Reserveclub.

Feit is dat PSV er niet veel van bakt. De laatste jaren is de PSV supporter niet meer verwend met superspitsen. Want van de superspitsen moet PSV het hebben. Vorig jaar vielen er nog veel doelpunten maar liet mijn lievelingsclub het afweten. Als er niet snel iets verandert komt er een einde aan een unieke reeks van onafgebroken Europees voetbal spelen sinds 1974. PSV is ook de enige Nederlandse club die 4 keer achter elkaar landskampioen geweest is. En dit kunstje hebben ze zelfs twee keer geflikt. Goed, het is minder dan de Championsleague winnen, zoals Ajax gepresteerd heeft, en het is ook minder dan het vaakst landskampioen zijn, maar je moet toch met wapenfeiten komen. Heb ik het al over de Coen Dillen index gehad?

Feit is dat Eindhoven al een aantal jaren geen voetbalhoofdstad van Nederland meer is. De laatste keer was in 2008. Feit is dat ik veel vernederingen moet ondergaan, vooral van, het moet gezegd worden, Ajax supporters die eigenlijk geen supporters zijn maar succeszoekers. Ze hebben voor de zekerheid nog een reserveclub waar ze fan van zijn voor het geval Ajax verliest. Ik onderga ze maar, maar niet gelaten. Het doet mij pijn. Pijn die ik hen niet kan en wil toebrengen als het andersom is, zoals onlangs toen PSV een geluksdag had en met 4-0 won. Niet kan omdat ze dezelfde pijn niet kunnen voelen en niet wil omdat ik weet hoe het voelt en dat een ander dus niet aan wil doen.

Laatst nog, Ajax won van Barcelona en ik feliciteerde mijn buurman op mijn werk met de welverdiende overwinning. Ik roemde het spel (eerste helft) en stak mijn bewondering niet onder stoelen of banken. Wat gebeurt er vandaag? In spiegelschrift schrijft hij op het raam dat onze kantoren scheidt: 3-1. Feyenoord wint van PSV met 3-1. En Ajax supporter die mij gaat zitten dissen met een overwinning van zijn aartsrivaal. Zo’n supporter zou toch gelyncht moeten worden door de F-Side? Daar wil je toch niks mee te maken hebben? Goed, misschien een beetje flauw van mij om een extreem voorbeeld in mijn logje te gebruiken alsof hij de standaard is voor de Ajax supporter. Want dat is hij niet. Hij kan morgen voor een andere club zijn, dat ligt er een beetje aan voor welke club zijn belangrijkste klant is. Maar genoeg hierover nu. Waar het om gaat is dat PSV beschikt over één van de meest talentvolle selecties van Nederland en ondanks dat feit punten morst als mijn dochter hagelslag op een pas gedweilde vloer. En dat ze nu al tien punten achterstaan op de koploper die nog steeds Vitesse heet. Maar ja, een reserveclub erop na houden, dat gaat te ver. Dit jaar gaat het waarschijnlijk niet meer goed komen. Ik moest maar eens een jaartje onderduiken.

Nuchter

Gisteren zapte ik langs een programma waarin hersenen van mensen werden gefopt. Tot drie maal toe stonk ik er niet in. Eerst was er een voorbeeld waarbij twee keer hetzelfde woord in een een zin stond zonder dat mensen dat opmerkten. De hersenen laten overbodige informatie weg omdat ze reeds begrepen hadden wat er stond. Daarna werden er twee rijen woorden getoond en moest men zeggen welk woord uit de tweede rij ook al in de eerste voorkwam. Iedereen was het over hetzelfde woord eens, terwijl dat woord helemaal niet in de eerste reeks voorkwam, er was alleen een woord dat er een associatie mee had. Hersenen voegen gebeurtenissen toe om info begrijpelijk te maken. En de derde keer kwam er een illusionist aan te pas en was ik dus extra op mijn hoede. Ik zag bij een simpele truc gelijk wat er mis ging. Doet er verder niet toe, maar de uitgangspositie was ineens anders. Hersenen gaan kennelijk uit van een bepaalde logische situatie.

Ik had in drie gevallen door wat de proefpersonen niet door hadden. Zij hadden normaal werkende hersenen. Ik dus niet. Ik heb een hersenafwijking want de mijne lieten geen overbodige informatie weg, zodat de boodschap ook met zo min mogelijk energie begrepen werd. En de mijne voegden geen valse informatie toe, die zorgden voor het zien van snelle verbanden. En de mijne gingen niet uit van een gelijke beginsituatie, noodzakelijk om logisch te denken. Voor u verklaart het misschien veel. Mijn soms onnavolgbare logjes komen voort uit een afwijking. Maar mijn geheugen voegt geen fantasie toe. Dus als u hier soms wat sterke verhalen leest, wees vooral niet bang dat ik ze zelf geloof. Over vier weken ga ik naar Hans Klok. Ik maak mij geen enkele illusie dat ik het zal snappen.

Afgezant

Toen mijn vader ziek was en nog streed voor zijn leven was hij onder behandeling in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam. Een fabriek waar men destijds kennelijk het beste kon bieden op het gebied van medische wetenschap. Toch ging het daar goed mis, op meerdere vlakken. Geen goed bed voor mijn vader die ook rugpatiënt was, zodat mijn moeder met zijn speciale matras naar Rotterdam moest sjouwen en zelf maar moest zien hoe die matras op mijn vaders kamer kwam. Mijn vader en moeder hadden er een keer een afspraak op maandagochtend om acht uur. Mijn moeder had al geprobeerd of het later kon want ze wist niet hoe ze het moest redden om op die tijd daar te zijn en ons naar school te brengen. Ze had gevraagd of ze kon ruilen met iemand die uit de buurt kwam, maar het ziekenhuis was onvermurwbaar, acht uur maandagochtend. Toen ze daar zaten werden ze om half negen ontvangen. De behandelend arts zei alleen maar dat hij niks meer voor mijn vader kon doen, waarop mijn vader moest huilen en hij een laagje water in een plastic bekertje kreeg. Een kwartier later konden ze weer naar huis. Geen goed woord heeft mijn moeder over voor het Dijkzigt ziekenhuis, maar wat een verademing dat ze later aan de VU terecht kwamen bij professor van der Meer. Een ziekenhuis op gereformeerde grondslag en of het daarmee te maken had weet ik niet, maar iedereen leek er veel vriendelijker. Menselijker. Dat gold in het bijzonder voor de professor die mijn vader uiteindelijk heeft geholpen bij de zachte dood. In 1985 lag dat nog moeilijker dan nu, en zeker in een gereformeerd ziekenhuis. Vijf artsen moesten het ermee eens zijn, en omdat mijn vader had gezegd dat hij niet wilde dat zijn kinderen hem nog verder moesten zien aftakelen dan hij op dat moment al afgetakeld was, kreeg hij ze mee. Hij woog nog maar net meer dan veertig kilo (1,85) dus veel meer dan twee weken zou het niet geduurd hebben.

De recherche kwam later bij ons aan de deur om te checken of aan alle regels voldaan was, een Amerikaanse filmploeg is bij ons thuis geweest om een uitzending te maken over euthanasie, maar achteraf denk ik om Nederland in een kwaad daglicht te stellen, en mijn moeder had het privé telefoonnummer van de professor gekregen. Ze is later op zijn uitnodiging nog naar een lezing van hem geweest omdat daar onder andere “haar geval” aan de orde kwam. Een man op wie ze enorm gesteld was. Een verlosser in zware tijden.

Dit allemaal heb ik niet uit eigen ervaring verteld. Het zijn de verhalen van mijn moeder. Wij werden angstvallig buiten dit alles gehouden destijds. Wij mochten een week van school blijven maar daarna moesten we weer door. Wat ik wel uit eigen ervaring weet is iets wat mijn moeder ook ervoer toen ze na het overlijden naar huis werd gebracht. De wereld draaide gewoon door, niemand bekommerde zich om wat er zich zojuist had afgespeeld. Ik vond het ook vreemd dat er destijds op het journaal geen melding van werd gemaakt. Of misschien meer dat er van andere zaken wel melding werd gemaakt.

En zo gaat het sinds die winterdag in 1985 nog elke dag. Elke dag is er diepe ellende ergens in Nederland, en we hebben er geen weet van. We hoeven er ook niet bij stil te staan, dat is een onmogelijke opgave en het dient ook nergens toe, maar het laat zo duidelijk zien dat ellende relatief is. Relativeren, dat hoorde ik vaak. Ik heb het in de loop der jaren wel enigszins geleerd, maar ik wind me soms nog steeds op over kleinigheden. Mensen die je het gevoel geven dat je er niet alleen voor staat in zware tijden, zoals de professor, ze vallen niet op want het zijn stille helden. Maar als je er ooit mee in contact gekomen bent, met zo’n te hulp schietende afgezant van God, ja dan kun je volgens mij niet anders dan de boodschap voort te zeggen. Dus doe ik dat maar.

Al

De tijden van OVN breken weer aan, want ik had een zogenaamde papadag. Een vreselijk woord want het impliceert dat je een dag vrij neemt om met je kinderen door te brengen. Niets is minder waar. Ik nam vrij zodat Linda extra kon werken. En nee, dat is niet een dag besteden aan mijn kinderen, want als ik daar een dag voor vrij moet nemen had ik ze niet moeten willen. Nee, dit was afzien. ’s Ochtends naar school brengen, surprise mee, niet in de straat van de school parkeren want Sint Rombartus kon er anders niet door met zijn BMW, daarna naar de bakker, twee wassen strijken, aquarium verschonen, kinderen ophalen, boterhammen geven, Hans weer wegbrengen, Tammar naar zwemles brengen, Hans weer op school ophalen, terug naar het zwembad, Hans bij judo afzetten, schoenen en sokken uit want ik mocht kijken bij zwemles, ik was te vroeg en werd weer teruggestuurd, daarna weer kijken bij zwemles, Tammar aankleden, Hans ophalen en naar huis. Het was inmiddels vijf uur. Linda kwam ook net thuis. Welkom Linda.

gehad

Ik had het even gehad. Dat ik daarna in een Al Bundy-achtige pose wordt gefotografeerd, tja, dat had ik ook niet kunnen vermoeden toen ik met Linda aanpapte. Toen bestonden al die bij de hand camera’s en Facebook nog niet. Je hebt tegenwoordig geen momentje meer voor jezelf of je staat op Facebook. Ik tenminste wel. En iedereen heeft het maar over die hand, die daar zit omdat anders mijn arm op de grond valt (huh huh). Volgende keer ga ik rechtop zitten met mijn armen wijd leunend op de bank, met zicht op zweetplekken. Ja, Al Bundy is wel mijn held uit de jaren ’80. Sure selling shoes is fun. But behind the glamour, it’s like any other minimum wage slow death.

Geer en Goor

Nooit heb ik het willen kijken. Ik weet dat het al heel lang loopt want jaren geleden had een collega het er altijd al over en ik ergerde me dat ik het moest aanhoren. Humor waar je zelf flauw van werd. Moe. Niet leuk. Maar drie weken geleden kwam daar ineens verandering in. Waarom, ik heb geen idee. En flauw is het. Verschrikkelijk flauw. En plat. Geer en Goor horen flauw te zijn. Bepaald niet om te gieren.

En toch viel ik van de bank van het lachen. Als er poepgrapjes werden gemaakt. Als Joling naar de wc was geweest en Gordon moest nog. Dat hij de deur opendeed en zowat flauw viel en dat ook duidelijk liet merken. Of vanavond. Dat ze naast elkaar sliepen en dat Gordon klaagt over de warmte en Joling zich naar hem toe draait en een harde wind laat. Dat Gordon stikt van de lucht en Gerard van de lach. Dat hij nog even extra met de dekens wappert. Ik kwam niet meer bij. En u moet mij maar eens uitleggen wat er niet grappig is aan twee homo’s die naast elkaar in bed liggen, en de één een scheet laat in de richting van de ander? En dat de ander daar hoogst verontwaardigd op reageert? Wat is er in godsnaam niet grappig aan een scheet? Die opgesloten heeft gezeten in de buurt van poep en er daarom ook naar ruikt? En die een dom geluid maakt? Wat is daar nu niet grappig aan? Ik kan niks verzinnen wat lachwekkender is. En dan die strakgetrokken kop van Joling. Zijn wenkbrauwen blijven altijd in dezelfde positie, hoe hard hij ook lacht.

Nee, mijn humor is het niet. Te platvloers en te flauw. Maar Jozef Maria, wat lag ik in een deuk.

De stier van de lage landen

Stel nu eens dat het stierenvechten niet in Spanje maar in Nederland was uitgevonden. Hoe zou het er dan uitgezien hebben? Ten eerste hadden we niet ranke José gehad die in felgekleurd tenue en met achterovergekamde, gladde haren het strijdperk betrad, maar houten Klaas in boerenkiel. De stier was niet een zwarte, afschrikwekkende vechtstier uit de Spaanse binnenlanden maar een roodbonte bolle uit Klazienaveen. De stier zou geen lange hoorns hebben zo scherp als speren, maar botte, korte hoorns waarmee niemand werd doorboord. Klaas zou geen muleta gebruiken maar zijn blote armen om de nek van de stier leggen om hem niet meer los te laten. Geen banderilla’s met gemene weerhaken zouden de nek van de stier pijnigen maar houten klompen zouden in de zij van de stier schoppen. Een gevecht zou niet binnen twintig minuten eindigen met de dood van de stier, de stier van de lage landen zou na tien minuten verveeld gaan staan grazen in een hoek. Het publiek zou geen “olé”, maar “hup” roepen.

Zou een stier niet goed genoeg bevonden worden voor een gevecht, zou dat geen aantasting van de eer van de boer zijn. Want eer, daar zijn wij te nuchter voor. De stier zou simpelweg weer in de trailer gedreven worden en per Mercedes 190 terug naar de wei gebracht worden. Lamborghini zou zijn modellen niet Gallardo of Murcielago genoemd hebben, maar Sunny Boy of Lucas. Lamborghini zou waarschijnlijk standaard trekhaken monteren. Osborne sherry zou niet aangeprezen worden met een Spaans temperament maar met Drentse nuchterheid. Eigenlijk zou er geen zak aan zijn, dat hele stierenvechten niet.

Maar als Klaas de stier had overwonnen, dan zou hij Geertje ten dans kunnen vragen in het dorpshuis. En iedereen zou zeggen dat Klaas zo sterk als een paard was. En Klaas zou toch een soort van ego ontwikkelen terwijl de stier het geen bal interesseert of hij nou wint of verliest. Een win-win situatie. Behalve dan voor alle José’s in Spanje die hun moed en bloeddorst niet meer konden tonen aan het volk. Maar ja, je kunt wel winnen van een stier, maar als je toch een meisjesnaam hebt, word je toch achter je rug om uitgelachen. Misschien moeten we ze het gewoon eens vertellen in Spanje. Dat ze meisjesnamen hebben.

Sperweruil

Wat ik me nu afvraag als ik een horde vogelaars van heinde en verre zie afkomen op een zeldzame vogel: hoe weten ze dat dat die vogel daar blijft? Als ik een bijzonder vogeltje zie in de tuin en ik roep Linda, is de vogel alweer gevlogen. En dan heb ik het nog maar over een roodborstje of een Vlaamse gaai. Maar een Sperweruil, prachtig beest trouwens, blijft kennelijk zitten waar hij zit totdat mensen uit Tilburg de reis naar Zwolle hebben voltooid om zich te laten bewonderen. Ik vind het trouwens een vreemde hobby, vogelaar. Een soort vliegtuigspotter maar dan van Groen Links. Neemt niet weg dat ik het ook wel interessant vind, zo’n uil, maar ik laat het graag aan anderen om hem op de foto te zetten. Dan zoek ik het later wel op op internet.

De meest zeldzame vogel die ik ooit gezien heb moet de ijsvogel zijn. Er schijnen er ongeveer 200 te zijn in Nederland. En pas laat in mijn twintiger jaren zag ik mijn eerste ooievaar. Toen nog heel bijzonder, maar tegenwoordig niet meer zo. Wat wel noemenswaardig is, u wist het waarschijnlijk niet, is dat het geboortecijfer en de ooievaarspopulatie in een land een identiek verloop hebben. Zo was rond 1980 het aantal ooievaars in Nederland gedaald tot een dieptepunt, maar vanaf dat moment nam de populatie en het geboortecijfer weer toe. Sommigen zeggen dat dit aantoont dat correlatie niet altijd een causaal verband hoeft te hebben. Nuchter, maar ook star. Want natuurlijk is er een causaal verband als er correlatie is. In dit geval is het alleen andersom. Een kind wordt geboren, de buren zetten een lok-ooievaar in de tuin en wat gebeurt er? Simpel toch? Zo is er altijd een causaal verband, maar moet je soms even andersom denken.

Zo is er dus ook een causaal verband tussen de verblijftijd op één plek van een vogel en de zeldzaamheid van die vogel. Want ja, een mus blijft niet zitten en een sperweruil wacht tot alle vogelaars hem hebben gezien. In het hoge Noorden is het andersom. Daar is de mus zeldzaam en blijft dus veel langer op één plek zitten. Dit is overigens een voorspelling die volgt uit het gestelde causaal verband. Maar wat is nu het causale aan het verband? De zeldzame vogel neemt de nieuwe omgeving in zich op. Als een toerist in een vreemde stad die blijft daar om alles te bekijken terwijl de lokalen in en uit krioelen.

Over mussen gesproken, nog zo’n leuk weetje: Een mus in de handen van een jonge vrouw staat symbool voor wulpsheid. Een mus in de bek van een kat staat symbool voor levenloosheid van de mus, maar dat terzijde. In het tweede geval is het causaal verband misschien wat duidelijker dan in het eerste, maar er moet ook een causaal verband zijn tussen de wulpsheid van een jonge vrouw en de mus in haar hand. Ik raak daar tenminste enorm opgewonden van, een jonge vrouw met een mus in haar hand. Ik sta niet voor mezelf in mocht ik haar tegenkomen.

Sir_Edward_John_Poynter_lesbia_and_her_sparrow

Een gerectificeerd gezicht.

Nee, het was hem niet. Onlangs liet ik aan mijn moeder de foto zien van professor van der Meer, internist aan de VU maar ze herkende hem niet. Ik weet dat aan het feit dat het 30 jaar geleden was en dat ze hem maar een paar keer had gezien, want hij moest het zijn. Zijn naam klopte, zijn beroep, en de tijd dat hij aan de VU werkte. Maar wat wil nu het toeval? Er waren twee professors van der Meer aan de VU in die tijd. En ik had J. gevonden maar ik moest C. hebben. Cees. Foto’s zijn er bijna niet te vinden, maar misschien vond ik nog wel iets beters, en dat was een film gemaakt ter gelegenheid van zijn afscheid op 65 jarige leeftijd in 1987, ruim twee jaar na het overlijden van mijn vader. De professor die ik eerst gevonden had, J, komt ook nog aan het woord. Het is een filmpje van een half uur, maar in de eerste minuut komt hij al in beeld. Ik kan me voorstellen dat u geen filmpje van een half uur gaat zitten bekijken, ik raad dat ook niet aan, maar ik moest het wel even rectificeren voor een juiste weergave van de geschiedenis. In 2011 is de professor overleden, hij heeft de hoge leeftijd van 89 jaar bereikt.

Samenhang

Het zijn golfbewegingen. Vroeger was niet alles beter en de wereld gaat er niet aan. Vroeger waren sommige dingen beter en de wereld verhardt momenteel. Maar het gaat ook weer goed komen. De natuur zelf grijpt keihard in, ook zonder dat we het in de gaten hebben. Nu is er een horkenoverschot maar dat herstelt zich wel. Momenteel worden er alleen lieve kindjes geboren. De tijd van de Ricardo’s is voorbij, ze krijgen weer minder agressieve namen. Het duurt nog een jaar of twintig en de balans slaat weer de andere kant op. Misschien was de hippie beweging wel een correctie op hetgeen twintig jaar daarvoor gebeurde.

Ikzelf ben uit de laatste maanden van de jaren zestig, want ook de hippie beweging moest een halt worden toegeroepen. Het was best een poosje leuk natuurlijk, maar met sandalen en bloemen in je haar ga je het uiteindelijk ook niet redden. De schoorsteen moet ook roken, tenslotte. Eigenlijk komt het hier op neer, je kunt doen wat je wilt, het maakt allemaal niks uit, geen situatie blijft altijd bestaan. Op een dag is er een overdosis van de situatie en vanaf dat moment is het tegengif in de maak. Evenwicht is er slechts voor hele korte perioden, de balans slaat dan uit naar de ene, dan weer naar de andere kant. Tussen al dat geweld wordt van de mens gevraagd evenwichtig te blijven. Maar de menselijke hersenen werken daar niet aan mee, die zijn geprogrammeerd op overleven, en niet op het erop na houden van principes. De schaakgrootmeester en ik kunnen dezelfde zet doen, alleen is hij in gedachten al zestien zetten verder, ik moet mijn volgende zet laten afhangen van de beoordeling van het bijgewerkte schaakbord. Maar toch deden we dezelfde zet, het resultaat is gelijk. Een mens kan heel lang het zelfde standpunt innemen, de argumenten ervoor kunnen totaal verschillend zijn.

Misschien heb ik een poging tot filosofie gedaan, maar misschien ben ik gewoon zo moe dat mijn gedachten niet meer helder zijn. Of ik maakte briljante moderne kunst of ik morste per ongeluk met verf. Ik gaf de bal een trap en hij belande in de kruising of ik richtte op de kruising na jarenlange training. We weten het niet. Het komt vast wel goed.

Elk huisje heeft zijn kruisje

De derde week zonder mijn favoriete collega gaat in. Ze is ziek en we weten niet wat ze heeft. Ik heb haar een paar keer gesproken maar mij wordt het ook niet duidelijk. Ik kreeg vanavond een mailtje waarin stond dat het waarschijnlijk langdurig is. En daar word ik niet vrolijk van. Dan ga je ineens vrezen of je haar ooit nog terugziet. Thuis gaat het gelukkig goed. Elk huisje heeft zijn kruisje. Linda heeft een dagje op de eerste harthulp rondgebracht wegens pijn op haar borst. Gezien haar medische verleden wordt ze dan direct doorgestuurd naar het ziekenhuis waaruit ze in de loop van de middag weer mocht vertrekken wegens niks aan de hand. Hart en longen goed bevonden.

Ze kreeg wel een standje mee, want ze gebruikt sinds eind 2007 geen medicijnen meer, dat had niet gemogen. Er was toestemming om er tijdelijk mee te stoppen in verband met de komst van Tammar, maar daarna had ze er weer aangemoeten. Ook niemand die dat in de gaten houdt… Maar ja, ze zijn ook zo onduidelijk in zo’n ziekenhuis. Litteken was niet meer te vinden, nooit zekerheid geweest over het hartinfarct, twijfel bij de doktoren over een vernauwing, dus wij vertaalden dat maar als: het zal wel meegevallen zijn. Nu deed het dat ook wel, maar volgens de assistent cardioloog moest ze niet denken dat ze geen hartinfarct heeft gehad, want dat was wel zo. Had dat dan in 2005 gelijk gezegd! In elk geval, nu is ze wederom hartpatiënt, de rest van haar leven aan de medicijnen. Maar ik was blij dat ik haar weer ongeschonden terug had.