Geen houden aan.

Het vermogen om te lachen is er niet en het depressiespook huist nog in mij, maar ook dat zorgt weer voor komische situaties. Want ik acteer op de automatische piloot en ik neem alles waar. Behalve dan dat ik zaterdag toen ik vroeg op moest om Hans naar voetbal te brengen niet in de gaten had dat ik per ongeluk een slaappil had genomen in plaats van het lachmedicijn. Na 20 minuten begon het zijn versuffende werk te doen en kreeg ik in de gaten wat er aan de hand was. Gelukkig was Linda ook opgestaan anders was het misschien minder grappig afgelopen. Want ik dacht dat ik wel sterker zou zijn dan het medicijn en volledig versuft wilde ik naar mijn auto om Hans weg te brengen. Ondertussen had Linda het ook door en regelde dat Hans met iemand anders mee mocht. Ik werd naar bed gestuurd maar ik heb de bank gehaald, de bank waarop ik drie uur later wakker werd. Ik was de vorige avond al om negen uur in slaap gevallen, dus dat ik het nou echt nodig had…nee, maar er was gewoon geen houden aan.

Seriously uncool

Het gaat iets beter omdat de tijd alle wonden heelt, maar overal zijn valkuilen. Ben er simpelweg niet meer ingevallen. Ik schijn een erg negatief zelfbeeld te hebben, wat als voordeel heeft dat je me zelden hoort opscheppen (tenzij overduidelijk blijkt dat het opscheppen is) maar wat als nadeel heeft dat ik mijn eigen goede kanten niet zie. Een opdracht van de psycholoog is de dingen die goed gingen in een week aan hem rapporteren. Het is lastig want goed betekent bij mij goed en niet ‘gewoon’ of ‘vanzelfsprekend’. Dus ik rapporteer wekelijks een kort lijstje. Verder heb ik EMDR therapie gehad, maar ben nog niet overtuigd van de werking. De psycholoog zei dat ik de komende dagen wel wat zou gaan merken, maar ik merk weinig. Misschien is het feit dat ik dit logje schrijf een bewijs. Dat ik de werking ervan niet merkte veroorzaakte weer een kortstondige wanhoop, omdat ik kennelijk niet te helpen ben en het zelf maar moet uitzoeken. En zo is het natuurlijk ook, net als iedereen moet ik het uiteindelijk zelf doen. Volgens mijn huisarts had ik waarschijnlijk geen problemen gekend als ik 100 jaar terug leefde, en dat was ik met hem eens. Niet dat ik wat aan die constatering had, maar toch. Ik heb een maand niet gelachen en dus een maand niet geleefd maar overleefd. Vandaag maakte ik mijn eerste grap op mijn werk weer. Ik durfde simpelweg niet meer. Want grappen maken betekent dat je je goed voelt, dat je cool bent, en ik was verre van allebei. Maar misschien past ‘cool’ helemaal niet bij me. Misschien moet ik juist eens iets enorm uncools doen. Ik slaap al met een pyjama, maar misschien moet ik eens een stakingslied maken. Als ik dat zag op tv, zingende vakbondsvrouwen in een fabriekskantine die een tekst over meer loon hadden gemaakt op “daar in dat kleine café,” kwam elke vezel in mijn lijf in opstand. Dat nooit! Nou, van die opstand, daar moet ik dus vanaf. Mensen in hun waarde laten is belangrijk. Maar tevens een schier onmogelijke opgave, want elke vezel komt in opstand en probeert indruk op de mensheid te maken. En dat terwijl ik een behoorlijk betekenisloos leven leid. Tenminste, zonder mij zou Nederland het ook gewoon doen. Nou, daar gaat het dus om. Ik moet leren dat het prima is dat Nederland ook zonder mij kan. Ik ben tenslotte Cruijff niet.

Overtreding blogwet 2011, art 1.

Ik was even een tijdje niet in staat tot bloggen en de vraag is of ik het al ben. Ik ben inmiddels onder behandeling van iemand die ervoor geleerd heeft in de hoop dat die me weer op weg helpt. Zonder dat ik al te veel in detail wil treden, denk aan een angststoornis en een terugval in het opgewassen zijn tegen het leven. Alsof ik weer aan het begin van mijn leven sta en mijn moeder me naar school moet brengen, met het verschil dat als je 45 bent het om moedeloos van te worden is als je niet alleen naar school durft. Niet dat ik nog op school zit, maar het geeft een indicatie van wat er speelt. Ben vandaag op eigen verzoek en op advies van mijn huisarts bij de Arbo arts geweest om mijn probleem uit te leggen. Niet dat ik langer dan een dag thuis ben gebleven van mijn werk, want ik werk eenmaal praktisch altijd door, omdat thuis zitten somberen me nu eenmaal niet helpt. Het verbaasde me een beetje dat de Arbo arts vroeg of ik me soms een poosje ziek wilde melden, maar dat is waarschijnlijk mijn achterhaalde standpunt over bedrijfsartsen als boemannen. Ik mocht dus thuisblijven als ik wilde, wat voor mij een bevestiging is dat het kennelijk toch enigszins serieus is wat ik momenteel mankeer. En daar ligt gelijk de kern van het probleem, dat ik bevestiging van anderen nodig heb om te zien dat het klopt wat ik denk. Ik sliep slecht en voelde me depressief en maakte me ernstig zorgen over de toekomst. Zeker over het gedeelte waarin ik als vader en als man moet functioneren. Ernstig zorgen is niet de juiste formulering, want dan lijkt het alsof je nog logisch nadenkt. De logica en de ratio waren volledig weg en veel meer dan een dood vogeltje op de bank was ik eventjes niet. Zo kwetsbaar ben ik kennelijk. Zoals Tom Hanks in Saving Private Ryan toen hij in tranen uitbarstte maar dat niet wilde laten zien aan zijn mannen. Dus gaf hij zichzelf twintig seconden en vermande zich weer. Het vermannen, daar schort het aan. Maar het gaat weer goed komen, dat is zo goed als zeker. Omdat alles nu eenmaal goed komt aan het eind, en zo niet, ben je niet bij het eind, zei John Lennon. Maar aan de wetenschap dat het goed gaat komen heb je nu niks, je hebt er nu alleen iets aan als je ook gelooft dat het goed gaat komen. Waarmee ik misschien aantoon dat geloof sterker is dan wetenschap, maar ik heb er niet veel aan want mijn geloof is momenteel zwak.

Er was eens…

Het nummer van Stromae wat ik in het vorige logje aanhaalde, misschien was het u opgevallen, gaat over een jongen die zijn vader mist. In de tekst lijkt het alsof zijn vader er lichamelijk niet is, maar in de clip lijkt het alsof papa er niet voor de jongen is. Uiteindelijk, om zichzelf te beschermen wordt de jongen net zo oppervlakkig als zijn vader en voelt zo de pijn niet meer. Jongetjes willen altijd indruk maken op hun vader en hun vader blijft hun held. Bram Vermeulen bezong het al in De Wedstrijd, en Stef Bos deed het later nog eens over.

Ik weet als weinig anderen hoe belangrijk een vader is en ben momenteel uit evenwicht. Geestelijk een beetje, maar vooral is de balans weg tussen werk en leven. Leven is mijn gezin, familie en iedereen die ik mag, werk is uiteindelijk onbelangrijk. Ik heb vorige week in de film Hachiko gezien hoe mooi en belangrijk regelmaat kan zijn. De professor die elke morgen dezelfde route naar zijn werk aflegde en daarbij dezelfde mensen tegenkwam die hij gedag zegde. Bij mij zou dat ook zo moeten zijn. Ik wil elke dag mijn kinderen welterusten kunnen zeggen en als ik ’s ochtends wegga wil ik “tot vanavond” kunnen zeggen. Maar soms duurt het een paar dagen eer ik ze weer zie en kennelijk heb ik heimwee. Of ik heb autistische trekken of ik acteer dat ik niet angstig ben. Maar ik wil regelmaat, want regelmaat is de enige weg naar gezond oud worden. Bovendien, mijn kinderen willen mij en ik wil hen. Het liefst dagelijks, want ik heb ze niet voor niets.

Het houdt me momenteel bezig. Ik ben te gestrest om aardig te zijn, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het leven moet meer te bieden hebben dan werk alleen. Gisterenavond een uur of 11, ik reed terug na een event op mijn werk en kwam door Utrecht. Het was Overvecht, waar mijn opa en oma van mijn moeders kant hun laatste jaren gewoond hebben. In plaats van de kortste weg naar huis reed ik de straat in waar ze woonden en keek omhoog, naar het balkon. Daar stond mijn eenzame oma vaak als wij weer naar huis reden. Mijn vader en haar man overleden een maand na elkaar. Het was vreemd. Op de heenweg had ik al gekeken naar dingen die er al waren toen mijn vader nog leefde maar ik kwam tot weinig. Het verleden kun je eenmaal niet vasthouden. Maar deze flat stond er al, dat is zeker. Er hebben zich gewone dingen afgespeeld, zoals wij die daar op bezoek kwamen, maar ook ongewone dingen, zoals de rouwauto die ons van daar naar het crematorium bracht. Er heeft zich zoveel afgespeeld dat het niet te bevatten is. Waarom worden er alleen maar nutteloze gadgets uitgevonden? Ik wil een fatsoenlijke tijdmachine!

Maestro

Niet gauw zal men mij associëren met iemand die met zijn tijd meegaat. Ik heb een hang naar het verleden die niet goed is natuurlijk, maar dat komt waarschijnlijk doordat de wereld steeds een stukje minder echt wordt. Ik blijf wat hangen in oude muziek en in oude gedachtepatronen. Ik moest laatst hard lachen om de presentator die op bezorgde toon aan een meisje met gaten in haar spijkerbroek vroeg: “Meisje, ben je gevallen?” Dat de wereld minder echt wordt komt volgens mij doordat hij minder lijkt op hoe hij hoort te zijn. Te veel menselijke invloeden, te veel stress, te veel armoede en te veel rijkdom.
Vorige week werd ik verrast door Pharrell Williams, de zanger van het gelukkige liedje ‘Happy’. Een jongeman met enorm veel succes, maar met een zekere maar bescheiden uitstraling die wars lijkt van sterallures. Golven van mijn sympathie vlogen zo het scherm van de televisie in.

Gisteren keek ik de herhaling van College tour met de Belgische zanger Stromae. Bijna ademloos heb ik naar deze bijzondere man geluisterd. Hij is nog geen dertig en heeft de halve wereld al veroverd. Hij had een verbluffende visie, bekritiseerde het narcisme en zei dat iedereen moest stoppen foto’s van zichzelf te maken. Tegelijkertijd noemde hij zichzelf een extreem voorbeeld van een narcist. Immers, hij is een artiest die de aandacht opzoekt. Hij maakt zijn muziek in de eerste plaats voor zichzelf en dat is waarschijnlijk ook de oorzaak van zijn succes. Hij schakelt niet in het Engels over om zo een groter publiek te kunnen bereiken, want alleen in het Frans weet hij de juiste emoties te raken, en emoties kun je voelen zelfs als je de taal niet verstaat.

Hij zei zich te realiseren hoe bevoorrecht hij was dat hij kon leven van muziek, maar dat hij weer een paar jaar onder moest duiken om een normaal leven te leiden. Zijn muziek gaat immers over het gewone leven en het is niet mogelijk over het gewone leven te schrijven als je dat leven niet leeft. Waarom heeft de wereld niet meer van dit soort invloedrijke visionairs, vraag ik mij af. Leraren Frans waren al blij met hem, ik denk dat de wereld dat ook moet zijn.

In schril contrast met Stromae volgt volgende week een uitzending met als gast Johnny de Mol, een man die naar mijn smaak de wereld minder echt maakt, maar dat komt vast omdat ik niet meega met mijn tijd. Volgens Freud heb je een hekel aan iemand omdat die je doet denken aan een naar stukje van jezelf. Ik denk dat dat klopt. Het is een naar stukje van mezelf dat probeert Johnny de Mol te zijn, en ik probeer die onechte Mack zo diep mogelijk weg te stoppen zodat de echte Mack, niet te verwarren met Mack de echte, maar dit voor gevorderde lezers van dit weblog, tot volledige wasdom kan komen.

Nadat de dood ons gescheiden heeft…

Het zou een gewoon avondje worden, althans, niets wees er op dat mevrouw Mack en ik anderhalf uur later tegen de tranen moesten vechten. De kinderen zijn een paar dagen logeren ik was eigenlijk van plan voetbal te gaan kijken. Maar omdat het gisteren ook al voetbal was en morgen PSV speelt, kozen we voor een film. Achteloos koos ik de opgenomen film die het eerst automatisch gewist zou worden, en las half waar het over ging. Hachi, met Richard Gere in de menselijke hoofdrol. De echte hoofdrol werd gespeeld door een hond, Hachi. Hachiko was een Akita, een Japanse keeshond, maar dan groot. Het kwam er op neer dat een professor (Gere) de hond als pup vond, maar volgens de Japanse leer koos de zwerfpup de professor uit. De twee krijgen een band en vanaf een zeker moment lopen ze elke morgen naar de trein. De professor gaat naar zijn werk en de hond keert terug huiswaarts. ’s Avonds zit Hachi -acht in het Japans- weer bij het station te wachten tot zijn baas terug komt. Zo gaat het dag in dag uit.

Op een kwade dag doet Hachi raar en wil eerst niet mee. Uiteindelijk loopt hij toch mee en de professor gaat naar zijn werk. Maar de professor overlijdt plotseling en keert niet meer terug. De familie van de professor verhuist en neemt de hond mee, maar Hachi is niet te houden en wil naar het station. Uiteindelijk besluit de familie de hond maar te laten gaan en nadat de hond een laatste groet gaf, rende hij naar het station alwaar hij ging zitten wachten. Negen jaar later komt de vrouw van de professor bij dat station en Hachi zit er nog steeds. Ik weet, er zijn erge dingen gebeurd in de wereld, maar hier kregen we het beiden te kwaad. Pijn in de kelen van het gevecht tegen de tranen dat overigens verloren werd. Op de dag dat Hachi sterft droomt hij een gelukkige droom over zijn baas.

Tegenwoordig staat er een standbeeld van Hachi bij het treinstation van Shibuya. De trouwste hond ter wereld maakt iedereen aan het huilen. Zijn het onze zonden die we belijden op zo’n moment? Liet de hond de mensheid hier zien waar het allemaal over gaat? Worden we hier geconfronteerd met gevoelens en gedachten die we allang achter ons gelaten hadden? Werden we hier door de hond even teruggefloten naar ons kind zijn, vlak voor het moment dat we niet meer geloofden in goed en kwaad? Ik denk het haast. Grotere trouw is nauwelijks voorstelbaar.

1923-1935
Hachiko 1923-1935

Seth Gaaikema 1939-2014

Hij was niet de grootste conferencier, niet de grappigste cabaretier, maar hij heeft zijn hoogtepunten gekend en hij was de taalvirtuoos. In de jaren ’80 van de vorige eeuw trok hij nog volle zalen en hij had zijn vaste schare fans. Hij werd door Herman Finkers op de hak genomen vanwege zijn soms flauwe grappen. Maar hij kon boeiend voordragen op een manier dat de zaal ademloos luisterde. Toen hij begin dit jaar afscheid nam schrok ik van zijn afgenomen krachten. Het journaal opende niet met zijn overlijden en dat irriteerde mij. Maar meer nog irriteerde mij dat ik niemand op Facebook zag die zijn overlijden noemde.

Seth-Gaaikema-1

Voor de verliezers van the battle

Ik heb vanavond frustratie en woede gezien. Herkenbare frustratie en woede tijdens the battles in The Voice of Holland. In het ene geval was een jongen van Griekse komaf het slachtoffer, in het andere geval een meisje uit Geldrop. Beiden waren goed. Als ze op de toppen van hun kunnen hadden gepresteerd, hadden ze hun tegenstanders kunnen hebben. Maar hun tegenstanders bezaten een flair waarmee ze de wedstrijd naar zich toetrokken en hun tegenstander eruit trapten. Een licht valse flair want ze waren egoïstischer. Hielden zich niet precies aan wat afgesproken was en hadden daar lak aan. Je kon het al aan hun kleding zien, vreemde kleding die alleen gedragen wordt door zonderlingen die geen schaamte kennen. Ze dansten om hun tegenstander heen en hielden zich niet aan het protocol. Maakten misbruik van het moment want tijdens de oefeningen konden ze zoiets niet flikken, dan zou de tegenstander onmiddellijk geprotesteerd hebben. Maar dat ging nu niet. Hun tegenstanders werden van hun stuk gebracht en vakkundig kansloos gemaakt door een stiekeme overtreding. Denk aan Patrick Kluivert die in de val van Lorenzo Staelens trapte in 1998. De eerlijke maar verontwaardigde Kluivert liet zich provoceren en kreeg de rode kaart. Denk aan Zinedine Zidane en Materazzi. Een smerige klem werd opengezet en Zidane trapte erop en de klem sloeg dicht. De woede spatte van de gezichten van de verliezers af. Hoe kon de jury dit niet gezien hebben? Waarom ging de jury, aan wie ze hun ziel hadden toevertrouwd, in zee met zulke lage levensvormen?

Ik herkende het want het is me zo vaak gebeurd. Ik had ook de flair niet en ik was makkelijk te provoceren. Ik vond het ook pas gerechtigheid als de provocateur een kaakslag kreeg. Maar een kaakslag is een eerlijke, maar zichtbare overtreding terwijl de provocateur een geniepige, onzichtbare overtreding maakt. Je moet ermee leren leven. Inmiddels, door schade en schande wijzer, weet ik dat eerlijk het langst duurt. Dat flair ook andere uitingsvormen kent. En dat oneerlijk alleen leidt tot kortstondig succes en daarna een diepe val.

Beste meneer

Ik krijg twee grote enveloppen thuis, een van Zwitserleven, de ander van Interpolis. Beide enveloppen bevatten informatie en een begeleidende brief. Zwitserleven heft aan: “Geachte heer Mack.” Zo zie ik het persoonlijk graag. Het is in overeenstemming met hoe ik het leerde en het is altijd prettig bevestigd te zien worden dat wat jij leerde, correct lijkt omdat anderen het ook zo doen. Nog steeds zo doen. Niks aan de hand. Interpolis echter, heft aan: “Beste meneer, mevrouw,” Nu kon je brief daarna nog zo foutloos zijn, de leraar Nederlands haalde je kiel. Hij onterfde je, hij zette je op de gang, stuurde je naar corvee, liet je je mond spoelen en wellicht werd je zelfs een dag geschorst van school. “Beste meneer, mevrouw,” hoe haalde je het in je bolle hoofd!

En doodleuk stuurt de verzekeringsmaatschappij je een brief met deze aanhef. Nu ben ik geen Neerlandicus en weet dus niet wanneer deze regel veranderd is, maar ik krijg het stellige idee dat deze regel helemaal niet veranderd is maar dat men er tegenwoordig zijn eigen regels op nahoudt. Onder het mom van “taal leeft” maken ze de meest smerige overtredingen. Kennelijk heeft men tijd om in vergaderingen in te brengen dat het toch echt “beste meneer” moet worden en dat “geachte heer” niet meer van deze tijd is. Niet meer van deze tijd, is u wel eens opgevallen wie degenen zijn die deze term gebruiken? Mensen die proberen uit te stralen dat ze een visie hebben. Let maar eens op. Mensen met een echte visie zullen zeggen ‘ouderwets’ want zij hoeven hun concurrentie niet te bevlekken. Maar dit terzijde.

Hoe weet Interpolis trouwens dat ik “beste” ben? Wordt dat bepaald aan de hand van mijn betaal- en declaratiegedrag? Als ik teveel claim, ben ik dan nog steeds “beste”? Als ik de premie niet betaal, blijf ik dan de beste? “Beste meneer Mack, als u nu niet snel betaalt sturen wij een incassobureau op u af en bent u niet verzekerd!” Ik heb er geen enkele behoefte aan dat een verzekeringsmaatschappij waar ik verplicht aan gekoppeld ben toen ik de hypotheek afsloot, mij beste noemt. Ik wil “geachte” zijn. Met een gepaste afstand. Zodat het zakelijk nog alle kanten op kan. Waar moet het toch heen met dit land?

De discussie rond Zwarte Piet

nachtDie voeren wij hier niet. Wij van de redactie vinden het gênant en kunnen misschien beter wat vertellen over het verblijf vorige week in Toscane. Toscane is mooi, Toscane is prachtig. Toscane biedt waarschijnlijk uitzicht op één der top 5 landschappen ter wereld. Combineer dit met een creditcard van de zaak en waan je in het paradijs. Wij zaten in San Gimignano, een typisch voorbeeld van een stadje waarvan het enthousiasme je tot aan onder je oksels stijgt. Ik heb wijn gedronken, dingen gegeten die ik niet heb onthouden en ik heb geslapen in de kamer met het mooiste uitzicht van heel Toscane. Per ongeluk had men mij daar geplaatst omdat men niet in de gaten had dat de betreffende kamer ook over een eigen badkamer beschikte. Men dacht waarschijnlijk dat het met een middelbare prostaat wel een end lopen zou zijn naar de wc’s beneden. Ik heb gemountainbiket, op de afdaling behoorde ik tot de besten, maar de klim gaf een heel ander beeld. Ik was even vergeten hoe steil heuvels kunnen zijn als je met de fiets bent.

Het zelf verzorgde ontbijt behoorde tot de betere die ik ooit gehad heb. Maar goed, als geld geen rol speelt en je in de supermarktkar kunt gooien wat je wilt, dan mag je ook iets verwachten. Tijdens het diner, vooral dat van donderdag heb ik tranen gelachen. Ik stikte zowat. De grap was geen grap, maar gewoon het stug doorgaan met en het steeds verder gaan in smeerlapperij. Ik heb Florence gezien, ik heb de toren van Pisa gezien en ik vond het allemaal even mooi. De bevolking was vriendelijk en het enige drie woorden die wij zeiden waren: Bonjorno, Correcto en Arrivederci. Het is vast niet voor niks dat ik gek ben op Italiaanse auto’s. Dit allemaal afgezet tegen mijn vorige logje kan ik niet anders dan concluderen dat Toscane meer goed maakt dan je van te voren kapot kunt praten.