Value Added Sales training

Het avontuur Helsingborg is weer voorbij, morgen nog een accountant afpoeieren en dan kan er eindelijk weer gewerkt worden. Want het legt enorm beslag op je tijd, en ik ben één van de mensen die ook nog ander werk te doen heeft bij het bedrijf. Echt werk, waar mensen op korte termijn op zitten te wachten. Het waren introductiedagen en ondanks dat ik er al anderhalf jaar zit, wilden ze me er naar toe hebben, want zoals alles, was ook dit belangrijk. Iedereen vindt zich belangrijk. Het is werkelijk niet te geloven hoe belangrijk iedereen zichzelf vindt. Gisteren op het vliegveld zat ik te wachten en tegenover mij zat David. David is een lange man met rood haar, een blauw pak, stropdas, zwarte schoenen en een vrouwelijke collega bij zich. Ze lullen heel storend en hard over hun business, zodat ik nu weet dat David in onroerend goed doet. David belt met zijn mobieltje naar kantoor en meldt dat hij in Scandinavië zit. David hield twee plaatsen bezet en toen een meisje naast hem in de wachtruimte wilde gaan zitten, zei David dat de plaats bezet was, waarop het meisje naast mij kwam zitten. Bedankt David, enorme prutser.

Ik kan niet tegen belangrijk. Ik ben allergisch voor belangrijk. Als mensen belangrijk doen, maar ook als ze gaan bepalen dat iets belangrijk is. Ik heb drie dagen naar presentaties zitten luisteren, de één nog belangrijker dan de ander, maar de leukste vond ik de Value Added Sales training. Ik heb natuurlijk helemaal niks met sales gelul maar met deze trainer had ik een klik. Een wat oudere man met die dag pijn in zijn rug, dat schept een band. Hij was kalm en praatte zacht, en ik hou van zachte praters. Hij vertelde iets over een Engelse hardloper en liet een plaatje van hem zien. Ik kende hem niet maar het was Roger Bannister. Waar het om ging was dat hij de eerste was die de Engelse mijl binnen vier minuten liep en dat toen men eenmaal gezien had dat het kon, volgden er al snel meer. Het plaatje was de voorpagina van een blad, 3 januari 1955. Voor de volledigheid vroeg hij aan de klas wanneer het was, waarop ik zei: 1954. Mensen verbeterden me en zeiden 1955. Maar ik zei nee, het is drie januari dus het verhaal moet in 1954 geweest zijn. De presentator zei dat ik de eerste ooit was die dat goed had. En dat zegt toch wel iets over het niveau dat ze binnenhalen bij ons, want het was alleen scherp, niet geniaal.

Daarna kwam er nog een mooi verhaal over Cliff Young, een 61-jarige Australische boer die een ultra marathon in 1983 won zonder dat hij had getraind. Hij liep in zijn gewone kleren en de andere atleten lachten hem uit. Hij won de afstand van 875 kilometer in een nieuw wereldrecord, hoe hij dat deed moet u maar eens nalezen op Wikipedia, maar het was een mooi verhaal. Waar het om ging was natuurlijk de verkopers tot inzicht te laten komen. Voor mij niet spannend, maar wel leuk om te weten hoe een verkoper zich voorbereidt op een gesprek. Volgende keer als er eentje komt kan ik hem nu nog meer in de war brengen. Bannister

Zweden

Zondagmiddag vertrek ik voor een paar dagen naar Helsingborg. U weet vast dat ik enorm van reizen hou. Dat avontuurlijke, dat op jezelf aangewezen zijn, dat gaan en maar zien waar je uitkomt, dat is mij op het lijf geschreven. Het zou mij niet verbazen als de schepper van Douwe Dabbert (Deens-Gammelpot, Indonesisch-Pak Janggut, Spaans-Bermudillo, Portugees-Danny Doodle, Duits-Timpe Tampert, Pools Daniel Dudek, Zweeds Teobald, Luxemburgs-Nicky Bommel) zich door mij heeft laten inspireren. Ik red me overal met slechts mijn knapzak. Geen zee is me te diep, geen berg me te hoog, geen brug me te ver en geen land mee te bezeilen. Mijn slaapplaats is onder de sterren. Uren zou ik kunnen vertellen over mijn reizen. Maar ja, ik ben geen opschepper en bovendien zou ik u toch maar vervelen met mijn avonturen in verre landen. Het is dat de zwaartekracht mij op deze planeet houdt, anders had ik Mars ook al bezocht.

Er is trouwens een project gaande waar mensen zich in kunnen schrijven voor een enkeltje Mars. Voorgoed. En het loopt storm. 78.000 mensen willen de aarde voorgoed verlaten om de rest van hun leven op Mars door te brengen. Nu zal dat niet al te lang zijn, de rest van je leven op Mars, maar toch. Er komen huizen om te wonen en het begint met 4 mensen. Over een aantal jaren moet Mars bevolkt zijn, en het schijnt de bedoeling te zijn dat Mars een eigen dampkring krijgt. Het lijkt me wel een uitdaging, van die dampkring. Bovendien moet je van fris houden, maar ach, wie houdt er nou niet van fris? Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat hij de smog van Peking verkiest boven lekkere frisse Alpenweiden.

Zweden, zo kom je er nooit, zo zit je er een paar keer per jaar. Per is trouwens een echte Zweedse naam. Net als Markus, Imre en Magnus. En Stig natuurlijk. Some say that in his wallet, he keeps a photograph of his wallet. Het is helemaal geen verkeerd land hoor. De mensen ook niet, helemaal niet verkeerd. Ook hun Vikingen waren niet de meest gevreesde. Volgens de Denen waren het zelfs een beetje Sissie Vikingen. En volgens de Noren is de Zweedse taal gewoon Noors maar dan wat “gay” uitgesproken. Er zit wat rivaliteit tussen de Scandinaviërs. Wij Nederlanders kunnen goed met ze opschieten. Ze beschouwen ons als een zuidelijk land, en denken dat wij Laid-Back zijn. Ik keek er ook van op toen ik het hoorde en vroeg me af hoe gestructureerd zij dan wel niet moesten zijn, om ons als zodanig te kwalificeren. Maar dat valt reuze mee. Ze zijn gewoon net als wij. Het enige aparte dat ik heb gemerkt is dat drankverslaving een taboe is in Zweden. Je kunt dus niet zeggen: ga mee een biertje drinken, je dient te zeggen: ga mee wat drinken. Je kunt immers met een drankverslaafde te maken hebben. Nou ja, als dat alles is.

Legomensen.

Toen ik kind was snapte ik de wereld. Mijn hersenen waren nog leeg en de informatie die er kwam was de waarheid. Als ik vroeg aan mijn moeder wáárvan er op de wereld het meeste was, en zij antwoordde: “zandkorreltjes”, dan was dat zo. Geen twijfel mogelijk. Toen ik dat in de klas (2) vertelde aan de juf verbeterde ze me en zei dat het water moest zijn, maar dat was uiteraard niet zo, want mijn moeder had anders beslist. Gelukkig zag de juffrouw haar fout in en zei dat er onder water natuurlijk ook zandkorreltjes lagen. Ondanks dat mocht ze ons toch gewoon lesgeven. Inmiddels weet ik dat het juiste antwoord moet zijn: elementaire deeltjes. Daarvan zijn er het meest op de wereld.

Hoewel ik dit nu weet, snap ik niks meer van de wereld. Want van hetgeen er dan het meeste is heb ik geen idee wat het is. Wat is een elementair deeltje? Tja, iets kleins, verder zou ik het niet kunnen omschrijven. Iets onzichtbaars en iets wat nog nooit iemand heeft waargenomen. Dat is de reden dat ik niks van de wereld snap, als je de bouwstenen niet eens begrijpt houdt het op.

De wereld is los zand, alles wat je denkt te begrijpen kan morgen anders zijn. Mensen zijn opgebouwd uit elementaire deeltjes, triljarden misschien wel, en elk deeltje is levenloos. Maar het geheel van die triljarden aan elkaar gesmolten deeltjes leeft wel en stoot woorden en daden uit. Die woorden en daden moeten we zien te begrijpen hetgeen compleet onmogelijk is. Toen ik nog niet wist dat we uit deeltjes bestonden maar dacht dat we gewoon van “mens” gemaakt waren, had ik dit probleem helemaal niet.

Waarom we elkaar niet begrijpen ondanks dat wel allemaal uit precies dezelfde deeltjes bestaan moet zijn verklaring vinden in de veronderstelling dat de deeltjes bij iedereen in een andere volgorde zitten. Als we Lego waren had ik bijvoorbeeld een keurig geordend kleurenschema, maar een ander zou bestaan uit blauw, geel, rood, groen, willekeurig alles door elkaar. En dan zouden we dat kunnen herordenen zodat iedereen gelijk werd aan mij en we elkaar begrepen. Nu het deeltjes zijn die we niet kunnen zien, laat staan vastpakken, kunnen we ze ook niet ordenen. Maar we praten wel met elkaar. Begrijpt u het nog? Ongeorganiseerde bendes deeltjes, waarvan alleen sommige deeltjesverzamelingen theoretisch kunnen benaderen wat een deeltje is, communiceren met elkaar en vinden het gek dat we elkaar niet begrijpen. Het is een hopeloze situatie.

Grip

Vanavond aan tafel, ik was aan de late kant, het was al over zevenen, klopte alles. Het eten was lekker, de kinderen waren vrolijk, Linda had haar liefste lach, en niet per se in die volgorde. Hans vertelde bijna onophoudelijk wat hij op school had gedaan en Tammar kon niet wachten tot morgen want dan ging ze weer naar gym. Hans vroeg of ik ook mensen kende die hun hele leven bij hun ouders bleven wonen. Zo gortig ken ik ze nu ook weer niet maar natuurlijk wel mensen die lang thuis bleven wonen. Ik zelf bijvoorbeeld was 25, avonturier dat ik ben, maar je hebt ze die het nog bonter maken. Hans was er nog niet helemaal uit of hij ergens anders ging wonen maar ik zei dat hij rustig kon blijven tot hij oud was. Tammar zou in elk geval bij hem gaan wonen als hij wegging. “Maar,” zei ze toen, en keek mij aan, “ik wil liever bij jou blijven wonen.” Waarop ik zei dat ik dat ook wel wilde.

En natuurlijk, als ze volwassen zijn gaan ze, dat is beter voor ouders en kind, en tegen die tijd gebruik je waarschijnlijk ook zachte dwang, maar nu is het nog te vroeg. Al zijn er meer dan acht jaar verstreken sinds Hans is geboren en al vijf sinds Tammar. Elke ochtend maken we grapjes en elke avond als ik thuiskom word ik blij verwelkomd. Maar Hans is al veel te groot voor mijn kinderachtigste grapjes en zelfs Tammar vind soms dat ik dom doe. Toen ze drie was lachte ze er nog luidkeels om. Drie is een geweldige leeftijd. Nog te klein voor praatjes, maar al groot genoeg voor begrip. Vijf is ook prima. Evenals acht. Het gaat niet zo hard als ze wel eens zeggen, en het duurt nog lang voor ze groot zijn, maar soms zou je een moment willen vasthouden. Hans heeft mooi haar maar zijn krullen van vroeger zijn al weg. Beiden gaan ze al met hun tas in hun hand naar de basisschool. Er komt een dag dat ze het huis uit gaan en dan sta je met lege handen. De tijd hou je eenmaal niet tegen.

http://www.youtube.com/watch?v=LNaNVuWes_U

Onvrede

Tijdens de bezetting van Nederland logeerden hier zo’n 125.000 Duitse soldaten. Kennelijk was dat genoeg om het land in bedwang te houden. Ik ken de oorlogswetten niet, maar laten we zeggen dat je op elke 100 burgers 1 soldaat nodig hebt om een land te bezetten. Hitler had in zijn hoogtijdagen ongeveer 15 miljoen soldaten tot zijn beschikking, dus kon hij een aardig gebied bezet houden, op welk idee hij dan ook gekomen was. Grootheidswaanzin en angst voor de sympathieke Britten maakten dat hij enorme gebieden in Europa bezette, waardoor hij moest wikken en wegen met zijn troepen die als gevolg van de aanvallen die ze uitvoerden, ook weer in aantal afnamen. Achteraf kan een klein kind verzinnen dat een onbetekenend land als Duitsland natuurlijk niet de rest van de wereld bezet kan houden, dus was er nooit aan begonnen, zou ik zeggen. Net als die lebensraum onzin, er was in Duitsland ruimte genoeg om de hele wereldbevolking te stationeren, dus waar maakten ze zich eigenlijk druk over? Een klein beetje boerenverstand had al die rampspoed kunnen voorkomen.

Het Nederlandse leger bestaat uit ongeveer 50.000 man, wij zouden dus net Noorwegen en Luxemburg bezet kunnen houden. Wat je daar verder aan hebt weet ik niet, en dan moet je nog hopen dat Nederland niet ondertussen wordt aangevallen door België dat zoiets natuurlijk niet gaat pikken, want dan hebben we geen soldaat meer over om tegen de Belgen te vechten. Nee, het is hopeloos. Zouden we Duitsland aanvallen zouden we hooguit Nordrhein Westfalen bezet kunnen houden, ze zien ons komen! Dat moesten we dus maar beter niet doen.

Ondertussen is het hier in Noord-West Europa al bijna 70 jaar lang vrede. Een geweldige prestatie en we hopen natuurlijk dat dat altijd zo blijft. Maar hoe waarschijnlijk is dat? Niet zo heel waarschijnlijk want in de geschiedenis barst het van de oorlogen, ook hier. Dus hoelang gaan we het volhouden? Nu is de oorlog ver weg en lijkt het alsof hij hier niet komen kan. Maar wat is er nodig voor een oorlog? Onvrede. Dat heb je natuurlijk al snel. Als ik zo op de kaart van Europa kijk, dan vraag ik mij af hoe hij eruit ziet in het jaar 2100. Zijn we dan weer twee wereldoorlogen verder, of zijn er burgeroorlogen uitgebroken? Die uitbreiding van de E.U. kan niet ongestraft zo doorgaan. Hoe meer landen erbij komen, hoe groter de kans dat zij uiteenvalt. En als zij uiteenvalt is de oorlog dichtbij, zeker als er armoede en onvrede heerst en er een populist opstaat. Die per definitie weer gedragen wordt door diezelfde armoede en onvrede. Het lijkt haast onvermijdelijk, zoals de wet van Godwin zegt dat naarmate een discussie langer duurt, de waarschijnlijkheid toeneemt dat iemand een vergelijking met nazi’s maakt. Maar ja, dat klopt altijd. Cruijff beschreef dat ver voor Godwin al met zijn uitspraak: voordat ik een fout maakte, maakte ik hem niet. Want neer komt op: hoe langer het goed, hoe nader de fout. Of zoiets.

Stuurkaartje

In een wereld waarin wij zo ongeveer alle mysteries en mythen wel verklaard denken te hebben blijft er toch een belangrijk mysterie over waar wij allen dagelijks mee te maken hebben. De droom. Alleen al voor de dromen zou je eerder naar bed gaan. Linda droomt realistischer en angstiger dan ik, als een rampenfilm waarin de verhaallijn blijft kloppen en je steeds moet rennen. Van mijn dromen kun je echter geen film maken, het bezoek zou al boe-roepend de zaal verlaten vanwege zoveel onzin. Ikzelf beleef er wel lol aan want ik ben de hoofdpersoon en die blijf ik ook. Alle bijrollen kunnen elke seconde door iemand anders ingenomen worden.

Zo reed ik laatst in mijn auto en ik vond dat hij niet echt hard optrok. Een beetje gewoontjes. Tijdens het proberen veranderde de auto al gauw in een Puch brommer. Er zat niet echt trekkracht in maar het ging vooruit. Ik nam ergens een verkeerde afslag en reed op een onverharde weg op een dijk. Ik kwam langs een caravan met voortent waarin een stel woonwagenbewoners woonden. Een mager mannetje dat veel weg had van één van de boeven uit Pippi Langkous, en van de ander heb ik geen idee meer hoe hij eruit zag. Terwijl ik langs reed zag ik hun belangstelling voor een onschuldig slachtoffer, echter ik reed door. Na een paar honderd meter liep de dijk dood en daar stond ik stil. De kamper die dit natuurlijk wist, was mij achterna gekomen op zijn brommer, want niets leuker dan een verdwaalde burger pesten. Hij kwam aangereden op het doodlopende punt en vroeg om mijn rijbewijs. Omdat hem dat niks aanging, weigerde ik. “Ik moet je stuurkaartje zien,” zei hij toen. Stuurkaartje verzint mijn droom, ik heb dat woord nog nooit gehoord. Toen was ik het zat en gaf hem een hoge trap tegen zijn hoofd, gevolgd door een tweede. Ik zou zeker door een groep achterna gezeten zijn, als ik niet op dat moment wakker werd.

Vreemd maar wel grappig vond ik het. Ik kon het achterna komen terwijl je verkeerd reed wel uit mijn jeugd verklaren, evenals de vraag om mijn rijbewijs. Dat was vroeger een visvergunning, die een groep jongens wilde zien toen ik eens alleen zat te vissen. De trap die ik gaf heeft alleen in gedachten bestaan. Het verleden achtervolgt je, ook in dromen. Mijn nachtmerries zijn doorgaans mild.
pipi

Het weblog van Rob Hamilton

Al jaren volg ik het weblog van Rob Hamilton. Eerst af en toe, maar al jaren dagelijks. Hij is niet de meest ontroerende schrijver, niet de meest kunstzinnige maar wel de meest veelzijdige en veruit de productiefste. Want minimaal drie logjes per dag, en dat al jaren aan een stuk, dat heb ik verder nooit gezien. Het heeft even geduurd voor ik doorhad, en ook nog pas nadat iemand mij er op attendeerde, dat zijn weblog een soort krant met vaste dagelijkse rubrieken is. Nog steeds heb ik de precieze volgorde niet door, maar op maandag start hij met muziek, op zaterdag is er “tien van toen”, op zondag is er een gedicht te lezen en tussendoor zijn er vele vaste rubrieken waarvan ik niet weet of ze vaste dagen hebben. Rob schrijft in lange zinnen die ik inmiddels moeiteloos zou herkennen als komende van zijn hand, maar die ik niet zou kunnen nabootsen. Want krijg het maar eens verzonnen, als een zin zo begint, komt hij van Rob.

Alles wat de krant haalt, en nog veel meer, komt in zijn weblog aan bod. Politiek heeft zijn grootste interesse, hij zit aan de linkerkant en schrijft daar veelvuldig over. Wat niet wil zeggen dat zijn eigen linkerkant er nooit van langs krijgt. Lang niet iedereen is het met hem eens, en soms is er felle tegenstand. Ik erger me dood aan zijn logjes over PSV, maar kleinigheidjes hou je toch. Maar zelfs als het onbeschofte tegenstand is blijft Rob een heer die vecht met argumenten en niet met scheldwoorden. En als de mond van de commentator niet gesnoerd is, volgt er een tweede uitleg, ook geheel in keurig nette taal. Ik ben zelf ook van de discussies, maar ik ben meer emotioneel, daar waar Rob rationeel is.

Rob weet privé en weblog strikt gescheiden te houden. Niet dat we niks over hem weten, maar zijn weblog is geen dagboek van zijn privé leven. Het geeft wel zijn politieke voorkeuren aan, zijn mening over binnenlandse politici, wereldleiders en over maatschappelijke zaken. Het is een gratis krant die al jaren verschijnt en waardoor ik nog meer dan uit mijn echte krant, op de hoogte blijf van wat er gebeurt in de wereld. Dat gecombineerd met het radio 1 journaal maakt dat ik redelijk weet wat er speelt in het nieuws. Mijn algemene- en geschiedeniskennis worden automatisch op peil gehouden.

Ik moest mijn waardering voor het weblog van Rob even zelf kwijt, want ik vind dat je soms gewoon je waardering moet uitspreken. Ik denk niet dat het nodig is voor zijn motivatie om door te gaan, maar kwaad zal het niet kunnen. Het zou zonde zijn van mijn waardering als ik het niet uitsprak. Dus beste Rob, hou ons nog vele jaren op de hoogte van wat je ervan vindt.

Gebaande paden

Ik heb het uit, het spannende boek van ruim 800 pagina’s van Steven King. Ik kwam er wat moeilijk in, maar toen ik er doorheen was, zat ik er ook middenin. Het boek heeft prachtige ingrediënten zoals een reis terug in de tijd naar 1959, de tijdreiziger die daar verliefd wordt op een vrouw en die erachter komt dat zijn ingrijpen in de geschiedenis catastrofale gevolgen heeft voor de toekomst, waardoor hij weer terug moet om het allemaal ongedaan te maken. Eerst ziet het er naar uit dat hij zijn geliefde mee wil nemen naar de toekomst, maar het verleden verhindert dat en laat haar sterven. Na de “reset” moet hij het verleden laten zoals het is, kan zijn geliefde ook niet gaan ontmoeten, maar besluit haar op te zoeken in het heden. De vrouw is inmiddels 80, en heeft de hoofdpersoon nooit ontmoet, maar toch voelt ze de band die ze met hem in een ander leven had. Ontroerend en schitterend.

Nu ben ik maar in een ander boek begonnen, genaamd “het Venetiaans bedrog” maar het is niet hetzelfde. Verleden en heden lopen wel door elkaar heen, maar niet tegelijkertijd. Het boeit me maar matig, zo’n realistischer verhaal. Sciencefiction- of fantasieverhalen zijn vele malen mooier. Ze nemen je immers mee naar een perfecte wereld, of naar een wereld waar alles nog mogelijk is, zoals wanneer je jong bent en de toekomst nog open ligt. Jaren later moet je accepteren dat die open toekomst slechts voor een enkeling is weggelegd en dat geeft ook wel zoveel rust. Als je jong bent en alles ligt nog open geeft dat onrust. Want al die worsten die je worden voorgehouden hangen veel te hoog en ergens voel je dat al wel, je wilt er alleen niet aan. Onrust.

Dus wat is er mooier dan dat je in de fase bent gekomen dat de richting van de toekomst uit nog slechts een kleine hoek bestaat, maar je tegelijkertijd mee mag leven in de fantasie van bijvoorbeeld Steven King? Weinig. Ja, karten met je zoon, maar dan ben je ook even van het gebaande pad af. De wereld zoals hij is moet af en toe even vergeten en tijdelijk herschapen worden omdat dat in fantasie nu eenmaal kan. Verlies de realiteit gerust even uit het oog, maar zorg wel dat je haar terug weet te vinden. Daarom droom ik liever ’s nachts dan overdag. Wakker worden uit een mooie dagdroom is als een klap in je gezicht, maar ontwaken uit een mooie slaapdroom kan je dag beter laten beginnen.

Heibel op de kartbaan

Gisteren zag ik mijn kans schoon. In het nucleaire pretpark Wunderland Kalkar is een kartbaan. Ze hebben er ook zogenaamde doppelkarts. Daarin kon Hans met mij meerijden. Hans maakte zich een beetje zorgen over de snelheid en het slippen toen we in de rij stonden, maar het waren geen snelle karts en als het te hard zou gaan kon ik natuurlijk zachter. Toen we aan de beurt waren stonden we samen met een paar einzelkarts en nog twee doppelkarts aan de start. Hans en ik in laatste positie maar na een ronde hadden we de twee andere doppels al ingehaald. Hans vond het prachtig en ik zo mogelijk nog meer. Want wees eens eerlijk, wat is er mooier voor een vader dan met zijn enthousiaste zoon in een autorace te zitten en als een duivel over de baan te racen? Daarna haalden we de einzelkarts ook in die op het rechte stuk wel sneller waren maar die ik in de bochten voorbij kon steken. Ik concentreerde me op de race en Hans hield bij hoever we voor lagen. Langs de kant zag ik mensen naar ons wijzen, ze zagen dat we hard gingen. We lagen eerste en liepen twee ronden uit. Totdat ik in druk verkeer hard van achter werd aangetikt en we in de rondte gingen. We moesten wachten tot de anderen voorbij waren en tot een baanmedewerker ons achteruit geduwd had voordat we verder konden. Volgens Hans hadden we nog één ronde voorsprong.

Na afloop kwam het Duitse meisje dat me van de baan had getikt naar me toe. In haar moedertaal zei ze op verontschuldigende toon dat ze me haar verontschuldigingen wilde aanbieden omdat ze tegen ons aan was gereden. Op mijn beurt ben ik dan ook de beroerdste niet en zei dat het kon gebeuren en dat het geen probleem was. Maar is het nu typisch Duits of niet, zo keurig je verontschuldigingen komen aanbieden? Of is het typisch Nederlands als het je opvalt?

Dwars

Zo, hoe het gebeurt weet ik niet, maar het gebeurt me ondanks dat ik het probeer te voorkomen. Nu moet ik volgende maand naar Helsingborg en de maand erop naar Stockholm en Spanje. En waarvoor? Omdat mensen, vele malen belangrijker dan ik, dat hebben besloten. Ik word dus geleefd en daar hou ik niet van. Dus dan ga ik tegensputteren. In werkelijkheid is het natuurlijk gewoon een extra week betaald verlof, maar ik vind het allemaal vrij zonde van het geld en bovendien kan ik niet zonder Linda niet zonder me. En dan word ik dwars. Niet dat ik hier tegenaan ga schoppen want dan hebben ze door dat ik het niet leuk vind, voor zover ze dat al niet ruiken, maar tegen de commerciëlen bij ons. De geldwolven.

Zo mailde de op een na grootstverdiener van ons bedrijf mij of het salaris voor het weekend over gemaakt kon worden. De man heeft nooit ergens tijd voor maar wel hiervoor. Nu was ik dat toch al van plan en heb het vandaag gedaan, maar niet voordat ik hem een mailtje teruggestuurd had met de mededeling dat ik het had overgemaakt maar dat ik de directeur niet kon bereiken. En dat als hij niet binnen een uur zou goedkeuren, het te laat was om de salarissen nog voor het weekend eruit te krijgen. Met een Bcc aan de directeur. Kwam niet meer bij.

De op twee na grootstverdiener liep wat scheef. Waarop ik zei dat dat kwam omdat hij zijn gewetensengel van zijn schouder had gerost en dat hij dus nu gebukt ging onder de duivel die nog op zijn andere schouder zat. Hilariteit alom. Een verkoopster die met alle trends meewaait en over alle nieuwe dingen enthousiast is, gedurende precies een dag, daarna hoor je haar er niet meer over, vond een bepaalde afspraak buitengewoon belangrijk waarop ik haar vertelde dat zij alles buitengewoon belangrijk vond. Schaterlachen overal.

Maar de mooiste, vond ik zelf, betrof een externe consultant, hockey, tennis en roken, 22 jaar, die aan tafel vertelde dat zijn kruisband was gescheurd en dat hij volgende week geopereerd zou worden. Iemand merkte op dat het resultaat van zo’n operatie afhankelijk kon zijn van de arts die je trof. Hij antwoordde dat hij geopereerd werd door een collega van zijn vadejrrr dus dat dat helemaal goed kwam. Waarop ik opmerkte dat het er natuurlijk wel vanaf hing of zijn vader dan ook arts was. Zou zijn vader loodgieter zijn dan zou ik er nog niet al te zeker van zijn. Whoehaahaha klonk het aan tafel.

Dus ja. Misschien vinden ze het in Zweden wel gewoon leuk als ik kom.