadden wij een klik.



