Iemand!

Weblog heeft last van concurrentie. Eerst was daar Hyves, toen was daar Facebook, vervolgens instagram, pinterest, wordfeud, drawsomething, en rummikub. Oh ja, en Twitter, zou je haast vergeten want daar hoor ik niet zoveel meer over. Concurrentie is goed. Het houdt in theorie de aanbieders scherp en de prijzen laag. Het nadeel is dat de weblogger met de minder sterke ruggengraat buigt bij het minste of geringste en verandert in een webhopper. En daar heb ik last van. Want ik zoek al ik weet niet hoe lang naar leuke, mooie of interessante weblogs. Soms denk ik er één gevonden te hebben, die link ik dan enthousiast, maar kom er al snel achter dat het toch niet helemaal was wat ik zocht.

Het kan toch niet zo zijn dat ik nu in de vorm van uw weblogs al de crème de la crème te pakken heb? Ja, natuurlijk wel, maar ik bedoel de volledige crème de la crème. Er moeten toch nog onontdekte weblogs zijn, die nog nooit door mensen zijn gesignaleerd? Van die weblogs die je meevoeren, die je van je eigen bewustzijn onbewust maken, die vanzelf lezen in plaats van dat je je er werkelijk doorheen moet persen? Ja, die zijn er nog ja. Die moeten er zijn.

Kijk, ik weet nu al dat ik van alle webloggers het loggen het langste vol ga houden. Als u er al lang niet meer bent, dan zit ik op 114-jarige leeftijd nog steeds verongelijkt logjes te schrijven en Alfa Romeo’s aan te prijzen. Misschien dat ik tegen die tijd nog steeds dictator wil worden, je weet het niet.

Echte liefde

Je komt het niet vaak meer tegen, maar ex-formule 1 coureur Ricardo Patrese bewijst dat het nog bestaat. Hij neemt zijn vrouw mee voor een rondje op het circuit in een snelle auto. Welke vrouw zou daar niet van in katzwijm vallen? Let eens op zijn glimlach. Hij moet wel heel veel van zijn vrouw houden. En het is nog goed voor je Italiaans ook.

Avondspits

Ik kende het programma niet, maar nu ik soms wat later thuiskom hoor ik in de auto wel eens Avondspits met presentator Joost Eerdmans. Nu haalt het in geen velden of wegen het niveau van Avondspits van Frits Spits, maar toch viel het programma me in positieve zin op. Dat komt zo. Er wordt een stelling geponeerd waarop de luisteraars dan kunnen reageren. Op zich niks nieuws, want Sjors Frölich deed het hem al eens voor, maar Joost poneert vrij stellige stellingen. Bijvoorbeeld vandaag dat de Europese Unie en de Euro mislukt zijn. Hij laat daarbij zijn bellers redelijk goed uitpraten, al komt dat ook vaak omdat hij er gewoon niet tussenkomt, zo opgewonden reageren de luisteraars. Ik googlede even op het programma en kwam te weten dat Eerdmans eerder politicus was. Niet een hele belangrijke, anders had ik het wel geweten. Maar het programma is een grappig tegengeluid. De stellingen zou ik omschrijven als rechtse vrijetijdsbesteding, wat natuurlijk ook wel eens leuk is tussen zoveel linkse hobbies. Met het populisme valt het mee, want Joost is niet helemaal wereldvreemd. Dus als u een keer om half zeven in de auto zit, of u bezit de gave om gewoon thuis naar de radio te luisteren, dan moet u het maar eens op u in laten werken. Misschien krijgt u zelfs wel de behoefte te reageren.

Cruijff’s cadeau

Johan Cruijff heeft ter gelegenheid van zijn 65e verjaardag een boekje geschreven. Dat was zijn traktatie. Nu ben ik een enorme fan van Cruijff, maar schrijven is zeg maar niet echt zijn ding. Ik worstelde me door de eerste hoofdstukken heen en ik besloot het op te geven. Hier zou ik niet doorheen komen. Maar toen sloeg zijn onnavolgbaarheid toe. Hij legde iets uit over hoe hij een corner verdedigde in zijn tijd als coach bij Barcelona.

Zijn team bestond uit allemaal dwergen. Dat is nog steeds zo bij Barcelona, het lijkt wel of ze erop geselecteerd worden. Ik zie Wesley Sneijder er ook nog wel eens heen gaan. Maar hoe goed je ook bent, als je klein bent wordt het verdedigen van een corner een lastige zaak. In de eerste plaats, zei Cruijff, liet ik het team ver voor de goal verdedigen zodat je weinig corners weggaf. Zodat ik nog maar twee problemen per wedstrijd had, en niet tien. Maar als er dan toch een corner kwam, liet hij Laudrup, Romario en Stoichkov voorin staan. De tegenstander was dan gedwongen minimaal vijf verdedigers achterin te houden, omdat ze met zo’n aanvalstrio het risico op een counter niet aandurfden. Vervolgens had de enige lange speler, keeper Zubizaretta- schitterende naam- een veel beter speloverzicht en was het voor hem een stuk makkelijker te verdedigen.

Ik bedoel maar. Dat komt dan zomaar even uit Betondorp. In het voetbal en waarschijnlijk ook daarbuiten hoogbegaafd. Ik vind het werkelijk briljant van eenvoud.

Van het kleine grut

Hans, die wordt al groot. Bijna zeven alweer. Gelukkig is hij ook nog een klein jongetje, maar ik vind het allemaal wel snel gaan. Natuurlijk, je groeit er in mee en dit is ook leuk maar ik weet nog toen hij twee was en hij wel eens bang was midden in de nacht en hij me huilend riep. Ik snelde dan naar hem toe en vroeg wat er was, waarop hij zei dat hij geschrokken was. En dat ik hem dan even vasthield tot hij weer stil was, en dat hij dan zachtjes “jah” zei als ik vroeg of hij weer ging slapen.
Tammar heeft de leeftijd nog net, drie is ze nu, en ik ben gek op haar smoesjes. Midden in de nacht roept ze me soms voor iets onbeduidends, ze is haar “lappie” kwijt terwijl die naast haar ligt, of gewoon omdat ze naar de wc moet. Aan haar vraag ik voor de zekerheid altijd even of ze m’n liefie nog is en dat bevestigt ze nog altijd. Alhoewel ze laatst een keer vroeg waarom ik dat altijd vroeg en dat ik dat niet meer moest doen. Hoe ze daar nu bij kwam weet ik niet, maar volgens mij is het weer vergeten. Maar ook zij wordt groter. “als ik geen snoepje mag, ben ik ook niet meer jouw vriendin,” zegt ze soms lachend, maar wel in de hoop dat ze een snoepje krijgt. Eén keer pakte ik haar in al mijn domheid terug door te zeggen dat ik dan ook niet meer haar vader was. Niet zo’n hele bijdehandte opmerking van mezelf. Ik ben voor ééns en altijd haar vader.

Nu slapen ze allebei in Hans z’n kamer. Vinden ze leuk. Ik leg Tammar straks terug omdat ze anders morgenochtend veel te vroeg wakker zijn. Voorlopig zijn ze allebei nog kind. Op dit moment is dat zo. Ik laat de tijd niet ongemerkt aan me voorbij schieten anders zijn ze straks in één keer groot. Je moet soms de tijd even vastzetten. Gelukkig heb ik leren schrijven.

Hoera

Mijn ingezonden gedicht voor de dodenherdenking werd afgekeurd. Ik had me een dag vergist volgens het Comité. Jammer, verder vonden ze het erg goed.

Hoera, het is vijf mei, we zijn allen blij, want de Duitsers marcheren niet meer in een rij. Hun schietgeweer doet het niet meer. We zijn weer vrienden en alles is vergeven en vergeten en niemand heeft meer last van zijn geweten. Nee, een oorlog is niet fijn maar nu kunnen we weer vrienden zijn. Hoera, het is vijf mei, we zijn weer vrij, de Duitsers vechten niet meer zij aan zij. Hitler is dood, hoera hoera, de koningin hoeft niet meer te vluchten met de boot. De luftwaffe bestaat nog wel, maar dat staat nu onder navo-bevel. Hoera, de bezetter is verjaagd en alle kopstukken zijn aangeklaagd. Ze zijn opgehangen aan hun nek, hoera, hoera, dat vonden we te gek. Geen razzia’s meer een geen verdwenen fiets, nee oorlog vind ik niets.

Uitdaging

Misschien moet ik eens even evalueren. Mijn nieuwe baan, weet u. Ik ben zojuist door mijn proeftijd heen. Sinds vandaag kan ik het me nu ook veroorloven te winnen van mijn baas met tafelvoetbal. Want dat is een verplichting in dit bedrijf, of je het nu druk hebt of niet, de baas komt mededelen dat je moet voetballen tegen hem.

Niet dat ik bang was voor die proeftijd, want wil je in je proeftijd ontslagen worden, moet je het wel heel bont maken. Andersom moeten werkgevers het ook heel bont maken als je in je proeftijd ontslag neemt, maar ik ken iemand die het wel eens gedaan heeft.

Nee, het gaat uitermate goed op mijn werk. Ik hoef maar een gil te geven of er wordt geregeld wat ik wil hebben. Op de eerste dag werden twee verkopers uit hun kantoor gezet omdat ik daar kwam te zitten, en dan is de toon gelijk gezet. Als ik een nieuwe printer vraag, staat hij er twee dagen later. Als ik een scanner vraag, volgende dag geleverd. Als ik kantoorspullen vraag, diezelfde dag nog. Bovendien krijg ik meer dan ik vraag. Heb je dat ook niet nodig? Nou, niet perse. Ach, we doen het erbij. En hoppakee, een extra breed beeldscherm.

Heel prettig werken. Nu ervaar ik mijn werk ook als een hoge kunstvorm. Alles moet sluiten en verklaard kunnen worden. Op elk moment moet er inzicht zijn in de cijfers. Alles moet op elk moment terug te vinden zijn. En ééns in de maand moet het resulteren in een sluitende rapportage waarin alle cijfers verklaard worden. Ik ben niet zo van het woord “uitdaging” omdat dat woord teveel oneigenlijk gebruikt wordt in, zoals Laurent het ooit prachtig verwoordde, ontegenzeggelijke kutsituaties door mensen die het probleem zelf niet hoeven op te lossen, maar dit zie ik echt als een uitdaging. Bijna een feest.

Aandachtengels

Natuurlijk wordt mij taalpurisme verweten, omdat ik me verzet tegen het gebruik van aandachtengels in de Nederlandse taal. Laat ik even vooropstellen dat ik geen verstand heb van taal, ik heb het niet gestudeerd, het enige wat ik voor ogen hou is de gouden regel van mijn vroegere leraar Nederlands: staat er ook wat je bedoelt te zeggen? In mijn nieuwe werk gebruik ik veel meer Engels. Ik vind het ook geen enkel probleem als mensen Engelse leenwoorden gebruiken. Het probleem ontstaat pas als mensen Engelse woorden gebruiken terwijl de Nederlandse variant gewoon in het woordenboek staat. Kids, commercial, sales, queensday enz. Het gebruik van die woorden heeft geen andere functie dan het aandacht willen vragen voor zichzelf, en een poging te wagen zich te onttrekken aan de Hollandsche plattelandsgronden terwijl iedereen de klei nog achter je oren ziet zitten. En is het misschien waar dat de mensen zich vroeger trachtten te onderscheiden met de Franse taal, maar dat werd niet door de commercie gevoed, maar door de elite. Want daar zit het grote kwaad. De commercie heeft namelijk lak aan principes, en kan daar in alle gevallen onderdoor, als dat naar verwachting meer geld in het laatje brengt. Well, I don’t give a fuck! Kijk, dat is schrikken hè?

Als televisie en internet niet bestonden, had ik het helemaal niet geweten hoor, van het aandachtengels. Want de meeste mensen die ik in real life spreek, praten normaal Nederlands, al dan niet met een accent. En dat een van TV bekende Nederlander een iets andere taal wil spreken dan de onopvallende grijze muis, begrijp ik ook nog wel. Het wordt pas irritant als de grijze muis ineens doet alsof hij een roze olifant is en dat hij ineens zegt: Dat was abso-fucking-lutely-great! Eigenlijk zegt hij op dat moment: het was aardig, maar ik zou het niet nog eens doen als er geen mensen keken.

Nee, er zal ook in Nederland een taalstrijd gaan uitbreken tussen de aandachtengelstaligen en degenen die het bij het rechte eind hebben. Voorlopig is de kant aan welke ik sta, in de minderheid. Maar dat is niet erg, dat is een kwestie van bewerken. De andere kant loopt namelijk vrij makkelijk over. Dat hebben ze eerder bewezen. Misschien ben ik straks wel de enige die mijzelf nog verstaat. Dat zou pas awesome zijn!

De keerzijde van de erkenning

Het heeft Hare Majesteit behaagd …… te benoemen tot lid in de orde van Oranje Nassau. Met deze woorden werden onlangs weer duizenden Nederlanders blij gemaakt met een koninklijke onderscheiding voor vrijwilligerswerk. Nu is het natuurlijk best leuk, een lintje van de koningin, maar erg veel heb je er niet aan. Bovendien vind ik een lintje een beetje kinderachtig. Alsof je een slinger omgehangen krijgt omdat je jarig bent. Nee, dan heb ik liever dat de Majesteit me tot ridder slaat. Ook daar koop je uiteindelijk niks voor, maar het is tenminste erkenning voor buitengewone moed, beleid en trouw aan het vaderland. Dat is mooi.

Keerzijde van de onderscheiding is natuurlijk dat niet iedereen in de positie is er een te verdienen. Er zijn duizenden landgenoten die hun lot in stilte dragen en daar niet over uitwijden. Er zijn vaders die hun kroost beschermen tegen verkeerde invloeden en er zijn moeders die met weinig inkomen zorgen dat het hun kinderen aan niets ontbreekt. Er zijn webloggers die loggen voor het behoud van het vaderland en er zijn twitteraars die hun account opheffen. Er zijn wijze mannen en vrouwen die anderen inspireren en er zijn mensen die koninginnedag zullen blijven vieren, ondanks aanslagen en ski-ongelukken. Wel, voor zulke onopvallende mensen is er geen erkenning. Hooguit na hun dood, als ze geloven dat God het gezien heeft.